Formeel strafrecht stappenplan
Donna Sabatino
Week 1: uitgangspunten van het strafprocesrecht
Arresten:
o Landeck arrest
o Ontgrendelplicht smartphone arrest
Leerdoelen:
o Onderscheid te maken tussen de algemene taakstellende bepalingen
en specifieke
wettelijke bepalingen als grondslag voor de inzet van
opsporingsmethoden;
o Te reflecteren op de reikwijdte van specifieke wettelijke bepalingen als
grondslag voor de inzet van opsporingsmethoden, zoals de
ontgrendeling van en onderzoek aan een smartphone, in het licht van
het legaliteitsbeginsel (wettelijke grondslag) en Nemo tenetur-beginsel;
o De vormgeving van de wettelijke normering van de ontgrendeling van
en onderzoek
aan een smartphone ten behoeve van de opsporing te analyseren en
toe te passen op een casus.
Juridische kader: mate van inbreuk
Dit is van toepassing wanneer het gaat om te vraag of de politie bevoegd
was een bepaalde opsporingshandeling te verrichten, zonder dat daar een
wettelijke basis voor is. Indien er geen wettelijke basis is voor een
opsporingshandeling, zijn de artikelen 3 politiewet en 141 Sv van belang. Dit
zijn de algemene wettelijke grondslagen. Indien er sprake is van een meer
dan beperkte inbreuk, moet er wel een specifieke grondslag zijn.
Artikel 3 van de Politiewet 2012 regelt de algemene taak van de politie,
waaronder het handhaven van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan
hen die dit behoeven. Artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering
(Sv) benoemt de functionarissen die belast zijn met opsporing, zoals de
officieren van justitie en politieambtenaren. Beide bepalingen kennen ook
geen waarborgen. Er is geen verdenking of machtiging vereist bijvoorbeeld.
Je mag opsporingshandelingen alleen op dit artikel baseren wanneer er een
beperkte inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. Alleen zaken
die niet zijn geregeld in het wetboek van strafvordering! Denk bijvoorbeeld
aan speurhonden, dit is niet in de wet geregeld. De artikelen bieden geen
toereikende wettelijke grondslag voor meer dan beperkte inbreuken.
Deze bepalingen bieden een basis voor opsporingshandelingen, maar alleen
in algemene zin. Specifieke opsporingshandelingen, zoals doorzoeking of
afluisteren, moeten gebaseerd zijn op bijzondere wettelijke bepalingen in het
Wetboek van Strafvordering
1. Beperkte inbreuk?
, a. Art 3 politiewet en art 141 Sv bieden een toereikende wettelijke
grondslag; werk vervolgens deze artikelen uit.
2. Meer dan beperkte inbreuk?
a. Min of meer compleet beeld van bepaalde aspecten van het
persoonlijke leven r.o. 2.6 onder 4.2 arrest Landeck; mede
afhankelijk van de plaats intensiteit en frequentie van observatie.
b. Art 3 en 141 bieden geen toereikende wettelijke grondslag
onvoldoende specifiek geformuleerd.
Juridische kader; rechtmatig onderzoek
Dit is van toepassing op de vraag of de doorzoeking van een smartphone
rechtmatig is verricht. Waren de agenten bevoegd om het onderzoek aan de
smartphone te verrichten? Dit ziet op de inbeslagneming van de smartphone.
Het juridische kader van mate van inbreuk ziet meer op een algemene
opsporingsbevoegdheid. De ro’s komen uit het arrest Landeck
1. Inbeslagnemingsbevoegdheid omvat ook onderzoeksbevoegdheid Landeck r.o.4.2
2. Wie is de bevoegde autoriteit voor uitvoeren van onderzoeksbevoegdheid?
Opsporingsambtenaren op grond van 94, 95, 96 Sv en 141 + 148 Sv
bevoegd 4.2 + 5.2.2
3. Is er sprake van een beperkte of meer dan beperkte inbreuk?
a. Beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer
Sprake van dergelijk inbreuk, indien:
o Enkel identificeren gebruiker
o Enkele beperkte waarnemingen over het feitelijke gebruik van
elektronische gegevensdrager aangetroffen bij verdachte (bijv. na
gaan welke contracten gebruiker kort tevoren heeft gelegd. 5.2.2)
b. Meer dan beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer
i. Voorafgaande toetsing rechter-commissaris vereist.
o Op voorhand te voorzien dat door onderzoek aan
smartphones inzicht verkregen wordt in verkeer en
locatiegegevens of andersoortige gegevens 5.2.4
o In machtiging moet voldoende concreet worden
welk onderzoek wordt verricht en hoe 5.2.5
ii. In spoedeisende gevallen geen voorafgaande
toestemming 5.2.4
Wat als de rechter-commissaris geen schriftelijke toestemming heeft
kunnen geven? Dan kan de machtiging mondeling geschieden maar moet hij
het binnen drie dagen op schrift stellen. Als hij dit niet doet vormverzuim.
Landeck 5.2.5
Donna Sabatino
Week 1: uitgangspunten van het strafprocesrecht
Arresten:
o Landeck arrest
o Ontgrendelplicht smartphone arrest
Leerdoelen:
o Onderscheid te maken tussen de algemene taakstellende bepalingen
en specifieke
wettelijke bepalingen als grondslag voor de inzet van
opsporingsmethoden;
o Te reflecteren op de reikwijdte van specifieke wettelijke bepalingen als
grondslag voor de inzet van opsporingsmethoden, zoals de
ontgrendeling van en onderzoek aan een smartphone, in het licht van
het legaliteitsbeginsel (wettelijke grondslag) en Nemo tenetur-beginsel;
o De vormgeving van de wettelijke normering van de ontgrendeling van
en onderzoek
aan een smartphone ten behoeve van de opsporing te analyseren en
toe te passen op een casus.
Juridische kader: mate van inbreuk
Dit is van toepassing wanneer het gaat om te vraag of de politie bevoegd
was een bepaalde opsporingshandeling te verrichten, zonder dat daar een
wettelijke basis voor is. Indien er geen wettelijke basis is voor een
opsporingshandeling, zijn de artikelen 3 politiewet en 141 Sv van belang. Dit
zijn de algemene wettelijke grondslagen. Indien er sprake is van een meer
dan beperkte inbreuk, moet er wel een specifieke grondslag zijn.
Artikel 3 van de Politiewet 2012 regelt de algemene taak van de politie,
waaronder het handhaven van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan
hen die dit behoeven. Artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering
(Sv) benoemt de functionarissen die belast zijn met opsporing, zoals de
officieren van justitie en politieambtenaren. Beide bepalingen kennen ook
geen waarborgen. Er is geen verdenking of machtiging vereist bijvoorbeeld.
Je mag opsporingshandelingen alleen op dit artikel baseren wanneer er een
beperkte inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. Alleen zaken
die niet zijn geregeld in het wetboek van strafvordering! Denk bijvoorbeeld
aan speurhonden, dit is niet in de wet geregeld. De artikelen bieden geen
toereikende wettelijke grondslag voor meer dan beperkte inbreuken.
Deze bepalingen bieden een basis voor opsporingshandelingen, maar alleen
in algemene zin. Specifieke opsporingshandelingen, zoals doorzoeking of
afluisteren, moeten gebaseerd zijn op bijzondere wettelijke bepalingen in het
Wetboek van Strafvordering
1. Beperkte inbreuk?
, a. Art 3 politiewet en art 141 Sv bieden een toereikende wettelijke
grondslag; werk vervolgens deze artikelen uit.
2. Meer dan beperkte inbreuk?
a. Min of meer compleet beeld van bepaalde aspecten van het
persoonlijke leven r.o. 2.6 onder 4.2 arrest Landeck; mede
afhankelijk van de plaats intensiteit en frequentie van observatie.
b. Art 3 en 141 bieden geen toereikende wettelijke grondslag
onvoldoende specifiek geformuleerd.
Juridische kader; rechtmatig onderzoek
Dit is van toepassing op de vraag of de doorzoeking van een smartphone
rechtmatig is verricht. Waren de agenten bevoegd om het onderzoek aan de
smartphone te verrichten? Dit ziet op de inbeslagneming van de smartphone.
Het juridische kader van mate van inbreuk ziet meer op een algemene
opsporingsbevoegdheid. De ro’s komen uit het arrest Landeck
1. Inbeslagnemingsbevoegdheid omvat ook onderzoeksbevoegdheid Landeck r.o.4.2
2. Wie is de bevoegde autoriteit voor uitvoeren van onderzoeksbevoegdheid?
Opsporingsambtenaren op grond van 94, 95, 96 Sv en 141 + 148 Sv
bevoegd 4.2 + 5.2.2
3. Is er sprake van een beperkte of meer dan beperkte inbreuk?
a. Beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer
Sprake van dergelijk inbreuk, indien:
o Enkel identificeren gebruiker
o Enkele beperkte waarnemingen over het feitelijke gebruik van
elektronische gegevensdrager aangetroffen bij verdachte (bijv. na
gaan welke contracten gebruiker kort tevoren heeft gelegd. 5.2.2)
b. Meer dan beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer
i. Voorafgaande toetsing rechter-commissaris vereist.
o Op voorhand te voorzien dat door onderzoek aan
smartphones inzicht verkregen wordt in verkeer en
locatiegegevens of andersoortige gegevens 5.2.4
o In machtiging moet voldoende concreet worden
welk onderzoek wordt verricht en hoe 5.2.5
ii. In spoedeisende gevallen geen voorafgaande
toestemming 5.2.4
Wat als de rechter-commissaris geen schriftelijke toestemming heeft
kunnen geven? Dan kan de machtiging mondeling geschieden maar moet hij
het binnen drie dagen op schrift stellen. Als hij dit niet doet vormverzuim.
Landeck 5.2.5