100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Volledige samenvatting Immunologie: Van verdediging tot tolerantie

Rating
-
Sold
-
Pages
107
Uploaded on
30-09-2025
Written in
2024/2025

NOTE: in de preview zijn de afbeeldingen NIET ZICHTBAAR door compressie van het document! Bij downloaden zijn de afbeeldingen wel zichtbaar. Dit document is een zelfgemaakte samenvatting van de lessen Immunologie: van verdediging tot tolerantie. De inhoud is gebaseerd op de slides, zoals gedoceerd door prof. Schrijvers en prof. De Somer. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit de PowerPoint. Naast de tussentitels kun je de symbolen 'X', '!' en '!!' terugvinden, dit correspondeert met de aanwezigheid van geen, 1 of 2 uitroeptekens op de slides van de professor.

Show more Read less
Institution
Course

















Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 30, 2025
File latest updated on
December 30, 2025
Number of pages
107
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

, Samenvatting Immunologie

Hoofdstuk 2: Cellen, organen, cytokines
Het immuunsysteem: van verdediging tot tolerantie
Verdediging tegen:
• Pathogenen (virus, bacterie, schimmel, parasiet)
• Lichaamsvreemd materiaal (RBC andere species)
• Kankercellen (eigen lichaamsvreemd materiaal)
—> Proberen vernietigen, fagocyteren en IC verwerken,
en via lymfe naar de gespecialiseerde organen
—> Naar het adaptieve immuunsysteem met T en B
cellen (die naar plaats van actie gaan)
Tolerantie van:
• Lichaamseigen structuren en cellen
• Ongevaarlijke lichaamsvreemde elementen


·
Het aangeboren en adaptief immuunsysteem




Bijvoorbeeld een vaccin:
• Aangeboren (innate) IS gaat snel reageren, na enkele dagen
gaat verworven (adaptief/acquired) IS rageren
—> // = hier kan een tijdspanne van dagen, maanden, jaren liggen
• Bij 2e vaccin: aangeboren IS gaat dezelfde respons genereren,
maar adaptief IS schiet nu veel sneller in gang, forsere
immuunreactie
De cellen

• Witte bloedcellen (leukocyten)
—> Granulocyten: neutrofielen, eosinofielen, basofielen
—> Monocyten, macrofagen
—> Dendritische cellen
—> Lymfocyten: T cellen, B cellen, innate lymphoid cells
—> Mastcellen
• Thymus
• Lymfeknoop, lymfevaten
• Milt

, Myeloïde en lymfoïde cellijn
Alle WBC in beenmerg aangemaakt
• Splitst snel in 2 lijnen: myeloide en lymfoide
• Myeloide: aanmaak van granulocyten, monocyten
(en macrofagen) en dendritische cellen
—> Ook de mast cellen in weefsels
• Lymfoide: aanmaak van T en B cel progenitors
en innate lymfoid cells (natural killer cells)
Myeloide cellijn




:
Uit deze cellijn ontstaan uiteindelijk:
• RBC
• Bloedplaatjes
• Granulocyten (neutrofielen, eosinofielen, basofielen) Bloed
• Monocyten
• Macrofagen
Weefsel



• Dendritische cellen
• Mast cellen
=> Cellen van het aangeboren immuunsysteem
Neutrofielen
Morfologie:
• 12-15 µm
• Gelobde kern (2-5 lobben)
• Ruim cytoplasma met fijne granules




• 50-70% vd leukocyten die in het bloed circuleren
—> 7-10u in het bloed voor migratie naar weefsels (overleven enkele dagen)
—> Migratie van bloed naar weefsel via chemotaxis: mbv chemokines
• Neutrofielen is meest abundante WBC in het bloed
• Ontwikkeling in beenmerg gestimuleerd door inflammatoire molecules (cytokines) en GF
• Transiënte stijging neutrofielen in het bloed = teken van ontsteking
• Fagocyteren + lyseren IC mbv enzymes en antimicrobiële proteinen (granules fuseren met fagosoom)
• Scheiden antimicrobiële proteinen af en genereren NETs (neutrophil extracellular traps) voor bacteriën
—> Geheel vormt etter/put
• Secreteren cytokines die oa functie B en T lymfocyten mee reguleert

· Eosinofielen
Morfologie:
• 12-17 µm
• Tweelobbige kern
• Ruim cytoplasma met 2 soorten granules (grote eosinofiele en
kleine azurofiele)

, • 1-3% (<6%) van circulerende leukocyten
• Belang in verdediging tegen parasitaire wormen
• Rol in asthma en allergische symptomen
• Secreteren cytokines die functie van B en T lymfocyten, mastcellen, basofielen mee reguleert

