Intellectuele Eigendomsrecht
Week 1A – Inleiding/Auteursrecht I
IE-rechten zou je grofweg in 3 a 4 categorieën kunnen verdelen:
auteursrecht, modelrecht en naburige rechten. We hebben daarnaast
onderscheidingstekens: merkenrechten en handelsnaamrechten.
Handelsnamen zoals Coca Cola, Google, Starbucks. Vervolgens hebben we
rechten op techniek: octrooirecht, kwekersrecht, topografieënrecht.
Alleen wat dikgedrukt is moet worden bestudeerd.
De kenmerken van IE-rechten
Het gaat om de bescherming van creatieve prestaties en
onderscheidingstekens. Wat doen die verschillende rechten? Die brengen
ordening aan in de concurrentiestrijd tussen ondernemers door het
scheppen van tijdelijke monopolies. Het geeft aan wat concurrenten wel
en niet mogen doen. Het zijn absolute rechten, je kunt de rechten namelijk
tegen iedereen inroepen. Zijn vaak heel veel geld waard. Dat recht kun je
voor jezelf houden, maar je kan het ook overdragen. Of je gaat het
licentiëren. Belangrijk is ook het territorialiteitsaspect, vaak zijn IE-rechten
alleen in een bepaald land geldig, en zo heb je telkens aparte territoir
waar de verschillende rechten gelden. Nu hebben we dat in Europa
geprobeerd toch wat te verkleinen door de EU-rechten in het leven te
roepen. Het belang is er dat die grenzen weggaan. Daarom hebben we
veel verordeningen in Europa: het gemeenschapsuniemerk,
gemeenschapsmodel, DSM, auteursrechtrichtlijn, merken modellen
richtlijn. De nationale regels komen dan wel overeen. Je hebt dan
nationale regels en daarnaast heb je ook nog een EU-recht dat voor de
hele unie geldt.
Privaatrechtelijke ordening van de concurrentiestrijd
Wat is geoorloofd? Houd goed in de gaten: we hebben geschreven wetten,
maar er is ook nog een stukje wat ingebed is voor art. 6:162 BW voor de
ongeschreven normen. We werken veel vanuit de IE-wetten maar soms is
er nog ruimte voor de bescherming van art. 6:162 BW, dat is wat we nu
nog noemen de slaafse nabootsingsleer. Dat staat in H 11.
Rechtvaardiging IE-rechten
Billijkheids- of rechtvaardigheidsargument: het verrichten van
geestelijke/commerciële arbeid geeft niet minder dan het verrichten
van fysieke arbeid aanspraak op een adequate beloning.
Doelmatigheidsargument: ‘to promote the progress of science and
useful arts’; de maatschappij als geheel is ook beter af met het
toekennen van IE-rechten.
Het kapitaal van ondernemingen zit tegenwoordig in het niet tastbare
deel: de IE-rechten.
,IE en concurrentie
Monopolies willen we eigenlijk niet, we willen vrij verkeer van goederen
hebben. Dan voel je meteen al aan dat dat uitgangspunt schuurt met de
vrije mededinging. Daar moet je een goede balans in proberen te krijgen.
Als je kijkt naar het VWEU verdrag, dan zie je in art. 34 dat ze een vrij
verkeer van goederen willen. In art. 36 zie je dat inbreuken op het vrij
verkeer van goederen gerechtvaardigd kunnen zijn wanneer het de
bescherming van IE-rechten betreft.
Opbouw auteursrecht
Lijstje van onderwerpen die bij elk IE-recht centraal staat, wat is nodig om
een auteursrecht te krijgen:
1. Materiele vereisten
2. Formele vereisten
3. Rechthebbende
4. Inhoud van het recht (en beperkingen)
5. Beschermingsduur
6. Handhaving (geschrapt)
Materiele vereisten
Er moet sprake zijn van een werk (art. 1 Aw): werk van letterkunde,
wetenschap of kunst. Centraal staat het werkbegrip. Er zijn in ieder geval
twee nauw omschreven vereisten die het Hof ons gegeven heeft. Het is
een Europees geharmoniseerd begrip. Je moet aan twee eisen voldoen wil
je van een werk kunnen spreken:
1. Het voorwerp/voortbrengsel van de auteursrechtelijke bescherming
moet voldoende nauwkeurig en objectief (zintuigelijk) kunnen
worden geïdentificeerd (de afbakeningstoets).
