Alle leerstukken contractenrecht
Week 5
o Nakoming vorderen (alle gevallen behalve koop)
o Nakoming vorderen koop
o Schadevergoeding vorderen
Nakoming vorderen (alle gevallen behalve koop)
Art 3:296 BW
1. Is er sprake van niet nakoming van een opeisbare verbintenis? Onder niet
nakoming wordt verstaan: geheel niet nakomen, niet tijdig nakomen of
niet deugdelijk nakomen. Of de verbintenis inmiddels ook opeisbaar is
hangt af van artikel 6:38 of 6:39. Indien er in de overeenkomst een tijdstip
is bepaald geldt dus artikel 6:39 waarin de verbintenis inmiddels opeisbaar
is vanaf dat bepaalde tijdstip. Indien er geen tijdstip is bepaald, is de
verbintenis terstond opeisbaar.
2. Is nakoming van de verbintenis nog mogelijk? Hierbij heb je twee gevallen.
Ten eerste het geval waarin nakoming nog wel mogelijk is, maar slechts
vertraagd. Hierbij gaat het dus om een niet tijdige nakoming of een niet
deugdelijke nakoming. Het tweede geval is wanneer nakoming niet meer
mogelijk is. Dit kan komen door een absolute onmogelijkheid of door een
relatieve onmogelijk. De relatieve onmogelijkheid kan drie oorzaken
hebben.
o Praktisch onmogelijkheid; wanneer het voor de
schuldenaar enorme verbintenissen zal vergen om de
verbintenis nog na te komen
o Morele onmogelijkheid; wanneer de schuldenaar zijn
onderneming of veiligheid van zijn personeel op het
spel zou moeten zetten om de verbintenis nog na te
komen
o Juridische onmogelijkheid; de overheid heeft bepaalde
verboden uitgevaardigd die de nakoming van de
verbintenis in de weg staat
3. Verzet de tenzij regel van art 3:296 zich tegen toewijzing van de vordering
tot nakoming?
De schuldeiser kan geen nakoming vorderen als uit de wet, uit de aard der
verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt.
4. Staan de eisen van redelijkheid en billijkheid aan toewijzing van de
vordering tot nakoming in de weg. Uit het arrest Multi vastgoed volgt dat
de schuldeiser in beginsel mag kiezen tussen nakoming of een vorm van
schadevergoeding. Bij die keuze is de schuldeiser wel gebonden aan de
eisen van redelijkheid en billijkheid 3:12 jo 6:248. De belangen van de
schuldeiser en de schuldenaar moeten worden afgewogen. De
gezichtspunten die volgen uit het arrest. Pleiten de gezichtspunten meer
voor nakoming of meer voor schadevergoeding?
o Aard en ernst van het gebrek
o Aard en overige inhoud van de overeenkomst
o Verhouding waarde prestatie en hoogte van herstelkosten
, o De aan het alternatief verbonden risico’s
Nakoming vorderen indien sprake van koop
1. Vaststellen dat het koop betreft artikel 7:1
2. Vaststellen dat er sprake is van non-conformiteit op grond van art
7:17
3. Dan moet je door naar artikel 7:21 lid 1 indien de zaak de
overeenkomst niet beantwoord. Kies vervolgens uit sub a b of c.
4. Met artikel 7:21 sub c heb je vastgesteld dat herstel of vervanging
überhaupt mogelijk is en je in beginsel dus een keus hebt. Deze keus
wordt echter beperkt door de werking van redelijkheid en billijkheid
art 3:12 jo 6:248. Indien er geen mogelijkheid is tot vervanging kun
je dus alleen nog herstellen.
5. Gezichtspunten bij het gebrek
o Ernst en belang van het gebrek (vormt het gebrek een gevaar
en is het ernstig)
o Hoe gewoon is het optreden van het gebrek (wat voor soort
zaak is het, levensduur, merk, kwaliteit, aankoopkosten ect)
o Is het gebrek eerder opgetreden?
o Duur van het gebruik (Hoe langer het gebruik hoe onredelijker
het wordt om te vervangen
6. Gezichtspunten bij herstel
o Hoe gebruikelijk is herstel in de branche?
o Hoe eenvoudig is herstel ten overstaande van aard van het
herstel?
o Aard van het herstel (gaat het herstel werken, zal het effect
hebben, is het duurzaam?)
7. Dit afwegen en dan conclusie trekken
Schadevergoeding vorderen
Art 6:74
1. Lijdt de schuldeiser schade? En wat voor schade is dat dan?
o Vertragingsschade; schade die de schuldeiser lijdt, omdat de
schuldenaar te laat is met de nakoming van zijn verbintenis
o Vervangingsschade; schade die de schuldeiser lijdt doordat hij
de prestatie, waartoe de verbintenis van de schuldenaar
strekt, vanwege de niet nakoming van de schuldenaar elders
moet betrekken
o Gevolgschade (bijkomende schade); schade die de schuldeiser
in zijn vermogen lijdt als gevolg van het feit dat de
schuldenaar zijn verbintenis niet deugdelijk nakomt
2. Is er sprake van een tekortkoming van de schuldenaar in de
nakoming van een verbintenis
Is er sprake van een niet nakoming van de verbintenis
Onder niet nakoming wordt verstaan: geheel niet nakomen,
niet tijdig nakomen of niet deugdelijk nakomen
, Is de verbintenis opeisbaar? Of de verbintenis inmiddels ook
opeisbaar is hangt af van artikel 6:38 of 6:39. Indien er in de
overeenkomst een tijdstip is bepaald geldt dus artikel 6:39
waarin de verbintenis inmiddels opeisbaar is vanaf dat
bepaalde tijdstip. Indien er geen tijdstip is bepaald, is de
verbintenis terstond opeisbaar.
Is de schuldenaar is verzuim? (vooropgesteld dat verzuim
vereist is)
Volgens kinheim pelders arrest is er voor gevolgschade geen
verzuim vereist. Dus in geval van gevolgschade, geen verzuim
vereist. Verder moet aan de verzuimeis worden voldaan als
nakoming nog mogelijk is. Als nakoming vrijblijvend onmogelijk
is, dan hoeft er ook niet aan dit vereiste te worden voldaan.
Dus eerst vaststellen of het nog mogelijk is of niet. Hierbij heb
je twee gevallen. Ten eerste het geval waarin nakoming nog
wel mogelijk is, maar slechts vertraagd. Hierbij gaat het dus om
een niet tijdige nakoming of een niet deugdelijke nakoming.
Het tweede geval is wanneer nakoming niet meer mogelijk is.
Dit kan komen door een absolute onmogelijkheid of door een
relatieve onmogelijk. De relatieve onmogelijkheid kan drie
oorzaken hebben.
o Praktisch onmogelijkheid; wanneer het voor de
schuldenaar enorme verbintenissen zal vergen om de
verbintenis nog na te komen
o Morele onmogelijkheid; wanneer de schuldenaar zijn
onderneming of veiligheid van zijn personeel op het
spel zou moeten zetten om de verbintenis nog na te
komen
o Juridische onmogelijkheid; de overheid heeft bepaalde
verboden uitgevaardigd die de nakoming van de
verbintenis in de weg staat
Hoe treedt verzuim in?
Artikel 81 jo 83 jo 82.
3. Is er sprake van een causaal verband tussen de schade van de
schuldeiser en de tekortkoming van de schuldenaar? CSQN: zou de
tekortkoming worden weggedacht dan zou de schade zich niet
hebben voorgedaan.
4. Kan de tekortkoming aan de schuldenaar worden toegerekend?
6:75 jo 6:76
Week 5
o Nakoming vorderen (alle gevallen behalve koop)
o Nakoming vorderen koop
o Schadevergoeding vorderen
Nakoming vorderen (alle gevallen behalve koop)
Art 3:296 BW
1. Is er sprake van niet nakoming van een opeisbare verbintenis? Onder niet
nakoming wordt verstaan: geheel niet nakomen, niet tijdig nakomen of
niet deugdelijk nakomen. Of de verbintenis inmiddels ook opeisbaar is
hangt af van artikel 6:38 of 6:39. Indien er in de overeenkomst een tijdstip
is bepaald geldt dus artikel 6:39 waarin de verbintenis inmiddels opeisbaar
is vanaf dat bepaalde tijdstip. Indien er geen tijdstip is bepaald, is de
verbintenis terstond opeisbaar.
2. Is nakoming van de verbintenis nog mogelijk? Hierbij heb je twee gevallen.
Ten eerste het geval waarin nakoming nog wel mogelijk is, maar slechts
vertraagd. Hierbij gaat het dus om een niet tijdige nakoming of een niet
deugdelijke nakoming. Het tweede geval is wanneer nakoming niet meer
mogelijk is. Dit kan komen door een absolute onmogelijkheid of door een
relatieve onmogelijk. De relatieve onmogelijkheid kan drie oorzaken
hebben.
o Praktisch onmogelijkheid; wanneer het voor de
schuldenaar enorme verbintenissen zal vergen om de
verbintenis nog na te komen
o Morele onmogelijkheid; wanneer de schuldenaar zijn
onderneming of veiligheid van zijn personeel op het
spel zou moeten zetten om de verbintenis nog na te
komen
o Juridische onmogelijkheid; de overheid heeft bepaalde
verboden uitgevaardigd die de nakoming van de
verbintenis in de weg staat
3. Verzet de tenzij regel van art 3:296 zich tegen toewijzing van de vordering
tot nakoming?
De schuldeiser kan geen nakoming vorderen als uit de wet, uit de aard der
verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt.
4. Staan de eisen van redelijkheid en billijkheid aan toewijzing van de
vordering tot nakoming in de weg. Uit het arrest Multi vastgoed volgt dat
de schuldeiser in beginsel mag kiezen tussen nakoming of een vorm van
schadevergoeding. Bij die keuze is de schuldeiser wel gebonden aan de
eisen van redelijkheid en billijkheid 3:12 jo 6:248. De belangen van de
schuldeiser en de schuldenaar moeten worden afgewogen. De
gezichtspunten die volgen uit het arrest. Pleiten de gezichtspunten meer
voor nakoming of meer voor schadevergoeding?
o Aard en ernst van het gebrek
o Aard en overige inhoud van de overeenkomst
o Verhouding waarde prestatie en hoogte van herstelkosten
, o De aan het alternatief verbonden risico’s
Nakoming vorderen indien sprake van koop
1. Vaststellen dat het koop betreft artikel 7:1
2. Vaststellen dat er sprake is van non-conformiteit op grond van art
7:17
3. Dan moet je door naar artikel 7:21 lid 1 indien de zaak de
overeenkomst niet beantwoord. Kies vervolgens uit sub a b of c.
4. Met artikel 7:21 sub c heb je vastgesteld dat herstel of vervanging
überhaupt mogelijk is en je in beginsel dus een keus hebt. Deze keus
wordt echter beperkt door de werking van redelijkheid en billijkheid
art 3:12 jo 6:248. Indien er geen mogelijkheid is tot vervanging kun
je dus alleen nog herstellen.
5. Gezichtspunten bij het gebrek
o Ernst en belang van het gebrek (vormt het gebrek een gevaar
en is het ernstig)
o Hoe gewoon is het optreden van het gebrek (wat voor soort
zaak is het, levensduur, merk, kwaliteit, aankoopkosten ect)
o Is het gebrek eerder opgetreden?
o Duur van het gebruik (Hoe langer het gebruik hoe onredelijker
het wordt om te vervangen
6. Gezichtspunten bij herstel
o Hoe gebruikelijk is herstel in de branche?
o Hoe eenvoudig is herstel ten overstaande van aard van het
herstel?
o Aard van het herstel (gaat het herstel werken, zal het effect
hebben, is het duurzaam?)
7. Dit afwegen en dan conclusie trekken
Schadevergoeding vorderen
Art 6:74
1. Lijdt de schuldeiser schade? En wat voor schade is dat dan?
o Vertragingsschade; schade die de schuldeiser lijdt, omdat de
schuldenaar te laat is met de nakoming van zijn verbintenis
o Vervangingsschade; schade die de schuldeiser lijdt doordat hij
de prestatie, waartoe de verbintenis van de schuldenaar
strekt, vanwege de niet nakoming van de schuldenaar elders
moet betrekken
o Gevolgschade (bijkomende schade); schade die de schuldeiser
in zijn vermogen lijdt als gevolg van het feit dat de
schuldenaar zijn verbintenis niet deugdelijk nakomt
2. Is er sprake van een tekortkoming van de schuldenaar in de
nakoming van een verbintenis
Is er sprake van een niet nakoming van de verbintenis
Onder niet nakoming wordt verstaan: geheel niet nakomen,
niet tijdig nakomen of niet deugdelijk nakomen
, Is de verbintenis opeisbaar? Of de verbintenis inmiddels ook
opeisbaar is hangt af van artikel 6:38 of 6:39. Indien er in de
overeenkomst een tijdstip is bepaald geldt dus artikel 6:39
waarin de verbintenis inmiddels opeisbaar is vanaf dat
bepaalde tijdstip. Indien er geen tijdstip is bepaald, is de
verbintenis terstond opeisbaar.
Is de schuldenaar is verzuim? (vooropgesteld dat verzuim
vereist is)
Volgens kinheim pelders arrest is er voor gevolgschade geen
verzuim vereist. Dus in geval van gevolgschade, geen verzuim
vereist. Verder moet aan de verzuimeis worden voldaan als
nakoming nog mogelijk is. Als nakoming vrijblijvend onmogelijk
is, dan hoeft er ook niet aan dit vereiste te worden voldaan.
Dus eerst vaststellen of het nog mogelijk is of niet. Hierbij heb
je twee gevallen. Ten eerste het geval waarin nakoming nog
wel mogelijk is, maar slechts vertraagd. Hierbij gaat het dus om
een niet tijdige nakoming of een niet deugdelijke nakoming.
Het tweede geval is wanneer nakoming niet meer mogelijk is.
Dit kan komen door een absolute onmogelijkheid of door een
relatieve onmogelijk. De relatieve onmogelijkheid kan drie
oorzaken hebben.
o Praktisch onmogelijkheid; wanneer het voor de
schuldenaar enorme verbintenissen zal vergen om de
verbintenis nog na te komen
o Morele onmogelijkheid; wanneer de schuldenaar zijn
onderneming of veiligheid van zijn personeel op het
spel zou moeten zetten om de verbintenis nog na te
komen
o Juridische onmogelijkheid; de overheid heeft bepaalde
verboden uitgevaardigd die de nakoming van de
verbintenis in de weg staat
Hoe treedt verzuim in?
Artikel 81 jo 83 jo 82.
3. Is er sprake van een causaal verband tussen de schade van de
schuldeiser en de tekortkoming van de schuldenaar? CSQN: zou de
tekortkoming worden weggedacht dan zou de schade zich niet
hebben voorgedaan.
4. Kan de tekortkoming aan de schuldenaar worden toegerekend?
6:75 jo 6:76