100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Materieel Strafrecht: Literatuur & Jurisprudentie

Rating
-
Sold
-
Pages
38
Uploaded on
07-10-2025
Written in
2023/2024

Per week ingedeelde samenvatting van alle stof van het vak Materieel Strafrecht. Inclusief de voorgeschreven artikelen en hoofdstukken van het boek en alle voorgeschreven jurisprudentie voor een totaal van 38 pagina's.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 7, 2025
Number of pages
38
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting Materieel Strafrecht
2023-2024
Week 1

Literatuur
 Hoofdstuk 1
 Hoofdstuk 2, par. 1-4 en par. 6.1
 Hoofdstuk 3
 Hoofdstuk 4
 J. Ouwerkerk, ‘Legaliteit in Brussel en Luxemburg: uitleg en werking van het
bepaaldheidsgebod in de EU-rechtsorde’



Hoofdstuk 1
Een van de belangrijkste functies van het strafrecht = het voorkomen van eigenrichting.

Dé belangrijkste functie van het strafrecht is het bewaken van de veiligheid en het ordelijk verloop
van de samenleving door bepaalde schadelijke en gevaarlijke menselijke gedragingen tegen te gaan
d.m.v. vervolging en bestraffing.

Tot het materiële strafrecht kan gerekend worden:

1. De algemeen geldende bepalingen die zijn neergelegd in het Algemene Deel van het
Wetboek van Strafrecht, alsmede het geheel van alle afzonderlijke strafbepalingen;
2. Het sanctiestelsel (het geheel van straffen en maatregelen), de regels betreffende de
rechterlijke straftoemeting en het strafexecutierecht (ook wel het penitentiair recht of
strafrechtelijk sanctierecht);
3. De voorwaarden voor vervolgbaarheid, waaraan moet zijn voldaan alvorens het tot
toepassing van het strafrecht kan komen.

Strafrecht moet worden gezien als een laatste redmiddel.

Een rechtsdelict gaat om de strafbaarstelling van een norm die door de samenleving in hun
opvoeding is geïnternaliseerd en die behoort tot de normen die een eerste vereiste voor een fysiek
en psychisch leefbare maatschappij vormen. Het gaat om de bescherming van onze meest essentiële
rechtsgoederen. Deze delicten heten ook wel klassieke misdrijven.

Een wetsdelict gaat over overtredingen, over strafbaarstellingen van de schending van normen die
een veel oppervlakkiger karakter hebben. Ze ondersteunen de ordening van de samenleving, maar
grijpen niet heel diep in in de gewetensfunctie van de mens.

Het onderscheid tussen rechts- en wetsdelicten valt grotendeels samen met het onderscheid tussen
misdrijven en overtredingen. Een essentieel verschil tussen misdrijven en overtredingen is dat bij
misdrijven altijd een bestanddeel is opgenomen dat het opzet of de schuld benadrukt. Bij
overtredingen mist dit in beginsel.

,Een strafbepaling bestaat uit een delictsomschrijving en een sanctienorm.

De laatste twee eeuwen is de vergeldingsgedachte voor de straf van belang.

De Klassieke Richting in het strafrecht ziet het beginsel van vergelding als de grondslag voor de straf.
Alleen de wetgever mag de grenzen van de vrijheid van burgers trekken, en wel uitsluitend in
geschreven wetboeken. Er moeten geen onnodige strafbaarstellingen zijn. Ten behoeve van de
rechtszekerheid moeten er duidelijk en helder mogelijke formuleringen zijn met zo min mogelijk
interpretatieruimte. Vergelding moet niet verder gaan dan het leed dat is aangericht met de
strafbare handeling; kwantitatieve en kwalitatieve proportionaliteit. Dat er wordt gestraft, moet
zeker zijn, maar straffen mag niet preventief plaatsvinden.

Relatieve / doeltheorieën: de rechtvaardiging van de straf is gelegen in het doel daarvan.

Absolute theorieën: het doel wordt bepaald door de rechtsgrond, de vergelding.

De Moderne Richting in het strafrecht zag meer toe op preventie van misdaden en op recidive. Het
ging om individualisering van het strafrecht. Gekeken werd naar daders, waarom zij misdaden
pleegden, en hoe zij terug de samenleving in konden stromen na hun straf.

In Nederland staat de verenigingstheorie centraal. Hierin wordt een scherp onderscheid gemaakt
tussen de rechtsgrond enerzijds en het doel van de straf anderzijds. De vergelding is de grondslag
(rechtvaardiging) van de straf. De bovengrens van de straf die de rechter mag toepassen is ook
afhankelijk van de vergelding.

De Utrechtse school van Pompe maakt een scherp onderscheid tussen het wezen van de straf (de
vergelding der schuld), het doel van de straf (de behartiging van het algemeen welzijn) en de
werking van de straf (speciale en generale preventie). Van essentiële betekenis is zijn overtuiging dat
het wezen van de straf de vergelding van schuld is. Maar daarnaast heeft straf naast haar wezen en
doel een feitelijke werking: zij werkt al dan niet afschrikkend op de rechtsgenoten in het algemeen
en op de dader in het bijzonder.

Strafrecht oefent zijn werking uit in drie opeenvolgende stadia:

1. de bedreiging met de toepassing van de straf, (wetgever)
2. de oplegging van de straf waarmee is bedreigd, (rechter)
3. de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf (uitvoerende macht)

De Utrechtse school is ethisch-humanistisch en ziet de delinquent als evenmens die ook
medemenselijkheid, respect en vertrouwen verdient.

De school van Vrij is gericht op het functionalisme. Het begrip subsocialiteit staat centraal. De schuld
en de wederrechtelijkheid vormen de twee pijlers van de strafrechtsdogmatiek, maar volgens Vrij is
de subsocialiteit een derde pijler. Het strafbare feit dat de dader pleegt brengt een verstoring met
zich mee in de maatschappij, een ‘minustoestand’. Er zijn namelijk vier sociale gevolgen: de
herhalingsdrang van de delinquent, de onvoldaanheid van het slachtoffer, neigingen tot navolging
van derden en ontdaanheid van vierden. Volgens Vrij vloeit dit voort uit het feit dat rechters soms
wel iemand schuldig verklaren, maar hem geen straf geven (ex art. 9a Sr), en uit het
opportuniteitsbeginsel van het OM.

De juridiseringsrichting zag als belangrijkste dimensie van het strafrecht de wijze waarop aan de van
nature nu eenmaal bestaande wraak- en vergeldingsgevoelens van mensen onder elkaar vorm wordt
gegeven en wel in regulerende zin.

,De welzijnsrichting richtte zich primair op de reductie van het strafrecht vanuit een kritische visie op
het veelal irrationele en discriminatoire karakter van het strafrecht in het licht van de sociale
verhoudingen waarvan het een uitdrukking vormt. Decriminalisering en depenalisering stonden
voorop, zeker waar het strafrecht meet schade toebracht en stigmatiseerde dan dat het zinvolle
doelen diende.

Europees beleid werkt door in de Nederlandse rechtsorde door harmonisatie: het naar elkaar
toegroeien van de rechtspraktijk van verschillende rechtsstelsels op grond van een
gemeenschappelijke norm. Materiële harmonisatie houdt in dat het recht van een lidstaat dusdanig
wordt afgestemd op Europese normen, dat deze normen adequaat gehandhaafd kunnen worden.

Assimilatiebeginsel: lidstaten moeten schendingen van communautair recht op een manier
bestraffen die analoog is aan de bestraffing van overtredingen van vergelijkbare nationale
bepalingen.



Hoofdstuk 2, par. 1-4 en 6.1
Het strafbare feit kent drie dimensies:

1. Het historische strafbare feit: een gedraging is een strafbaar feit omdat de wet dit als
zodanig noemt en omschrijft;
2. Het wettelijke strafbare feit: de delictsomschrijvingen die men in de wettelijke
strafbepalingen aantreft;
3. Het juridische strafbare feit: strafrechtsdogmatische voorwaarden voor strafbaarheid die
nadere condities inhouden om een wettelijk strafbaar feit ook inderdaad een strafbaar feit
te laten zijn.

Definitie van strafbaar feit:

1. Er is een gedraging van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon
2. Die een wettelijke delictsomschrijving vervult en
3. Die wederrechtelijk is en
4. Die aan schuld te wijten (verwijtbaar) is.

Delictsomschrijvingen zijn opgebouwd uit ‘bestanddelen’. Iedere do bevat als bestanddeel een vorm
van menselijk gedrag. Degene die dit gedrag onder bepaalde omstandigheden verricht, is de dader
van het desbetreffende delict.

