Architecturale context
Hoofdstuk 1
16e-17e eeuw: Renaissance
--> In Italië: quattrocento
!Chronologie vanbuiten kennen!
Altijd overlappingen in stijl, veranderd nooit van dag op dag.
1. Barok:
- Tot ongeveer 1715
- Rococo: Uitloper Barok
- Kerken en paleizen werden opgetrokken in een rijke en krachtige stijl, die de
contrareformatie (Katholieke reactie van de 16e tot 18e eeuw op de protestantsereformatie)
kracht moesten bijzetten.
Kenmerken:
o V evenwicht (Renaissance) --> Samenballing (Barok): 1 geheel v schilder-, beeldhouw- en
bouwkunst
o Niet meer rustig maar veel beweging (= testosteronarchitectuur)
--> Wil spierballen/kracht tonen
o Heel drukke, theatrale en asymmetrische architectuur
o Veel gebruik van contrasten & diagonalen
Reformatie = Katholieke kerk wou opnieuw soberder leven.
Mensen lopen over naar protestantse kerk --> Minder geld voor Rooms- katholieken --> Proberen
zoveel mogelijk mensen terug te lokken a.d.h.v architectuur (vb: triomfantelijke kerken)
= Barok
Beeldengroepen en uitgewerkte gebouwelementen zonder constructieve functie(zoals
pilasters en voluten) vormen telkens 1 dynamische compositie die vaak dramatisch
geaccentueerd wordt door een lichtinval en schaduwwerking.
Het gebouw en de omgeving worden als 1 geheel uitgewerkt om het dramatische en
feestelijke uitzicht te versterken.
Verschil renaissance & Barok:
• Renaissance architectuur is perfect symmetrisch, bij Barok zie je diagonale lijn
• Rust bij R. & beweging bij B.
• Kleurcontrasten en ellipsvormig grondplan bij B.
•
--> Evenwicht --> Samenballing
San Lorenzo, Brunelleschi, Firenze, 1419-1490 Sant ‘Ignazio, Grassi & Moderno, Rome, 1626-1650
,--> Rust & symmetrie --> Beweging & asymmetrie
Het laatste avondmaal, Da Vinci, Milaan, 1495-149 De hemelvaart v Maria, Rubens, Antw. 1625-1626
Trevi Fontein
Bernini
Rome
1732-1762
Barok
Stijlfiguren barok:
Vrije toepassing vd renaissance vormen:
o Zuilen met verdikte banden (ft 1) & geschroefde zuilen (= Salamonische zuil)
o Doorbroken frontons = Boven deur of raam een driehoek of boog (ft 2,3)
o Overmatig zware lijsten
Specifieke barok elementen:
o Sterk uitspringende delen
o Voluten = Golvende steunberen (ft 2)
o Gebruik van cartouches: Soort stempel, meestal IHS
o Oeil-de-boeuf (ft 4)
o Vaart naar omhoog, opgaande ipv horizontale lijnen (Renaissanve
--> Men wil omhoog want dicht bij God
➔ Kolossale Orde = Wordt genoemd wanneer hoger gaat dan 1 bouwlaag
➔ Koepels & torens
o Veel aandacht voor aanloop n/h gebouw d.m.v trappen, tuinen,…
,Voorbeelden:
Bernini
Naam:Andrea al Quirinale
1658-1670
Rome
Huyssens + D’Aguilon + Rubens
Carolus Boromeuskerk
Antwerpen
1615
Rubens
Tuinpaviljoen, Rubenshuis
Antwerpen
1610
, Huyssens
Sint – Pieterskerk
Gent
1629-1722
Van der Linden
Vismarkt, Gent
1689
2. Rococo:
De Barok wordt in Frankrijk en Noord-Europa verder uitgewerkt tot Rococo, dat
afgeleid is van het woord rocaille wat een puntige versiering is. Het wou een
optimistische opvatting geven van de ‘Bel Esprit’ het rijke leven van de adel.
o Uitvloeisel v/d Barok
o Optimistische opvattingen v rationalisme (blij zijn met het leven, periode v bel esprit)
o Sierlijke stijl
o Plechtige krachtige Barok --> Speels & luchtig Rococo
o Geen scheiding meer tussen architectuur, schilderkunst & beeldhouwwerk --> vloeit in elkaar
o Droomwereld, idyllisch
o Niet meer duidelijk waar wand eindigt en plafond begint, vloeit over
Hoofdstuk 1
16e-17e eeuw: Renaissance
--> In Italië: quattrocento
!Chronologie vanbuiten kennen!
Altijd overlappingen in stijl, veranderd nooit van dag op dag.
1. Barok:
- Tot ongeveer 1715
- Rococo: Uitloper Barok
- Kerken en paleizen werden opgetrokken in een rijke en krachtige stijl, die de
contrareformatie (Katholieke reactie van de 16e tot 18e eeuw op de protestantsereformatie)
kracht moesten bijzetten.
Kenmerken:
o V evenwicht (Renaissance) --> Samenballing (Barok): 1 geheel v schilder-, beeldhouw- en
bouwkunst
o Niet meer rustig maar veel beweging (= testosteronarchitectuur)
--> Wil spierballen/kracht tonen
o Heel drukke, theatrale en asymmetrische architectuur
o Veel gebruik van contrasten & diagonalen
Reformatie = Katholieke kerk wou opnieuw soberder leven.
Mensen lopen over naar protestantse kerk --> Minder geld voor Rooms- katholieken --> Proberen
zoveel mogelijk mensen terug te lokken a.d.h.v architectuur (vb: triomfantelijke kerken)
= Barok
Beeldengroepen en uitgewerkte gebouwelementen zonder constructieve functie(zoals
pilasters en voluten) vormen telkens 1 dynamische compositie die vaak dramatisch
geaccentueerd wordt door een lichtinval en schaduwwerking.
Het gebouw en de omgeving worden als 1 geheel uitgewerkt om het dramatische en
feestelijke uitzicht te versterken.
Verschil renaissance & Barok:
• Renaissance architectuur is perfect symmetrisch, bij Barok zie je diagonale lijn
• Rust bij R. & beweging bij B.
• Kleurcontrasten en ellipsvormig grondplan bij B.
•
--> Evenwicht --> Samenballing
San Lorenzo, Brunelleschi, Firenze, 1419-1490 Sant ‘Ignazio, Grassi & Moderno, Rome, 1626-1650
,--> Rust & symmetrie --> Beweging & asymmetrie
Het laatste avondmaal, Da Vinci, Milaan, 1495-149 De hemelvaart v Maria, Rubens, Antw. 1625-1626
Trevi Fontein
Bernini
Rome
1732-1762
Barok
Stijlfiguren barok:
Vrije toepassing vd renaissance vormen:
o Zuilen met verdikte banden (ft 1) & geschroefde zuilen (= Salamonische zuil)
o Doorbroken frontons = Boven deur of raam een driehoek of boog (ft 2,3)
o Overmatig zware lijsten
Specifieke barok elementen:
o Sterk uitspringende delen
o Voluten = Golvende steunberen (ft 2)
o Gebruik van cartouches: Soort stempel, meestal IHS
o Oeil-de-boeuf (ft 4)
o Vaart naar omhoog, opgaande ipv horizontale lijnen (Renaissanve
--> Men wil omhoog want dicht bij God
➔ Kolossale Orde = Wordt genoemd wanneer hoger gaat dan 1 bouwlaag
➔ Koepels & torens
o Veel aandacht voor aanloop n/h gebouw d.m.v trappen, tuinen,…
,Voorbeelden:
Bernini
Naam:Andrea al Quirinale
1658-1670
Rome
Huyssens + D’Aguilon + Rubens
Carolus Boromeuskerk
Antwerpen
1615
Rubens
Tuinpaviljoen, Rubenshuis
Antwerpen
1610
, Huyssens
Sint – Pieterskerk
Gent
1629-1722
Van der Linden
Vismarkt, Gent
1689
2. Rococo:
De Barok wordt in Frankrijk en Noord-Europa verder uitgewerkt tot Rococo, dat
afgeleid is van het woord rocaille wat een puntige versiering is. Het wou een
optimistische opvatting geven van de ‘Bel Esprit’ het rijke leven van de adel.
o Uitvloeisel v/d Barok
o Optimistische opvattingen v rationalisme (blij zijn met het leven, periode v bel esprit)
o Sierlijke stijl
o Plechtige krachtige Barok --> Speels & luchtig Rococo
o Geen scheiding meer tussen architectuur, schilderkunst & beeldhouwwerk --> vloeit in elkaar
o Droomwereld, idyllisch
o Niet meer duidelijk waar wand eindigt en plafond begint, vloeit over