Kinder- en Jeugdpsychopathologie
Blok 1 – GWZ jaar 2 – richting GGZ
,Inhoudsopgave
Taak 1: verstandelijke beperking.................................................................................................................... 3
Taak 2: normale ontwikkeling; theorie van Piaget.........................................................................................18
Taak 3: Autisme-spectrum stoornis (ASS/ASD).............................................................................................. 30
Taak 4: (Psycho)motorische ontwikkeling; Bandura, Vygotsky.......................................................................43
Leerdoelen (Psycho)motorische ontwikkeling....................................................................................................43
Leerdoelen theorie van Bandura........................................................................................................................49
Leerdoelen theorie van Lev Vygotsky.................................................................................................................53
Taak 5: Angststoornissen en PTSD................................................................................................................ 58
Angststoornissen:...............................................................................................................................................58
PTSD:..................................................................................................................................................................71
Taak 6: ontwikkeling van het brein in de adolescentie...................................................................................82
Taak 7: ADHD............................................................................................................................................... 90
Taak 8: Hechting......................................................................................................................................... 104
Taak 9: stemmingsstoornissen (depressie).................................................................................................. 117
Taak 10: Cognitieve ontwikkeling II: de informatieverwerkingsbenadering/ De ontwikkeling van identiteit en
persoonlijkheid & temperament................................................................................................................. 133
Leeropdrachten Cognitieve ontwikkeling II: de informatieverwerkingsbenadering........................................133
Leerdoelen De ontwikkeling van temperament en persoonlijkheid.................................................................146
Taak 11: conduct disorder en oppositional defiant disorder........................................................................153
Taak 12: morele ontwikkeling..................................................................................................................... 168
College 6 – Hersenletsel............................................................................................................................. 176
2
,Taak 1: verstandelijke beperking
1. Beschrijf het klinische beeld bij verstandelijke beperking. Aan welke
criteria (DSM-5 kenmerken) moet worden voldaan?
Intellectuele beperkingen, tekorten in aanpassingsvaardigheden en vroege aanvang.
culturele en taalkundige diversiteit (verschillen in communicatie, zintuiglijke en
gedragsfactoren) moeten in meegenomen worden genomen bij het vaststellen van een tekort
of handicap.
IQ<70 (marge 5 point) *
*geen IQ-standard, wel in vorige edities.
*alleen een te laag IQ duidt niet gelijk op een ID, een persoon moet ook aanzienlijke
beperkingen vertonen in adaptief gedrag, zoals communicatie, zelfzorg,
sociale/interpersoonlijke vaardigheden of functionele academische of werkvaardigheden
*DSM-5 nieuwste editie, meer gefocust op kwaliteiten dan op IQ
Er moet aan de volgende 3 diagnostische criteria worden voldaan: DSM-V
A. Tekortkomingen in de intellectuele functies, zoals redeneren, probleemoplossing, plannen,
abstract denken, oordelen, academisch leren en leren door ervaring, bevestigd door zowel
klinische beoordeling als een individuele intelligentietest.
3
, B. Deficiënties in adaptief functioneren die ertoe leiden dat de betrokkene niet kan voldoen aan
ontwikkelings- en sociaal-culturele normen voor persoonlijke zelfstandigheid en sociale
verantwoordelijkheid. Zonder voortdurende ondersteuning beperken de adaptieve
tekortkomingen het functioneren in een of meer activiteiten van het dagelijks leven, zoals
communicatie, sociale participatie en onafhankelijk leven, over meerdere omgevingen, zoals
thuis, op school, op het werk en in gemeenschap.
C. Deficiënties in verstandelijke (intellectuele) functies en het aanpassingsvermogen beginnen
tijdens de ontwikkelingsperiode.
De hoofdkenmerken van de verstandelijke beperking betreffen deficiënties in de intellectuele functies
en beperkingen in het dagelijkse aanpassingsvermogen, vergeleken met leeftijdsgenoten van hetzelfde
geslacht en dezelfde sociaal-culturele achtergrond. Het begint in de ontwikkelingsleeftijd. Classificatie
gebaseerd op klinische beoordeling en tests van verstandelijke en adaptieve functies.
DSM-V onderscheidt 3 domeinen van elkaar. Bij een verstandelijke beperking (ID) moet er sprake
zijn van beperkingen in zowel intellectueel- als adaptief functioneren, in verschillende domeinen. Aan
criterium B wordt voldaan als minstens één domein van het adaptieve functioneren (conceptueel,
sociaal of praktisch) zo sterk verzwakt is dat er voortdurend ondersteuning nodig is.