2. Het voorwerp/voortbrengsel moet oorspronkelijk zijn (de
werktoets):
o HvJ EU: EIS-toets = eigen intellectuele schepping (vrije
creatieve keuzes)
o (HR: EOK & PS-toets = eigen oorspronkelijk karakter en
persoonlijk stempel van de maker).
Levola/Smilde: smaak kan niet voldoende objectief en nauwkeurig worden
geïdentificeerd.
Endstra: in het EOK & PS vereiste moet je lezen dat: niet vereist is dat de
maker bewust een werk heeft willen scheppen en bewust creatieve keuzes
heeft gemaakt.
Art. 10 Aw
,Niet limitatieve opsomming van werken die door het auteursrecht
beschermd kunnen worden, mits zij voldoende nauwkeurig en objectief
(zintuigelijk) kunnen worden geïdentificeerd en oorspronkelijk.
Foto’s staan ook in de lijst, maar niet elke foto is auteursrechtelijk
beschermd. Een foto is pas auteursrechtelijk beschermd mits aan de 2
voorwaarden voldaan is: identificeerbaar en moet daarnaast ook nog
oorspronkelijk zijn.
1. Zintuigelijke waarneembaarheid (de afbakeningstoets)
Het werk moet voldoende nauwkeurig en objectief tot uitdrukking
zijn gebracht; het moet waarneembaar zijn (geweest).
Dus een enkel idee dat niet tot uitdrukking is gebracht komt voor
auteursrechtelijk bescherming niet in aanmerking.
Levola/Smilde: heks‘nkaas heeft en bepaalde smaak. Zij kwamen erachter
dat een concurrent een product op de markt bracht en die vonden dat heel
erg lijken op hun eigen smaak. Die zijn daartegen opgetreden. Hier was de
vraag: kan smaak überhaupt wel auteursrechtelijk beschermd zijn? Hof:
dat kan niet, want het is onvoldoende identificeerbaar. Alleen
uitdrukkingsvormen en niet denkbeelden, procedures, werkwijzen of
mathematische concepten kunnen als zodanig auteursrechtelijk worden
beschermd.
Lancome/Kecofa: de geur van Chanel no5 is wel auteursrechtelijk
beschermd geacht, want de geur is menselijk waarneembaar. Zonder
daaraan toe te voegen dat dat misschien wel per mens verschilt. Dat had
de Hof bij de smaak wel gedaan. Dus dit arrest is achterhaald. Want
geuren voldoen ook niet aan de afbakeningstoets dus daar kun je ook
geen bescherming voor krijgen.
2. Oorspronkelijkheidscriterium (de werktoets)
Formuleringen van het hof om invulling te geven aan het
oorspronkelijkheidscriterium:
Auteursrecht kan slechts gelden m.b.t. materiaal dat oorspronkelijk
is in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van
de auteur/maker ervan (Infopaq en Cofemel).
Scheppende en creatieve arbeid (Infopaq).
Een intellectuele schepping is een eigen intellectuele schepping van
de auteur wanneer zij de uitdrukking vormt van diens
persoonlijkheid.
Dat is het geval wanneer de auteur bij het maken van het werk zijn
creatieve bekwaamheden tot uiting heeft kunnen brengen door het
maken van vrije en creatieve keuzes.
Door die vrije en creatieve keuzes is de auteur in staat zijn werk een
persoonlijke noot te geven.
Creatieve vrijheid.
Zijn creatieve geest op een oorspronkelijke manier tot uiting
brengen.
, EIS = EOK & PS
EOS = dat het werk niet ontleend is aan een ander.
PS = scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die
aldus voortbrengsel is van de menselijke geest; HR Endstra.
Houd heel goed in de gaten dat dat vereiste geldt voor alle soorten
werken. Dat heeft het HvJ in Cofemel/G-star gezegd. De vraag was daar of
de spijkerbroek van G-star wel een werk was. De vraag komt doordat
andere lidstaten er in het verleden moeite mee hadden om een
spijkerbroek door het auteursrecht te beschermen. Het Hof heeft gezegd:
dat werkbegrip geldt voor alle werken en dus ook voor
gebruiksvoorwerpen.
Wat je ook goed in de gaten moet houden m.b.t. de oorspronkelijkheid: die
spijkerbroek bestaat uit 6/7 niet auteursrechtelijk beschermde trekken.
Een combinatie van niet auteursrechtelijk beschermde trekken kan ook
een werk opleveren.
Lage (niet al te hoge) drempel
De oorspronkelijkheidstoets is een niet al te hoge drempel.
Dommering (NJ 2008, 556): de persoonlijke noot is niet veel meer dan een
onbedoelde ‘vingerafdruk’ die aan iedere waarneembare menselijk
communicatie een (vluchtig) subjectief karakter geeft.
Al snel is er sprake van een auteursrechtelijk beschermd werk.
Vuistregel (Spoor/Verkade/Visser)
Je moet je de vraag stellen of het uitgesloten geacht moet worden dat
twee auteurs, onafhankelijk van elkaar, precies hetzelfde werk maken.
Wanneer die vraag bevestigend moet worden beantwoord, dan mag
aangenomen worden dat van een werk sprake is.
Of nog weer anders gezegd: hoe meer keuzemogelijkheden de auteur
heeft om aan zijn creatie vorm te geven, hoe groter de kans is dat hij
auteursrechtelijk beschermd werk schept.
Maar: voorwerpen moeten het verdienen om als werk te worden
gekwalificeerd
Hof in Cofemel: cumulatie van modelrecht en auteursrecht is mogelijk,
maar de bescherming van het auteursrecht is voorbehouden aan
voorwerpen die het verdienen om als werk te worden gekwalificeerd.
Wat het Hof heeft gezegd is dat alles moet voldoen aan die
oorspronkelijkheidstoets, alleen pas er nou mee op, lidstaten, om te snel
auteursrechtelijke bescherming te verlenen aan voortbrengselen.
Week 1A – Inleiding/Auteursrecht I
IE-rechten zou je grofweg in 3 a 4 categorieën kunnen verdelen:
auteursrecht, modelrecht en naburige rechten. We hebben daarnaast
onderscheidingstekens: merkenrechten en handelsnaamrechten.
Handelsnamen zoals Coca Cola, Google, Starbucks. Vervolgens hebben we
rechten op techniek: octrooirecht, kwekersrecht, topografieënrecht.
Alleen wat dikgedrukt is moet worden bestudeerd.
De kenmerken van IE-rechten
Het gaat om de bescherming van creatieve prestaties en
onderscheidingstekens. Wat doen die verschillende rechten? Die brengen
ordening aan in de concurrentiestrijd tussen ondernemers door het
scheppen van tijdelijke monopolies. Het geeft aan wat concurrenten wel
en niet mogen doen. Het zijn absolute rechten, je kunt de rechten namelijk
tegen iedereen inroepen. Zijn vaak heel veel geld waard. Dat recht kun je
voor jezelf houden, maar je kan het ook overdragen. Of je gaat het
licentiëren. Belangrijk is ook het territorialiteitsaspect, vaak zijn IE-rechten
alleen in een bepaald land geldig, en zo heb je telkens aparte territoir
waar de verschillende rechten gelden. Nu hebben we dat in Europa
geprobeerd toch wat te verkleinen door de EU-rechten in het leven te
roepen. Het belang is er dat die grenzen weggaan. Daarom hebben we
veel verordeningen in Europa: het gemeenschapsuniemerk,
gemeenschapsmodel, DSM, auteursrechtrichtlijn, merken modellen
richtlijn. De nationale regels komen dan wel overeen. Je hebt dan
nationale regels en daarnaast heb je ook nog een EU-recht dat voor de
hele unie geldt.
Privaatrechtelijke ordening van de concurrentiestrijd
Wat is geoorloofd? Houd goed in de gaten: we hebben geschreven wetten,
maar er is ook nog een stukje wat ingebed is voor art. 6:162 BW voor de
ongeschreven normen. We werken veel vanuit de IE-wetten maar soms is
er nog ruimte voor de bescherming van art. 6:162 BW, dat is wat we nu
nog noemen de slaafse nabootsingsleer. Dat staat in H 11.
Rechtvaardiging IE-rechten
Billijkheids- of rechtvaardigheidsargument: het verrichten van
geestelijke/commerciële arbeid geeft niet minder dan het verrichten
van fysieke arbeid aanspraak op een adequate beloning.
Doelmatigheidsargument: ‘to promote the progress of science and
useful arts’; de maatschappij als geheel is ook beter af met het
toekennen van IE-rechten.
Het kapitaal van ondernemingen zit tegenwoordig in het niet tastbare
deel: de IE-rechten.
,IE en concurrentie
Monopolies willen we eigenlijk niet, we willen vrij verkeer van goederen
hebben. Dan voel je meteen al aan dat dat uitgangspunt schuurt met de
vrije mededinging. Daar moet je een goede balans in proberen te krijgen.
Als je kijkt naar het VWEU verdrag, dan zie je in art. 34 dat ze een vrij
verkeer van goederen willen. In art. 36 zie je dat inbreuken op het vrij
verkeer van goederen gerechtvaardigd kunnen zijn wanneer het de
bescherming van IE-rechten betreft.
Opbouw auteursrecht
Lijstje van onderwerpen die bij elk IE-recht centraal staat, wat is nodig om
een auteursrecht te krijgen:
1. Materiele vereisten
2. Formele vereisten
3. Rechthebbende
4. Inhoud van het recht (en beperkingen)
5. Beschermingsduur
6. Handhaving (geschrapt)
Materiele vereisten
Er moet sprake zijn van een werk (art. 1 Aw): werk van letterkunde,
wetenschap of kunst. Centraal staat het werkbegrip. Er zijn in ieder geval
twee nauw omschreven vereisten die het Hof ons gegeven heeft. Het is
een Europees geharmoniseerd begrip. Je moet aan twee eisen voldoen wil
je van een werk kunnen spreken:
1. Het voorwerp/voortbrengsel van de auteursrechtelijke bescherming
moet voldoende nauwkeurig en objectief (zintuigelijk) kunnen
worden geïdentificeerd (de afbakeningstoets).
2. Het voorwerp/voortbrengsel moet oorspronkelijk zijn (de
werktoets):
o HvJ EU: EIS-toets = eigen intellectuele schepping (vrije
creatieve keuzes)
o (HR: EOK & PS-toets = eigen oorspronkelijk karakter en
persoonlijk stempel van de maker).
Levola/Smilde: smaak kan niet voldoende objectief en nauwkeurig worden
geïdentificeerd.
Endstra: in het EOK & PS vereiste moet je lezen dat: niet vereist is dat de
maker bewust een werk heeft willen scheppen en bewust creatieve keuzes
heeft gemaakt.
Art. 10 Aw
,Niet limitatieve opsomming van werken die door het auteursrecht
beschermd kunnen worden, mits zij voldoende nauwkeurig en objectief
(zintuigelijk) kunnen worden geïdentificeerd en oorspronkelijk.
Foto’s staan ook in de lijst, maar niet elke foto is auteursrechtelijk
beschermd. Een foto is pas auteursrechtelijk beschermd mits aan de 2
voorwaarden voldaan is: identificeerbaar en moet daarnaast ook nog
oorspronkelijk zijn.
1. Zintuigelijke waarneembaarheid (de afbakeningstoets)
Het werk moet voldoende nauwkeurig en objectief tot uitdrukking
zijn gebracht; het moet waarneembaar zijn (geweest).
Dus een enkel idee dat niet tot uitdrukking is gebracht komt voor
auteursrechtelijk bescherming niet in aanmerking.
Levola/Smilde: heks‘nkaas heeft en bepaalde smaak. Zij kwamen erachter
dat een concurrent een product op de markt bracht en die vonden dat heel
erg lijken op hun eigen smaak. Die zijn daartegen opgetreden. Hier was de
vraag: kan smaak überhaupt wel auteursrechtelijk beschermd zijn? Hof:
dat kan niet, want het is onvoldoende identificeerbaar. Alleen
uitdrukkingsvormen en niet denkbeelden, procedures, werkwijzen of
mathematische concepten kunnen als zodanig auteursrechtelijk worden
beschermd.
