Bedrijfseconomie aantekeningen en samenvatting periode 2
H1 Persoonlijk financieel plan
Balans
Vaste activa Eigen vermogen, saldo
1 jaar
(Inboedel) Kort vreemd vermogen
Vlottende activa < 1 jaar
< 1 jaar (lening, hypotheek)
(Voorraad, bank, kas) Lang vreemd vermogen
>1 jaar
(Leveranciers)
Totaal bezittingen vermogen
Drie financiële overzichten:
1. De balans,
2. De resultatenbegroting,
3. De liquiditeitsbegroting.
De balans
= een overzicht van de bezittingen, schulden en het eigen vermogen op een bepaald moment.
- Staat altijd in evenwicht en het is een momentopname, er staat dus altijd een datum op.
Door naar het EV te kijken kun je zien of je rijker bent geworden. Het verschil in EV tussen 2
balansen heet het nettoresultaat (bij persoonlijke balansen).
Nettoresultaat= EV eindbalans- EV beginbalans.
Het nettoresultaat vertelt je of het EV in totaal is afgenomen of is toegenomen. Positief
resultaat= nettowinst, negatief resultaat= nettoverlies.
Op twee manieren op te stellen: verticaal (info onder elkaar) en horizontaal (een linker- en
rechterhelft) (scontrovorm).
Eigen Vermogen (EV)= bezittingen-schulden
- Bezittingen= EV+VV
- EV neemt af wanneer je verlies maakt of wanneer je geld uitkeert.
- EV neemt toe doordat activiteiten toe nemen of je bijv. geld van iemand krijgt.
Vreemd Vermogen (VV)= schulden.
Linkerkant (debetzijde):
- Vaste activa: bezittingen die je langer dan 1 jaar gaat gebruiken.
- Vlottende activa: bezittingen die je korter dan 1 jaar gaat gebruiken. Hieronder valt ook geld
uit de kas of op de bank, de liquide middelen.
Nadat je de bezittingen hebt verdeeld in looptijd, deel je ze per soort in. Kas en bank staan apart op
de balans. De bezittingen staan op volgorde van toenemende liquiditeitsvolgorde van boven naar
beneden. De meest liquide, de kas, staat onderaan.
Rechterkant (creditzijde):
- Eigen vermogen
- Vreemd vermogen
Lang vreemd vermogen: schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. Vb. hypotheek.
Kort vreemd vermogen: schulden met een looptijd korter dan 1 jaar. Vb. leveranciers.
- De schulden verdeel je ook onder in soort.
, Grootboekrekening= iedere soort schuld. (Die je dus op de balans moet weergeven).
Te vorderen btw en te ontvangen btw= bezit
Te betalen btw en af te dragen btw= schuld
Begroting= verwachting
Resultatenbegroting: opbrengsten – kosten= winst (wijzigingen EV)
- Overzicht van de verwachte opbrengsten en kosten en laat je zien hoe het nettoresultaat is
opgebouwd. EV neemt toe door opbrengsten en neemt af door kosten.
Een aflossing is wel een uitgave, maar geen kostenpost.
De afschrijving is geen uitgaven, maar wel kostposten.
Liquide middelen: met geld kun je onmiddellijk een betaling doen, zoals het veld in je portemonnee
Voorraad liquide middelen:
- Neemt toe door ontvangsten (inkomsten)
- Neemt af door uitgaven
- Kan zowel positief als negatief zijn
- Kredietlimiet (maximale schuld)
- Betalingsprobleem => faillissement
- Hoe voorkom je een betalingsprobleem?
Liquiditeitsbegroting= een overzicht van de verwachte ontvangsten en uitgaven in een toekomstige
periode.
- Het gaat alleen om de in- en uitgaande geldstromen. Je beschikt dus alleen over je
portemonnee (kas) en bankrekening (bank).
Beginvoorraad liquide middelen= het kas en banksaldo bij elkaar opgeteld van de beginperiode.
Beginvoorraad= beginsaldo kas + beginsaldo bank
Eindvoorraad liquide middelen= beginvoorraad + verwachte ontvangsten – verwachte uitgaven.
Eindsaldo kas en eindsaldo bank.
Wijziging liquide middelen: wijziging voorraad= eindvoorraad – beginvoorraad, nieuw- oud dus
Wijziging liquide middelen= ontvangsten – uitgaven
Verwachte voorraad liquide middelen= verwachte ontvangsten + verwacht kassaldo + verwacht
banksaldo – verwachte uitgaven
Wijziging balanspost= waarde balanspost eind - waarde balanspost begin
Eigenlijk dus; wijziging= nieuw – oud
Twee belangrijke zaken:
- Eigen vermogen; op lange termijn een afname in het EV niet vol te houden is. Wanneer het
EV aan het afnemen is, ontstaat er voor de financiering een behoefte aan VV. Dat VV zul je
niet snel krijgen omdat het een groot risico is voor de mensen die jou die lening geven. Krijg
je nog wel een lening, dan is dat vaak tegen een hogere rente.
- Voorraad liquide middelen; hiermee kun je aan je kortlopende verplichtingen voldoen. Als je
een rekening niet kunt betalen, dan krijg je uiteindelijk de deurwaarder op bezoek die beslag
komt leggen op jouw bezittingen. Die bezittingen worden dan verkocht.
Om dit te voorkomen, willen we de verwachtingen graag weten.
Liquiditeitsbegroting: wijziging liquide middelen
Resultatenbegroting: wijziging eigen vermogen
Deze begrotingen bevatten wijzigingen van de hele periode.
H1 Persoonlijk financieel plan
Balans
Vaste activa Eigen vermogen, saldo
1 jaar
(Inboedel) Kort vreemd vermogen
Vlottende activa < 1 jaar
< 1 jaar (lening, hypotheek)
(Voorraad, bank, kas) Lang vreemd vermogen
>1 jaar
(Leveranciers)
Totaal bezittingen vermogen
Drie financiële overzichten:
1. De balans,
2. De resultatenbegroting,
3. De liquiditeitsbegroting.
De balans
= een overzicht van de bezittingen, schulden en het eigen vermogen op een bepaald moment.
- Staat altijd in evenwicht en het is een momentopname, er staat dus altijd een datum op.
Door naar het EV te kijken kun je zien of je rijker bent geworden. Het verschil in EV tussen 2
balansen heet het nettoresultaat (bij persoonlijke balansen).
Nettoresultaat= EV eindbalans- EV beginbalans.
Het nettoresultaat vertelt je of het EV in totaal is afgenomen of is toegenomen. Positief
resultaat= nettowinst, negatief resultaat= nettoverlies.
Op twee manieren op te stellen: verticaal (info onder elkaar) en horizontaal (een linker- en
rechterhelft) (scontrovorm).
Eigen Vermogen (EV)= bezittingen-schulden
- Bezittingen= EV+VV
- EV neemt af wanneer je verlies maakt of wanneer je geld uitkeert.
- EV neemt toe doordat activiteiten toe nemen of je bijv. geld van iemand krijgt.
Vreemd Vermogen (VV)= schulden.
Linkerkant (debetzijde):
- Vaste activa: bezittingen die je langer dan 1 jaar gaat gebruiken.
- Vlottende activa: bezittingen die je korter dan 1 jaar gaat gebruiken. Hieronder valt ook geld
uit de kas of op de bank, de liquide middelen.
Nadat je de bezittingen hebt verdeeld in looptijd, deel je ze per soort in. Kas en bank staan apart op
de balans. De bezittingen staan op volgorde van toenemende liquiditeitsvolgorde van boven naar
beneden. De meest liquide, de kas, staat onderaan.
Rechterkant (creditzijde):
- Eigen vermogen
- Vreemd vermogen
Lang vreemd vermogen: schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. Vb. hypotheek.
Kort vreemd vermogen: schulden met een looptijd korter dan 1 jaar. Vb. leveranciers.
- De schulden verdeel je ook onder in soort.
, Grootboekrekening= iedere soort schuld. (Die je dus op de balans moet weergeven).
Te vorderen btw en te ontvangen btw= bezit
Te betalen btw en af te dragen btw= schuld
Begroting= verwachting
Resultatenbegroting: opbrengsten – kosten= winst (wijzigingen EV)
- Overzicht van de verwachte opbrengsten en kosten en laat je zien hoe het nettoresultaat is
opgebouwd. EV neemt toe door opbrengsten en neemt af door kosten.
Een aflossing is wel een uitgave, maar geen kostenpost.
De afschrijving is geen uitgaven, maar wel kostposten.
Liquide middelen: met geld kun je onmiddellijk een betaling doen, zoals het veld in je portemonnee
Voorraad liquide middelen:
- Neemt toe door ontvangsten (inkomsten)
- Neemt af door uitgaven
- Kan zowel positief als negatief zijn
- Kredietlimiet (maximale schuld)
- Betalingsprobleem => faillissement
- Hoe voorkom je een betalingsprobleem?
Liquiditeitsbegroting= een overzicht van de verwachte ontvangsten en uitgaven in een toekomstige
periode.
- Het gaat alleen om de in- en uitgaande geldstromen. Je beschikt dus alleen over je
portemonnee (kas) en bankrekening (bank).
Beginvoorraad liquide middelen= het kas en banksaldo bij elkaar opgeteld van de beginperiode.
Beginvoorraad= beginsaldo kas + beginsaldo bank
Eindvoorraad liquide middelen= beginvoorraad + verwachte ontvangsten – verwachte uitgaven.
Eindsaldo kas en eindsaldo bank.
Wijziging liquide middelen: wijziging voorraad= eindvoorraad – beginvoorraad, nieuw- oud dus
Wijziging liquide middelen= ontvangsten – uitgaven
Verwachte voorraad liquide middelen= verwachte ontvangsten + verwacht kassaldo + verwacht
banksaldo – verwachte uitgaven
Wijziging balanspost= waarde balanspost eind - waarde balanspost begin
Eigenlijk dus; wijziging= nieuw – oud
Twee belangrijke zaken:
- Eigen vermogen; op lange termijn een afname in het EV niet vol te houden is. Wanneer het
EV aan het afnemen is, ontstaat er voor de financiering een behoefte aan VV. Dat VV zul je
niet snel krijgen omdat het een groot risico is voor de mensen die jou die lening geven. Krijg
je nog wel een lening, dan is dat vaak tegen een hogere rente.
- Voorraad liquide middelen; hiermee kun je aan je kortlopende verplichtingen voldoen. Als je
een rekening niet kunt betalen, dan krijg je uiteindelijk de deurwaarder op bezoek die beslag
komt leggen op jouw bezittingen. Die bezittingen worden dan verkocht.
Om dit te voorkomen, willen we de verwachtingen graag weten.
Liquiditeitsbegroting: wijziging liquide middelen
Resultatenbegroting: wijziging eigen vermogen
Deze begrotingen bevatten wijzigingen van de hele periode.