Test 1....................................................................................................................................... 1
Test 2....................................................................................................................................... 3
Test 3....................................................................................................................................... 6
Test 4....................................................................................................................................... 7
Test 5....................................................................................................................................... 9
Selectie vraagjes uit individuele testen 2025.................................................................... 17
Extra vragen 1...................................................................................................................... 30
Extra vragen 2...................................................................................................................... 34
Test 1
1. Je zal een PCR reactie uitvoeren met finaal 200 μM MgCl2. De MgCl2 stock is 10
mM. Hoeveel μl van de MgCl2 stock zal je toevoegen aan een 100 μl PCR reactie?
(Toon berekening)
2. Het transcript en het afgeleide cDNA voor EVL tellen meer baseparen dan de CDS
voor EVL. Juist of fout?
Leg uit.
⇒ Het transcript (mRNA) en het cDNA van een gen zoals EVL bevatten niet-coderende
regio’s (UTR’s) aan beide uiteinden (5’ en 3’ untranslated regions), naast de CDS (Coding
DNA Sequence). De CDS is enkel het deel dat effectief wordt vertaald naar eiwit. Daarom is
de lengte van transcript en cDNA groter dan die van de CDS.
,3. Corrigeer de fout in deze uitspraak:
‘Een bacterie neemt pET30a-hIL1-B op via transformatie. Dit plasmide codeert voor de
actieve vorm van humaan interleukine 1beta en voor kanamycine. Door de aanwezigheid
van van LacI en lacO op dit plasmide laat het gecontroleerde recombinante expressie van
het cytokine toe.’
4. Voor wat staan de volgende afkortingen of namen?
PCR = polymerase chain reactie
LacO= lactose operator
SDS= Sodium Dodecyl Sulfate
PAGE= Polyacrylamide Gel Electrophoresis
en ... IPTG= Isopropyl β-D-1-thiogalactopyranoside
5. In stalen voor SDS-PAGE dienen de eiwitten gedenatureerd te zijn. Welke
componenten worden toegevoegd aan de stalen om dit te bekomen?
⇒ SDS en beta-mercaptoethanol
6. De primaire structuur van een eiwit start met: MEDITH.
Welke aminozuren zijn dit (naam voluit & drielettercode)?
⇒ methionine (Met), glutaminezuur (Glu), asparaginezuur (Asp), Isoleucine (Ile), threonine
(Thr), Histidine (His)
Hoe noemt men de start van een eiwit? : amino/N-terminus (afkorting of voluit)
Geef het codon voor M:
⇒ ATG
,Test 2
1 Je zal een PCR reactie (100 μL) uitvoeren met finaal 20 μM MgCl2. De MgCl2 stock is
1 mM. Hoeveel μl van de MgCl2 stock zal je toevoegen aan de PCR reactie? (Toon
berekening)
⇒ c*v = c*v ⇒ V1= 2 μl stock
2. De uitgevoerde PCR bevat 30 cycli van temperuurwissels van 95°C naar 50 °C naar
72 °C. Benoem de herhaalde stappen per cyclus en/of leg in een paar woorden uit wat
tijdens elke stap gebeurt.
1. Denaturatie: denaturatie van dubbelstrengig template DNA
2.Annealing: primerhybridisatie
3.Elongatie (72°): verlenging vanaf 3’ uiteinde v/d primers
3.Stelling: ‘De temperatuur van stap 2 wordt standaard gebruikt voor elke PCR
reactie’. JUIST / FOUT?. Verklaar (één zin)
⇒ Fout, temperatuur ervan wordt bepaald door eigenschappen van de primers
, 4. Stel je maakt een mastermix voor 6 PCR-reacties (telkens op een verschillende
template DNA) en voor twee controles. In alle reacties wordt hetzelfde primerpaar
gebruikt dus je bereidt één mastermix. Het eindvolume van iedere reactie is 80 μL en
per reactie wordt 5 μL template DNA oplossing gebruikt.
Wat zal het totaal volume zijn van de bereide mastermix? ....................... (toon berekening).
Hoeveel hiervan wordt
toegevoegd per reactie? ............................
5. Maak op de ommezijde via de plasmidmapvoorstelling een figuur waarmee je
aantoont dat colony PCR geschikt is het onderscheid te maken tussen bacteriën met
de pET30a en bacteriën met de pET30a waarin een CDS van 500 bp als insert
aanwezig. Teken je de primers telkens op de template (analoog als in Benchling
opdracht 2B).
⇒