Inleiding privaatrecht
semester 1:
Blok 1: inleiding verbintenissenrecht en contractenrecht
Week 36:
Privaatrecht:
Contractenrecht (verbintenissenrecht)
Aansprakelijkheidsrecht (verbintenissenrecht)
Personen-familierecht
Goederenrecht
Het gaat hier altijd om een verhouding tussen burgers onderling, dus nooit met de
overheid als andere partijen.
Verbintenissen- vs. goederenrecht
Verbintenissenrecht: verhoudingen tussen twee of meer personen
Relatief recht
Voorbeeld: koop van een fiets
Goederenrecht: verhouding tussen personen en goederen
Absoluut recht
Voorbeeld eigendom van een fiets
Zaken zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten art. 3:2 BW
Verbintenis:
Bij twee personen zijn de personen de rechtssubjecten en de objecten waar het over
gaat zijn de rechtsobjecten
Rechtsfeit: een feit waar het objectieve recht een rechtsgevolg aan koppelt.
Niet alleen handelingen maar ook feitelijke handelingen en blote rechtsfeiten.
Bijvoorbeeld: het betalen van schadevergoeding wordt een verbintenis uit de wet
genoemd
Bloot rechtsfeit: iets heeft gevolgen voor het recht maar er is geen actie vereist,
bijvoorbeeld als je 18 jaar wordt.
Bronnen van verbintenissen:
De wet Art. 6:1 BW : Verbintenissen kunnen slechts ontstaan in dien dit uit de
wet voortvloeit.
Overeenkomsten in het algemeen
Vermogensrecht:
Vermogen: het geheel van op geld waardeerbare rechten en verplichtingen die
iemand heeft, oftewel het geheel van zijn ‘activa en passiva’
Iemand vermogen bestaat uit goederen: alle zaken (voor menselijke
beheersing vatbare stoffelijke objecten) en vermogensrechten (rechten die iets
, waard zijn en waarmee je financieel voordeel kunt behalen of kunt
doorverkopen)
Registergoederen: dingen waarvoor overdracht officieel moet worden vastgelegd in
een openbaar register, zoals bij een huis of een geregistreerd schip. Een auto hoort
hier niet bij, deze staat op naam bij de RDW.
Objectief vs subjectief:
Objectief (law): Het geldende recht (het recht wat je vind in het wetboek)
- Het goederenrecht: persoon en goed
- Het verbintenissenrecht: persoon en persoon
Subjectief (right): Een aan iemand toekomende individuele bevoegdheid (een
recht)
- Absolute rechten: rechten die je tegenover iedereen kan inroepen
- Relatieve rechten: rechten die je tegen specifieke personen kan inroepen
Het Burgerlijk Wetboek: gelaagde opbouw: regels gaan van algemeen naar bijzonder
Verbintenissenrecht:
Een verbintenis heeft twee kenmerken:
Een partij is verplicht om een bepaalde prestatie te verrichten
De onderlinge band van de verbintenis is vermogensrechtelijk van aard
Een verbintenis is dus een vermogensrechtelijke verhouding tussen twee partijen,
waarbij de een - de schuldeiser (crediteur) - gerechtigd is tot een op het terrein van
het vermogensrecht liggende gedraging, waartoe de ander - de schuldenaar
(debiteur) - is verplicht, deze ten opzichte van hem te verrichten. De schuldeiser
heeft hierbij ‘vorderingsrecht’ (relatief recht) en de schuldenaar heeft tot het
verrichten van die prestatie ‘schuld’.
Vorderingsrecht: als de schuldenaar niet vrijwillig wil betalen heeft de
schuldeiser het recht om diegene voor de rechter te slepen, dit is een
‘rechtsvordering’ en de schuldenaar is hier verplicht en dit is
'aansprakelijkheid'.
Als de schuldenaar dan nog niet wil betalen heeft de schuldeiser het
‘executierecht’ waarbij de ingreep in de schuldenaars vermogen van buitenaf
wordt genomen, dit heeft ‘uitwinbaarheid’
, De bronnen van een verbintenis:
De centrale bepaling is Art. 6:1 BW: ‘verbintenissen kunnnen slechtes ontstaat,
indien dit uit de wet voortvloeit’
Art. 6:213 BW is een voorbeeld van een wettelijke bepaling voor een bron van
verbintenissen: ‘Een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige
rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een
verbintenis aangaan.’
