Cardiopathologie
Het hart
> Het hart is een grote spier, die uit speciale hartspiercellen bestaat. Deze
bevatten een centrale kern en zitten met intercalleded disks stevig aan
elkaar vast. Deze intercalleded disks zorgen ervoor dat de depolarisatiegolf
snel van de ene naar de andere cardiomyocyt wordt doorgegeven.
Naast cardiomyocyten bevinden er ook andere cellen in het hart. Het hart
bevat namelijk ook fibroblasten. Deze cellen zorgen voor de stevigheid en
collageen netwerk in het hart. Verder bevat het hart kleine capillaire die het
hart van zuurstof voorziet. Dit is nodig omdat het hart veel energie verbruikt
tijdens de contractie en aan areobe verbranding doet. Hierdoor hebben de
cardiomyocyten veel mitochondiën.
> Het hart heeft 3 coronaire arteriën; left anterior descending arterie (LAD),
circumflex (Cx) en de right coronary arterie (RCA). Deze coronaire
arteriën hebben ook aftakkingen die belangrijk zijn voor de perfusie van
het hart. De LAD voorziet de apex, voorwand van de linker ventrikel en
voorste 2/3 deel van het septum van zuurstof. De RCA bevat de ramus
descendens posterior, die het achterste 1/3 deel van het septum van
bloed voorziet. (Aantekeningen coronary arteriën gnk)
Hypertrofie & dilatatie
> Bij secundaire hypertrofie ontstaat een dikkere wand van de hartspiercel. Er zijn twee vormen van hypertrofie, concentrische
hypertrofie en dilaterende hypertrofie. Concentrische hypertrofie wordt veroorzaakt door druk overbelasting. Druk
overbelasting kan ontstaan door verkalking van de valva aortica waardoor er aorta stenose (vernauwing) op treedt. Hiernaast kan
een druk overbelasting ook ontstaan door een verhoogde bloeddruk, systemische hypertensie. Bij een verhoogde bloeddruk is
de druk in de aorta namelijk al erg hoog waardoor het bloed lastig weggepompt kan worden wat het hart veel energie kost.
Hierdoor wordt de spierwand dikker zodat het meer kracht kan zetten. Ook kan er concentrische hypertrofie ontstaan in de
rechter ventrikel, pulmonale hypertensie. Hierbij is er een te hoge druk in de pulmonalebloedsomloop. Dilaterende hypertrofie
wordt veroorzaakt door volume overbelasting. Voorbeelden hiervan zijn mitralis insufficiëntie en aorta insufficiëntie, die ontstaan
door een lek in de valva waarbij volume terug de ventrikel of atrium instroomt. Hierdoor neemt de diameter van de ventrikel of
atrium toe, wat vaak gepaard gaat met hypertrofie. Hierbij kan de verhouding grootte ventrikel of atrium/ wanddikte hetzelfde
blijven (hypertrofie = dilatatie), afnemen (hypertrofie < dilatatie) of toenemend
(hypertrofie > dilatatie).
Bij beide vormen van hypertrofie worden er nieuwe sacromernen aangemaakt.
Bij concentrische hypertrofie zullen de meeste nieuwe sacromeren zich paralel
langs de bestaande sarcomen plaatsen. Hierdoor wordt de spier dikker. Bij
dilaterende hypertrofie plaatsen de nieuwe sacromeren zich in het verlengde
van de bestaande sarcomeren. Hierdoor wordt de spier vooral langer.
Ook neemt de grootte van de kern in de cardiomyocyten toe. Normaal
gesproken kunnen de cardiomyocyten niet delen, immers proberen ze dit wel.
De chromosomen gaan namelijk alvast delen waardoor een polyploïde kern.
, Ischemische hartziekten
Aterosclerose
> Aterosclerose is één van de meest voorkomende oorzaken van ischemische hartziekten. Hierbij ontstaat verdikking van de intima
die onomkeerbaar is. Bij de geboorte is dit een normaal proces waarbij de intima verdikt. Deze laag bestaat dan namelijk uit één
laagje endotheelcellen. Deze laag wordt vervolgens door een fysiologische proces dikker. Bij de intima xanthoma (fata steak)
wordt de intima ook dikker. Dit komt doordat macrofagen in de iets verdikte intima zitten die zorgen dat de intima dikker wordt.
Beide vormen van verdikte intima zijn nog omkeerbaar en is dus geen vorm van atheroscleorse.
