Management samenvatting
Management: plannen, organiseren, leiding geven en controleren.
Begrippen Betekenissen
Organisatie Collectie van mensen die samenwerken om hetzelfde doel te verwezenlijken.
Organisatie structuur Bepaalt: verdeling van taken, verdeling van beslissingsrecht en coördinatie van mechanismes.
Effectiveness Of je je doelen haalt
Effeciency Hoe efficient bereik je die doelen, hoe bereik je je doelen.
Productivity Hoe/wat/waar je produceert, kwantiteit en kwaliteit van het resultaat. (output/input)
Manager Persoon die plannt, organiseert, leiding geeft en controleert. And supporting
Management process Planning, organiseren, leiding geven en controleren.
Ethiek Regels of principes van goed of slecht gedrag
Ethisch gedrag Gedrag volgens de regels van goed en slecht.
Ethisch dilemma Situatie waarin een manager een beslissing moet maken die goed is voor hemzelf en slecht voor
andere. (discriminatie, seksueel, corruptie, tegen klant int)
Corporate social Maatschappelijk verantwoord ondernemen: verplichting van een bedrijf om zijn eigen doelen na te
responsibillity (MVO) jagen en tegelijkertijd die van de maatschappij. (stakeholders)
Global corporations MNC: multinational corporation: bedrijven in meer dan twee verschillende landen.
Culture Gedeelde geloven, waarden en patronen voor gedrag in een bepaalde situatie.
(taal, persoonlijke ruimte, tijd, religie, contracten en overeenkomsten)
Planning Het proces van het stellen van doelen en het beslissen hoe je deze moet bereiken
Short range planning Korte termijn plannen (tijdelijk)
Long term planning Lange termijn plannen (tijdelijk)
Strategische plannen Lange tijdelijke plannen voor het hele bedrijf
Operationele plannen Lange tijdelijke plannen over bepaalde gebieden ( productie, financieel, marketing)
Polecies and Blijvende standaarden in een bedrijf,vaste procedures
procedures
Budgets and project Single use plans
schedules
Strategic management Proces van het formuleren en toepassen van strategieën. Om competitieve voordelen op te doen--
> door het voordeel van een kern-competentie die moeilijk te kopiëren is. \
Departmentalization Het opdelen van mensen en banen in werkunits. (functioneel, divisioneel, matrix structuur)
Business core De kern van het bedrijf; welke activiteiten het bedrijf niet uitbesteedt.
Organizational design Het kiezen en uitvoeren van structuren die de bronnen en de organisatie het beste steunen:
probleem oplossing activiteit in contingency perspectief: geen enkele oplossing past in alle
omstandigheden.
Innovatie Drie vormen: proces, product of het bedrijfsmodel (hoe geld verdienen)
Nodig voor innovatie: Invention: ontdekking
Nodig voor innovatie: Application: gebruiken van nieuwe ideeën
Traditional recruitment Kandidaten ontvangen alleen maar positieve informatie van het bedrijf
Realistic job interview Kandidaten ontvangen alle informatie over het bedrijf.
Perception: hoe je informatie binnenkrijgt en verwerkt
--> mensen handelen op basis van hun perceptie
Psychologisch contract: moreel contract tussen werknemer en werkgever, verwachtingen over wat je kan nemen en geven
op de werkvloer. Als dit een eerlijk contract is, zal er een goede balans zijn.
Attribution: proces van het ontwikkelen van verklaringen voor gebeurtenissen
Fundamentale waarnemers geven liever andere mensen en interne mensen de schuld van een probleem.
, attribution error:
Self-serving bias: mensen geven andere mensen de schuld als iets fout gaat, maar zichzelf de credits als het goed
gaat.
Empowering : het geven van meer macht over de taak van de werknemer zelf (maintaining quality workforce)
Persoonlijkheid Profiel van karaktereigenschappen die de mens onderscheidt van een ander.
Attitude/houding Hoe je je gedraagt tegenover andere dingen/mensen in een bepaalde omgeving
Onderdelen: cognitief, emotioneel, behavioral
Cognitive dissonance: Als je gevoelens en je gedrag niet bij elkaar passen.
Job satisfaction De mate waarin men positief of negatief is over zijn baan
Job involvement Mate waarin een individu toegewijd is aan een baan
Organizational Mate waarin iemand trouw is aan een baan/bedrijf
commitment
Emoties Gevoelens tegen iemand/iets
Emotional intelligence Mogelijkheid om emoties te begrijpen en een relatie te onderhouden
Stressors Dingen die stress veroorzaken (spill-over effect: persoonlijk leven beïnvloed werk en andersom)
Motivatie Moeite die men in het werk stopt (level, directie en volhardendheid)
Needs Onvervulde psychologische en lichamelijke verlangen: zorgen voor spanning die gedrag beïnvloed
Job Collectie van taken in zaak voor het bedrijf
Job design Arrangement van werktaken voor individuen en groepen
Team Groep van mensen met aanvullende skills, die zichzelf verantwoordelijk houden voor resultaten
Teamwork Proces van mensen die actief samenwerken om gedeelde doelen te behalen
Synergy Het geheel is groter dan personen zelf
Cimmittee Mensen buiten gewone baan werken samen in een klein team voor één doel.
Project team/task force Tijdelijk team, mensen van verschillende gebieden uit het bedrijf werken samen aan hetzelfde
probleem.
Cross-functional teams Mensen van verschillende functies voor een bepaald probleem (met betrekking tot hele
organisatie) zijn gemaakt om het bedrijf dichter bij elkaar te brengen.
Self managing Leden hebben zelf autoriteit en beslissen zelf. (autonoom) iedereen moet meewerken.
Werken het beste in: low power distance, collectivist cultures, feminine cultures
Leadership Het proces van het inspireren van anderen om hard te werken, berust op macht.
Transactional leider Iemand die andere mensen helpt hun aandacht te verdelen - rationeel
Transofrmational leider Iemand die een inspiratie is: visionair, empowerment, charisma, symbolisme
Emotional intelligence De kunst om je emoties te handhaven
Emotional intelligent Motivated, self aware, self-management, ralationship management.
leider
Interactive leider (women) sterke communicatie en democratie, personal power, team
Transactional leider (man) gebruik positional power.
Moraal leiderschap Ethical standards, personal integrity
Persuasion Iemand zo ver krijgen om de boodschap te ondersteunen
Credibility Vertrouwen, respect, integrity, expertise en relaties
Substantive issues Conflict over: doelen en taken, bronnen, beloningen, procedures
Emotional issues Gaat over gevoelens
Process re-engeneering Systematische analyse van werk processen: nieuwe en beter maken
Werk processen Groep taken die samen zorgen voor waarde voor de klant
Workflow Beweging van werk van het ene punt naar een ander punt
Entrepreneurship Strategisch denken en risico nemen die zorgen voor nieuwe mogelijkheden
Management: plannen, organiseren, leiding geven en controleren.
Begrippen Betekenissen
Organisatie Collectie van mensen die samenwerken om hetzelfde doel te verwezenlijken.
Organisatie structuur Bepaalt: verdeling van taken, verdeling van beslissingsrecht en coördinatie van mechanismes.
Effectiveness Of je je doelen haalt
Effeciency Hoe efficient bereik je die doelen, hoe bereik je je doelen.
Productivity Hoe/wat/waar je produceert, kwantiteit en kwaliteit van het resultaat. (output/input)
Manager Persoon die plannt, organiseert, leiding geeft en controleert. And supporting
Management process Planning, organiseren, leiding geven en controleren.
Ethiek Regels of principes van goed of slecht gedrag
Ethisch gedrag Gedrag volgens de regels van goed en slecht.
Ethisch dilemma Situatie waarin een manager een beslissing moet maken die goed is voor hemzelf en slecht voor
andere. (discriminatie, seksueel, corruptie, tegen klant int)
Corporate social Maatschappelijk verantwoord ondernemen: verplichting van een bedrijf om zijn eigen doelen na te
responsibillity (MVO) jagen en tegelijkertijd die van de maatschappij. (stakeholders)
Global corporations MNC: multinational corporation: bedrijven in meer dan twee verschillende landen.
Culture Gedeelde geloven, waarden en patronen voor gedrag in een bepaalde situatie.
(taal, persoonlijke ruimte, tijd, religie, contracten en overeenkomsten)
Planning Het proces van het stellen van doelen en het beslissen hoe je deze moet bereiken
Short range planning Korte termijn plannen (tijdelijk)
Long term planning Lange termijn plannen (tijdelijk)
Strategische plannen Lange tijdelijke plannen voor het hele bedrijf
Operationele plannen Lange tijdelijke plannen over bepaalde gebieden ( productie, financieel, marketing)
Polecies and Blijvende standaarden in een bedrijf,vaste procedures
procedures
Budgets and project Single use plans
schedules
Strategic management Proces van het formuleren en toepassen van strategieën. Om competitieve voordelen op te doen--
> door het voordeel van een kern-competentie die moeilijk te kopiëren is. \
Departmentalization Het opdelen van mensen en banen in werkunits. (functioneel, divisioneel, matrix structuur)
Business core De kern van het bedrijf; welke activiteiten het bedrijf niet uitbesteedt.
Organizational design Het kiezen en uitvoeren van structuren die de bronnen en de organisatie het beste steunen:
probleem oplossing activiteit in contingency perspectief: geen enkele oplossing past in alle
omstandigheden.
Innovatie Drie vormen: proces, product of het bedrijfsmodel (hoe geld verdienen)
Nodig voor innovatie: Invention: ontdekking
Nodig voor innovatie: Application: gebruiken van nieuwe ideeën
Traditional recruitment Kandidaten ontvangen alleen maar positieve informatie van het bedrijf
Realistic job interview Kandidaten ontvangen alle informatie over het bedrijf.
Perception: hoe je informatie binnenkrijgt en verwerkt
--> mensen handelen op basis van hun perceptie
Psychologisch contract: moreel contract tussen werknemer en werkgever, verwachtingen over wat je kan nemen en geven
op de werkvloer. Als dit een eerlijk contract is, zal er een goede balans zijn.
Attribution: proces van het ontwikkelen van verklaringen voor gebeurtenissen
Fundamentale waarnemers geven liever andere mensen en interne mensen de schuld van een probleem.
, attribution error:
Self-serving bias: mensen geven andere mensen de schuld als iets fout gaat, maar zichzelf de credits als het goed
gaat.
Empowering : het geven van meer macht over de taak van de werknemer zelf (maintaining quality workforce)
Persoonlijkheid Profiel van karaktereigenschappen die de mens onderscheidt van een ander.
Attitude/houding Hoe je je gedraagt tegenover andere dingen/mensen in een bepaalde omgeving
Onderdelen: cognitief, emotioneel, behavioral
Cognitive dissonance: Als je gevoelens en je gedrag niet bij elkaar passen.
Job satisfaction De mate waarin men positief of negatief is over zijn baan
Job involvement Mate waarin een individu toegewijd is aan een baan
Organizational Mate waarin iemand trouw is aan een baan/bedrijf
commitment
Emoties Gevoelens tegen iemand/iets
Emotional intelligence Mogelijkheid om emoties te begrijpen en een relatie te onderhouden
Stressors Dingen die stress veroorzaken (spill-over effect: persoonlijk leven beïnvloed werk en andersom)
Motivatie Moeite die men in het werk stopt (level, directie en volhardendheid)
Needs Onvervulde psychologische en lichamelijke verlangen: zorgen voor spanning die gedrag beïnvloed
Job Collectie van taken in zaak voor het bedrijf
Job design Arrangement van werktaken voor individuen en groepen
Team Groep van mensen met aanvullende skills, die zichzelf verantwoordelijk houden voor resultaten
Teamwork Proces van mensen die actief samenwerken om gedeelde doelen te behalen
Synergy Het geheel is groter dan personen zelf
Cimmittee Mensen buiten gewone baan werken samen in een klein team voor één doel.
Project team/task force Tijdelijk team, mensen van verschillende gebieden uit het bedrijf werken samen aan hetzelfde
probleem.
Cross-functional teams Mensen van verschillende functies voor een bepaald probleem (met betrekking tot hele
organisatie) zijn gemaakt om het bedrijf dichter bij elkaar te brengen.
Self managing Leden hebben zelf autoriteit en beslissen zelf. (autonoom) iedereen moet meewerken.
Werken het beste in: low power distance, collectivist cultures, feminine cultures
Leadership Het proces van het inspireren van anderen om hard te werken, berust op macht.
Transactional leider Iemand die andere mensen helpt hun aandacht te verdelen - rationeel
Transofrmational leider Iemand die een inspiratie is: visionair, empowerment, charisma, symbolisme
Emotional intelligence De kunst om je emoties te handhaven
Emotional intelligent Motivated, self aware, self-management, ralationship management.
leider
Interactive leider (women) sterke communicatie en democratie, personal power, team
Transactional leider (man) gebruik positional power.
Moraal leiderschap Ethical standards, personal integrity
Persuasion Iemand zo ver krijgen om de boodschap te ondersteunen
Credibility Vertrouwen, respect, integrity, expertise en relaties
Substantive issues Conflict over: doelen en taken, bronnen, beloningen, procedures
Emotional issues Gaat over gevoelens
Process re-engeneering Systematische analyse van werk processen: nieuwe en beter maken
Werk processen Groep taken die samen zorgen voor waarde voor de klant
Workflow Beweging van werk van het ene punt naar een ander punt
Entrepreneurship Strategisch denken en risico nemen die zorgen voor nieuwe mogelijkheden