Rechtsgevolgen van overeenkomsten:
Obligatoire overeenkomst: roept verbintenissen in het leven.
Liberatoire overeenkomst: doet verbintenissen teniet.
De huwelijkssluiting: brengt voor degenen die in het huwelijk treden gewilde
rechtsgevolgen teweeg binnen het domein van het personen- en familierecht,
dat in Boek 1 is geregeld.
De bewijsovereenkomst: kent gevolgen op het terrein van het bewijsrecht.
Voorbeeld: ↑
Klaas en Willem spreken af dat Willem het appartement van Klaas gaat
schoonmaken in ruil voor een nieuw broodrooster. Er is dus sprake van een
overeenkomst in de zin van art. 6:213 BW. Art. 6:213 BW is dus de rechtsregel. Het
rechtsfeit is dat er nu een overeenkomst bestaat tussen Klaas en Willem. Het
rechtsgevolg van de overeenkomst is dat zowel Klaas als Willem een subjectief recht
op de ander heeft. Willem moet schoonmaken, Klaas moet een broodrooster afstaan.
Rechtshandeling:
(Menselijke) handelingen moeten gericht zijn op het tot stand brengen van een
rechtsgevolg. Dit rechtsgevolg moet wel worden toegelaten door het objectieve
recht.
Art. 3:33 ‘Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich
door een verklaring heeft geopenbaard’
Eenzijdige rechtshandelingen: slecht 1 persoon vereist
- gericht: opzeggen van de huur, dus gericht naar iemand
- ongericht opstellen van een testament, niet gericht naar iemand
Meerzijdige rechtshandelingen: meerdere personen zijn nodig om dit tot stand
te laten komen, de samenwerking van meerdere personen is dan
noodzakelijk
Overeenkomsten:
Wederkerige overeenkomst: Art. 6261 ‘Indien elk van beide partijen een
verbintenis op zich neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de
wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt'
Eenzijdige overeenkomst: er hoeft maar een partij iets te doen of te geven, bij
bijvoorbeeld een gift
semester 1:
Blok 1: inleiding verbintenissenrecht en contractenrecht
Week 36:
Privaatrecht:
Contractenrecht (verbintenissenrecht)
Aansprakelijkheidsrecht (verbintenissenrecht)
Personen-familierecht
Goederenrecht
Het gaat hier altijd om een verhouding tussen burgers onderling, dus nooit met de
overheid als andere partijen.
Verbintenissen- vs. goederenrecht
Verbintenissenrecht: verhoudingen tussen twee of meer personen
Relatief recht
Voorbeeld: koop van een fiets
Goederenrecht: verhouding tussen personen en goederen
Absoluut recht
Voorbeeld eigendom van een fiets
Zaken zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten art. 3:2 BW
Verbintenis:
Bij twee personen zijn de personen de rechtssubjecten en de objecten waar het over
gaat zijn de rechtsobjecten
Rechtsfeit: een feit waar het objectieve recht een rechtsgevolg aan koppelt.
Niet alleen handelingen maar ook feitelijke handelingen en blote rechtsfeiten.
Bijvoorbeeld: het betalen van schadevergoeding wordt een verbintenis uit de wet
genoemd
Bloot rechtsfeit: iets heeft gevolgen voor het recht maar er is geen actie vereist,
bijvoorbeeld als je 18 jaar wordt.
Bronnen van verbintenissen:
De wet Art. 6:1 BW : Verbintenissen kunnen slechts ontstaan in dien dit uit de
wet voortvloeit.
Overeenkomsten in het algemeen
Vermogensrecht:
Vermogen: het geheel van op geld waardeerbare rechten en verplichtingen die
iemand heeft, oftewel het geheel van zijn ‘activa en passiva’
Iemand vermogen bestaat uit goederen: alle zaken (voor menselijke
beheersing vatbare stoffelijke objecten) en vermogensrechten (rechten die iets
, waard zijn en waarmee je financieel voordeel kunt behalen of kunt
doorverkopen)
Registergoederen: dingen waarvoor overdracht officieel moet worden vastgelegd in
een openbaar register, zoals bij een huis of een geregistreerd schip. Een auto hoort
hier niet bij, deze staat op naam bij de RDW.