Lancome/Kecofa: de geur van Chanel no5 is wel auteursrechtelijk
beschermd geacht, want de geur is menselijk waarneembaar. Zonder
daaraan toe te voegen dat dat misschien wel per mens verschilt. Dat had
de Hof bij de smaak wel gedaan. Dus dit arrest is achterhaald. Want
geuren voldoen ook niet aan de afbakeningstoets dus daar kun je ook
geen bescherming voor krijgen.
2. Oorspronkelijkheidscriterium (de werktoets)
Formuleringen van het hof om invulling te geven aan het
oorspronkelijkheidscriterium:
Auteursrecht kan slechts gelden m.b.t. materiaal dat oorspronkelijk
is in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van
de auteur/maker ervan (Infopaq en Cofemel).
Scheppende en creatieve arbeid (Infopaq).
Een intellectuele schepping is een eigen intellectuele schepping van
de auteur wanneer zij de uitdrukking vormt van diens
persoonlijkheid.
Dat is het geval wanneer de auteur bij het maken van het werk zijn
creatieve bekwaamheden tot uiting heeft kunnen brengen door het
maken van vrije en creatieve keuzes.
Door die vrije en creatieve keuzes is de auteur in staat zijn werk een
persoonlijke noot te geven.
Creatieve vrijheid.
Zijn creatieve geest op een oorspronkelijke manier tot uiting
brengen.
, EIS = EOK & PS
EOS = dat het werk niet ontleend is aan een ander.
PS = scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die
aldus voortbrengsel is van de menselijke geest; HR Endstra.
Houd heel goed in de gaten dat dat vereiste geldt voor alle soorten
werken. Dat heeft het HvJ in Cofemel/G-star gezegd. De vraag was daar of
de spijkerbroek van G-star wel een werk was. De vraag komt doordat
andere lidstaten er in het verleden moeite mee hadden om een
spijkerbroek door het auteursrecht te beschermen. Het Hof heeft gezegd:
dat werkbegrip geldt voor alle werken en dus ook voor
gebruiksvoorwerpen.
Wat je ook goed in de gaten moet houden m.b.t. de oorspronkelijkheid: die
spijkerbroek bestaat uit 6/7 niet auteursrechtelijk beschermde trekken.
Een combinatie van niet auteursrechtelijk beschermde trekken kan ook
een werk opleveren.
Lage (niet al te hoge) drempel
De oorspronkelijkheidstoets is een niet al te hoge drempel.
Dommering (NJ 2008, 556): de persoonlijke noot is niet veel meer dan een
onbedoelde ‘vingerafdruk’ die aan iedere waarneembare menselijk
communicatie een (vluchtig) subjectief karakter geeft.
Al snel is er sprake van een auteursrechtelijk beschermd werk.
Vuistregel (Spoor/Verkade/Visser)
Je moet je de vraag stellen of het uitgesloten geacht moet worden dat
twee auteurs, onafhankelijk van elkaar, precies hetzelfde werk maken.
Wanneer die vraag bevestigend moet worden beantwoord, dan mag
aangenomen worden dat van een werk sprake is.
Of nog weer anders gezegd: hoe meer keuzemogelijkheden de auteur
heeft om aan zijn creatie vorm te geven, hoe groter de kans is dat hij
auteursrechtelijk beschermd werk schept.
Maar: voorwerpen moeten het verdienen om als werk te worden
gekwalificeerd
Hof in Cofemel: cumulatie van modelrecht en auteursrecht is mogelijk,
maar de bescherming van het auteursrecht is voorbehouden aan
voorwerpen die het verdienen om als werk te worden gekwalificeerd.
Wat het Hof heeft gezegd is dat alles moet voldoen aan die
oorspronkelijkheidstoets, alleen pas er nou mee op, lidstaten, om te snel
auteursrechtelijke bescherming te verlenen aan voortbrengselen.