Er zijn drie onderscheidingen van delicten:

1. Commissie- en omissiedelicten: een handelen/doen (commissie) versus een nalaten/niet
doen (omissie);
2. Materieel omschreven delicten en formeel omschreven delicten: het specifiek aanduiden
van de handeling (formeel) versus het zijn omschreven naar het gevolg (materieel);
3. Krenkingsdelicten en gevaarzettingsdelicten: delict pas bij daadwerkelijke krenking
rechtsgoed, versus al bij het in gevaar brengen daarvan.

Daarnaast is een oneigenlijk commissie- of omissiedelict een delict waarbij men een als
commissiedelict geformuleerd delict vervult door juist niet te handelen (kindermoord door nalaten
te voeden).

, De meeste delictsomschrijvingen gaan om gedragingen die plaatsvinden onder bepaalde
omstandigheden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen persoonlijke en onpersoonlijke
omstandigheden.

Persoonlijke omstandigheden betreffen de dader als persoon. Ze kunnen worden onderverdeeld in
inwendige persoonlijke omstandigheden en uitwendige persoonlijke omstandigheden. Inwendig ziet
op de psychische gesteldheid van de dader waarmee hij de daad heeft verricht. Denk aan de
subjectieve bestanddelen opzet en culpa. Uitwendig ziet op een bepaalde hoedanigheid of kwaliteit
van de dader. Denk aan het zijn van een moeder bij kinderdoodslag of aan het zijn van een
ambtenaar bij ambtsmisdrijven (expliciet). Soms is de kwaliteit niet duidelijk af te leiden uit de wet,
maar wel uit de wetsgeschiedenis en/of wetssystematiek (impliciet).

Onpersoonlijke omstandigheden betreffen de gedraging. Deze kunnen worden onderverdeeld in
begeleidende omstandigheden en gevolgen. De begeleidende omstandigheden zijn bijvoorbeeld het
geheel of ten dele aan een ander toebehoren van een goed bij diefstal. Als het niet uitmaakt of de
opzet van de dader op zo’n omstandigheid was gericht of niet, noemt men dat een geobjectiveerd
bestanddeel. De gevolgen zijn meestal af te leiden uit de gedraging zelf (doodslag is pas voltooid als
iemand dood is), maar in sommige gevallen worden expliciet een of meer bepaalde gevolgen
genoemd die tot een hogere strafbedreiging leiden. Dit soort delicten met strafverzwarende
gevolgen heten gekwalificeerde delicten. Delicten met strafverlichtende gevolgen heten
geprivilegieerde delicten.

Ten slotte zijn er soms bijkomende voorwaarden voor de strafbaarheid. Die omstandigheid is nog
niet aanwezig ten tijde van het moment van de gedraging, noch is het een direct gevolg daarvan; het
treedt pas veel later in. De bijkomende voorwaarden zijn geobjectiveerd.

Art. 350 Sv bevat vier fundamentele vragen, de zogenoemde hoofdvragen of materiële vragen, die
de rechter moet beantwoorden ter terechtzitting:

1. Is bewezen dat het feit, zoals ten laste gelegd, daadwerkelijk door de verdachte is begaan?
2. Is het bewezenverklaarde feit strafbaar?
a. Kwalificatie van bewezenverklaarde met toepasselijke wettelijke do;
b. Bewezenverklaarde en gekwalificeerde moet ook overigens wederrechtelijk zijn
3. Is de verdachte strafbaar?
4. Welke straf/maatregel dient te worden opgelegd?

Vraag 1 kan leiden tot vrijspraak, vraag 2 en 3 tot ontslag van alle rechtsvervolging (OVAR).

De tenlastelegging moet een historisch feit zo duidelijk en feitelijk mogelijk omschrijven, maar moet
soms de do in zijn geheel volgen. De OvJ moet hiermee voorzichtig zijn; een te vage tll kan leiden tot
een negatief antwoord op vraag 1 van art. 348 Sv. Alle bestanddelen van het betreffende delict
moeten in de tll zijn verwerkt, omdat het tenlastegelegde anders geen wettelijk strafbaar feit
oplevert (vraag 2 van art. 350 Sv).

(Par. 2.6.1 niet echt van belang)
$14.64
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
jamsspam140

Get to know the seller

Seller avatar
jamsspam140 Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
3 months
Number of followers
0
Documents
26
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions