ECONOMIE
Samenvatting katern 2, 3 en 5 (alleen hoofdstuk 1)
KATERN 2
§1.1 de vraag in de markt
Een markt is een geheel van vraag en aanbod.
2 soorten markt:
1. Concrete markt -> een zichtbare en vaste ontmoetingsplaats. Vb.:
rommelmarkt.
2. Abstracte markt-> geen concrete ontmoetingsplaats waar vragers
en aanbieders elkaar ontmoeten. Vb.: huizenmarkt.
De vraag-> de hoeveelheid producten die de klanten wil kopen.
Het aanbod-> de hoeveelheid producten die de verkopers wil verkopen.
De betalingsbereidheid-> het maximale bedrag dat een koper wil betalen
voor een product.
De afzet-> het aantal verkochte producten.
De omzet-> de totale geldopbrengst (afzet x verkoopprijs).
De individuele vraaglijn geeft het verband weer tussen de prijs van een
product en de gevraagde hoeveelheid van één consument.
De collectieve vraaglijn geeft het 25 euro 15 euro
verband aan tussen de prijs en de Andy 0 12
gevraagde hoeveelheid van een Johan 12 21
product van de gezamenlijke Peter 6 15
kopers. Voorbeeld ->>> Collectie 18 48
ve vraag
Formule vraagfunctie: Qv = ap + b
Hierbij is:
Qv de gevraagde hoeveelheid van een product;
P de prijs;
§1.2 de vraag veranderd
4 vraagfactoren:
1. Het inkomen van consumenten (=vragers);
2. De prijs van andere goederen zoals:
- Substitutiegoederen -> producten die andere producten vervangen;
- Complementaire goederen-> goederen/diensten die elkaar
aanvullen;
, 3. De voorkeuren van consumenten;
4. Het aantal consumenten;
Verandering van de prijs van het product heeft een verschuiving op of
langs de vraaglijn tot gevolg.
Als een van de andere vraagfactoren veranderd, zie je een verschuiving
van de hele vraaglijn naar links of rechts. Bijvoorbeeld:
Inkomens van consumenten worden hoger;
Voorkeur van consumenten veranderd;
Hierbij kan de vraag toenemen bij dezelfde prijs.
§1.3 de invloed van prijs
In welke mate een prijsverandering zorgt voor een verandering in de
gevraagde hoeveelheid bereken je met de prijselasticiteit van de vraag.
Formule prijselasticiteit van de vraag:
Verandering gevraagde hoeveelheid (%)/verandering prijs (%)
Prijselasticiteit van de vraag:
Elastische vraag-> de gevraagde hoeveelheid reageert sterk op
prijsverandering. Waarde van elasticiteit: E<-1;
Inelastische vraag-> de gevraagde hoeveelheid reageert zwak op
prijsverandering. Waarde van elasticiteit: -1<E<0;
Volkomen inelastische vraag-> de gevraagde hoeveelheid reageert
niet op prijsverandering.
Of de vraag naar goederen wel of niet sterk reageert op de prijs is onder
meer afhankelijkheid van:
Het bestaan van substitutiegoederen;
Het soort goed;
De termijn die je in beschouwing neemt;
Prijselasticiteit van de vraag en omzetverandering:
Prijs stijgt: Prijs daalt:
Elastisch Omzet daalt Omzet stijgt
Inelastisch Omzet stijgt Omzet daalt
Volkomen inelastisch Omzet daalt Omzet daalt
§1.4 de invloed van inkomen
De inkomenselasticiteit van de vraag geeft aan hoe groot de procentuele
verandering van de gevraagde hoeveelheid van een goed is door een
procentuele verandering van het inkomen.
, Inkomenselasticiteit van de vraag:
Noodzakelijke goederen -> er is een positief verband tussen vraag
en inkomen. De vraag reageert zwak op een inkomensverandering.
Waarde van elasticiteit: 0<E<1;
Luxe goederen-> er is een positief verband tussen vraag en
inkomen. De vraag reageert sterk op een inkomensverandering.
Waarde van elasticiteit: E>1;
Inferieure goederen-> de vraag stijgt als het inkomen daalt E<0;
Formule inkomenselasticiteit van de vraag:
Verandering gevraagde hoeveelheid (%)/verandering van het inkomen (%)
Het drempelinkomen -> het inkomen dat je eerst moet verdienen voordat
je geld gaat uitgeven aan luxe goederen.
§2.1 het aanbod in de markt
Constante kosten-> de hoogste van de kosten blijven hetzelfde.
Variabele kosten-> kosten die veranderen als de afzet veranderd.
Formule totale kosten:
TK = TVK + TCK
Hierbij is:
TK totale kosten;
TVK totale variabele kosten;
TCK totale constante kosten;
Q komt na de TVK en is de hoeveelheid of afzet.
Als elke eenheid dezelfde variabele kosten heeft dan spreken we van
proportioneel variabele kosten.
De constante kostenlijn kent een horizontaal verloop. Het bedrag blijft
namelijk gelijk.
Formules gemiddelde kosten:
GTK = TK/q
GVK = TVK/q
GCK = TCK/q
GTK = GVK + GCK
Hierbij si:
Samenvatting katern 2, 3 en 5 (alleen hoofdstuk 1)
KATERN 2
§1.1 de vraag in de markt
Een markt is een geheel van vraag en aanbod.
2 soorten markt:
1. Concrete markt -> een zichtbare en vaste ontmoetingsplaats. Vb.:
rommelmarkt.
2. Abstracte markt-> geen concrete ontmoetingsplaats waar vragers
en aanbieders elkaar ontmoeten. Vb.: huizenmarkt.
De vraag-> de hoeveelheid producten die de klanten wil kopen.
Het aanbod-> de hoeveelheid producten die de verkopers wil verkopen.
De betalingsbereidheid-> het maximale bedrag dat een koper wil betalen
voor een product.
De afzet-> het aantal verkochte producten.
De omzet-> de totale geldopbrengst (afzet x verkoopprijs).
De individuele vraaglijn geeft het verband weer tussen de prijs van een
product en de gevraagde hoeveelheid van één consument.
De collectieve vraaglijn geeft het 25 euro 15 euro
verband aan tussen de prijs en de Andy 0 12
gevraagde hoeveelheid van een Johan 12 21
product van de gezamenlijke Peter 6 15
kopers. Voorbeeld ->>> Collectie 18 48
ve vraag
Formule vraagfunctie: Qv = ap + b
Hierbij is:
Qv de gevraagde hoeveelheid van een product;
P de prijs;
§1.2 de vraag veranderd
4 vraagfactoren:
1. Het inkomen van consumenten (=vragers);
2. De prijs van andere goederen zoals:
- Substitutiegoederen -> producten die andere producten vervangen;
- Complementaire goederen-> goederen/diensten die elkaar
aanvullen;
, 3. De voorkeuren van consumenten;
4. Het aantal consumenten;
Verandering van de prijs van het product heeft een verschuiving op of
langs de vraaglijn tot gevolg.
Als een van de andere vraagfactoren veranderd, zie je een verschuiving
van de hele vraaglijn naar links of rechts. Bijvoorbeeld:
Inkomens van consumenten worden hoger;
Voorkeur van consumenten veranderd;
Hierbij kan de vraag toenemen bij dezelfde prijs.
§1.3 de invloed van prijs
In welke mate een prijsverandering zorgt voor een verandering in de
gevraagde hoeveelheid bereken je met de prijselasticiteit van de vraag.
Formule prijselasticiteit van de vraag:
Verandering gevraagde hoeveelheid (%)/verandering prijs (%)
Prijselasticiteit van de vraag:
Elastische vraag-> de gevraagde hoeveelheid reageert sterk op
prijsverandering. Waarde van elasticiteit: E<-1;
Inelastische vraag-> de gevraagde hoeveelheid reageert zwak op
prijsverandering. Waarde van elasticiteit: -1<E<0;
Volkomen inelastische vraag-> de gevraagde hoeveelheid reageert
niet op prijsverandering.
Of de vraag naar goederen wel of niet sterk reageert op de prijs is onder
meer afhankelijkheid van:
Het bestaan van substitutiegoederen;
Het soort goed;
De termijn die je in beschouwing neemt;
Prijselasticiteit van de vraag en omzetverandering:
Prijs stijgt: Prijs daalt:
Elastisch Omzet daalt Omzet stijgt
Inelastisch Omzet stijgt Omzet daalt
Volkomen inelastisch Omzet daalt Omzet daalt
§1.4 de invloed van inkomen
De inkomenselasticiteit van de vraag geeft aan hoe groot de procentuele
verandering van de gevraagde hoeveelheid van een goed is door een
procentuele verandering van het inkomen.
, Inkomenselasticiteit van de vraag:
Noodzakelijke goederen -> er is een positief verband tussen vraag
en inkomen. De vraag reageert zwak op een inkomensverandering.
Waarde van elasticiteit: 0<E<1;
Luxe goederen-> er is een positief verband tussen vraag en
inkomen. De vraag reageert sterk op een inkomensverandering.
Waarde van elasticiteit: E>1;
Inferieure goederen-> de vraag stijgt als het inkomen daalt E<0;
Formule inkomenselasticiteit van de vraag:
Verandering gevraagde hoeveelheid (%)/verandering van het inkomen (%)
Het drempelinkomen -> het inkomen dat je eerst moet verdienen voordat
je geld gaat uitgeven aan luxe goederen.
§2.1 het aanbod in de markt
Constante kosten-> de hoogste van de kosten blijven hetzelfde.
Variabele kosten-> kosten die veranderen als de afzet veranderd.
Formule totale kosten:
TK = TVK + TCK
Hierbij is:
TK totale kosten;
TVK totale variabele kosten;
TCK totale constante kosten;
Q komt na de TVK en is de hoeveelheid of afzet.
Als elke eenheid dezelfde variabele kosten heeft dan spreken we van
proportioneel variabele kosten.
De constante kostenlijn kent een horizontaal verloop. Het bedrag blijft
namelijk gelijk.
Formules gemiddelde kosten:
GTK = TK/q
GVK = TVK/q
GCK = TCK/q
GTK = GVK + GCK
Hierbij si: