Jurisprudentie midterm privaatrecht:
- Quint/Te Poel: er is nu een beperkt open stelsel, want art. 6:1 BW geeft nu aan dat
verbintenissen kunnen voortvloeien uit de wet, dus niet alleen maar letterlijk uit de
wet moeten komen.
- Hofland/Hennis: Een advertentie waarin een zaak wordt aangeboden kan niet worden
gezien als geldend aanbod, maar als een uitnodiging tot onderhandelen.
- Eelman/Hin: Wanneer wil en verklaring niet overeenkomen is er in beginsel geen
sprake van een rechtshandeling, de wederpartij kan echter beschermd worden door
art. 3:35 BW: gerechtvaardigd vertrouwen
- Otto: Als men weet of behoort te weten dat de wil van de wederpartij ontbreekt, dan
is men niet te goeder trouw en is er dus geen overeenkomst. (Onderzoeksplicht)
- Baris/Riezenkamp: Men heeft een onderzoeksplicht op grond van te goeder trouw en
redelijkheid en billijkheid, maar deze komt soms te vervallen wanneer er een
mededelingsplicht was bij de andere partij.
- Gerards/Vijverberg: Een partij kan een overeenkomst vernietigen wegens dwaling,
ook al is er een exoneratie- of vrijwaringsbeding in de overeenkomst.
- Booy/Wisman: Een overeenkomst kan vernietigbaar zijn op grond van dwaling
wanneer de wederpartij een onjuiste mededeling doet over een essentieel kenmerk
waarop de dwalende partij mocht vertrouwen, ook al die geen eigen onderzoek heeft
gedaan.
- Van Geest/Nederlof: Een overeenkomst is vernietigbaar wegens dwaling wanneer de
verkoper essentiële informatie verzwijgt die hij uit goed fatsoen had moeten
meedelen, ook als de koper geen eigen onderzoek doet en er een ‘zoals gezien’
beding is opgenomen. ‘Mededelingsplicht is belangrijker dan onderzoeksplicht’
- Bunde/Erckens: Een overeenkomst komt niet tot stand indien partijen een voor
misverstand vatbare uitdrukking gebruiken die zij elk verschillend interpreteren, en
uit wederzijdse verklaring en gedragingen blijkt dat er geen gemeenschappelijk
begrip was ontstaan over deze uitdrukking tijdens het onderhandelen.
- Haviltex: De uitleg van een overeenkomst hangt niet alleen af van de taalkundige
betekenis, maar ook van de bedoeling van de partijen. De tekst is dus het vertrekpunt
en de bedoelingen zijn leidend.
- Quint/Te Poel: er is nu een beperkt open stelsel, want art. 6:1 BW geeft nu aan dat
verbintenissen kunnen voortvloeien uit de wet, dus niet alleen maar letterlijk uit de
wet moeten komen.
- Hofland/Hennis: Een advertentie waarin een zaak wordt aangeboden kan niet worden
gezien als geldend aanbod, maar als een uitnodiging tot onderhandelen.
- Eelman/Hin: Wanneer wil en verklaring niet overeenkomen is er in beginsel geen
sprake van een rechtshandeling, de wederpartij kan echter beschermd worden door
art. 3:35 BW: gerechtvaardigd vertrouwen
- Otto: Als men weet of behoort te weten dat de wil van de wederpartij ontbreekt, dan
is men niet te goeder trouw en is er dus geen overeenkomst. (Onderzoeksplicht)
- Baris/Riezenkamp: Men heeft een onderzoeksplicht op grond van te goeder trouw en
redelijkheid en billijkheid, maar deze komt soms te vervallen wanneer er een
mededelingsplicht was bij de andere partij.
- Gerards/Vijverberg: Een partij kan een overeenkomst vernietigen wegens dwaling,
ook al is er een exoneratie- of vrijwaringsbeding in de overeenkomst.
- Booy/Wisman: Een overeenkomst kan vernietigbaar zijn op grond van dwaling
wanneer de wederpartij een onjuiste mededeling doet over een essentieel kenmerk
waarop de dwalende partij mocht vertrouwen, ook al die geen eigen onderzoek heeft
gedaan.
- Van Geest/Nederlof: Een overeenkomst is vernietigbaar wegens dwaling wanneer de
verkoper essentiële informatie verzwijgt die hij uit goed fatsoen had moeten
meedelen, ook als de koper geen eigen onderzoek doet en er een ‘zoals gezien’
beding is opgenomen. ‘Mededelingsplicht is belangrijker dan onderzoeksplicht’
- Bunde/Erckens: Een overeenkomst komt niet tot stand indien partijen een voor
misverstand vatbare uitdrukking gebruiken die zij elk verschillend interpreteren, en
uit wederzijdse verklaring en gedragingen blijkt dat er geen gemeenschappelijk
begrip was ontstaan over deze uitdrukking tijdens het onderhandelen.
- Haviltex: De uitleg van een overeenkomst hangt niet alleen af van de taalkundige
betekenis, maar ook van de bedoeling van de partijen. De tekst is dus het vertrekpunt
en de bedoelingen zijn leidend.