Objectief vs subjectief:
Objectief (law): Het geldende recht (het recht wat je vind in het wetboek)
- Het goederenrecht: persoon en goed
- Het verbintenissenrecht: persoon en persoon
Subjectief (right): Een aan iemand toekomende individuele bevoegdheid (een
recht)
- Absolute rechten: rechten die je tegenover iedereen kan inroepen
- Relatieve rechten: rechten die je tegen specifieke personen kan inroepen
Het Burgerlijk Wetboek: gelaagde opbouw: regels gaan van algemeen naar bijzonder
Verbintenissenrecht:
Een verbintenis heeft twee kenmerken:
Een partij is verplicht om een bepaalde prestatie te verrichten
De onderlinge band van de verbintenis is vermogensrechtelijk van aard
Een verbintenis is dus een vermogensrechtelijke verhouding tussen twee partijen,
waarbij de een - de schuldeiser (crediteur) - gerechtigd is tot een op het terrein van
het vermogensrecht liggende gedraging, waartoe de ander - de schuldenaar
(debiteur) - is verplicht, deze ten opzichte van hem te verrichten. De schuldeiser
heeft hierbij ‘vorderingsrecht’ (relatief recht) en de schuldenaar heeft tot het
verrichten van die prestatie ‘schuld’.
Vorderingsrecht: als de schuldenaar niet vrijwillig wil betalen heeft de
schuldeiser het recht om diegene voor de rechter te slepen, dit is een
‘rechtsvordering’ en de schuldenaar is hier verplicht en dit is
'aansprakelijkheid'.
Als de schuldenaar dan nog niet wil betalen heeft de schuldeiser het
‘executierecht’ waarbij de ingreep in de schuldenaars vermogen van buitenaf
wordt genomen, dit heeft ‘uitwinbaarheid’
, De bronnen van een verbintenis:
De centrale bepaling is Art. 6:1 BW: ‘verbintenissen kunnnen slechtes ontstaat,
indien dit uit de wet voortvloeit’
Art. 6:213 BW is een voorbeeld van een wettelijke bepaling voor een bron van
verbintenissen: ‘Een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige
rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een
verbintenis aangaan.’
Rechtsgevolgen van overeenkomsten:
Obligatoire overeenkomst: roept verbintenissen in het leven.
Liberatoire overeenkomst: doet verbintenissen teniet.
De huwelijkssluiting: brengt voor degenen die in het huwelijk treden gewilde
rechtsgevolgen teweeg binnen het domein van het personen- en familierecht,
dat in Boek 1 is geregeld.
De bewijsovereenkomst: kent gevolgen op het terrein van het bewijsrecht.
Voorbeeld: ↑
Klaas en Willem spreken af dat Willem het appartement van Klaas gaat
schoonmaken in ruil voor een nieuw broodrooster. Er is dus sprake van een
overeenkomst in de zin van art. 6:213 BW. Art. 6:213 BW is dus de rechtsregel. Het
rechtsfeit is dat er nu een overeenkomst bestaat tussen Klaas en Willem. Het
rechtsgevolg van de overeenkomst is dat zowel Klaas als Willem een subjectief recht
op de ander heeft. Willem moet schoonmaken, Klaas moet een broodrooster afstaan.
Rechtshandeling:
(Menselijke) handelingen moeten gericht zijn op het tot stand brengen van een
rechtsgevolg. Dit rechtsgevolg moet wel worden toegelaten door het objectieve
recht.
Art. 3:33 ‘Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich
door een verklaring heeft geopenbaard’
Eenzijdige rechtshandelingen: slecht 1 persoon vereist
- gericht: opzeggen van de huur, dus gericht naar iemand
- ongericht opstellen van een testament, niet gericht naar iemand
Meerzijdige rechtshandelingen: meerdere personen zijn nodig om dit tot stand
te laten komen, de samenwerking van meerdere personen is dan
noodzakelijk
Overeenkomsten:
Wederkerige overeenkomst: Art. 6261 ‘Indien elk van beide partijen een
verbintenis op zich neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de
wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt'
Eenzijdige overeenkomst: er hoeft maar een partij iets te doen of te geven, bij
bijvoorbeeld een gift