Als de verdikking van intima verder toeneemt wordt het omkeerbaar en een vorm van atherosclerosis. Hierbij ontstaat een
atherosclerotische plaque waarvan twee typen bestaan; een stabiele atherosclerotische plaque en een instabiele
atherosclerotische plaque. De de stabiele atherosclerotische plaque heeft veel collageen en gladde spiercellen en weinig
ontsteking en extracellulaire lipiden (gele). Hierbij kan het bloed vaak goed langs de plaque stromen en kan de plaque niet veel
kwaad. Echter bij een instabiele atherosclerotische plaque kan het bloed niet goed langs de plaque stromen. Dit komt omdat
type plaque weinig collageen bevat waardoor de cap erg dun is en het een groot atheroom bevat. Zo’n atheroom is een grote
kern van extracellulaire lipiden. Hierbij zijn ook veel macrofagen aanwezig die metallo proteases uitscheiden die de matrix
afbreken. Dit zorgt ervoor dat de cap scheurt waardoor het collageen van de cap, de macrofagen, ontstekingscellen en lipiden
van de kern in contact komen met bloed. Dit geeft gelijk tromogene reactie waarbij een trombus in het bloedvat ontstaat.
Een trombus kan een hartinfarct veroorzaken. De trombus kan er namelijk voor zorgen dat het bloedvat opeens vernauwt of
helemaal afsluit waardoor iemand een acuut coronair syndroom kan krijgen, zoals een myocard infarct. Een hartinfarct kan ook
ontstaan door erosie. Erosie is beschadiging op het endotheel op een atherosclerotische plaque waardoor een trombus ontstaat.
Een derde oorzaak van een hartinfarct zijn calcified nodules. In een atherosclerotische plaque kan kalk onder het endotheel zitten,
die bij een hoge bloeddruk door het endotheel drukt en een trombus ontstaat.
> In de buitenkant van een bloedvat zitten kleine bloedvaatjes, vasa vasorum.
De vasa vasorum voorzien zo de buitenkant van de plaque van zuurstof.
Echter het nadeel van deze vaatjes is dat ze erg doorlaatbaar zijn waardoor
ontstekingscellen makkelijk het bloedvat verlaten en de plaque intreden.
Hierdoor ontstaat er veel ontsteking in de plaque waardoor die instabiel
wordt. Hiernaast kunnen er ook bloedingen ontstaan in de plaque. Dit zorgt
ervoor dat de lipiden van restanten van rode bloedcellen in de plaque
komen en dat de plaque in volume toeneemt. Hierdoor wordt de cap
vanbinnen uit stuk gedrukt.
> In de kliniek wordt er met een draadje via de lies het bloedvat ingegaan.
In dit draadje zit een ballonnetje met een stent eromheen in, die wordt
opgeblazen waardoor de plaque opzij wordt geduwd en het bloedvat
weer vrij is. De stent is vaak gecoat met een soort chemotherapie
medicijnen zodat er geen nieuwe cellen
opgroeien en het bloedvat alsnog
dichtgroeit.
Het hart
> Het hart is een grote spier, die uit speciale hartspiercellen bestaat. Deze
bevatten een centrale kern en zitten met intercalleded disks stevig aan
elkaar vast. Deze intercalleded disks zorgen ervoor dat de depolarisatiegolf
snel van de ene naar de andere cardiomyocyt wordt doorgegeven.
Naast cardiomyocyten bevinden er ook andere cellen in het hart. Het hart
bevat namelijk ook fibroblasten. Deze cellen zorgen voor de stevigheid en
collageen netwerk in het hart. Verder bevat het hart kleine capillaire die het
hart van zuurstof voorziet. Dit is nodig omdat het hart veel energie verbruikt
tijdens de contractie en aan areobe verbranding doet. Hierdoor hebben de
cardiomyocyten veel mitochondiën.
> Het hart heeft 3 coronaire arteriën; left anterior descending arterie (LAD),
circumflex (Cx) en de right coronary arterie (RCA). Deze coronaire
arteriën hebben ook aftakkingen die belangrijk zijn voor de perfusie van
het hart. De LAD voorziet de apex, voorwand van de linker ventrikel en
voorste 2/3 deel van het septum van zuurstof. De RCA bevat de ramus
descendens posterior, die het achterste 1/3 deel van het septum van
bloed voorziet. (Aantekeningen coronary arteriën gnk)
Hypertrofie & dilatatie
> Bij secundaire hypertrofie ontstaat een dikkere wand van de hartspiercel. Er zijn twee vormen van hypertrofie, concentrische
hypertrofie en dilaterende hypertrofie. Concentrische hypertrofie wordt veroorzaakt door druk overbelasting. Druk
overbelasting kan ontstaan door verkalking van de valva aortica waardoor er aorta stenose (vernauwing) op treedt. Hiernaast kan
een druk overbelasting ook ontstaan door een verhoogde bloeddruk, systemische hypertensie. Bij een verhoogde bloeddruk is
de druk in de aorta namelijk al erg hoog waardoor het bloed lastig weggepompt kan worden wat het hart veel energie kost.
Hierdoor wordt de spierwand dikker zodat het meer kracht kan zetten. Ook kan er concentrische hypertrofie ontstaan in de
rechter ventrikel, pulmonale hypertensie. Hierbij is er een te hoge druk in de pulmonalebloedsomloop. Dilaterende hypertrofie
wordt veroorzaakt door volume overbelasting. Voorbeelden hiervan zijn mitralis insufficiëntie en aorta insufficiëntie, die ontstaan
door een lek in de valva waarbij volume terug de ventrikel of atrium instroomt. Hierdoor neemt de diameter van de ventrikel of
atrium toe, wat vaak gepaard gaat met hypertrofie. Hierbij kan de verhouding grootte ventrikel of atrium/ wanddikte hetzelfde
blijven (hypertrofie = dilatatie), afnemen (hypertrofie < dilatatie) of toenemend
(hypertrofie > dilatatie).
Bij beide vormen van hypertrofie worden er nieuwe sacromernen aangemaakt.
Bij concentrische hypertrofie zullen de meeste nieuwe sacromeren zich paralel
langs de bestaande sarcomen plaatsen. Hierdoor wordt de spier dikker. Bij
dilaterende hypertrofie plaatsen de nieuwe sacromeren zich in het verlengde
van de bestaande sarcomeren. Hierdoor wordt de spier vooral langer.
Ook neemt de grootte van de kern in de cardiomyocyten toe. Normaal
gesproken kunnen de cardiomyocyten niet delen, immers proberen ze dit wel.
De chromosomen gaan namelijk alvast delen waardoor een polyploïde kern.
, Ischemische hartziekten
Aterosclerose
> Aterosclerose is één van de meest voorkomende oorzaken van ischemische hartziekten. Hierbij ontstaat verdikking van de intima
die onomkeerbaar is. Bij de geboorte is dit een normaal proces waarbij de intima verdikt. Deze laag bestaat dan namelijk uit één
laagje endotheelcellen. Deze laag wordt vervolgens door een fysiologische proces dikker. Bij de intima xanthoma (fata steak)
wordt de intima ook dikker. Dit komt doordat macrofagen in de iets verdikte intima zitten die zorgen dat de intima dikker wordt.
Beide vormen van verdikte intima zijn nog omkeerbaar en is dus geen vorm van atheroscleorse.
Als de verdikking van intima verder toeneemt wordt het omkeerbaar en een vorm van atherosclerosis. Hierbij ontstaat een
atherosclerotische plaque waarvan twee typen bestaan; een stabiele atherosclerotische plaque en een instabiele
atherosclerotische plaque. De de stabiele atherosclerotische plaque heeft veel collageen en gladde spiercellen en weinig
ontsteking en extracellulaire lipiden (gele). Hierbij kan het bloed vaak goed langs de plaque stromen en kan de plaque niet veel
kwaad. Echter bij een instabiele atherosclerotische plaque kan het bloed niet goed langs de plaque stromen. Dit komt omdat
type plaque weinig collageen bevat waardoor de cap erg dun is en het een groot atheroom bevat. Zo’n atheroom is een grote
kern van extracellulaire lipiden. Hierbij zijn ook veel macrofagen aanwezig die metallo proteases uitscheiden die de matrix
afbreken. Dit zorgt ervoor dat de cap scheurt waardoor het collageen van de cap, de macrofagen, ontstekingscellen en lipiden
van de kern in contact komen met bloed. Dit geeft gelijk tromogene reactie waarbij een trombus in het bloedvat ontstaat.
Een trombus kan een hartinfarct veroorzaken. De trombus kan er namelijk voor zorgen dat het bloedvat opeens vernauwt of
helemaal afsluit waardoor iemand een acuut coronair syndroom kan krijgen, zoals een myocard infarct. Een hartinfarct kan ook
ontstaan door erosie. Erosie is beschadiging op het endotheel op een atherosclerotische plaque waardoor een trombus ontstaat.
Een derde oorzaak van een hartinfarct zijn calcified nodules. In een atherosclerotische plaque kan kalk onder het endotheel zitten,
die bij een hoge bloeddruk door het endotheel drukt en een trombus ontstaat.
> In de buitenkant van een bloedvat zitten kleine bloedvaatjes, vasa vasorum.
De vasa vasorum voorzien zo de buitenkant van de plaque van zuurstof.
Echter het nadeel van deze vaatjes is dat ze erg doorlaatbaar zijn waardoor
ontstekingscellen makkelijk het bloedvat verlaten en de plaque intreden.
Hierdoor ontstaat er veel ontsteking in de plaque waardoor die instabiel
wordt. Hiernaast kunnen er ook bloedingen ontstaan in de plaque. Dit zorgt
ervoor dat de lipiden van restanten van rode bloedcellen in de plaque
komen en dat de plaque in volume toeneemt. Hierdoor wordt de cap
vanbinnen uit stuk gedrukt.
> In de kliniek wordt er met een draadje via de lies het bloedvat ingegaan.
In dit draadje zit een ballonnetje met een stent eromheen in, die wordt
opgeblazen waardoor de plaque opzij wordt geduwd en het bloedvat
weer vrij is. De stent is vaak gecoat met een soort chemotherapie
medicijnen zodat er geen nieuwe cellen
opgroeien en het bloedvat alsnog
dichtgroeit.