Bron: DSM-V
4
Blok 1 – GWZ jaar 2 – richting GGZ
,Inhoudsopgave
Taak 1: verstandelijke beperking.................................................................................................................... 3
Taak 2: normale ontwikkeling; theorie van Piaget.........................................................................................18
Taak 3: Autisme-spectrum stoornis (ASS/ASD).............................................................................................. 30
Taak 4: (Psycho)motorische ontwikkeling; Bandura, Vygotsky.......................................................................43
Leerdoelen (Psycho)motorische ontwikkeling....................................................................................................43
Leerdoelen theorie van Bandura........................................................................................................................49
Leerdoelen theorie van Lev Vygotsky.................................................................................................................53
Taak 5: Angststoornissen en PTSD................................................................................................................ 58
Angststoornissen:...............................................................................................................................................58
PTSD:..................................................................................................................................................................71
Taak 6: ontwikkeling van het brein in de adolescentie...................................................................................82
Taak 7: ADHD............................................................................................................................................... 90
Taak 8: Hechting......................................................................................................................................... 104
Taak 9: stemmingsstoornissen (depressie).................................................................................................. 117
Taak 10: Cognitieve ontwikkeling II: de informatieverwerkingsbenadering/ De ontwikkeling van identiteit en
persoonlijkheid & temperament................................................................................................................. 133
Leeropdrachten Cognitieve ontwikkeling II: de informatieverwerkingsbenadering........................................133
Leerdoelen De ontwikkeling van temperament en persoonlijkheid.................................................................146
Taak 11: conduct disorder en oppositional defiant disorder........................................................................153
Taak 12: morele ontwikkeling..................................................................................................................... 168
College 6 – Hersenletsel............................................................................................................................. 176
2
,Taak 1: verstandelijke beperking
1. Beschrijf het klinische beeld bij verstandelijke beperking. Aan welke
criteria (DSM-5 kenmerken) moet worden voldaan?
Intellectuele beperkingen, tekorten in aanpassingsvaardigheden en vroege aanvang.
culturele en taalkundige diversiteit (verschillen in communicatie, zintuiglijke en
gedragsfactoren) moeten in meegenomen worden genomen bij het vaststellen van een tekort
of handicap.
IQ<70 (marge 5 point) *
*geen IQ-standard, wel in vorige edities.
*alleen een te laag IQ duidt niet gelijk op een ID, een persoon moet ook aanzienlijke
beperkingen vertonen in adaptief gedrag, zoals communicatie, zelfzorg,
sociale/interpersoonlijke vaardigheden of functionele academische of werkvaardigheden
*DSM-5 nieuwste editie, meer gefocust op kwaliteiten dan op IQ
Er moet aan de volgende 3 diagnostische criteria worden voldaan: DSM-V
A. Tekortkomingen in de intellectuele functies, zoals redeneren, probleemoplossing, plannen,
abstract denken, oordelen, academisch leren en leren door ervaring, bevestigd door zowel
klinische beoordeling als een individuele intelligentietest.
3
, B. Deficiënties in adaptief functioneren die ertoe leiden dat de betrokkene niet kan voldoen aan
ontwikkelings- en sociaal-culturele normen voor persoonlijke zelfstandigheid en sociale
verantwoordelijkheid. Zonder voortdurende ondersteuning beperken de adaptieve
tekortkomingen het functioneren in een of meer activiteiten van het dagelijks leven, zoals
communicatie, sociale participatie en onafhankelijk leven, over meerdere omgevingen, zoals
thuis, op school, op het werk en in gemeenschap.
C. Deficiënties in verstandelijke (intellectuele) functies en het aanpassingsvermogen beginnen
tijdens de ontwikkelingsperiode.
De hoofdkenmerken van de verstandelijke beperking betreffen deficiënties in de intellectuele functies
en beperkingen in het dagelijkse aanpassingsvermogen, vergeleken met leeftijdsgenoten van hetzelfde
geslacht en dezelfde sociaal-culturele achtergrond. Het begint in de ontwikkelingsleeftijd. Classificatie
gebaseerd op klinische beoordeling en tests van verstandelijke en adaptieve functies.
DSM-V onderscheidt 3 domeinen van elkaar. Bij een verstandelijke beperking (ID) moet er sprake
zijn van beperkingen in zowel intellectueel- als adaptief functioneren, in verschillende domeinen. Aan
criterium B wordt voldaan als minstens één domein van het adaptieve functioneren (conceptueel,
sociaal of praktisch) zo sterk verzwakt is dat er voortdurend ondersteuning nodig is.
Bron: DSM-V
4