1
, M. Franssens
DEEL 1 – ONTWIKKELING VAN HET KIND
H O O F D S T U K 1: I N L E I D I N G
1.1 WAT IS ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE?
= de wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en stabiliteit
→ van conceptie (bevruchting) tot ouderdom
Verschillende ontwikkelingsdomeinen: fysiek, cognitief, sociaal-emotioneel en persoonlijkheid
1.2 HISTORIEK
Philippe Ariès (1914-1984)
- ontdekking van “het kind” als voorwerp van historisch onderzoek
- cultuurhistorische studie over het kind vanaf middeleeuwen aan de hand van afbeeldingen en dagboeken
- eeuwenlang werden kinderen als miniatuurvolwassenen gezien; kindertijd is een sociale constructie van vrij
recente datum (rond 1600)
→ geeft een beeld over hoe de kindertijd bekeken werd
Newton: “als ik verder gekeken heb dan anderen, dan is dat omdat ik op de schouders van reuzen zat”
2
, M. Franssens
→ wetenschap bouwt steeds verder op eerder gevonden inzichten
1.3 VROEGE DENKERS
John Locke
→ empirisme (belang van ervaringen)
- mens wordt geboren als een onbeschreven blad (‘tabula rasa’), zonder aangeboren
eigenschappen
- alle verschillen tussen mensen zijn toe te schrijven aan verschillende omgevingen/ervaringen
- kinderen kunnen tot gelijk wat ‘gevormd’ worden
- lag ten grondslag aan latere behaviorisme
- kind als passieve ontvanger van omgevingsinvloeden (kind heeft zelf niet actief kennis bij de
geboorte, maar alles leert via zintuiglijke ervaringen)
Jean-Jacques Rousseau
→ nativisme (idee dat kinderen al vanaf de geboorte bepaalde kennis of vaardigheden hebben)
- Kinderen zijn net geen onbeschreven blad, worden wel geboren met talenten
- Opvoeding mag niet opdringerig zijn, ze moeten kunnen ontplooien wat ze van nature hebben
meegekregen
- als kinderen verzorgd/beschermd worden, bereiken ze vanzelf hun volle potentieel
- als ze frustratie ervaren bij het proberen ontwikkelen van de aangeboren goedheid zal
ontwikkelingsuitkomst negatief zijn
- ontwikkeling voltrekt zich in afzonderlijke fasen die zich automatisch ontvouwen (maturatie)
1.4 START VAN DE WETENSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Darwin
→ Evolutietheorie
- Zag een parallel tussen de ontwikkeling van individuen (ontogenese = ontwikkeling van een
individueel organisme, vanaf de bevruchting tot volwassenheid en ouderdom) binnen een
soort en hoe de soort zich zelf ontwikkeld heeft (fylogenese = evolutionaire ontwikkeling van
een soort over vele generaties)
- babybiografie over eerste levensjaar van zijn zoon
- observatie van kinderen krijgt systematisch karakter
- start wetenschappelijke studie van ontwikkeling
Hall
- ontwikkeling als reeks genetisch bepaalde gebeurtenissen die zich automatisch ontvouwen,
zoals een bloem
- stichter Child Study Movement (= start vd wetenschappelijke studie vd ontwikkeling vh kind,
niet langer meer biografieën over een kind (zoals bij Darwin) )
- eerste gebruik van vragenlijsten, normatieve benadering
- adolescentie als afzonderlijke ontwikkelingsfase (“storm en stress”)
Arnold Gesell
- leerling v Hall
- “father of child development”
3
, M. Franssens
- bestudeerde 10.000 kinderen via observatie en ouderinterviews
- sterke focus op maturatie, beperkte rol van ervaring
- alle kinderen doorlopen dezelfde stadia
- Gesell Developmental Schedules : reeks tests ontwikkeld om de ontwikkeling van baby's en
jonge kinderen te meten → resultaten tonen of een kind zich normaal ontwikkelt of extra
ondersteuning nodig heeft
- Veel aandacht voor de motorische ontwikkeling; bracht het inzicht dat de groei van kinderen
van globaal naar specifiek loopt in 2 richtingen:
a.Van boven naar beneden (hoofd naar voeten)
b.Van het centrum naar de buitenkant (eerder grof motorisch ontwikkelen dan fijn
motorisch, eerst je romp bewegen dan je arm)
Maria Montessori
- kinderen leren op een natuurlijke manier door rijpingprocessen
- onderwijsaanpak gebaseerd op zelfredzaamheid → “leer het me zelf doen”
- eerste Montessori-kleuterschool in 1907
Alfred Binet
- Frans psycholoog
- Gekend vd eerste intelligentietest op vraag van het ministerie van onderwijs → om zo te
kunnen bepalen welke leerlingen nood hebben aan meer begeleiding
- stimuleerde interesse in individuele verschillen in ontwikkeling
Lewis Terman
- paste Binets test aan voor de Amerikaanse context en breidde die verder uit
- oprichter Genetic Studies of the Genius, gestart in 1921 aan Stanford University
- werd later Terman Study of the Gifted
- veel aandacht voor de genetische basis van intelligentie, beperkte rol van omgeving
- langstlopende longitudinale studie
Leta Stetter Hollingworth
- studie van intelligentie, met focus op hoogbegaafdheid
- aandacht voor de unieke uitdagingen van cognitief sterke kinderen
- voortbouwend op het werk van Terman
- erkende genetische basis van verschillen in intelligentie, maar had ook veel aandacht voor
schoolpsychologische praktijk
⇒ deze wetenschappers hadden een gemeenschappelijk doel: groei, verandering en stabiliteit
tijdens (vooral) kindertijd bestuderen
- start van de wetenschappelijke studie van ontwikkeling
- initieel veel klemtoon op erfelijke sturing → 'genetische psychologie’
- later meer aandacht voor ook context: 'genetische psychologie' → ‘ontwikkelingspsychologie’
4
, M. Franssens
DEEL 1 – ONTWIKKELING VAN HET KIND
H O O F D S T U K 1: I N L E I D I N G
1.1 WAT IS ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE?
= de wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en stabiliteit
→ van conceptie (bevruchting) tot ouderdom
Verschillende ontwikkelingsdomeinen: fysiek, cognitief, sociaal-emotioneel en persoonlijkheid
1.2 HISTORIEK
Philippe Ariès (1914-1984)
- ontdekking van “het kind” als voorwerp van historisch onderzoek
- cultuurhistorische studie over het kind vanaf middeleeuwen aan de hand van afbeeldingen en dagboeken
- eeuwenlang werden kinderen als miniatuurvolwassenen gezien; kindertijd is een sociale constructie van vrij
recente datum (rond 1600)
→ geeft een beeld over hoe de kindertijd bekeken werd
Newton: “als ik verder gekeken heb dan anderen, dan is dat omdat ik op de schouders van reuzen zat”
2
, M. Franssens
→ wetenschap bouwt steeds verder op eerder gevonden inzichten
1.3 VROEGE DENKERS
John Locke
→ empirisme (belang van ervaringen)
- mens wordt geboren als een onbeschreven blad (‘tabula rasa’), zonder aangeboren
eigenschappen
- alle verschillen tussen mensen zijn toe te schrijven aan verschillende omgevingen/ervaringen
- kinderen kunnen tot gelijk wat ‘gevormd’ worden
- lag ten grondslag aan latere behaviorisme
- kind als passieve ontvanger van omgevingsinvloeden (kind heeft zelf niet actief kennis bij de
geboorte, maar alles leert via zintuiglijke ervaringen)
Jean-Jacques Rousseau
→ nativisme (idee dat kinderen al vanaf de geboorte bepaalde kennis of vaardigheden hebben)
- Kinderen zijn net geen onbeschreven blad, worden wel geboren met talenten
- Opvoeding mag niet opdringerig zijn, ze moeten kunnen ontplooien wat ze van nature hebben
meegekregen
- als kinderen verzorgd/beschermd worden, bereiken ze vanzelf hun volle potentieel
- als ze frustratie ervaren bij het proberen ontwikkelen van de aangeboren goedheid zal
ontwikkelingsuitkomst negatief zijn
- ontwikkeling voltrekt zich in afzonderlijke fasen die zich automatisch ontvouwen (maturatie)
1.4 START VAN DE WETENSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Darwin
→ Evolutietheorie
- Zag een parallel tussen de ontwikkeling van individuen (ontogenese = ontwikkeling van een
individueel organisme, vanaf de bevruchting tot volwassenheid en ouderdom) binnen een
soort en hoe de soort zich zelf ontwikkeld heeft (fylogenese = evolutionaire ontwikkeling van
een soort over vele generaties)
- babybiografie over eerste levensjaar van zijn zoon
- observatie van kinderen krijgt systematisch karakter
- start wetenschappelijke studie van ontwikkeling
Hall
- ontwikkeling als reeks genetisch bepaalde gebeurtenissen die zich automatisch ontvouwen,
zoals een bloem
- stichter Child Study Movement (= start vd wetenschappelijke studie vd ontwikkeling vh kind,
niet langer meer biografieën over een kind (zoals bij Darwin) )
- eerste gebruik van vragenlijsten, normatieve benadering
- adolescentie als afzonderlijke ontwikkelingsfase (“storm en stress”)
Arnold Gesell
- leerling v Hall
- “father of child development”
3
, M. Franssens
- bestudeerde 10.000 kinderen via observatie en ouderinterviews
- sterke focus op maturatie, beperkte rol van ervaring
- alle kinderen doorlopen dezelfde stadia
- Gesell Developmental Schedules : reeks tests ontwikkeld om de ontwikkeling van baby's en
jonge kinderen te meten → resultaten tonen of een kind zich normaal ontwikkelt of extra
ondersteuning nodig heeft
- Veel aandacht voor de motorische ontwikkeling; bracht het inzicht dat de groei van kinderen
van globaal naar specifiek loopt in 2 richtingen:
a.Van boven naar beneden (hoofd naar voeten)
b.Van het centrum naar de buitenkant (eerder grof motorisch ontwikkelen dan fijn
motorisch, eerst je romp bewegen dan je arm)
Maria Montessori
- kinderen leren op een natuurlijke manier door rijpingprocessen
- onderwijsaanpak gebaseerd op zelfredzaamheid → “leer het me zelf doen”
- eerste Montessori-kleuterschool in 1907
Alfred Binet
- Frans psycholoog
- Gekend vd eerste intelligentietest op vraag van het ministerie van onderwijs → om zo te
kunnen bepalen welke leerlingen nood hebben aan meer begeleiding
- stimuleerde interesse in individuele verschillen in ontwikkeling
Lewis Terman
- paste Binets test aan voor de Amerikaanse context en breidde die verder uit
- oprichter Genetic Studies of the Genius, gestart in 1921 aan Stanford University
- werd later Terman Study of the Gifted
- veel aandacht voor de genetische basis van intelligentie, beperkte rol van omgeving
- langstlopende longitudinale studie
Leta Stetter Hollingworth
- studie van intelligentie, met focus op hoogbegaafdheid
- aandacht voor de unieke uitdagingen van cognitief sterke kinderen
- voortbouwend op het werk van Terman
- erkende genetische basis van verschillen in intelligentie, maar had ook veel aandacht voor
schoolpsychologische praktijk
⇒ deze wetenschappers hadden een gemeenschappelijk doel: groei, verandering en stabiliteit
tijdens (vooral) kindertijd bestuderen
- start van de wetenschappelijke studie van ontwikkeling
- initieel veel klemtoon op erfelijke sturing → 'genetische psychologie’
- later meer aandacht voor ook context: 'genetische psychologie' → ‘ontwikkelingspsychologie’
4