Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding.............................................................................................................................2
Hoofdstuk 2 Inleiding materieel strafrecht............................................................................................4
Hoofdstuk 3 Opzet en schuld.................................................................................................................9
Hoofdstuk 4 Strafuitsluitingsgronden..................................................................................................11
Hoofdstuk 5 Poging en voorbereiding.................................................................................................13
Hoofdstuk 6 Deelneming.....................................................................................................................17
Hoofdstuk 7 Inleiding strafprocesrecht...............................................................................................19
Hoofdstuk 8 Het voorbereidend onderzoek........................................................................................21
Hoofdstuk 9 Vervolging.......................................................................................................................24
Hoofdstuk 11 Het rechterlijke beslissingsschema................................................................................28
Samenvatting op basis van het boek ‘Grondtrekken van het
Nederlandse strafrecht’
1
, Strafrecht
Hoofdstuk 1 Inleiding
Les 1
1.2 Plaats van het strafrecht
Strafrecht houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een
strafbaar feit hebben gepleegd.
De staat heeft het monopolie op straffen, alleen de staat kan straffen
opleggen.
De enige die een verdachte van een strafbaar feit voor de (straf)rechter
kan brengen, is een officier van justitie. Hij is een vertegenwoordiger van
het staatsorgaan Openbaar Ministerie.
Kenmerk van het strafrecht:
Ultimum remedium = straf is het laatste redmiddel. Een verdachte wordt
beperkt in zijn rechten, dus als er geen bewijs is moet hij worden
vrijgelaten.
1.3 Doelen van straffen
Het opleggen van een straf dient voor twee doelen:
1. Vergelding = het straffen van de dader. Vergelding heeft twee doelen:
a. Leedtoevoeging aan de dader, de samenleving roept kwaad af over
de dader.
b. Erkenning geven aan het slachtoffer , er wordt wat mee gedaan.
2. Preventie = het opleggen van straf zou ertoe moeten leiden dat minder
mensen strafbare feiten plegen [het vergroten van veiligheidsgevoelens].
Er zijn twee soorten preventie:
a. Generale preventie = straffen moeten potentiele wetsovertreders
afschikken.
b. Speciale preventie = moet voorkomen of ontmoedigen dat de
gestrafte wederom de fout in gaat het opleggen van
voorwaardelijke straffen [een dader zal de volgende keer twee keer
nadenken, voordat hij nog eens iets dergelijks doet].
1.4 Materieel strafrecht, formeel strafrecht en sanctie recht
Het rechtsgebied strafrecht kan worden onderverdeeld in drie delen:
1. Materieel strafrecht: bepaalt welk gedrag niet toegestaan is en welke
personen daarvoor kunnen worden gestraft [de inhoud, opsomming van
feiten die strafbaar zijn].
2. Formeel strafrecht: het strafrechtprocesrecht of strafvordering [de
procedureregels].
3. Sanctierecht: de voorwaarden waaronder bepaalde straffen mogen
worden opgelegd en ten uitvoer gelegd [de voorwaarden van een
voorwaardelijke straf].
1.5 Commuun en bijzonder strafrecht
Commuun strafrecht = het strafrecht dat in de wetboeken is opgenomen.
2
, Strafrecht
Bijzondere strafrecht = strafwetten die in bijzondere gevallen van toepassing zijn
[zoals de Wegenverkeerswet, Wet wapens en munitie, Opiumwet, Wet op
Economische Delicten].
3
, Strafrecht
Hoofdstuk 2 Inleiding materieel strafrecht
2.2 De opbouw van het strafbare feit in vier componenten
De vier componenten van een strafbaar feit zijn: [cumulatieve voorwaarden |
vierlagenmodel]
1. Menselijke gedraging (MG)
2. Wettelijke delictsomschrijving (DO)
3. Wederrechtelijkheid (W)
4. Schuld (S=V)
Ad 1 De menselijke gedraging
- Menselijk = natuurlijke personen en rechtspersonen (BV’s, stichtingen
en gemeenten).
- Gedraging = actief optreden of het nalaten om actief op te treden.
Ad 2 De wettelijke delictsomschrijving (bestanddeel)
Gedragingen zijn pas strafbaar als zij in de strafwet terug te vinden zijn. De
delictsomschrijving is de beschrijving van het delict in het wetsartikel. Hierin
komt aan bod: de omschrijving, de kwalificatie en de straf.
Ad 3 De wederrechtelijkheid (element)
De gedraging moet in strijd zijn met de wet.
Ad 4 De schuld (element)
Het is te verwijten aan de dader. Als iemand redelijkerwijs een andere optie had
dan het overtreden van de wet, dan is er sprake van verwijtbaarheid.
Element als bestanddeel
Bij alle delicten waarbij wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving
voorkomt, is de wederrechtelijkheid geen element maar een
bestanddeel. Wederrechtelijkheid hoeft dan niet ‘apart’ als element te
worden getoetst.
Als het bestanddeel ‘schuld’ in het wetsartikel staat, is zowel aan
wederrechtelijkheid als aan schuld (verwijtbaarheid) voldaan.
Bestanddelen
De bestanddelen van een delictsomschrijving zijn de onderdelen waaruit een
delictsomschrijving is opgebouwd. Bestanddelen zijn ook wel de
rechtsvoorwaarden die in het wetsartikel zijn opgenomen.
↘ In de tenlastelegging moeten alle bestanddelen worden opgenomen, anders
ongeldig.
Elementen
De elementen zijn de wederrechtelijkheid en de schuld in de zin van
verwijtbaarheid.
Vershil tussen bestanddelen en elementen:
4