Toepassing van onderzoeksmethoden en statistiek (TOE)
Correlationeel
Hoorcollege 1: Survey-onderzoek
Survey data bij correlationeel onderzoek zijn gesloten vragen door middel van bijvoorbeeld een Likert-schaal. Dit
wordt dan omgezet in een score.
Correltationeel onderzoek = je manipuleert niks, je meet alleen iets in de wereld/bij mensen. Bijv. klanttevredenheid,
politieke peilingen of overheidsstatistieken.
Correlationele data
Gegevens worden op verschillende manieren gegenereerd:
Toevallig (organisch) gegenereerd: we hebben de data als een bijkomstigheid van iets anders. Het primaire
doel is niet om dit te weten
- Aspirational = iemand deelt iets met de wereld (social media) als gevolg daarvan is deze data openbaar
beschikbaar
- Transactional = transacties, zoals betalingsverkeer (als je pint met je pinpas)
Doelgericht (ontworpen/designed) gegenereerd: we hebben een vraag en dit willen we meetbaar maken.
- Experiment
- Survey
- Administrative = diensten zoals de belastingdienst die dingen meten.
Correlationele data (designed)
We ontwerpen een onderzoek en verzamelen gegevens om:
De sociale werkelijkheid te beschrijven
(causale) relaties bestuderen (de relatie tussen verschillende constructen meten)
Te generaliseren naar de doelpopulatie
Inferentiële doelen
Beschrijven
Causaliteit
Voorspellen
Hoe te bevragen? Soorten surveys
Face-to-face (CAPI – computer assisted personalized interview): nog steeds gesloten vragen, dus geen
interview! (de onderzoeker vult samen met de respondent een vragenlijst in. Dit wordt vooral gedaan bij
bijvoorbeeld ouderen of kinderen)
Via de post
Telefoon (CATI – computer assisted telephone interview)
Internet (E-mail of online)
Mixed-mode
Verschillen tussen typen surveys
Mate van betrokkenheid van de interviewer
Mate van interactie met de respondent
Mate van privacy
Communicatiemogelijkheden
- Visueel: via de telefoon kan je bijvoorbeeld geen plaatjes laten zien
- Auditief: via de post kan je bijvoorbeeld geen geluidsfragmenten laten horen
Gebruik technologie
Eigenschap Face-to-face Mail Telefonisch Internet
, Kosten Hoog Laag Matig Laag
Response Rate Hoog Laag Hoog Matig
Controle van Hoog Laag Matig Matig
onderzoeker over
interview
Interviewer effecten Hoog Laag Matig Laag
Mixed-mode designs
Lost enkele van de problemen op met bepaalde soorten enquêtes. Problemen die je oplost:
Lage response rate
Grote invloed van de interviewer
Hoge kosten Enz.
Je compenseert de tekortkomingen van de methodes.
Soorten mixed-mode designs
Eén type survey voor sommige respondenten, een ander type voor anderen. Bijv. online enquête met
papieren vragenlijst (per post) voor mensen zonder internet
Eén type survey voor werving, een andere voor afname van de enquête. Bijv. uitnodiging per post voor een
online enquête
Eén type survey voor gegevensverzameling, een andere voor herinneringen, follow-up. Bijv. telefonische
herinneringen om een online enquête in te vullen
Eén type survey voor het hoofdgedeelte, een andere voor vragen over een gevoelig onderwerp. Bijv. Telefoon
& Audio Computer Self-Administered (ACASI)
Eén type survey voor één ronde van het panelonderzoek, een andere voor andere. Bijv. eerste ronde face-to-
face, volgende rondes online om kosten te besparen
Panelonderzoek vs. herhaald cross-sectioneel onderzoek
Voor- en nadelen
Operationaliseren
Om een theoretisch begrip te meten, moeten onderzoekers bepaalde stappen volgen: theoretisch begrip
conceptuele definitie operationele definitie variabele
Voorbeeld
Onderzoek onder kinderen die een traumatische gebeurtenis meegemaakt hebben. Hoe gaan kinderen hier mee om?
Welke invloed heeft dit op hun dagelijks leven? Welke invloed heeft dit op hun schoolwerk? Onderzoekers kijken
naar post-traumatische stress syndroom bij een grote groep kinderen
Theoretisch begrip: Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS)
Conceptuele definitie: Een psychiatrische stoornis die gepaard gaat met indringende en aanhoudende
herbelevingen van traumatische gebeurtenissen, vermijding van trauma-gerelateerde stimuli, negatieve veranderingen
in cognitie en stemming, en veranderingen in opwinding/reactiviteit na blootstelling aan een traumatische gebeurtenis.
,Operationele definitie: Een zelfrapportagevragenlijst over PTSS symptomen gemeten op een 4-punts Likert schaal
met 21 items, ontworpen om de symptomen van PTSS volgens de DSM-IV te beoordelen
Variabele: Hoe ga je dan naar 1 variabele vanuit ruwe data?
Per item op de Likert-schaal = ordinaal
Een variabele creëren
Doel: 1 score maken die de ernst van de PTSS aangeeft
Optie 1: tel alle itemscores bij elkaar op (12 items, itemscores tussen de 1 en de 4, dus schaalscores tussen
de 12 en de 48), maar dit kan onhandig zijn, omdat er ontbrekende waarden kunnen voorkomen, doordat
mensen sommige vragen niet invullen.
Optie 2: bereken het gemiddelde van alle itemscores. Dit kan ook berekend worden met een paar missende
waarden.
Optie 3: gewogen gemiddelde van itemscores. Hierbij laat je bepaalde items meer of minder zwaar
meewegen.
Let op! Een lage score zou "milde of geen PTSS" moeten betekenen. Een hoge score zou "ernstige PTSS" moeten
betekenen. In veel vragenlijsten vinden we omgekeerd geformuleerde items. Deze zijn niet dezelfde kant op
geformuleerd als de andere vragen. De gegevens van deze vragen vallen op tussen de andere vragen, omdat de
waardes tegenovergesteld zijn.
Omgekeerd geformuleerde items moeten omgekeerd worden gecodeerd hercoderen of ompolen
1 wordt 4, 2 wordt 3, 3 word 2, 4 wordt 1
Als dit gebeurd wordt deze vraag bijvoorbeeld Q6_R genoemd.
Schaalscores berekenen
Met de omgepoolde items kan nu een schaalscore worden berekend. PTSS schaalscore = gemiddelde over alle
items omgepoolde items worden gebruikt!
Je kan van de schaalscores (gemiddelde van items) ook weer een gemiddelde berekenen van de schaalscores.
Research methods hoofdstuk 1: blz. 189-208
Wat zijn surveys?
Een survey is een sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethode waarin onderzoekers vragen aan een steekproef
van individuen om een aantal vragen te beantwoorden. De data kan uit een eigen survey komen, dit heet primary
data collection. Het kan ook data zijn dat verzameld is door iemand anders, dan is het een secondary data source.
Wanneer de onderzoekers geïnteresseerd zijn in het leven, gedachten en gedrag van een individu, word er aan de
individuen gevraagd om een aantal vragen over zichzelf te beantwoorden. De surveys kunnen ook gebruikt worden
om te leren van de kenmerken en praktijken van sociale instituties, zoals scholen, bedrijven of religieuze organisaties.
Dan wordt er gebruikgemaakt van een key informant, iemand die populair is in die omgeving en kennis kan delen
met de onderzoekers.
De kenmerken van surveys
Ze kunnen verschillende vormen hebben in persoon, over de telefoon, zelf een vragenlijst invullen
Ze zijn sterk gestructureerd geen ruimte voor vrije conversatie, er zijn gesloten vragen en
antwoordmogelijkheden
Voordeel: gegevens makkelijk te vergelijken met verschillende populaties/over de tijd
Kan eenmalig (cross-sectional) of over de tijd (longitudinaal) > twee soorten longitudinaal:
- Repeated cross-sectional surveys: verschillende steekproeven van individuen op meerdere momenten
> handig voor het documenteren van geschiedenistrends
Beperking: je kan alleen spreken over relaties, niet over causaliteit, omdat het moeilijk vast te stellen is
wat oorzaak en gevolg is, omdat alles op één moment gemeten is
- Panel survey: dezelfde steekproef van individuen op meerdere momenten > ideaal voor het ontdekken
hoe mensen veranderen over de tijd
Beperking: attrition > verlies van mensen uit de steekproef over de tijd heen, door sterven of drop out.
Sterktes van surveys
1. Een grote verscheidenheid aan onderwerpen: verschil in hoeveel vragen, informatie, onderwerpen, mensen
- Poll: korte survey met één onderwerp
- Omnibus surveys: veel vragen met meerdere onderwerpen
Nadeel: kan veel tijd kosten & je wil niet dat de respondenten halverwege afhaken, oplossing: split-ballot
design: 50% van de respondenten heeft een onderwerp, 50% van de respondenten heeft een ander
onderwerp, dit kost minder tijd!
2. Vergelijkingen tussen groepen en over de tijd: consistente manier van vragen (vaststaande
antwoordmogelijkheden) over de tijd zorgt ervoor dat vergelijking tussen groepen en over de tijd mogelijk is
, 3. Generaliseerbaarheid: geldt sterker bij surveys gebaseerd op een random sample dan met
gemakssteekproeven.
Uitdagingen van surveys
1. Nonresponse : niet reageren op de survey of niet alle vragen invullen, kan voor bias zorgen
Response rate is het aantal mensen die meedoen aan de survey ten opzichte van de totaal
uitgenodigde mensen. Omdat het lastig is om een goede response rate te krijgen, zijn ook half ingevulde
surveys deel van deze response rates.
2. Measurement error: wanneer de manier van survey of vragen de antwoorden van de respondent
beïnvloeden
3. Coverage errors: de steekproef dekt niet alle leden van de populatie, waardoor er bias ontstaat (niet alle
leden of één lid wordt meerdere keren gedekt)
4. Sampling error: verschillen tussen de kenmerken van de steekproef en de kenmerken van de populatie
Soort survey Strengths Beperkingen
Face-to-face interviews = Aanwezigheid van de onderzoeker Interviewer effects: De
Interviewer gaat bij de respondent zorgt ervoor dat de respondent de mogelijkheid dat door de
op bezoek en stelt een aantal vragen snapt en geen gevoelige aanwezigheid van de interviewer de
vragen, volgens de vragen overslaat. De interviewer kan respondent antwoorden geeft op een
interviewschedule. M.b.v. CAPI betrokkenheid stimuleren en bepaalde/gewenste manier, wat
accurate informatie naar boven zorgt voor social desirability bias.
halen
Telefoonsurveys = Gestructureerd -Aanwezigheid interviewer zorgt Interviewer effects: Niet gestoord
interview over de telefoon, d.m.v. ervoor dat er geen vragen geskipt willen worden in huis, dus telefoon
random-digit dialing en m.b.v. worden en uitleg gegeven kan niet opnemen of ophangen >
CATI. worden voor de zaken die de verlaagt response rates
respondent niet snapt. Lagere
kosten in vergelijking met F2F -Respondent fatigue: respondenten
interviews willen niet te lang aan de telefoon
-Vaak afgenomen op een centrale blijven hangen
plek met supervisor > zorgt voor - Geen mogelijkheid van showcards,
hoge kwaliteit Heeft weinig planning dus er zijn minder
nodig, zodra de survey af is, kan er antwoordmogelijkheden mogelijk.
gebeld worden -Levels van paradata (gegevens
over proces van het interview) zijn
niet mogelijk om op te nemen,
omdat de interviewer de omgeving
niet kan vastleggen
-Het telefoonnummer
correspondeert niet altijd met de
locatie > altijd vragen naar locatie in
het interview
Postsurveys = Een self- -Minder last van interviewer effects > Er mist makkelijker data, omdat de
administered vragenlijst, zonder eerlijker antwoorden interviewer niet aanwezig is
toeziend oog van de interviewer, die -Lage kosten > de enige kosten zijn -Lage response rate door de
binnen bepaalde tijd ingevuld moet het voorbereiden, mailen, vrijblijvendheid > mogelijke
zijn terugkrijgen en processen van het bedreiging voor de
interview generaliseerbaarheid
-Makkelijker te verzenden naar grote
groepen mensen met verschillende
geografische achtergrond
Online surveys = Een linkje waar -Lage kosten -Digital divide: bias door wie
de respondent op klikt om zo een -Makkelijk vorm te geven en te internet gebruikt (jongere mensen
online vragenlijst in te vullen beheren vooral) en de mate van
-Makkelijk navigeren tussen de economische
vragen bronnen/mogelijkheden
-Makkelijker te verzenden naar grote -Geen standaard steekproefframe,
groepen mensen met verschillende waardoor de generaliseerbaarheid
geografische achtergrond moeilijker is.
