100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Deel 2_LevenInEvenwicht_BGZjaar2_blok1

Rating
-
Sold
-
Pages
50
Uploaded on
08-09-2025
Written in
2024/2025

LET OP! dit is enkel het eerste deel van de samenvatting, voor de volledige samenvatting kun je kijken op mijn account bij voordeelbundels. Deel 2 van de complete samenvatting van het blok Leven in Evenwicht.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 8, 2025
Number of pages
50
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

➢ De motorische eindplaat ligt op de spiervezel waar het axon v/e motorisch
neuron eindigt en synapteert met de spiercel. De motorische eindplaat bevat
veel plooien en groeven die het contactoppervlak tussen de zenuw en de spier
vergroten




a) Werking van hersenen en hormonen bij actie/impulsen
Hypothalamus: neuronen die functioneren als sensoren → osmoreceptoren monitoren osmolariteit,
thermoreceptoren monitoren lichaamstemperatuur
 output van hypothalamus → autonome, endocriene en gedragsreacties → zorgen
voor homeostase (drinken, zoeken naar voedsel, temperatuurregulatie),
gedragsreacties: hersencentra verantwoordelijk voor gemotiveerde gedragingen en
controle over bewegingen

- Sensorische informatie in cerebrale cortex en limbisch systeem creëert emoties die autonome
output beïnvloeden (blozen, flauwvallen, vlinder in je buik)
Limbisch systeem (amygdala, hippocampus, hypothalamus, cingulate cortex) = gebied in hersenen
betrokken bij emoties, geheugen, leren, motivatie, herinneringen en seksueel gedrag.
*ligt om de hersenbalk onder de cerebrale cortex
*deel van de grijze stof van cerebrum

Cerebrale cortex/ hersenschors = gebied in de hersenen waar informatie uit de rest van het lichaam
ontvangen, geanalyseerd en geïnterpreteerd wordt → geïnterpreteerde informatie in de hersenschors



1

,wordt omgezet in gedachten (innerlijke spraak en mentale beelden) en concrete aansturingen van het
lichaam (spreken en handelen)

Bijnier (adrenaline, noradrenaline) =
- Gespecialiseerd neuro-endocrien weefsel geassocieerd met het sympathische zenuwstelsel
- Neursecretory structuur = ontwikkeling van hetzelfde embryonale weefsel als sympathische
neuronen
- Scheidt adrenaline en noradrenaline uit
- Vormt kern van bijnierklieren
- Bijnierschors: buitenkant, endocriene klier die steriodhormonen uitscheidt
- Sympathisch ganglion
- Preganglionische sympathische neuronen lopen van wervelkolom naar bijniermerg waar ze
synapsen → missen axonen die lopen naar target cellen, scheiden adrenaline uit in het bloed
bij fight flight situatie
- Agonisten en antagonisten binden aan target receptor om de actie van een neurotransmitter te
stimuleren of remmen

Darm(kanaal)-hersenen as (verzadiging/energie homeostase) =
- Honger controle
- Hersenen: regulatie van hongergevoel → ontvangt en intergreert verschillende signalen
(omgeving, sociale, genotzuchtige invloeden) omtrent energei status → respons op honger
(voedsel inname of verzadiging)
- Obesitas kan veroorzaakt worden door ongepaste homeostatische reacties op energie-
overschooten in een obesogene omgeving
- Systeem reguleert voedselinname en hongergevoel als reactie op homeostatische en niet-
homeostatische signalen. Hypothalamus, hersenstam, corticolombic systeem vormen complex
systeem met neurale, voedings- en hormoonsignalen vanuit darm en externe omgeving →
communicatie tussen darm, pancreas/alvleesklier, lever, vetweefsel, hersenstam,
hypothalamus. Als reactie op chemische, mechanisme, hormonale en veranderingen in
voeding neurale signalen vervoerd van darm naar hersenstam via de nervus vagus; daarnaast
direct naar hersenstam en hypothalamus via median eminence en area postrema (bloed-brein
barrière). Hedonisch, omgeving, sociale en smaak invloeden verwerkt door corticolimbic
systeem en reguleren verzadigingscentra.
- Limitatie voedselinname: zwakkere signalen dan signalen die stimuleren om voedsel in te
nemen.
- Hypothalamus: controle over honger, hersenstam: energiebalans, voedingsactiviteit,
cortocolimbic systeem: zorgt voor het leren om geïntegreerd te zijn met homeostatische
mechanismen, signalen darm: informeren brein over staat van energie
- Neurotransmitters verdeeld in CZS en perifeer systeem



