ERFELIJKHEIDSLEER
LES 1 – CHROMOSOMEN EN CELDELING
Bouwstenen van het menselijk lichaam
In een lichaam zitten organen -> in organen zitten weefsels -> in weefsels
zitten er verschillende cellen (100 biljoen), cellen is de kleinste bouwsteen
van ieder lichaam
Soorten weefsels:
Epitheelweefsel
- Weefsel dat de binnenkant van een orgaan aflijnt
- Dient voor bescherming van onderliggende organen
- Moet om de zoveel tijd vernieuwd worden
Steunweefsel
- Zorgt ervoor dat dat de organen hun vorm en structuur gaan
behouden
- Bloed en collageen behoort ook tot steunweefsel
Zenuwweefsel
- Bevindt zich vooral centraal in de hersenen en in het ruggenmerg
maar ook in andere delen van het lichaam
- Zitten zenuwcellen in
Onderdelen van de cel
Opgebouwd uit 2 grote delen
De celkern (= nucleus) -> nucleolus is een deel van de kern
Het cytoplasma (= sap waar alles in ligt)
- Mitochondriën: vooral voor energieproductie, er zit ook erfelijk
materiaal in
- Golgi- apparaat: dient om eiwitten en lipiden te bewerken,
sorteren en verpakken in blaasjes voor transport naar hun
bestemming
- Endoplasmatisch reticulum: productie en transport van eiwitten
en vetten
, - Ribosomen: maken van eiwitten
Chromosomen
= Chroma: kleur Soma: lichaam -> Gekleurde lichaampjes
Enkel zichtbaar wanneer een cel in deling is.
Op de chromosomen bevinden zich de genen of erfelijke factoren ->
de genen vormen de eenheid van het erfelijk materiaal
Menselijk genoom bestaat uit 46 chromosomen (23 paar): 44
autosomen en 2 geslachthormonen (= gonosomen)
Gerangschikt in paren
Chromosoom 1 is het grootste, chromosoom 22 het kleinste
Van elk chromosoom zijn er 2 identische exemplaren
Identische chromosomen = homologe chromosomen
Somatische cellen (alle lichaamscellen met uitzondering vd
geslachtscellen) bevatten 46 chromosomen en zijn dus diploid (= 2
sets van 23 chromosomen)
Geslachtscellen (= gameten) bevatten 23 chromosomen en zijn dus
haploid (= 1 set van 23 chromosomen)
Chromosomenkaart = karyotype
- Karyotype man: 46, XY
- Karyotype vrouw: 46, XX
Y chromosoom is belangrijk voor het oplossen van moordzaken
Je kunt geen chromosomenonderzoek doen met bloed van een
crime scene omdar de cellen al dood zijn
Structuur chromosomen
telomeer
p= petit (korte arm)
q= lange arm
telomeer
LES 1 – CHROMOSOMEN EN CELDELING
Bouwstenen van het menselijk lichaam
In een lichaam zitten organen -> in organen zitten weefsels -> in weefsels
zitten er verschillende cellen (100 biljoen), cellen is de kleinste bouwsteen
van ieder lichaam
Soorten weefsels:
Epitheelweefsel
- Weefsel dat de binnenkant van een orgaan aflijnt
- Dient voor bescherming van onderliggende organen
- Moet om de zoveel tijd vernieuwd worden
Steunweefsel
- Zorgt ervoor dat dat de organen hun vorm en structuur gaan
behouden
- Bloed en collageen behoort ook tot steunweefsel
Zenuwweefsel
- Bevindt zich vooral centraal in de hersenen en in het ruggenmerg
maar ook in andere delen van het lichaam
- Zitten zenuwcellen in
Onderdelen van de cel
Opgebouwd uit 2 grote delen
De celkern (= nucleus) -> nucleolus is een deel van de kern
Het cytoplasma (= sap waar alles in ligt)
- Mitochondriën: vooral voor energieproductie, er zit ook erfelijk
materiaal in
- Golgi- apparaat: dient om eiwitten en lipiden te bewerken,
sorteren en verpakken in blaasjes voor transport naar hun
bestemming
- Endoplasmatisch reticulum: productie en transport van eiwitten
en vetten
, - Ribosomen: maken van eiwitten
Chromosomen
= Chroma: kleur Soma: lichaam -> Gekleurde lichaampjes
Enkel zichtbaar wanneer een cel in deling is.
Op de chromosomen bevinden zich de genen of erfelijke factoren ->
de genen vormen de eenheid van het erfelijk materiaal
Menselijk genoom bestaat uit 46 chromosomen (23 paar): 44
autosomen en 2 geslachthormonen (= gonosomen)
Gerangschikt in paren
Chromosoom 1 is het grootste, chromosoom 22 het kleinste
Van elk chromosoom zijn er 2 identische exemplaren
Identische chromosomen = homologe chromosomen
Somatische cellen (alle lichaamscellen met uitzondering vd
geslachtscellen) bevatten 46 chromosomen en zijn dus diploid (= 2
sets van 23 chromosomen)
Geslachtscellen (= gameten) bevatten 23 chromosomen en zijn dus
haploid (= 1 set van 23 chromosomen)
Chromosomenkaart = karyotype
- Karyotype man: 46, XY
- Karyotype vrouw: 46, XX
Y chromosoom is belangrijk voor het oplossen van moordzaken
Je kunt geen chromosomenonderzoek doen met bloed van een
crime scene omdar de cellen al dood zijn
Structuur chromosomen
telomeer
p= petit (korte arm)
q= lange arm
telomeer