-Geen zekerheid dat de
gecontacteerde respondenten ook
reageren
-Ethische bezwaren > laag
uitbetaald om surveys in te vullen
Mixed method surveys = Gebruik -Verschillende soorten informatie
van verschillende soorten surveys, verkrijgen
Correlationeel
Hoorcollege 1: Survey-onderzoek
Survey data bij correlationeel onderzoek zijn gesloten vragen door middel van bijvoorbeeld een Likert-schaal. Dit
wordt dan omgezet in een score.
Correltationeel onderzoek = je manipuleert niks, je meet alleen iets in de wereld/bij mensen. Bijv. klanttevredenheid,
politieke peilingen of overheidsstatistieken.
Correlationele data
Gegevens worden op verschillende manieren gegenereerd:
Toevallig (organisch) gegenereerd: we hebben de data als een bijkomstigheid van iets anders. Het primaire
doel is niet om dit te weten
- Aspirational = iemand deelt iets met de wereld (social media) als gevolg daarvan is deze data openbaar
beschikbaar
- Transactional = transacties, zoals betalingsverkeer (als je pint met je pinpas)
Doelgericht (ontworpen/designed) gegenereerd: we hebben een vraag en dit willen we meetbaar maken.
- Experiment
- Survey
- Administrative = diensten zoals de belastingdienst die dingen meten.
Correlationele data (designed)
We ontwerpen een onderzoek en verzamelen gegevens om:
De sociale werkelijkheid te beschrijven
(causale) relaties bestuderen (de relatie tussen verschillende constructen meten)
Te generaliseren naar de doelpopulatie
Inferentiële doelen
Beschrijven
Causaliteit
Voorspellen
Hoe te bevragen? Soorten surveys
Face-to-face (CAPI – computer assisted personalized interview): nog steeds gesloten vragen, dus geen
interview! (de onderzoeker vult samen met de respondent een vragenlijst in. Dit wordt vooral gedaan bij
bijvoorbeeld ouderen of kinderen)
Via de post
Telefoon (CATI – computer assisted telephone interview)
Internet (E-mail of online)
Mixed-mode
Verschillen tussen typen surveys
Mate van betrokkenheid van de interviewer
Mate van interactie met de respondent
Mate van privacy
Communicatiemogelijkheden
- Visueel: via de telefoon kan je bijvoorbeeld geen plaatjes laten zien
- Auditief: via de post kan je bijvoorbeeld geen geluidsfragmenten laten horen
Gebruik technologie
Eigenschap Face-to-face Mail Telefonisch Internet
, Kosten Hoog Laag Matig Laag
Response Rate Hoog Laag Hoog Matig
Controle van Hoog Laag Matig Matig
onderzoeker over
interview
Interviewer effecten Hoog Laag Matig Laag
Mixed-mode designs
Lost enkele van de problemen op met bepaalde soorten enquêtes. Problemen die je oplost:
Lage response rate
Grote invloed van de interviewer
Hoge kosten Enz.
Je compenseert de tekortkomingen van de methodes.
Soorten mixed-mode designs
Eén type survey voor sommige respondenten, een ander type voor anderen. Bijv. online enquête met
papieren vragenlijst (per post) voor mensen zonder internet
Eén type survey voor werving, een andere voor afname van de enquête. Bijv. uitnodiging per post voor een
online enquête
Eén type survey voor gegevensverzameling, een andere voor herinneringen, follow-up. Bijv. telefonische
herinneringen om een online enquête in te vullen
Eén type survey voor het hoofdgedeelte, een andere voor vragen over een gevoelig onderwerp. Bijv. Telefoon
& Audio Computer Self-Administered (ACASI)
Eén type survey voor één ronde van het panelonderzoek, een andere voor andere. Bijv. eerste ronde face-to-
face, volgende rondes online om kosten te besparen
Panelonderzoek vs. herhaald cross-sectioneel onderzoek
Voor- en nadelen
Operationaliseren
Om een theoretisch begrip te meten, moeten onderzoekers bepaalde stappen volgen: theoretisch begrip
conceptuele definitie operationele definitie variabele
Voorbeeld
Onderzoek onder kinderen die een traumatische gebeurtenis meegemaakt hebben. Hoe gaan kinderen hier mee om?
Welke invloed heeft dit op hun dagelijks leven? Welke invloed heeft dit op hun schoolwerk? Onderzoekers kijken
naar post-traumatische stress syndroom bij een grote groep kinderen
Theoretisch begrip: Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS)
Conceptuele definitie: Een psychiatrische stoornis die gepaard gaat met indringende en aanhoudende
herbelevingen van traumatische gebeurtenissen, vermijding van trauma-gerelateerde stimuli, negatieve veranderingen
in cognitie en stemming, en veranderingen in opwinding/reactiviteit na blootstelling aan een traumatische gebeurtenis.
,Operationele definitie: Een zelfrapportagevragenlijst over PTSS symptomen gemeten op een 4-punts Likert schaal
met 21 items, ontworpen om de symptomen van PTSS volgens de DSM-IV te beoordelen
Variabele: Hoe ga je dan naar 1 variabele vanuit ruwe data?
Per item op de Likert-schaal = ordinaal
Een variabele creëren
Doel: 1 score maken die de ernst van de PTSS aangeeft
Optie 1: tel alle itemscores bij elkaar op (12 items, itemscores tussen de 1 en de 4, dus schaalscores tussen
de 12 en de 48), maar dit kan onhandig zijn, omdat er ontbrekende waarden kunnen voorkomen, doordat
mensen sommige vragen niet invullen.
Optie 2: bereken het gemiddelde van alle itemscores. Dit kan ook berekend worden met een paar missende
waarden.
Optie 3: gewogen gemiddelde van itemscores. Hierbij laat je bepaalde items meer of minder zwaar
meewegen.
Let op! Een lage score zou "milde of geen PTSS" moeten betekenen. Een hoge score zou "ernstige PTSS" moeten
betekenen. In veel vragenlijsten vinden we omgekeerd geformuleerde items. Deze zijn niet dezelfde kant op
geformuleerd als de andere vragen. De gegevens van deze vragen vallen op tussen de andere vragen, omdat de
waardes tegenovergesteld zijn.
Omgekeerd geformuleerde items moeten omgekeerd worden gecodeerd hercoderen of ompolen
1 wordt 4, 2 wordt 3, 3 word 2, 4 wordt 1
Als dit gebeurd wordt deze vraag bijvoorbeeld Q6_R genoemd.
Schaalscores berekenen
Met de omgepoolde items kan nu een schaalscore worden berekend. PTSS schaalscore = gemiddelde over alle
items omgepoolde items worden gebruikt!
Je kan van de schaalscores (gemiddelde van items) ook weer een gemiddelde berekenen van de schaalscores.
Research methods hoofdstuk 1: blz. 189-208
Wat zijn surveys?
Een survey is een sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethode waarin onderzoekers vragen aan een steekproef
van individuen om een aantal vragen te beantwoorden. De data kan uit een eigen survey komen, dit heet primary
data collection. Het kan ook data zijn dat verzameld is door iemand anders, dan is het een secondary data source.
Wanneer de onderzoekers geïnteresseerd zijn in het leven, gedachten en gedrag van een individu, word er aan de
individuen gevraagd om een aantal vragen over zichzelf te beantwoorden. De surveys kunnen ook gebruikt worden
om te leren van de kenmerken en praktijken van sociale instituties, zoals scholen, bedrijven of religieuze organisaties.
Dan wordt er gebruikgemaakt van een key informant, iemand die populair is in die omgeving en kennis kan delen
met de onderzoekers.
De kenmerken van surveys
Ze kunnen verschillende vormen hebben in persoon, over de telefoon, zelf een vragenlijst invullen
Ze zijn sterk gestructureerd geen ruimte voor vrije conversatie, er zijn gesloten vragen en
antwoordmogelijkheden
Voordeel: gegevens makkelijk te vergelijken met verschillende populaties/over de tijd
Kan eenmalig (cross-sectional) of over de tijd (longitudinaal) > twee soorten longitudinaal:
- Repeated cross-sectional surveys: verschillende steekproeven van individuen op meerdere momenten
> handig voor het documenteren van geschiedenistrends
Beperking: je kan alleen spreken over relaties, niet over causaliteit, omdat het moeilijk vast te stellen is
wat oorzaak en gevolg is, omdat alles op één moment gemeten is
- Panel survey: dezelfde steekproef van individuen op meerdere momenten > ideaal voor het ontdekken
hoe mensen veranderen over de tijd
Beperking: attrition > verlies van mensen uit de steekproef over de tijd heen, door sterven of drop out.
Sterktes van surveys
1. Een grote verscheidenheid aan onderwerpen: verschil in hoeveel vragen, informatie, onderwerpen, mensen
- Poll: korte survey met één onderwerp
- Omnibus surveys: veel vragen met meerdere onderwerpen
Nadeel: kan veel tijd kosten & je wil niet dat de respondenten halverwege afhaken, oplossing: split-ballot
design: 50% van de respondenten heeft een onderwerp, 50% van de respondenten heeft een ander
onderwerp, dit kost minder tijd!
2. Vergelijkingen tussen groepen en over de tijd: consistente manier van vragen (vaststaande
antwoordmogelijkheden) over de tijd zorgt ervoor dat vergelijking tussen groepen en over de tijd mogelijk is
, 3. Generaliseerbaarheid: geldt sterker bij surveys gebaseerd op een random sample dan met
gemakssteekproeven.
Uitdagingen van surveys
1. Nonresponse : niet reageren op de survey of niet alle vragen invullen, kan voor bias zorgen
Response rate is het aantal mensen die meedoen aan de survey ten opzichte van de totaal
uitgenodigde mensen. Omdat het lastig is om een goede response rate te krijgen, zijn ook half ingevulde
surveys deel van deze response rates.
2. Measurement error: wanneer de manier van survey of vragen de antwoorden van de respondent
beïnvloeden
3. Coverage errors: de steekproef dekt niet alle leden van de populatie, waardoor er bias ontstaat (niet alle
leden of één lid wordt meerdere keren gedekt)
4. Sampling error: verschillen tussen de kenmerken van de steekproef en de kenmerken van de populatie
Soort survey Strengths Beperkingen
Face-to-face interviews = Aanwezigheid van de onderzoeker Interviewer effects: De
Interviewer gaat bij de respondent zorgt ervoor dat de respondent de mogelijkheid dat door de
op bezoek en stelt een aantal vragen snapt en geen gevoelige aanwezigheid van de interviewer de
vragen, volgens de vragen overslaat. De interviewer kan respondent antwoorden geeft op een
interviewschedule. M.b.v. CAPI betrokkenheid stimuleren en bepaalde/gewenste manier, wat
accurate informatie naar boven zorgt voor social desirability bias.
halen
Telefoonsurveys = Gestructureerd -Aanwezigheid interviewer zorgt Interviewer effects: Niet gestoord
interview over de telefoon, d.m.v. ervoor dat er geen vragen geskipt willen worden in huis, dus telefoon
random-digit dialing en m.b.v. worden en uitleg gegeven kan niet opnemen of ophangen >
CATI. worden voor de zaken die de verlaagt response rates
respondent niet snapt. Lagere
kosten in vergelijking met F2F -Respondent fatigue: respondenten
interviews willen niet te lang aan de telefoon
-Vaak afgenomen op een centrale blijven hangen
plek met supervisor > zorgt voor - Geen mogelijkheid van showcards,
hoge kwaliteit Heeft weinig planning dus er zijn minder
nodig, zodra de survey af is, kan er antwoordmogelijkheden mogelijk.
gebeld worden -Levels van paradata (gegevens
over proces van het interview) zijn
niet mogelijk om op te nemen,
omdat de interviewer de omgeving
niet kan vastleggen
-Het telefoonnummer
correspondeert niet altijd met de
locatie > altijd vragen naar locatie in
het interview
Postsurveys = Een self- -Minder last van interviewer effects > Er mist makkelijker data, omdat de
administered vragenlijst, zonder eerlijker antwoorden interviewer niet aanwezig is
toeziend oog van de interviewer, die -Lage kosten > de enige kosten zijn -Lage response rate door de
binnen bepaalde tijd ingevuld moet het voorbereiden, mailen, vrijblijvendheid > mogelijke
zijn terugkrijgen en processen van het bedreiging voor de
interview generaliseerbaarheid
-Makkelijker te verzenden naar grote
groepen mensen met verschillende
geografische achtergrond
Online surveys = Een linkje waar -Lage kosten -Digital divide: bias door wie
de respondent op klikt om zo een -Makkelijk vorm te geven en te internet gebruikt (jongere mensen
online vragenlijst in te vullen beheren vooral) en de mate van
-Makkelijk navigeren tussen de economische
vragen bronnen/mogelijkheden
-Makkelijker te verzenden naar grote -Geen standaard steekproefframe,
groepen mensen met verschillende waardoor de generaliseerbaarheid
geografische achtergrond moeilijker is.
-Geen zekerheid dat de
gecontacteerde respondenten ook
reageren
-Ethische bezwaren > laag
uitbetaald om surveys in te vullen
Mixed method surveys = Gebruik -Verschillende soorten informatie
van verschillende soorten surveys, verkrijgen