· Basofielen

Morfologie
• 7-11 µm
• Tweelobbige kern (vaak verscholen achter granules)
• Ruim cytoplasma met 2 types granules
—> Azurofiele granules (lysosomen)
• Meeste in het beenmerg (ontwikkelen daar) —> Specifieke granules (met histamine, leukotriënen, IL4, IL13…
• Minder dan 1% vd circulerende leukocyten
—> Circuleren 5-6u voor migratie naar weefsels
• Rol in verdediging tegen parasitaire wormen (vb helminthen, gaat van bloed naar weefsels)
• Faciliteren migratie van andere immuuncellen naar infectieplaats via vasodilatatie (granule vrijzetting)
• Rol in allergische symptomen (IgE binding)

·
Monocyten en macrofagen
Morfologie
• Grote onregelmatige cellen
• Kern met indeukingen
• Vesikels in cytoplasma

• Componenten van aangeboren immuunsysteem, afkomstig uit myeloide cellijn
—> Monocyten en macrofagen zijn myeloide antigeen presenterende cellen (APCs)
• Zijn 2-12% van de circulerende leukocyten
• Differentiëren tot macrofagen in de weefsels
Deel afkomstig van inflammatoire monocyten
• Migreren naar aanleiding van een infectie in de weefsels
—> Differentieren in inflammatoire macrofagen
• Hebben APC activiteit
• Experten in fagocytose waardoor ze pathogenen verwijderen
Deel is weefsel-residente macrofagen
• Al in embryonale fase aanwezig (niet afkomstig van inflammatoire monocyten)
• In veel weefsels als specifiek celtype met weefselspecifieke functies
• Kunnen aan self-renewal doen (blijven dus in de weefsels)
• Hebben APC activiteit
—> APCs: vernietigen lichaamsvreemd materiaal, verwerken het en presenteren het aan andere elementen van het IS


Dendritische cellen
Morfologie
• Hebben fijne en uitgesproken dendrieten




• Aanwezig in weefsels (amper in perifeer bloed)
• In weefsels monitoren ze invaderende pathogenen
—> Nemen antigenen op (fagocytose - RM endocytose - pinocytose), verwerken ze en migreren naar lymfoide organen
• Presenteren antigenen aan het adaptieve immuunsysteem
=> Zijn in staat om antigenen op 1 plaats te adapteren en op een andere plaats te presenteren (APC functie)
Myeloide APCs: monocyten, macrofagen en dendritische cellen
• Als in aanraking met pathogeen in infectiehaard:
—> Fagocytose van pathogeen
—> Stukje peptide van pathogeen verwerken en op celmembraan van APC
gepresenteerd aan T cellen
=> Boodschappers die vanuit infectiehaard —> lymfeknopen gaan om de T
cellen te activeren

Lymfoïde cellen

1. B lymfocyten of B cellen
2. T lymfocyten of T cellen
3. Innate lymphoid cells, natural killer cells (ILCs): eigenschappen van
zowel aangeboren en verworven IS)
Morfologie: grote kern, weinig cytoplasma
B cel heeft een BCR (een membraangebonden immunoglobuline)
—> Kan omgevormd w tot plasma cel, maakt een Ig aan als een fabriek
NK cellen hebben granules die andere cellen kunnen vernietigen


Mast cellen

Morfologie
• Grote kern
• Vol granules


• Aanwezig in huid, slijmvliezen, bindweefsel van organen (niet in perifeer bloed)
• Verschillende granulen en kunnen pro-inflammatoire mediatoren (cytokines) vrijstellen
• In weefsels monitoren ze aanwezigheid van pathogenen
• Spelen rol in verdediging tegen parasitaire infecties en allergische reacties

, Hoe verschillende cellen in het bloed herkennen?
Via microscopie: RBC, bloedplaatjes, verschillende cellen van myeloide witte bloedcellijn, lymfocyten (geen onderscheid tussen B of T)
Via flowcytometrie: onderscheid tussen B en T lymfocyten

• Rode bloedcel (erythrocyt)
• Monocyt
Myeloide reeks
• Granulocyt: type neutrofiel
• Bloedplaatje (trombocyt)
• Lymfocyt Lymfoide reeks




De organen

·
Primair en secundair lymfoid weefsel




• T- cell progenitor cellen w aangemaakt in beenmerg —> thymus
• Rijpen in thymus verder tot mature, naieve T cel
—> Worden doorheen thymus rondgeleid om verder te matureren
—> Testen of ze functioneel (niet auto-reactief) zijn dmv selectieprocessen


CMJ = corticomedullaire junctie
—> overgang tussen cortex (buitenste deel) en medulla (binnenste deel)



Secundaire lymfoide organen/entiteiten

= de legerkazernes van de actieve (effector)cellen
• Aparte organen: lymfeknopen + lymfevaten, milt, tonsillen
• Minder gecompartimentaliseerd (geen duidelijk afgebakende organen, diffuus verspreid in andere weefsels)
• In associatie met andere organen (in context van bestaande organen)
—> Typisch in barrière weefels: in de mucosa van vb GI tract (MALT) of in de huid
- De lymfeknoop (secundair lymfoid orgaan)
• Boonvormig omkapseld met 3 belangrijke zones: cortex,
paracortex en medulla
• Bevat stromale cellen (bw) en immuuncellen (zoals lymfocyten,
macrofagen en dendritische cellen)
• Krijgt toevoer van lymfe- en bloedvaten
—> Cellen komen binnen via aanvoerende lymfatische vaten (ook
afvoerende lymfevaten)

, Cortex




:
= buitenste laag, bevat:
• Kapsel
• B lymfocyten (georganiseerd in B follikels) om te matureren
• Ook wat macrofagen en folliculair dendritische cellen in de
subcapsulaire sinus (holte)
—> Folliculair dendritische cellen zijn van mesenchymale origine
=/= dendritische cellen
Paracortex



: •

Medulla
Bevat vnl T lymfocyten (ook dendritische cellen)



• Bevat vnl antistof producerende plasmacellen
• Plaats waar cellen lymfeknoop verlaten (efferente lymfevaten)

Organisatie van de lymfeknoop

IN
• Naieve lymfocyten circuleren in bloed —> via HEVs (hoog endotheel venules) de
(para)cortex binnen
—> HEVs hebben heel grote endotheelcellen waartussen lymfocyten wringen om van
bloed naar lymfeknoop te gaan
• APCs en antigeen komt via de afferente lymfevaten toe
UIT
• Cellen verlaten lymfeknoop via efferente lymfevaten
=> Georganiseerd om alles te draineren en eventeel aan te bieden aan T en B cellen
Lymfevaten
Functies:
1. Afvoeren overtollig interstitieel vocht voor recollectie in veneuze circulatie
2. Transport van ontstekingsvocht richting lymfeknopen voor uitschakelen
van vb virus door T en B cellen in de lymfeknopen

Lymfevocht
Bevat lymfe: WBC + eiwitrijke vloeistof (afkomstig van plasma dat in de IS ruimte lekt, 2.9L per dag recycleren)
Lymfecapillairen hebben een dunnere wand en zijn poreuser dan bloedvaten
• 1 laag losmazige endotheelcellen die kleppen hebben (valven
—> 1 richtingskleppen, zorgen samen met spierweefsel voor trage lymfestroom

De milt
• Langwerpig ovoid orgaan in de L hypochonder in abdominale holte
• Belangrijk voor afweer tegen bloedgebonden infecties (systemische infecties) want aangesloten op bloedbaan
—> In tegenstelling tot lymfeknopen die vooral tegen lokale weefselinfecties reageren

, De milt: immuunrespons tegen bloedgebonden pathogenen




·
• Enkel aanvoer via bloed (miltslagader, a lienalis) van vb antigenen
—> Dus niet geconnecteerd met lymfevatenstelsel
• Milt is omkapseld
• 2 belangrijke zones: rode pulpa en witte pulpa, gescheiden door de marginale zone
Rode pulpa

Sinusoiden met rode bloedcellen
• Plaats waar oude RBC afsterven
• Resten (ijzerbevattend pigment resten van Hb) w opgeruimd door daar aanwezige macrofagen
Witte pulpa
Bevat:
• B cel follikels
• PALS: periarteriolaire lymfoide sheath
—> Zone rond aftakking van miltslagader rijk aan T lymfocyten

Marginale zone
= zone tussen rode en witte pulpa
Bevat: gespecialiseerd dendritische cellen, macrofagen, unieke B cel populatie (marginale zone B cellen, MZ B cellen)

Barrière organen
Ook T cel zones en B cel follikels in de huid, mucosa van GI stelsel, luchtwegenstelsel of urogenitale tractus —> thv barrières
• Allemaal samen: mucosa-associated lymphoid tissue (MALT)
—> BALT (bronchus), NALT (nasal), GALT (gut), SALT (skin)

