Hoofdstuk 1: Architectuur en moderniteit. De uitdaging vanArchitectuurtheorie
het wonen.
1. Moderniteit:
Moderniteit = tegenovergestelde van traditie, de kenmerken van de moderne tijd. Het ervaren van het
moderniseringsproces (komt dus voort uit de modernisering). Voorwaarden om te kunnen leven.
Modernisering = socio-economisch proces, maatschappelijke ontwikkelingsproces.
Modernisme = bewegingen die ‘ja’ zeggen tegen de moderniteit, tegen heet conservatisme.
➔ Ontstaan door Verlichting (18de eeuw):
= Door de kritische rede, alles moet over nagedacht worden, opnieuw en
opnieuw. Niks blijf hoe dat het is, constant veranderen.
Opkomst wetenschap en Industriële revolutie.
➔ Definitie Moderniteit
Conflict met traditie, continue strijd voor vernieuwing en verandering.
=Een project of programma om de wereld beter te maken
Jürgen Habermas:
- Wetenschap Moeten autonoom kunnen ontwikkelen zonder invloeden van koning of kerk
- Moraal en recht en de resultaten moeten openbaar worden gemaakt voor het publiek zodat
- Kunst deze kunnen worden omgezet in de praktijk.
2. Moderniteit VS wonen:
Verandering zorgt voor vervreemding
Dingen veranderen zo snel -> moeilijk om thuis
te voelenvooral eind 19de E: vb De
schreeuw - Munch
vb nu: vluchtelingen
➔ Ambivalentie = tegenstrijdige gevoelens: opwinding voor nieuwe ↔ wegvallen v/h oude
Marshall Berman: "Vreugde van het moderne maar ook angst dat alles vernietigd kan worden, dat
alles wat we weten en zijn vernietigd wordt"
➔ Martin Heidegger (Duitse filosoof): Bouwen, Wonen, Denken=poëtische architectuur
1. Wonen = betekenis geven aan wereld, wijze waarop mensen ‘zijn’ Betekenis geven aan
de omliggende werkelijkheid. De wijze waarop mensen het spel van verborgen
en onverborgen spelen. Het stichten van een wereld.
2. Bouwen = Een plek creëren die de 4 dimensies van het wonen voelbaar maakt.
3. Denken: Das Geviert = Door een beleving van wonen kan
- Hemel= Dag en nacht, het slapen. men het bouwen invullen.
- Aarde=De levenscyclus, kinderen, opvoeden, seks…
- Goddelijken=Het bidden Voorbeeld: 200 jaar oude
- Stervelingen=Het samenleven en alledaagse. hoeve in het zwarte woud,
In moderniteit moet wonen (opnieuw) aangeleerd worden: (Volgens Heidegger). vroege wonen was authentiek.
“De eigenlijke nood van het wonen bestaat er niet in dat er niet genoeg woningen zijn. De
eigenlijkenood van het wonen berust erop dat de stervelingen het wezen van het wonen
immer steeds weer zoeken. Dat ze het wonen nog moeten leren."
Monniken in abdij komen redelijk dichtbij wonen.
➔ Vrome wonen =Respect voor het leven en het wonen, religieus getint. Het is een levenshouding.
, Architectuurtheorie
3. Dillema’s in de architectuur:
Architectuur moet mensen helpen wonen
= antwoord van Christian Norberg-Schulz en fenomenologie
Architectuur moet tonen dat wonen problematisch is
= antwoord van Massimo Cacciari en kritische theorie
➔ Christian Norberg-Schulz
Problemen oplossen, vormen, ontwerpen, functioneel, bouwen, expressief, …
Bouwen = het oprichten van betekenisvolle plekken
= het zichtbaar maken van de genius loci (=geest van de plek)
➔ Voorbeeld: Griekse tempel
- relatie met aarde wordt gearticuleerd door de plateau’s
- plek van samenleven voor stervelingen
- hemel komt tot uiting door licht Hij vindt dat de
- goddelijken worden er geëerd thuisloosheid van Heidegger
eerder een incident is dat
➔ 4 Modi van het wonen kan worden goedgemaakt
- Natuurlijke wonen door een beter begrip van
- Collectieve wonen de relatie tussen
- Openbare wonen architectuur en wonen.
- Private wonen
Het dichterlijk wonen is
➔ Massimo Cacciari onmogelijk geworden. Hij
Kunst, cultuur, maatschappij, wonen, beelden, vanalles, … wil dit dan ook aantonen
“Door al het instrumentele is er geen plaats voor het dichterlijk wonen.” in zijn architectuur door
sublieme nutteloosheid.
➔ Vierkant staat onder druk:
- Aarde wordt uitgeput
- Sterren zijn goed zichtbaar door kunstlicht
- Stervelingen: oude mensen naar rusthuis
- Goddelijken: we bidden niet meer“
Architectuur moet op subtiele wijze de onmogelijkheid van dit dichterlijk wonen tonen.”
➔ Nihilisme: Een wanhopige vastberadenheid om mensen duidelijk te maken dat het niet goed gaat.
➔ Glas is tegenovergestelde van geborgenheid en gezelligheid:
Mies van der Rohe: Farnsworth house - glasarchitectuur
Beide auteurs kennen aan Heideggers tekst dus een
volledige andere betekenis toe. De karakteristieken
van de moderniteit zijn voor beide anders. Voor
Norberg zijn ze incidenteel en omkeerbaar, voor
Cacciari zijn ze fundamenteel en onomkeerbaar.
, Architectuurtheorie
Hoofdstuk 2: Architectuur als negatie van het vrome wonen
1. Existenzminimum en sociale huisvesting
Het nieuwe bouwen=een ingrijpende verandering
Industriële revolutie (nieuwe materialen)
Woningbehoefte (Na WO1)
Hierdoor worden de eisen voor huizen hoger (Verwarming en verlichting, ruimte en indeling)
➔ Heroriëntatie (Nieuwe Bouwen) wordt makkelijk door:
- Door opkomende industrie voor oorlogsschuld af te betalen (standaardisatie)
- Door de rijksoverheid die ondernemingen stimuleert
- Door de recente ontwikkelingen van de beeldende kunst
➔ CIAM wordt opgericht (1928)
Sociale woningbouw stimuleren
- Woningnood + architecten die teveel groot en mooi willen bouwen
Onderzoek van existenzminimum (dagindeling inwoners etc...)
➔ Die Wohnung
Tentoonstelling 1927 in Stuttgart, met modelwoningen door 16 architecten
Nieuwe manier van bouwen en van wonen
Eigenschappen
- Snelle bouwtijd
- Machinale productie Relatief goedkope afgewerkte woning
- Inzetten van ongeschoolde en laaggeschoolde bouwvakkers
➔ Existenzminimum
Door de leden van de ‘Nieuwe Zakelijkheid’ en de CIAM
Bedenken van het bestaansminimum: een decente woning met de nodige voorzieningen (water, elektriciteit,
verwarming, keuken, badkamer) op een minimale oppervlakte. Ze zagen de moderniteit als een opportuniteit om
armoede en miserie uit de wereld te helpen.
het wonen.
1. Moderniteit:
Moderniteit = tegenovergestelde van traditie, de kenmerken van de moderne tijd. Het ervaren van het
moderniseringsproces (komt dus voort uit de modernisering). Voorwaarden om te kunnen leven.
Modernisering = socio-economisch proces, maatschappelijke ontwikkelingsproces.
Modernisme = bewegingen die ‘ja’ zeggen tegen de moderniteit, tegen heet conservatisme.
➔ Ontstaan door Verlichting (18de eeuw):
= Door de kritische rede, alles moet over nagedacht worden, opnieuw en
opnieuw. Niks blijf hoe dat het is, constant veranderen.
Opkomst wetenschap en Industriële revolutie.
➔ Definitie Moderniteit
Conflict met traditie, continue strijd voor vernieuwing en verandering.
=Een project of programma om de wereld beter te maken
Jürgen Habermas:
- Wetenschap Moeten autonoom kunnen ontwikkelen zonder invloeden van koning of kerk
- Moraal en recht en de resultaten moeten openbaar worden gemaakt voor het publiek zodat
- Kunst deze kunnen worden omgezet in de praktijk.
2. Moderniteit VS wonen:
Verandering zorgt voor vervreemding
Dingen veranderen zo snel -> moeilijk om thuis
te voelenvooral eind 19de E: vb De
schreeuw - Munch
vb nu: vluchtelingen
➔ Ambivalentie = tegenstrijdige gevoelens: opwinding voor nieuwe ↔ wegvallen v/h oude
Marshall Berman: "Vreugde van het moderne maar ook angst dat alles vernietigd kan worden, dat
alles wat we weten en zijn vernietigd wordt"
➔ Martin Heidegger (Duitse filosoof): Bouwen, Wonen, Denken=poëtische architectuur
1. Wonen = betekenis geven aan wereld, wijze waarop mensen ‘zijn’ Betekenis geven aan
de omliggende werkelijkheid. De wijze waarop mensen het spel van verborgen
en onverborgen spelen. Het stichten van een wereld.
2. Bouwen = Een plek creëren die de 4 dimensies van het wonen voelbaar maakt.
3. Denken: Das Geviert = Door een beleving van wonen kan
- Hemel= Dag en nacht, het slapen. men het bouwen invullen.
- Aarde=De levenscyclus, kinderen, opvoeden, seks…
- Goddelijken=Het bidden Voorbeeld: 200 jaar oude
- Stervelingen=Het samenleven en alledaagse. hoeve in het zwarte woud,
In moderniteit moet wonen (opnieuw) aangeleerd worden: (Volgens Heidegger). vroege wonen was authentiek.
“De eigenlijke nood van het wonen bestaat er niet in dat er niet genoeg woningen zijn. De
eigenlijkenood van het wonen berust erop dat de stervelingen het wezen van het wonen
immer steeds weer zoeken. Dat ze het wonen nog moeten leren."
Monniken in abdij komen redelijk dichtbij wonen.
➔ Vrome wonen =Respect voor het leven en het wonen, religieus getint. Het is een levenshouding.
, Architectuurtheorie
3. Dillema’s in de architectuur:
Architectuur moet mensen helpen wonen
= antwoord van Christian Norberg-Schulz en fenomenologie
Architectuur moet tonen dat wonen problematisch is
= antwoord van Massimo Cacciari en kritische theorie
➔ Christian Norberg-Schulz
Problemen oplossen, vormen, ontwerpen, functioneel, bouwen, expressief, …
Bouwen = het oprichten van betekenisvolle plekken
= het zichtbaar maken van de genius loci (=geest van de plek)
➔ Voorbeeld: Griekse tempel
- relatie met aarde wordt gearticuleerd door de plateau’s
- plek van samenleven voor stervelingen
- hemel komt tot uiting door licht Hij vindt dat de
- goddelijken worden er geëerd thuisloosheid van Heidegger
eerder een incident is dat
➔ 4 Modi van het wonen kan worden goedgemaakt
- Natuurlijke wonen door een beter begrip van
- Collectieve wonen de relatie tussen
- Openbare wonen architectuur en wonen.
- Private wonen
Het dichterlijk wonen is
➔ Massimo Cacciari onmogelijk geworden. Hij
Kunst, cultuur, maatschappij, wonen, beelden, vanalles, … wil dit dan ook aantonen
“Door al het instrumentele is er geen plaats voor het dichterlijk wonen.” in zijn architectuur door
sublieme nutteloosheid.
➔ Vierkant staat onder druk:
- Aarde wordt uitgeput
- Sterren zijn goed zichtbaar door kunstlicht
- Stervelingen: oude mensen naar rusthuis
- Goddelijken: we bidden niet meer“
Architectuur moet op subtiele wijze de onmogelijkheid van dit dichterlijk wonen tonen.”
➔ Nihilisme: Een wanhopige vastberadenheid om mensen duidelijk te maken dat het niet goed gaat.
➔ Glas is tegenovergestelde van geborgenheid en gezelligheid:
Mies van der Rohe: Farnsworth house - glasarchitectuur
Beide auteurs kennen aan Heideggers tekst dus een
volledige andere betekenis toe. De karakteristieken
van de moderniteit zijn voor beide anders. Voor
Norberg zijn ze incidenteel en omkeerbaar, voor
Cacciari zijn ze fundamenteel en onomkeerbaar.
, Architectuurtheorie
Hoofdstuk 2: Architectuur als negatie van het vrome wonen
1. Existenzminimum en sociale huisvesting
Het nieuwe bouwen=een ingrijpende verandering
Industriële revolutie (nieuwe materialen)
Woningbehoefte (Na WO1)
Hierdoor worden de eisen voor huizen hoger (Verwarming en verlichting, ruimte en indeling)
➔ Heroriëntatie (Nieuwe Bouwen) wordt makkelijk door:
- Door opkomende industrie voor oorlogsschuld af te betalen (standaardisatie)
- Door de rijksoverheid die ondernemingen stimuleert
- Door de recente ontwikkelingen van de beeldende kunst
➔ CIAM wordt opgericht (1928)
Sociale woningbouw stimuleren
- Woningnood + architecten die teveel groot en mooi willen bouwen
Onderzoek van existenzminimum (dagindeling inwoners etc...)
➔ Die Wohnung
Tentoonstelling 1927 in Stuttgart, met modelwoningen door 16 architecten
Nieuwe manier van bouwen en van wonen
Eigenschappen
- Snelle bouwtijd
- Machinale productie Relatief goedkope afgewerkte woning
- Inzetten van ongeschoolde en laaggeschoolde bouwvakkers
➔ Existenzminimum
Door de leden van de ‘Nieuwe Zakelijkheid’ en de CIAM
Bedenken van het bestaansminimum: een decente woning met de nodige voorzieningen (water, elektriciteit,
verwarming, keuken, badkamer) op een minimale oppervlakte. Ze zagen de moderniteit als een opportuniteit om
armoede en miserie uit de wereld te helpen.