Verpleegkundige
Disclaimer: Alle informatie uit deze samenvatting is een verzameling van bronnen, antwoorden en
aantekeningen uit lessen van de opleiding HBO-V aan de HvA, boeken van de opleiding HBO-V aan de HvA en
de Juf Daniëlle Academie.
Deze samenvatting bestaat uit de leerstof en leerdoelen van Theorie & Toepassing 1 (anatomie, fysiologie en
pathologie) en Theorie & Toepassing 2 (psychologie, psychiatrie en pathologie) van Module 3: De
Gezondheidsbevorderende Verpleegkundige.
In deze samenvatting zijn ook links te vinden naar mijn zelfgemaakt Quizlets en naar Juf Daniëlle Academie
filmpjes.
,Inhoudsopgave
Week 1 – T&T1 .........................................................................................................................3
Week 1 – T&T2 .........................................................................................................................8
Week 2 – T&T1 ....................................................................................................................... 11
Week 2 – T&T2 ....................................................................................................................... 14
Week 3 – T&T1 ....................................................................................................................... 15
Week 3 – T&T2 ....................................................................................................................... 20
Week 4 – T&T1 ....................................................................................................................... 22
Week 4 – T&T2 ....................................................................................................................... 28
Week 5 – T&T1 ....................................................................................................................... 31
Week 5 – T&T2 ....................................................................................................................... 36
Week 6 – T&T1 ....................................................................................................................... 38
Week 6 – T&T2 ....................................................................................................................... 42
Week 7 – T&T1 ....................................................................................................................... 46
Week 7 – T&T2 ....................................................................................................................... 51
,Week 1 – T&T1
1. Oorzaken van pijn op de borst noemen, en tussen deze oorzaken differentiëren op basis van anamnese
en verschijnselen.
- Mogelijke oorzaken van POB:
• Myocardinfarct (hartinfarct): Afsluiting coronaire arterie (kransslagader) → Hartcellen krijgen
geen O2 meer → Hartcel kan geen ATP (samentrekken en energie genereren) maken →
Hartweefsel sterft af.
• Pneumonie (longontsteking): Ontsteking van de longvliezen kan pijn geven.
• Longembolie: Verstopping in bloedvat.
• Pneumothorax (klaplong): Long is deels of geheel ingeklapt.
• Paniekaanval, angst, stress of depressie: Door sympathische
zenuwstelsel is het lichaam te lang aangespannen, en heb je de
neiging om verkeerd te ademen.
• Boezem- óf atriumfibrilleren: Onregelmatige hartslag.
• Pericarditis: Ontsteking van het hartzakje.
• Myalgie (spierpijn): Overbelasting van de spieren.
• Reflux (maagzuur): Maagzuur zit in slokdarm.
• Syndroom van Tietze (ontstekingsreuma): Kraakbeen tussen borstbeen en ribben is pijnlijk.
2. De definitie van ‘acuut coronair syndroom’ geven en het verschil tussen een hartinfarct en angina
pectoris uitleggen.
- Acuut Coronair Syndroom: Een verzamelnaam voor een groep aandoeningen waarbij de bloedtoevoer
naar de hartspier plotseling vermindert of stopt door een probleem in de kransslagaders (de
bloedvaten van het hart).
• Vormen van acuut coronair syndroom:
o Instabiele angina pectoris:
▪ Pijn op de borst in rust of bij minimale inspanning.
▪ Geen blijvende schade aan het hart.
▪ Voorbode van een hartinfarct.
o Myocardinfarct:
▪ Non-ST-elevatie myocardinfarct (NSTEMI):
❖ Er is sprake van een hartinfarct (gedeeltelijke afsluiting van een kransslagader).
❖ Geen ST-elevatie zichtbaar op het ECG.
❖ Er is enige schade aan het hart.
▪ ST-elevatie myocardinfarct (STEMI):
❖ Volledige afsluiting van een kransslagader.
❖ ST-elevatie zichtbaar op ECG.
❖ Ernstige schade aan de hartspier als niet snel behandeld.
• Symptomen van ACS: Pijn op borst (drukkend, beklemmend, uitstralend naar arm, kaak of rug),
kortademigheid, zweten, misselijkheid, duizeligheid of flauwte, angstgevoel.
• Diagnose: ECG (hartfilmpje); toont afwijkingen zoals ST-elevatie, bloedonderzoek; verhoogde
troponine (hartschade), beeldvorming; eventueel hartkatheterisatie.
• Behandeling: (Afhankelijk van het type ACS) Aspirine en andere bloedverdunners, nitraten
(tegen pijn en vaatverwijding), PCI (dotterbehandeling) of stent, bypassoperatie in ernstige
gevallen.
- Myocardinfarct (Hartinfarct): Afsluiting coronaire arterie (kransslagader) → Hartslag krijgen geen O2
meer → Hartcel kan geen ATP maken → Hartweefsel sterft af.
- Angina pectoris: Pijn midden op de borst (angineuze pijn) dat ontstaat als de hartspier niet voldoende
zuurstofrijk bloed toegevoerd krijgt om het hart zijn werk te laten doen, meestal veroorzaakt door
vernauwing van de kransslagaders (vaak in combinatie met lichamelijke inspanning of emotie
waardoor het hart krachtiger gaat kloppen en dus meer zuurstofrijk bloed nodig heeft).
• Bij afnemende zuurstofbehoefte van het hart verdwijnt de angina pectoris weer.
• Stabiele angina: Klachten bij inspanning, verdwijnen in rust of met medicatie.
, • Instabiele angina: Klachten ook in rust of bij lichte inspanning → Voorstadium van hartinfarct.
-
Verschil tussen hartinfarct en angina pectoris: Het verschil tussen een hartinfarct en angina pectoris
ligt vooral in de ernst en oorzaak van de verminderde bloedtoevoer naar de hartspier.
Kenmerk Angina Pectoris Hartinfarct
Oorzaak Vernauwing van kransslagader Volledige afsluiting
Schade aan hart Geen Wel (hartspier sterft af)
Duur klachten Kort, meestal <15 min Langdurig (>15-30 min)
Pijn in rust Soms (bij instabiele angina) Ja
ECG-afwijkingen Vaak geen Vaak wel (ST-elevatie of -depressie)
Bloedwaarden Geen troponineverhoging Wel troponineverhoging
Reactie op rust/nitroglycerine Snel verbetering Geen verbetering
Symptoom Angina Pectoris Hartinfarct
Pijn op de borst Ja, drukkend of beklemmend Ja, heftig en beklemmend
Uitstraling pijn Soms: naar arm, hals, kaak Vaak: naar arm, hals, kaak, rug
Duur van de pijn Kort (<15 min), stopt bij rust Langdurig (>15-30 min), stopt niet
Klachten in rust Nee (behalve bij instabiele angina) Ja
Benauwdheid / kortademigheid Soms Vaak
Zweten (koud zweet) Zelden Vaak
Misselijkheid / braken Zelden Regelmatig
Duizeligheid / flauw gevoel Soms Vaak
Reactie op nitroglycerine Klachten verdwijnen snel Geen of weinig effect
Hartschade (troponine verhoogd) Nee Ja
Levensbedreigend Meestal niet, wel risicovol Ja, directe medische hulp nodig
3. Oorzaken, symptomen, diagnostiek, behandeling, prognose en complicaties uitleggen van een
hartinfarct.
- Oorzaken: Afsluiting van coronaire arterie (kransslagader).
• Atherosclerose (slagaderverkalking): De binnenkant van de bloedvaten raakt beschadigd door
een hoge bloeddruk, diabetes of roken (risicofactoren).
• Langzaam ontstaan van een opeenhoping (plaque) van bloedstolseltjes, vetten, kalk en andere
stoffen.
• Bloedstolsel ontstaat in een vernauwd gat waardoor de bloedtoevoer wordt afgesloten.
• Ritmestoornissen en hartfalen.
- Symptomen:
• Hevige drukkende POB.
• Gerefereerde pijn naar linker arm of linker kaak.
• Vegetatieve verschijnselen (gevolgen van sympathicus): Misselijkheid, braken, zweten,
kortademigheid, beroerd, angstig of hartfalen.
- Diagnostiek:
• ECG; ST veranderingen, spitse T-toppen, negatieve T-toppen, lokaliseren van de plek (van 12
kanten met ECG het hart bekijken).
• Laboratorium: Bloed afnemen om te testen op cardiale markers; Troponine (eiwit in hartspier
die wordt gemeten om te zien of hartspier beschadig is) zit alleen in hartcellen, als hartcellen
kapot gaan komt deze stof in het bloed terecht.
- Behandeling:
• Acute behandeling:
o Extra zuurstof toedienen indien saturatie < 93%.
o Nitroglycerinespray onder de tong.
o Morfine IV bij pijn.
o Acetylsalicylzuur geven voor tegen bloedstolling.
o Waaknaald inbrengen voor als patiënt achteruit gaat.
• 1e keus behandeling: Percutane Coronaire Interventie (PCI).
o Hartkatheterisatie: Bloedvat wordt door ballon weer open gemaakt.