• T cel zones en B cel follikels afgeschermd van omgeving door meerlagig
(huid) of eenlagig epitheel (GI, luchtwegen, urogenitale tractus)
—> Epitheelcellen bieden functionele barrière tegen pathogenen
—> Geven ook signalen af bij infectie: cytokines, chemokines, antimicrobiële
componenten
• Gespecialiseerde epitheel cellen: M cellen
—> Kunnen antigenen van vb intestinaal lumen transporteren naar
onderliggende lamina propria



• Dendritische cellen onder epitheel, zelf eentje die dendriet tot in lumen steekt —> partikel opnemen zonder barrièrebreuk
• Componenten liggen dicht bij elkaar = makkelijker lokale immuunrespons
• In lamina propria zitten T cel zone en B cel follikels
—> W na contact met antigen geactiveerd en gaan IgA antistoffen afscheiden (kan doorheen epitheel om pathogeen uit te schakelen)

,De cytokines

= proteinen die zorgen voor communicatie tussen de cellen
• Geproduceerd en gesecreteerd door een cel (veelal immuuncel) in antwoord op een bepaalde stimulus
—> Productie en secretie meestal kort en tgv nieuwe gen txn en tln
• Zorgen voor communicatie door te binden op een specifieke cytokine receptor die op specifieke cellen tot expressie komt
• Mediëren en reguleren ontstekingsprocessen en immuuunreacties
• Effecten zijn lokaal (auto- en paracrien) en soms systemisch (endocrien) bij forse infecties
Nomenclatuur
• Interleukines
—> IL1, IL2, … IL40
• Chemokines = chemotactische cytokines
—> CXCL, CCL, XCL, CX3CL
• Soms behouden historische naam
—> IFN = interferonen; TNF = tumor necrosis factor; TGF-beta = transforming growth factor beta
• Sommige hebben functionele naam
—> GM-CSF = granulocyt/monocyt colony stimulating factor
• Zes grote families:
—> IL-1 familie
—> Class 1 (hematopoietin) cytokine familie
—> Class 2 (interferon) cytokine familie
—> TNF familie
—> IL-17 familie
—> Chemokines

Cytokines
= pro-inflammatoire cytokines met lokaal en systemisch effect
• Belangrijkste, pro-inflammatoir, koortsinducerend
• IL33 = alarmine


• Proliferatie (vb IL-2), sturen van T en B cel functies (vb IL-4 en IL-6),
productie bep WBC stimuleren en groeifactoren (vb GM-CSF)


• Type 1 IFN (IFN-α en -β): antiviraal
—> Sterk paracrien effect, buren waarschuwen (maken ter voorbereiding antiviralen)
• Type 2 IFN (IFN-γ): helpen macrofagen IC pathogenen te vernietigen, stimuleren
differentiatie naar cytotoxische T cellen
• IL-10: sterk anti-inflammatoir

, • TNF: pro-inflammatoir cytokine
—> Alfa en beta bealngrijkste
• Overige reguleren lymfocyt functie


• Pro-inflammatoire en neutrofielmobiliserende cytokines
—> Sterke neutrofiel stimulerende en aanmakende rol


• Chemotactische cytokines (vb IL-8)
—> Met bepaalde nomenclatuur, soms overlap (IL-8 = CXCL8)




Cytokine receptoren

• Cytokines binden op receptoren op specifieke cellen
—> Dan dimerisatie van de receptor (een heterodimere receptor)
• JAK: eiwitten die andere eiwitten gaan fosforyleren na binding van de cytokine
—> Vanaf ze dichter w gebracht beginnen ze te fosforyleren
—> Daaraan kunnen STAT molecules binden, als deze gefosforyleerd zijn doen ze een
conformatieverandering en gaan ze in de nucleus txn bevorderen


• Ander systeem bij TNF: trimere receptor
—> Via een complexe cascades tot nuclear factor kappa B
—> Pro inflammatoire respons




Toepassing: links verschuiving




Hoofdstuk 3: Het aangeboren immuunsysteem: de barrières, de herkenning en vernietigen van indringers
Het aangeboren immuunsysteem
= altijd dezelfde respons
• Beperkt spectrum: alle cellen herkennen quasi elke indringer
• Zit in ons DNA, is vooraf gecodeerd
• Herkennen bepaalde patronen van pathogenen

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
iezalynne Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
12
Member since
4 months
Number of followers
3
Documents
13
Last sold
2 weeks ago
Student geneeskunde NIEUWE CURRICULUM

Ik zit momenteel in de 3e fase van de bachelor geneeskunde (nieuw curriculum) en maak elke examenperiode samenvattingen in dezelfde stijl.

4.0

2 reviews

5
0
4
2
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions