0
,Rollen / concepten huisartsgeneeskunde
Definitie: wat is huisartsgeneeskunde?
uisartsgeneeskunde is eenmedisch specialisme, vergelijkbaarmet bv. het medisch
H
specialisme ‘cardiologie’ of ‘kindergeneeskunde’. Dit wil zeggen dat enkel een basisarts (in
Vlaanderen na een masteropleiding van 6 jaar) kan beginnen aan die specialisatieopleiding.
Huisartsgeneeskunde isgekenmerkt door…
1. een eigen specifieke context (de eerste lijn)
2. een eigen en specifieke patiëntbenadering (holisme)
3. een eigen model van medisch redeneren en besliskunde
1. De eerstelijnspopulatie
an alle volwassenen die er zijn ⇒ gaan er
V
maar 5.6% naar de eerstelijn
Verschuivingen in de populatie
A
● cute zaken
● Langdurige zaken die opvolging nodig hebben
Stijgende trends
● Allergieën
○ Reden: bomen, kruiden grassen verzetten dor meer pollen (zaden) te maken om
zich beter stand te houden tegen het veranderde klimaat
● Diabetes
1
,
● stma
A
● Depressie
● Langdurige vermeoidheid
● Toenemende leeftijd, toenemende morbiditeit
○ Verschillende aandoeningen bij 1 persoon = complex = moeilijker om max
gezondheid te behalen
Geestelijke gezondheid
● 0% in 2018 mensen die zich mentaal niet goed in hun vel voelen
3
● 13% zelfmoordgedachten
● 12.4% medicatie nodig om te slapen (slaap en kalmeermiddelen nemen)
● Tot 18j:
○ Bv jongens met aandachts en hyperactiviteitsstoornissen: 14%
Grafiek
Trend over de tijd:
● korter en kleine afnemen
● Chronische aandoeningen en verkeersongevallen groter aantal
Multimorbiditeit:
● In de gekleurde groepen: naargelang toenemende leeftijd meer mensen met
verschillende aandoeningen
DUS
Toename van chronische aandoeningen
● Diabetes, obesitas, hart- en vaatziekten, COPD, rugproblemen, artritis, kanker, …
○ Multimorbiditeit: chronische en complexe zorg
● Psychische problemen
● Geweld en ongevallen
● Gevolgen van milieuschade (hittegolven, droogte, bosbranden, …)
○ voedselketen , leefomgeving
2
,In de praktijk…
Intense agenda bij de huisartsen
●
● Grafiek:
○ Meest voorkomende klachten
○ Minder voorkomende klachten moeten vroeg herkennen!
Casus
Vraag naar ‘fluitje’, kan iets helemaal anders bedoelen bv piep in oren ⇒ communicatie!
2. Eigen specifieke patiënten benadering: 11x “C”
Kenmerken van eerstelijnszorg:
1. FirstContact
2. PersonCenteredcare (vroeger: Patient centeredness)
3. Coördinatie
4. Comprehensiveness
5. Continuity
6. Complexity
7. Community orientation
8. Clinical competence
9. Cultural competence
10.Commitment
11.Compassion
⇒ Samenvattend: WONC*-definitie
1. First Contact
● Er is ‘iets’ ⇒ onzekerheid
a. Wat is er mis met mij? Hoe ernstig is het? Is verder onderzoek nodig? Kan er iets
aan worden gedaan? Is een doorverwijzing noodzakelijk? Ik moet toch niet naar
het ziekenhuis? Welke opvolging is er nodig? Ik zal toch wel genezen? En wat
kan ik doen om verder onheil te voorkomen?
b. Onzeker: vage klachten, vroege tekenen, onzeker verloop, eigen beleving, …
● Mensen zijn onzeker over de signalen die het lichaam ons geeft
3
, ● O ndanks alle hulpmiddelen van internet en gegevens die beschikbaar zijn, mensen zijn
niet zekerder geworden en info beter vinden ⇒ mensen zelfs kunnen minder met hun
banale klachten omgaan
● Bij specifieke klachten is het makkelijker te denken aan bepaald orgaansysteem of
ziekte ⇒ meer zekerheid
2. Person Centered care
● Houdt rekening met
a. De individuele voorkeuren van elk persoon
b. De individuele doelstellingen van elk persoon
i. Verwachtingen kunnen anders zijn: week thuis schrijven, briefje,
medicatie, …
c. Gezamenlijke besluitvorming
● Zorgt voor
a. Beterecommunicatie
b. Meer efficiënte zorg
c. Betere gezondheidsuitkomsten
d. Toegenomen veiligheidsgevoel
e. …
3. Coördinatie
Binnen deeerste lijn…
● Aantal actief: apotheker, kinesist, logopedist, thuisverpleegkundige, sociale dienst,
psycholoog, labo, mutualiteiten, WZC, logo’s, maatschappelijk welzijn, …
Met detweede lijn…
● spoeddiensten, cardioloog, neuroloog, pediater, geriater, chirurg, orthopedist, gastro -
enteroloog, pneumoloog, uroloog, gynaecoloog, …
4. Comprehensiveness
● Diagnostiek en behandeling
○ Belangrijk, maar niet het enige!
