BRONNEN EN BEGINSELEN: PERSONEN
Henri De Page en Jean Dabin en … p.3
De Page: Belgisch jurist, Dabin: Belgisch hoogleraar in de rechten KUL
Dezelfde elementen in de definities van wat recht is:
- Recht is gericht op de normatieve ordening in en van de samenleving
- Recht is een geheel van regels en voorschriften
- Recht is uitgevaardigd door of krachtens het maatschappelijk gezag
- Recht is afdwingbaar door of krachtens het maatschappelijk gezag
Wesley Hohfield (1879 – 1918) p.6-7
Amerikaanse rechtsfilosoof
“Een nieuwe analyse van het begrip recht, de ‘Juristic Conceptions-theorie’
Maakte onder de subjectieve rechten begrepen als heerschappij (“ik heb recht op”) een onderscheid
tussen een aantal begrippen die elk op een ander type van relaties tussen personen duiden.
- Aanspraak (claim)
- Vrijheid (privilege)
- Macht of bevoegdheid (power)
- Immuniteit (immunity)
Thomas Hobbes (1588 – 1679) p.16-17
Engelse politieke filosoof
Werk: Levithian, 1651
- Homo homini lupus: de mens als wolf voor de medemens
- Motivatie van de mens ligt in het goede voor zichzelf, ook al ten koste van anderen
- Kan leiden tot conflicten: oorlog allen tegen allen
Dit voorkomen: natuurwetten (lex naturalis)
- Meest omvattende natuurwet: streven naar vrede
Dit waarborgen: creatie van een politieke orde één machthebber of soeverein:
- Bepaalt welke handelingen verenigbaar zijn met de natuurwetten
- Vaardigt concrete regels of positieve wetten uit
- Wetten met geweld afdwingen
- Geschillen beslechten
- Op basis van sociaal contract
Absolute macht
John Locke (1632 – 1704) p.17-18
Engels filosoof
1
, Werk: Two Treatises of Government, 1690
- Mensen kunnen samenleven zonder dat een staat nodig is
o Sociaal contract tussen vrije en gelijke individuen
- Geschillen een derde oprichten: de Staat
- Twee machten gescheiden (scheiding der machten)
o Natuurrechten definiëren: wetgevende macht
o Rechten afdwingen en geschillen beslechten: uitvoerende macht
- Participatie van burgers door vertegenwoordigers: verkozen in verkiezingen
Macht Staat niet absoluut, volkssoevereiniteit
Jean-Jacques Rousseau (1712 – 1778) p.18
Zwitserse filosoof
Werk: Du contrat social (1762)
- Collectieve benadering sociaal contract
- Individu is vrij maar komt onder druk door machtsrelaties
- Daarom moeten individuen hun eigen wil inruilen voor de algemene wil/ la volonté générale
die de uitdrukking is van het geheel van mensen
o Regering moet volkswil uitoefenen
o Volksvergaderingen, geen volksvertegenwoordigers want te veel macht
Extreme volkssoevereiniteit
Frederik Peeraer (1989 - …) p.21-22, p.28
Auteur, docent Universiteit Antwerpen
Werk: Algemene rechtsleer, 2020
1. P.21-22
Volgens Peeraer hanteert een wetspositivist volgende uitgangspunten:
- De wil van de wetgever is de enige bron van recht.
- Enkel de regels die door de staat volgens de geijkte procedures worden uitgevaardigd zijn
rechtsregels. Buiten de staat is er geen recht.
- De beoefening van het recht is een waardenvrije discipline. Zij moet streven naar objectieve
en beschrijvende analyse van de wil van de wetgever, zoals geuit in de wet.
- Er is geen noodzakelijke band tussen recht en moraal, anders gezegd, tussen wat feitelijk is
en wat zou moeten zijn (zijn en behoren). De rechtsregels die de wetgever uitvaardigt,
worden niet op hun inhoud gecontroleerd. De wetgever is niet gebonden aan ethische
principes of morele waarden.
Bv: Rassenwetten
2. P.28
Deelt rechtsvaardigheidstheorieën op in 2 grote groepen:
- Gedragsgeoriënteerde theorieën
2
Henri De Page en Jean Dabin en … p.3
De Page: Belgisch jurist, Dabin: Belgisch hoogleraar in de rechten KUL
Dezelfde elementen in de definities van wat recht is:
- Recht is gericht op de normatieve ordening in en van de samenleving
- Recht is een geheel van regels en voorschriften
- Recht is uitgevaardigd door of krachtens het maatschappelijk gezag
- Recht is afdwingbaar door of krachtens het maatschappelijk gezag
Wesley Hohfield (1879 – 1918) p.6-7
Amerikaanse rechtsfilosoof
“Een nieuwe analyse van het begrip recht, de ‘Juristic Conceptions-theorie’
Maakte onder de subjectieve rechten begrepen als heerschappij (“ik heb recht op”) een onderscheid
tussen een aantal begrippen die elk op een ander type van relaties tussen personen duiden.
- Aanspraak (claim)
- Vrijheid (privilege)
- Macht of bevoegdheid (power)
- Immuniteit (immunity)
Thomas Hobbes (1588 – 1679) p.16-17
Engelse politieke filosoof
Werk: Levithian, 1651
- Homo homini lupus: de mens als wolf voor de medemens
- Motivatie van de mens ligt in het goede voor zichzelf, ook al ten koste van anderen
- Kan leiden tot conflicten: oorlog allen tegen allen
Dit voorkomen: natuurwetten (lex naturalis)
- Meest omvattende natuurwet: streven naar vrede
Dit waarborgen: creatie van een politieke orde één machthebber of soeverein:
- Bepaalt welke handelingen verenigbaar zijn met de natuurwetten
- Vaardigt concrete regels of positieve wetten uit
- Wetten met geweld afdwingen
- Geschillen beslechten
- Op basis van sociaal contract
Absolute macht
John Locke (1632 – 1704) p.17-18
Engels filosoof
1
, Werk: Two Treatises of Government, 1690
- Mensen kunnen samenleven zonder dat een staat nodig is
o Sociaal contract tussen vrije en gelijke individuen
- Geschillen een derde oprichten: de Staat
- Twee machten gescheiden (scheiding der machten)
o Natuurrechten definiëren: wetgevende macht
o Rechten afdwingen en geschillen beslechten: uitvoerende macht
- Participatie van burgers door vertegenwoordigers: verkozen in verkiezingen
Macht Staat niet absoluut, volkssoevereiniteit
Jean-Jacques Rousseau (1712 – 1778) p.18
Zwitserse filosoof
Werk: Du contrat social (1762)
- Collectieve benadering sociaal contract
- Individu is vrij maar komt onder druk door machtsrelaties
- Daarom moeten individuen hun eigen wil inruilen voor de algemene wil/ la volonté générale
die de uitdrukking is van het geheel van mensen
o Regering moet volkswil uitoefenen
o Volksvergaderingen, geen volksvertegenwoordigers want te veel macht
Extreme volkssoevereiniteit
Frederik Peeraer (1989 - …) p.21-22, p.28
Auteur, docent Universiteit Antwerpen
Werk: Algemene rechtsleer, 2020
1. P.21-22
Volgens Peeraer hanteert een wetspositivist volgende uitgangspunten:
- De wil van de wetgever is de enige bron van recht.
- Enkel de regels die door de staat volgens de geijkte procedures worden uitgevaardigd zijn
rechtsregels. Buiten de staat is er geen recht.
- De beoefening van het recht is een waardenvrije discipline. Zij moet streven naar objectieve
en beschrijvende analyse van de wil van de wetgever, zoals geuit in de wet.
- Er is geen noodzakelijke band tussen recht en moraal, anders gezegd, tussen wat feitelijk is
en wat zou moeten zijn (zijn en behoren). De rechtsregels die de wetgever uitvaardigt,
worden niet op hun inhoud gecontroleerd. De wetgever is niet gebonden aan ethische
principes of morele waarden.
Bv: Rassenwetten
2. P.28
Deelt rechtsvaardigheidstheorieën op in 2 grote groepen:
- Gedragsgeoriënteerde theorieën
2