Hormonen en neurotransmitters:

• Cholecystokinine: zorgt voor vet- en eiwitvertering (receptoren bij hersenstam en
hypothalamus) → speelt een belangrijke bij het verzadigingsgevoel na de maaltijd, ineffectief
bij het reduceren van voedselinname op lange termijn
• Ghreline: hongerhormoon → verhoogde maagbewegelijkheid, verminderd vetgebruik,
stimulatie groeihormoon afgifte. Ghreline niveaus verhoogd voor de maaltijd, verlaagd na de
maaltijd in verhouding tot aantal calorieën. Ghreline levels omgekeerd gecorreleerd met
lichaamsgewicht en stijgen na gewichtsverlies.
• Peptide YY (behandeling obesitas): lage levels bij vasten, toename na maaltijd voor enkele
uren in verhouding tot aantal calorieën (vooral na eiwitrijke maaltijd)→vermindert eetlust
• Pancreatic polypeptide: zorgt voor het verlaten maaglediging, vermindert eetlust



2

, • Glucagon-like peptide-1 (GLP-1→behandeling diabetes type 2→ gewichtsverlies bij obese
patiënten met of zonder diabetes type 2 → positieve effecten op bloeddruk en cholesterol):
toename glucose-afhankelijke insuline vrijlating, vermindering glucagon secretie, verminderde
maaglediging, vermindering van glucose vlak na de maaltijd, eetlustremmende werking.
• Oxyntomodulin: vermindert voedsel inname en lichaamsgewicht, zorgt voor het verlaten van
de maaglediging, toename energieverbruik, onderdrukt ghreline (vergelijkbare, maar zwakkere
werking dan GLP-1).
• Glucagon: handhaving glucose levels tijdens vasten en sporten door glycogenolyse en
gluconeogenese, eetlustremming, stimuleert verzadiging. Glucagon levels stijgen na een
maaltijd (vooral eiwitrijk), toename energieverbruik→vermindering grootte van de maaltijd,
voedselinname en lichaamsgewicht.
• Amyline: remt maagafscheiding, zorgt voor het verlaten van maaglediging, vermindert
voedselinname, toename glucose levels na maaltijd.
• Adrenaline (gemaakt in bijniermerg door chromaffinecellen): komt vrij in omstandigheden die
een bedreiging zijn voor het lichaam en daardoor stress veroorzaken (adrenaline:
overleving/fight-or-flight respons)→versnelde ademhaling en hartslag, vrijmaken van
energie/remming energieopslag (glucose), constrictie vaatwand (huid en maag-darm),
verwijding bronchiole, stijging bloeddruk, verminderde bloedtoevoer naar darmen, vergroting
pupillen, verhoogde alertheid (concentratievermogen), verkorte bloedstollingstijd, handpalmen
gaan zweten, geheugen verbetert tijdelijk, gevoel van tijd beïnvloed (gebeurtenissen lijken
trager te verlopen waardoor iemand meer tijd lijkt te hebben om te reageren)
• Noradrenaline (gemaakt in bijniermerg door chromaffinecellen): ongeveer dezelfde werking
als adrenaline→ beter omgaan met stress, stijging bloeddruk, verminderde bloedtoevoer naar
darmen. Verschil adrenaline en noradrenaline: noradrenaline zorgt meer voor emotionele
effecten dan adrenaline (hoog: angst, paniek, opgewonden, gespannen, laag: depressieve
gevoelens), sneller afgebroken door je lichaam (adrenaline blijft langer in je lichaam),
noradrenaline werkt als neurotransmitter die signalen afgeeft aan hersenen.
• Cortisol (stresshormoon, gemaakt in bijnierschors): speelt een rol bij vertering voedsel, slaap-
waakritme, afweersysteem, komt vrij bij elke vorm van stress (fysiek en psychologisch).
Kortdurende stress: eerst adrenaline, langdurige stress: daarna pas cortisol. Voor de rest
dezelfde effecten op het lichaam als (nor)adrenaline.
• Acetylcholine
• Epinifine/adrenaline
• Dopamine
• Serotonine
• Glutaglycine
• Histamine
• Gaba
• Adenosine
• Spanning → snel in actie
• Langdurige stress: burnout

a) Welk mechanismen spelen een rol bij impulsgeleiding/ signaaloverdracht en
aansturing signaal
Chemische signalen autonoom (parasympatisch) zenuwstelsel =
1. Preganglionische neuronen vanuit CZS naar autonoom ganglion buiten CZS → acetylcholine
(Ach) vrij naar nictinic cholinergic receptoren (AChR) op postganglionische cel
2. Meeste postganglionische sympatische neuronen laten noradrenaline (NE) vrij naar adrenerge
receptoren op de doelcel
3. Meeste postganglionische parasympathische neuronen laten acetylcholine vrij naar muscarinic
cholinergic receptoren op de doelcel
→ doelorganen autonome neuronen: gladde spieren, hartspieren, veel exocriene klieren, enkele
endocriene klieren, lymfeweefsel en sommige vetweefsel




3

, Neuroeffector junction = synaps tussen postganglionisch autonoom neuron en de doelcel
*aan het einde van autonome postganglionische axonen zitten blaasjes gevuld met neurotransmitters

Sympatische pathways:
- Uitscheiden catecholamines die binden aan adrenerg receptoren op target cellen →
nordrenaline bij postganglionisch neuron vrijgelaten, korte axon tussen CZS en ganglion
2 soorten adrenerg receptoren:
1. Alfa = meest voorkomende receptor → reageert sterk op noradrenaline en zwak op adrenaline
2. Beta = b1-receptor → reageert even sterk op noradrenaline als op adrenaline
B2-receptor → meer gevoelig voor adenaline dan nordrenaline, limiet blootstelling
aaan noradrenaline
B3-receptor → voornamelijk bij vetweefsel, meer gevoelig voor noradrenaline dan
adrenaline
Second messenger pathways:
o Catecholamine bindt aan betareceptor → toename AMP→ fosforylering van intracellulaire
proteïnen
o Alfa 1-receptor activeert fosfolipasen C → inositol trifosfaat (IP3) en diacylglycerol
(DAG)→door DAG fosforylering proteïnen. IP3 opent Ca2+ kanalen→intracellulaire Ca2+
signalen→spiercontractie of secretie door exocytose
o Alfa 2-receptor vermindert AMP → spierontspanning of vermindering secretie

Parasympatische pathways:
- Parasympathische neuronen laten Ach (acetylcholine) vrij richting doelorgaan → activatie van
receptoren zorgt voor second messenger pathways → K+ of Ca2+ kanalen openen
- Nervus vagus: 75% van alle parasympathische zenuwen/pathways gaan door deze baan
Stappen:
1. Aanmaak neurotransmitter
2. Release, actiepotentiaal bereikt → blaasje met neurotransmitter als inhoud losgelaten in
synapsspeet
3. Receptoractie → neurotransmitter binden aan receptor
4. Inactivatie: neurotransmitter terug de cel in als ze gebruikt zijn → neurotransmitter
afgebroken door enzymen of opnieuw opgenomen in de cel
5. Neurotransmitter naar bloedbaan (effect op andere weefsels) of target cel
Adrenal sympathisch pathway: adrenaline als neurotransmitter vrijgeven door chromaffinecellen,
bijniermerg fungeert als ganglion
1. Hoe werken reflexen (autonoom zenuwstelsel)?
Spinale reflexen: autonome reflexen die plaatsvinden zonder input van de hersenen (urineren,
ontlasting→ kunnen beïnvloed worden door de input van de hersenen, maar hebben deze input niet per
se nodig → bijvoorbeeld ruggenmergletsel verstoort communicatie tussen hersenen en ruggenmerg:
ruggenmergreflexen behouden, maar niet voelen of beheersen)

Reflex: in ganglion, geen invloed van CZS

- Lichtreflex in oogpupillen → via parasympatische systeem
- Baroreflex = controleren bloeddruk → signaal sturen naar hersenstam → verhogen/ verlagen
bloeddruk
➢ In aorta en halsslagaders, detecteren veranderingen in bloeddruk




4
$6.08
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
schoutropanneke

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
schoutropanneke Maastricht University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
4 months
Number of followers
0
Documents
17
Last sold
4 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions