Literatuur: Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht, 7e druk.
Onderaan staat nog een begrippenlijst per hoofdstuk, graag gedaan.
Week 1: inleiding strafrecht
1.De student kan vier doelen van het Nederlandse strafrecht opnoemen en uitleggen
wat deze doelen inhouden.
1. Vergelding: ‘terugbetaling’ door leedtoevoeging
-De maatschappij is in balans zolang er geen criminele activiteiten worden gepleegd, zodra dat wel
gebeurt moet degene het weer in evenwicht brengen door een straf uit te zitten.
2. Preventieve werking: speciale en generale preventie
-Speciale preventie: doordat je al een keer gestraft bent voor een misdaad weet je de gevolgen,
daardoor ga je niet nog een keer de misdaad plegen.
-Generale preventie: doordat je weet dat je gestraft kan worden ga je geen misdaad plegen.
3. Resocialisatie
-Het doel is om de misdadiger weer terug te laten keren in de samenleving, door de straf en eventuele
cursussen te laten volgen.
4. Voorkomen van eigenrichting
-De overheid geeft straffen, zodat de burgers dat zelf niet gaan doen en niet voor eigen rechter gaan
spelen.
2.De student kan de 8 vragen van het rechterlijke beslissingsmodel van art. 348 en 350
Sv en de bijbehorende uitspraken van de rechter met behulp van de wet opsommen.
Voorvragen, art. 348/349 Sv
1. Is de dagvaarding geldig?
Uitspraak rechter: Nietigheid van de dagvaarding
2. Is de rechter bevoegd?
Uitspraak rechter: Onbevoegdheid van de rechter
3. Is de OvJ ontvankelijk?
Uitspraak rechter: Niet-ontvankelijkheid van de OvJ
4. Is er reden tot schorsing der vervolging?
Uitspraak rechter: Schorsing van de vervolging