Inleiding privaatrecht
semester 1:
Blok 2 Aansprakelijkheidsrecht
Week 39:
Verbintenissen en hun ontstaan:
Verbintenis = een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer
personen op grond waarvan een en recht heeft op een prestatie (crediteur,
schuldeiser) waartoe de ander verplicht is die te verrichten (debiteur, schuldenaar)
Art 6:1 BW “Verbintenissen kunnen slechts ontstaan indien dit uit de wet
voortvloeit”
Dit wordt echter duidelijk in HR Quint-Te Poel duidelijk dat het niet altijd
specifiek in de wet hoeft te staan, als het in het stelsel van de wet past en
aansluit bij de wet in de wet geregelde gevallen past is dit een oplossing.
Bronnen van verbintenissen
Overeenkomst
Wet
Ongeschreven recht (open systeem van het verbintenissenrecht, maar het
moet wel passen bij de in de wet gegeven regels)
Verschil: de structuur
De inhoud: Overeenkomsten worden vrijwillig aangegaan en bepalen de
rechtsgevolgen. Bij een onrechtmatige daad is het de wet die het rechtsgevolg
verbindt aan de partijen, dit is dus onpartijdig aan de wil van de partijen.
Plaatsbepaling onrechtmatige daad: deze is een feitelijke handeling, aangezien het
rechtsgevolg niet voor ogen was in deze gevallen.
Onrechtmatige daad heeft twee beginselen:
1. “Ieder draagt eigen schade”
2. “Breng geen schade toe”
In art 6:162 lid 1 BW staat hierover: “Hij die jegens een ander een onrechtmatige
daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend is verplicht de schade die de ander
dientegevolge leidt, te vergoeden”
Hier zijn een aantal vereisten voor: art. 6:162 BW
1. Er is sprake van een gedraging: doen of nalaten
2. De gedraging is onrechtmatig - relativiteitsvereiste art. 6:163 BW
3. Toerekenbaarheid, het moet aan zijn schuld zijn te wijten
4. Er moet sprake zijn van schade
5. Er moet een causaal verband zijn tussen de onrechtmatige daad en de
schade (csqn-verband)
, De gedraging is onrechtmatig - relativiteitsvereiste art. 6:163 BW
In art. 6:162 lid 2 BW staan verschillende onderdelen: de gevaltypen
Inbreuk op subjectief recht: het recht op leven of bijvoorbeeld eigendom, of
bepaalde grondrechten. Van een inbreuk hierop is pas sprake als het een
directe, rechtstreekse of opzettelijke schending van het subjectieve recht.
HR Zwiepende tak: de Hoge Raad oordeelt hier dat niet iedere inbreuk op het
subjectieve recht een onrechtmatige daad is, alleen indien de kans op letsel de
veroorzaker had behoren te weerhouden van zijn gedraging is de inbreuk
onrechtmatig.
Doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht: maar alleen indien de
geschonden norm strekt tot bescherming van het getroffen belang (art. 6:163
BW: relativiteitsvereiste)
- NJ Tilburgse tandartsen: een tandarts die niet de benodigde papieren had, zijn
collega tandartsen vonden dat zij hierdoor schade hadden opgelopen en diende
een schadevergoedingsverzoek in. De Hoge Raad oordeelde echter dat de wet
niet aangaf dat concurrenten een schadevergoeding zouden kunnen krijgen,
alleen de patiënten zouden hiermee beschermd moeten worden. Volgens de wet
zouden de collega tandartsen dus niks krijgen en anders zou dit tegen het
legaliteitsbeginsel in gaan.
- HR Duwbak Linda:
- HR Iraanse Vluchtelingen: de aanvraag van een status tot vluchteling, pas na 5
jaar was deze toegewezen. In deze 5 jaar kon zij niet werken en heeft ze dus
inkomen gemist. De Hoge Raad besluit echter dat de toelating tot vluchteling om
humanitaire redenen plaatsvind om iemand te beschermen tegen vervolging in
het land van herkomst. De schending van de regels door de staat leidt dus niet
tot een schadevergoeding.
Maatschappelijke zorgvuldigheid: binnen deze groep zijn verschillende groepen
- Hinder,
- Huiselijke- of privesituaties
- Relativiteitsvereiste
- Schending van verkeersnormen
- Werkgeversaansprakelijkheid
- Overheidsaansprakelijkheid
- Sport en spel, hierbij gelden andere normen
- Gevaarzetting, hierbij is het bekende arrest Kelderluik, hierbij werd bepaald
door de Hoge Raad dat er wordt bepaald of een gevaarzetting onrechtmatig is
aan de hand van verschillende gezichtspunten:
- De waarschijnlijkheid van schade
- De omvang van de schade
- De bezwaarlijkheid van de voorzorgsmaatregelen
Toerekenbaarheid, het moet aan zijn schuld zijn te wijten
volgens art. 6:162 lid 3 BW. Schuld, verwijtbaarheid (schuldaansprakelijkheid).
