2.1
De constitutie is te zien Als de algemene benaming van het samenstel van
rechtsregels die de grondslagen vormen van de inrichting van de
overheidsorganisatie en de verhouding tussen de overheidsorganisatie en
de burgers betreffen.
Voor formele constitutie zijn een paar kenmerken bepalend: T
en eerste sprake moet zijn van geschreven regeling die is vastgelegd in de
wet.
Ten tweede een bijzondere wijze van totstandkoming en herziening die
afwijkt van de ‘gewone’ wetten.
Ten derde vormt de bijzondere benaming één van de onderscheidende
kenmerken van een formele constitutie.
Als laatste heeft de formele constitutie in hogere rechtskracht dan
gewone wetgeving deze mag niet afwijken van de constitutie in formele
zin.
Als uitgangspunt is de materiële constitutie te omschrijven als het geheel
van geschreven en ongeschreven rechtsregels die op grond van hun
inhoud kunnen worden aangemerkt als normen die de grondslagen van de
inrichting van de staatsorganisatie en de verhouding met de burgers
vastleggen.
Te verdedigen is dat ook bepaalde rechtsbeginselen die in het geschreven
of ongeschreven recht verankerd zijn tot de constitutie en materiële zin
gerekend moeten worden.
2.2
De grondwet voegt zich In de rij van moderne grondwetten in westerse
staten die kernbeginselen van de constitutionele rechtsorde uitdrukkelijk
in de tekst van de constitutie verankeren. Ook biedt de grondwet een
betrekkelijk open rechtssysteem.
Het is gebruikelijk dat de grondwet een betrekkelijk beknopte regeling op
hoofdzaken van de staatsorganisatie biedt, alsmede een opsomming van
vrijheidsrechten, waarbij veel ruimte blijft voor een nadere invulling in het
geschreven of ongeschreven recht of voor praktijken en gewoonte.
In Nederland is nog de rechter noch een ander ambt dan de wetgever
bevoegd om de wet te toetsen aan de grondwet.
De grondwet dient niet slechts te beantwoorden aan de behoefte die
bestaan op het ogenblik waarop zij tot stand komt maar tevens aan die
welke In de toekomst zullen worden gevoeld. Dat de grondwet de
voornaamste elementen van de staatsorganisatie regelt is min of meer
, vanzelfsprekend. De grondwet heeft tevens als functie de stabiliteit van de
staatsorganisatie te waarborgen.
De constitutie is te zien Als de algemene benaming van het samenstel van
rechtsregels die de grondslagen vormen van de inrichting van de
overheidsorganisatie en de verhouding tussen de overheidsorganisatie en
de burgers betreffen.
Voor formele constitutie zijn een paar kenmerken bepalend: T
en eerste sprake moet zijn van geschreven regeling die is vastgelegd in de
wet.
Ten tweede een bijzondere wijze van totstandkoming en herziening die
afwijkt van de ‘gewone’ wetten.
Ten derde vormt de bijzondere benaming één van de onderscheidende
kenmerken van een formele constitutie.
Als laatste heeft de formele constitutie in hogere rechtskracht dan
gewone wetgeving deze mag niet afwijken van de constitutie in formele
zin.
Als uitgangspunt is de materiële constitutie te omschrijven als het geheel
van geschreven en ongeschreven rechtsregels die op grond van hun
inhoud kunnen worden aangemerkt als normen die de grondslagen van de
inrichting van de staatsorganisatie en de verhouding met de burgers
vastleggen.
Te verdedigen is dat ook bepaalde rechtsbeginselen die in het geschreven
of ongeschreven recht verankerd zijn tot de constitutie en materiële zin
gerekend moeten worden.
2.2
De grondwet voegt zich In de rij van moderne grondwetten in westerse
staten die kernbeginselen van de constitutionele rechtsorde uitdrukkelijk
in de tekst van de constitutie verankeren. Ook biedt de grondwet een
betrekkelijk open rechtssysteem.
Het is gebruikelijk dat de grondwet een betrekkelijk beknopte regeling op
hoofdzaken van de staatsorganisatie biedt, alsmede een opsomming van
vrijheidsrechten, waarbij veel ruimte blijft voor een nadere invulling in het
geschreven of ongeschreven recht of voor praktijken en gewoonte.
In Nederland is nog de rechter noch een ander ambt dan de wetgever
bevoegd om de wet te toetsen aan de grondwet.
De grondwet dient niet slechts te beantwoorden aan de behoefte die
bestaan op het ogenblik waarop zij tot stand komt maar tevens aan die
welke In de toekomst zullen worden gevoeld. Dat de grondwet de
voornaamste elementen van de staatsorganisatie regelt is min of meer
, vanzelfsprekend. De grondwet heeft tevens als functie de stabiliteit van de
staatsorganisatie te waarborgen.