● Risico management
○ Persoon management: Hoe leeft die? Gedrag? Hoe leeft dat met zich mee?
○ Populatie risico management: Wijken specifiek benaderen op bepaalde risico’s
bv Kiel andere wijk dan binnenstad Antwerp ⇒ andere benadering
● Zelfzorg
○ Bevestigen in activiteiten om gezond gedrag te stimuleren
○ Niet peerse arts nodig
○ Zelfredzaamheid stimuleren
● ‘Empowerment’
○ mensen zeggen dat ze het zelf kunnen ‘Yes you can’
○ = de kracht om zelf beslissingen te nemen over uw gezondheid
● Zorgplanning
4
, = plannen om verdere achteruitgang te voorkomen
○
● Hollistische zorg
○ bio-psycho-socio-spiritueel
○ Spirituele, psychosociologische kenmerken ook bespreken
○ Op alle vlakken zorg bieden
● Relatie met anderen
● Relatie met milieu
○ Gezond omgaan met milieu waarin we leven
max gezondheidseffect behalen door alle vlakken te bespreken
⇒
5. Continuity
● 24/7 beschikbaarheid
○ Specifieke huisartsen/eerstelijns wachtdiensten
■ Huisartsen vroeger dag en nacht beschikbaar MAAR nu meer vrije tijd
○ Vakantieplanning
● Informatie
○ Dossieroverdracht?
○ SUMEHR (Summarized electronic health record)
■ Bepaalde topics die automatisch uit het dossier worden gehaald en ter
beschikking staan voor andere artsen
● Relationeel
○ Opvolging bij chronische zorg
○ Betrokkenheid van familie (over generaties)
■ Bv kinderen op de wereld zetten en dan continu met die familie omgaan
6. Complexity
N
● eemt toe door eerstelijnspopulatie, ouder worden van de bevolking
● Multimorbiditeit
● Polyfarmacie
○ Interacties tussen farmaca: bv pt moet corticoïden veel voor reuma maar mag
niet voor diabetes ⇒ botst
● Praktijkorganisatie
○ Vraagt veel kennis, geduld, begrip en organisatie om er goed mee om te gaan
7. Community orientation
● Epidemiologie
○ Bv mazelenepidemie: belangrijk om die zaken te kennen om vroegtijdig
diagnoses te stellen, zeker als nog niet aan gedacht
○ Zeldzame aandoeningen bv dengue, kattenkrab, rabiës moet je ook herkennen
○ Voorkomen van ziekten beïnvloed het diagnostisch proces: manier van
redeneren wordt bepaald door voorkans dat dergelijke ziekte aanwezig is
○ Klinsch redeneren
○ Medische besliskunde (voorkans, wachtkamerkans, argumenten, drempels, …)
5
, ● Preventie
○ Populatie risico
○ Triage
○ Armoede
■ Toenemende en verborgen armoede moet je alert voor zijn
○ Milieu
○ Lokaal gezondheidsoverleg (LOGO)
● Leadership
8. Clinical competence
● ommunicatie
c
● samenwerken
● gezondheid bevorderen
● professionaliteit
● leiderschap
● steeds bijleren
9. Cultural competence
● Stad Antwerpen
○ 565.700 inwoners - 56.5% niet-Belgische herkomst
○ 173 verschillende nationaliteiten
○ 15.1% heeft nationaliteit buiten EU
● Taalproblemen
○ Vaak gebarentaal, zelfs IT (vertaalappps)
○ Probleem aanpakken via verschillende tools
● Eigen ‘health beliefs’
○ Over klachten en ziekten: hoe sommige klachten veel anders interpreteren dan
Belgen door hun eigen gewoontes en gedachten
● Eigen ‘gewoontes’
● Toon respect!
○ Vraag vanuit gezonde nieuwsgierigheid hoe het is bij jou? Kan/mag ik dit doen in
uw cultuur?
10. Commitment
● Ten aanzien van de patiënt
○ Wees betrokken bij wat je doet en toon die betrokkenheid
○ ‘Echte’ betrokkenheid
○ verantwoordelijkheid
● Ten aanzien van het beroep
○ Waardigheid en identiteit
○ Mentorschip - (op)leiding
● Ten aanzien van de lokale huisartsenkring
○ Samenwerking en collegialiteit
6