Toerekening krachtens de wet:
- art. 6:164 jo. 6:169 BW kinderen < 14 jaar
- art. 6:165 lid 1 BW: geestelijke of lichamelijke tekortkoming
Toerekening krachtens de in het verkeer geldende opvatting
semester 1:
Blok 2 Aansprakelijkheidsrecht
Week 39:
Verbintenissen en hun ontstaan:
Verbintenis = een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer
personen op grond waarvan een en recht heeft op een prestatie (crediteur,
schuldeiser) waartoe de ander verplicht is die te verrichten (debiteur, schuldenaar)
Art 6:1 BW “Verbintenissen kunnen slechts ontstaan indien dit uit de wet
voortvloeit”
Dit wordt echter duidelijk in HR Quint-Te Poel duidelijk dat het niet altijd
specifiek in de wet hoeft te staan, als het in het stelsel van de wet past en
aansluit bij de wet in de wet geregelde gevallen past is dit een oplossing.
Bronnen van verbintenissen
Overeenkomst
Wet
Ongeschreven recht (open systeem van het verbintenissenrecht, maar het
moet wel passen bij de in de wet gegeven regels)
Verschil: de structuur
De inhoud: Overeenkomsten worden vrijwillig aangegaan en bepalen de
rechtsgevolgen. Bij een onrechtmatige daad is het de wet die het rechtsgevolg
verbindt aan de partijen, dit is dus onpartijdig aan de wil van de partijen.
Plaatsbepaling onrechtmatige daad: deze is een feitelijke handeling, aangezien het
rechtsgevolg niet voor ogen was in deze gevallen.
Onrechtmatige daad heeft twee beginselen:
1. “Ieder draagt eigen schade”
2. “Breng geen schade toe”
In art 6:162 lid 1 BW staat hierover: “Hij die jegens een ander een onrechtmatige
daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend is verplicht de schade die de ander
dientegevolge leidt, te vergoeden”
Hier zijn een aantal vereisten voor: art. 6:162 BW
1. Er is sprake van een gedraging: doen of nalaten
2. De gedraging is onrechtmatig - relativiteitsvereiste art. 6:163 BW
3. Toerekenbaarheid, het moet aan zijn schuld zijn te wijten
4. Er moet sprake zijn van schade
5. Er moet een causaal verband zijn tussen de onrechtmatige daad en de
schade (csqn-verband)
, De gedraging is onrechtmatig - relativiteitsvereiste art. 6:163 BW
In art. 6:162 lid 2 BW staan verschillende onderdelen: de gevaltypen
Inbreuk op subjectief recht: het recht op leven of bijvoorbeeld eigendom, of
bepaalde grondrechten. Van een inbreuk hierop is pas sprake als het een
directe, rechtstreekse of opzettelijke schending van het subjectieve recht.
HR Zwiepende tak: de Hoge Raad oordeelt hier dat niet iedere inbreuk op het
subjectieve recht een onrechtmatige daad is, alleen indien de kans op letsel de
veroorzaker had behoren te weerhouden van zijn gedraging is de inbreuk
onrechtmatig.
Doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht: maar alleen indien de
geschonden norm strekt tot bescherming van het getroffen belang (art. 6:163
BW: relativiteitsvereiste)
- NJ Tilburgse tandartsen: een tandarts die niet de benodigde papieren had, zijn
collega tandartsen vonden dat zij hierdoor schade hadden opgelopen en diende
een schadevergoedingsverzoek in. De Hoge Raad oordeelde echter dat de wet
niet aangaf dat concurrenten een schadevergoeding zouden kunnen krijgen,
alleen de patiënten zouden hiermee beschermd moeten worden. Volgens de wet
zouden de collega tandartsen dus niks krijgen en anders zou dit tegen het
legaliteitsbeginsel in gaan.
- HR Duwbak Linda:
- HR Iraanse Vluchtelingen: de aanvraag van een status tot vluchteling, pas na 5
jaar was deze toegewezen. In deze 5 jaar kon zij niet werken en heeft ze dus
inkomen gemist. De Hoge Raad besluit echter dat de toelating tot vluchteling om
humanitaire redenen plaatsvind om iemand te beschermen tegen vervolging in
het land van herkomst. De schending van de regels door de staat leidt dus niet
tot een schadevergoeding.
Maatschappelijke zorgvuldigheid: binnen deze groep zijn verschillende groepen
- Hinder,
- Huiselijke- of privesituaties
- Relativiteitsvereiste
- Schending van verkeersnormen
- Werkgeversaansprakelijkheid
- Overheidsaansprakelijkheid
- Sport en spel, hierbij gelden andere normen
- Gevaarzetting, hierbij is het bekende arrest Kelderluik, hierbij werd bepaald
door de Hoge Raad dat er wordt bepaald of een gevaarzetting onrechtmatig is
aan de hand van verschillende gezichtspunten:
- De waarschijnlijkheid van schade
- De omvang van de schade
- De bezwaarlijkheid van de voorzorgsmaatregelen
Toerekenbaarheid, het moet aan zijn schuld zijn te wijten
volgens art. 6:162 lid 3 BW. Schuld, verwijtbaarheid (schuldaansprakelijkheid).
Toerekening krachtens de wet:
- art. 6:164 jo. 6:169 BW kinderen < 14 jaar
- art. 6:165 lid 1 BW: geestelijke of lichamelijke tekortkoming
Toerekening krachtens de in het verkeer geldende opvatting