100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Other

Juridisch argumenteren begrippenlijst

Rating
-
Sold
-
Pages
18
Uploaded on
01-10-2025
Written in
2025/2026

Dit document bevat alle begrippen die de prof in de les aanduidde als belangrijk. In de linkse kolom staan de begrippen en rechts staat de uitleg/verklaring ervan. Gebruik dit document om de begrippen vanbuiten te leren of je inzicht van dit vak te verbeteren!

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 1, 2025
Number of pages
18
Written in
2025/2026
Type
Other
Person
Unknown

Subjects

Content preview

I. REDENEREN
Redeneren Aaneenschakelen van beweringen, waarbij 1 bewering
(conclusie) wordt afgeleid uit 1 of meerdere andere
beweringen (premissen)
→ binnen 1 persoon (monoloog)

Geldig redeneren Zuiver formeel criterium: geldig afleiden van conclusie uit
premissen
→ moeten niet gebaseerd zijn op waarheid!

Argumenteren Gericht op overtuigen
→ tussen 2 personen (dialoog)

Deugdelijk Argumenten die voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen
argumenteren

Juridisch Argumenteren in een specifieke context met eigen regels,
argumenteren gebruiken en vakterminologie

Drievuldig brein (triune Theorie dat het menselijk brein in 3 delen verdeelt:
brain) ●​ Reptielachtig brein
○​ → rigide, obsessief, compulsief, paranoïde
gedrag
●​ Oude zoogdierenbrein
○​ → emoties, drijfveren en motivatie,
kennisverwerving, tijdsbesef, geheugen, geur
●​ Recente zoogdierenbrein
○​ → bijzondere cognitieve functies, bv.
inventiviteit en abstract redeneervermogen

Humans vs. Econs Humans: echte mensen ⇒ niet louter rationeel
Econs: zuiver rationele actoren

Manipuleerbaarheid Manipuleren / aanzetten tot het maken van een keuze door in
(nudging) te spelen op het menselijk redeneren

Systeem 1 Snel, intuïtief nadenken
> door oefenen, inslijten
= automatische piloot, lekenkennis

Systeem 2 Traag, rationeel, bewust nadenken
→ vraagt moeite

Curse of knowledge Wanneer kennis vanzelfsprekend is (geworden), is deze vaak
ook moeilijker om over te dragen / uit te leggen

Conceptverruiming Naargelang de blootstelling (perceptie) gaan mensen neigen
door verminderde naar ruimer of nauwer denken over een bepaald concept
blootstelling ⇒ Ideeën worden rekbaarder

Voorwaardelijk Bepaalde zin of uitspraak (propositie) vormt voorwaarde voor
verband andere propositie

Propositie = bewering
Abstracte uitspraak die waar of onwaar kan zijn.



1

,Via-verbanden / Een ding of entiteit gebruiken (vehikelentiteit) om mentale
metonymie toegang te krijgen tot een andere entiteit (doelentiteit) die er
in onze ervaring nauw mee verbonden is
→ mentale shortcut, op associatie

Apofenie Neiging om verbanden te leggen tussen dingen die niet
gerelateerd zijn

Causale verbanden Neiging om samenhangende gebeurtenissen in een relatie van
oorzaak en gevolg tot elkaar te plaatsen

Correlatie Aangeven in welke mate variabelen verband met elkaar
houden

Als-het-ware Abstracte concepten (brondomein) voorstellen als concrete
verbanden / metaforen zaken (doeldomein)
→ Nuttig voor ‘framing’ van een debat
→ op gelijkenis

Gevolgtrekking / De activiteit waarmee je tot een besluit komt
inferentie

Voorwaardelijke Uitspraak die bestaat uit twee delen. Het ene deel geeft een
uitspraak (als-dan) voorwaarde (antecedens) aan; het tweede deel geeft een
gevolg (consequens) aan dat afhangt van de voorwaarde in
het eerste deel.

Inferentieel verband Andere benaming voor redenering
→ Concrete uitspraak over situatie

Conditioneel verband Andere benaming voor voorwaardelijke uitspraak
→ Blijft abstract

Noodzakelijke Zonder voorwaarde geen gevolg
voorwaarde

Voldoende voorwaarde Als vervuld, treedt gevolg sowieso in

Weerlegbare regels Als de voorwaarde vervuld is, treedt het gevolg in principe in,
tenzij er een uitzondering geldt
(Juridische normen)

Deductieve redenering Redenering waarbij de conclusie onomstotelijk volgt uit de
premissen
⇒ ‘Deductief geldig’

Inconsistentie Onmogelijkheid dat proposities tegelijk waar zijn

Consistentie Mogelijkheid dat proposities tegelijk waar zijn

Coherentie Geeft aan dat een aantal proposities elkaars
geloofwaardigheid ondersteunen

‘Puzzeldenkfout’ Door systeem 1 denken neiging om coherente verhalen als
waar te beschouwen



2

, Logica Normatieve studie van geldig deductief redeneren
→ Descriptief en normatief

Propositielogica Verband tussen proposities

Modale logica Geeft aan of propositie bevestigt of ontkent dat haar inhoud
mogelijk, onmogelijk, voorwaardelijk of noodzakelijk is

Contradictie Uitspraken die onmogelijk tegelijk waar en tegelijk onwaar
kunnen zijn.
→ Het één of het ander is waar, géén derde weg

Contrariteit Uitspraken die onmogelijk allebei waar kunnen zijn, maar
mogelijk wel allebei onwaar.
→ Max. 1 waar, mogelijk geen als derde weg

Subcontrariteit Uitspraken die mogelijk allebei waar kunnen zijn, maar
onmogelijk allebei onwaar.
→ Min. 1 waar, derde weg mogelijk

Vals dilemma Retorische truc om contraire uitspraken te presenteren als
contradictorische uitspraken.

Inferentieschema Fundamenteel geldige redeneervormen

Syllogisme Twee premissen - de majorpremisse (propositio maior) en
de minorpremisse (propositio minor) leiden tot een
deductief geldende conclusie.

Modus ponens Bevestiging van het antecedens.
Evil twin: bevestiging van het consequens.

Modus tollens Ontkenning van het consequens.
Evil twin: Ontkenning van het antecedens.

Voorwaardelijke De feitelijke waarheid van de premissen is de voorwaarde voor
geldigheid de praktische bruikbaarheid van de conclusie.
→ Geldige redenering moet aangevuld worden met vakkennis

Correcte (redenering) Geldig + feitelijk juiste premissen

Incorrecte (redenering) Geldig + feitelijk onjuiste premissen

Enthymeem Een redenering waarbij één of meerdere premissen worden
verzwegen.
→ Valt aan te vullen met het welwillendheidsprincipe: op de
meest redelijke of plausibele manier interpreteren

Inductief (redeneren) Het omgekeerde van deductief redeneren.
Een redenering waarbij je vertrekt vanuit een concreet geval
met als doel een algemene uitspraak te kunnen doen over
niet-geobserveerde gevallen.
→ Waarschijnlijk, betrouwbaar (niét zeker)

Falsificatie Wanneer je een conclusie van een inductieve redenering



3
$3.61
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
zoeporeba
5.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
zoeporeba Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
3 months
Number of followers
0
Documents
8
Last sold
6 days ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions