Theme 1 Inner drives
Sigmund Freud
De geschiedenis ingegaan als grondlegger van de psychoanalyse. Een onderliggende
term in Freuds benadering is psychodynamiek. Dit is het idee dat persoonlijkheid een
set aan processen is die altijd in beweging zijn. Krachten komen op en deze kunnen
worden gestuurd, aangepast of getransformeerd. De psychoanalytische benadering gaat
ervan uit dat iedereen bedreigingen ervaart. Je afweermechanismen zorgen ervoor dat
de dingen die je het meest bedreigen, je niet overmeesteren. Freud geloofde in
motivational determinism, dit houdt in dat gedrag niet per ongeluk is maar wordt
gedreven door onbewuste psychologische motieven.
Topografisch model van de geest:
1. Conscious: gedachten waarvan men zich op dit moment bewust is.
2. Preconscious: gedachten gevoelend en gedrag waarvan men zich op dit moment
niet bewust is, maar die redelijk gemakkelijk op een zelfgekozen moment
opgehaald kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn herinneringen of een
telefoonnummer.
3. Unconcious: een deel van de geest dat niet direct toegankelijk is, het is de
bewaarplaats van gevoelens en ideeën die gekoppeld zijn aan angst, conflicten
en pijn. Als iets eenmaal in het onderbewustzijn zit, kan het niet meer terug naar
het bewustzijn worden gehaald. Het heeft echter nog wel invloed op je gedrag en
denken. Freud dacht dat in het unconcious de basis van persoonlijkheid ligt.
Freud zag het concious en preconcious als
minder belangrijk dan het unconcious, omdat
in het unconcious de belangrijkste operaties
van persoonlijkheid plaatsvinden. Materiaal
(gedachten, gevoelens en verlangens) kan
makkelijk heen en weer verplaats worden
tussen het concious en preconcious. Het kan
ook worden verplaats naar het unconcious,
maar het kan hier niet vrijwillig uit worden
gehaald. Er is namelijk sprake van een one-way
mental gate.
,Aspecten van persoonlijkheid: het structurele model
Id: dit is volgens Freud de originele component van persoonlijkheid dat aanwezig is
vanaf de geboorte. Het is al de geërfde, instinctieven en primitieve van persoonlijkheid.
Het id functioneert volledig in het unconcious en is sterk verbonden aan basis
psychologische processen. Id werkt via het pleasure principle, dit wil zeggen dat alle
behoeften meteen bevredigd moeten worden. Onbevredigde behoeften zorgen voor een
staat van spanning. Het id bevredigt behoeften via het primaire proces: het vormen van
onbewust mentaal beeld van een object en gebeurtenis die de behoefte zou kunnen
bevredigen. Het hebben van zon verbeelding noemde Freud wish-fulfilment. Hieraan
gerelateerd is primair proces denken: het zoeken naar voldoening om aan de instinctieve
behoeftes te voldoen, zonder de externe wereld in overweging te nemen. Dromen en
fantasieën zijn hier voorbeelden van.
De functie van het id is dus om instinctieve verlangens te bevredigen en ontwikkelt zich
tussen de 0-18 maanden. De id is de opslagplaats van psychic energy.
Ego: het reduceren van spanning door primary proces heeft een nadelige kant; het sluit
niet goed aan op de realiteit. Als gevolg hiervan ontstaat een tweede set aan functies:
het ego. Het ego ontwikkelt zich tussen de 18 maanden en 3 jaar. Het ego komt voor uit
het id en gebruikt van zijn energie. Het ego zorgt ervoor dat de impulsen van het id
eZectief worden onderdrukt, rekening houdend met de externe wereld. Het ego is
verbonden met het id en opereert daarom ook in het unconcious. Het ego volgt een
reality principle, wat inhoudt dat het rekening houdt met de wereld en eigen behoeften.
Het zorgt ervoor dat je, voordat je iets onderneemt, eerst het risico afweegt. Het ego
gebruikt het secundair proces: het matchen van een spanning reducerend beeld aan
een echt object. Tot het fysieke object er is, houdt het ego de spanning onder controle.
Het ego wil dat de behoeften van het id voorzien worden, maar op een juist moment. Het
ego is de bron van intellectuele processen en probleemoplossing, omdat het met
behulp van realistische gedachten een actieplan kan vormen en deze mentaal kan
testen. Dit noemt Freud reality testing. Het ego heeft geen moraliteit.
Superego: het aspect van persoonlijkheid dat als laatste ontstaat tussen 3-5 jaar, is het
superego. Het superego is een belichaming van ouderlijke en maatschappelijke
waarden. Om de liefde van de ouder te krijgen, doet het kind wat de ouder juist vindt.
Het proces van het internaliseren van de waarden van de ouder heet introjection, een
sleutelfunctie van het superego is delayed gratification, waarbij impulsen worden
uitgesteld tot een later moment. Het superego misleid het id als het ware door
betrokken te raken bij iets anders. Het superego is onderverdeeld in twee systemen: het
omvat regels en standaarden voor goed gedrag, en omvat regels over welke gedragingen
de ouders afkeuren en straZen. Het superego streeft naar perfectie, en is in alle drie de
levels van bewustzijn. Ook heeft het 3 samenhangende doelen:
1. Het probeert de impulsen van het id die de ouders niet goedkeuren te voorkomen
2. Het probeert het ego te dwingen om moreel te handelen
3. Het probeert de persoon t leiden tot perfectie in gedachten, woorden en daden.
,Het id, ego en superego staan volgend Freud altijd met elkaar in dynamisch conflict. Ego
depletion vindt plaats wanneer mensen hun beschikbare wilskracht voor een taak
gebruiken. Als gevolg hiervan zijn ze niet in staat hetzelfde niveau va zelfbeheersing uit te
oefenen bij daaropvolgende, vaak niet-gerelateerde zaken.
Balans
Het Ego moet de verlangens van het Id, de moraliteit van het Superego en de
beperkingen van de realiteit in overweging nemen. Om aan deze eisen te voldoen, zou
het Ego de spanning onmiddellijk op een acceptabele en realistische manier moeten
verlichten. Dit is vaak niet mogelijk vanwege de conflicten tussen deze krachten. De
term ego strength verwijst naar het vermogen van het Ego om eZectief te zijn ondanks
deze conflicten. Iemand met weinig ego strength wordt verscheurd door concurrerende
druk, terwijl iemand met meer ego strength beter om kan gaan met deze druk, wat leidt
tot minder conflict en meer rationaliteit. Geen aspect van persoonlijkheid is beter dan
de anderen; er moet een balans zijn tussen de onderdelen.
Id: primaire behoeften → Ego: voegt realiteit toe → Superego: voegt moraliteit toe.
Psychic energy
De psychic energy is de bron van motivatie in elke persoon en blijft constant gedurende
het level volgens de wet van behoud van energie. Deze energie motiveert mensen on
actie te ondernemen en wordt opgeslagen in het Id. Persoonlijkheidsveranderingen
worden gezien als een heroriëntatie van psychische energie.
Basisinstincten
De basisbronnen van psychic energie zijn de sterke innerlijke krachten die alle energie in
het psychische systeem leveren, bekend als instincten:
- Life instinct: Self-preservation + sexual instincts (beide geïnspireerd door
Darwin's evolutietheorie) = life instinct; Freud noemde dit Libido. Libido verwijst
niet alleen naar seksuele verlangens, maar ook naar andere
behoeftenbevredigende en levensverlengende driften. Freud schreef veel over
libido in zijn vroege carrière.
- Death instinct: Thanatos werd beschouwd als het doodsinstinct, maar Freud
gebruikte Thanatos in brede zin om te verwijzen naar elke drang om te vernielen,
beschadigen of agressief te reageren op anderen of jezelf. Freud schreef veel over
Thanatos in zijn latere carrière toen zijn eigen dood naderde.
Freud zag aanvankelijk de levens- en doodsinsincten als tegenstrijdig, maar later
beschouwde hij ze als verweven. Bijvoorbeeld, eten is zowel een levensinstinct
(bevredigt honger en verlengt leven) als een uiting van het doodsinstinct (scheuren,
kauwen, bijten). Ook seksuele gewelddaden worden gezien als een combinatie van
erotische (levensinstinct) en agressieve (doodsinstinct) driften.
Omdat iedereen een vaste hoeveelheid psychic energy bezit, kan de energie die wordt
besteed aan een bepaald type gedrag niet worden gebruikt voor andere gedragingen.
, Iemand die het doodsinstinct op een sociaal acceptabele manier benut (bijvoorbeeld in
competitieve sporten) heeft minder energie beschikbaar voor destructieve manifestaties
van dit instinct. Pyschic energy kan op verschillende manieren gestuurd en omgeleid
vanwege de beperkte hoeveelheid iemand bezit.
Catharsis
Catharsis verwijst naar de vrijlating van emotionele spanning die ontstaat wanneer
opgebouwde energie zo groot wordt dat deze niet langer kan worden ingehouden. Het
idee is vooral bestudeerd in relatie tot agressie. Er zijn twee voorspellingen:
- Betrokken zijn bij agressief gedrag zou de spanning verminderen, omdat de
agressieve drang niet langer wordt onderdrukt;
- Omdat de daad de energie heeft uitgeput, zou de persoon minder geneigd zijn tot
toekomstige agressie. Er is echter weinig bewijs voor deze theorie.
Types anxiety
Er zijn drie soorten anxiety (angst): objectieve, neurotische en morele anxiety. Het Ego
heeft de taak om met deze types anxietiy om te gaan en zich te verdedigen tegen de
bijbehorende dreigingen om de angst te verminderen. Het Ego doet dit door gebruik te
maken van afweermechanismen: dit zijn mechanismen die helpen on de anxiety te
beheersen. Hoewel innerlijke conflicten vaak anxiety veroorzaken, kunnen mensen zich
soms succesvol verdedigen tegen deze conflicten zonder de anxiety bewust te voelen
(bijvoorbeeld bij conversion reaction: het conflict wordt uitgedrukt in fysieke
symptomen, wat helpt om anxiety te vermijden).
Objectieve anxiety - Ego
Deze angst ontstaat door een externe factor in plaats van een intern conflict. Het betreft
angst als reactie op een feitelijke externe dreiging (gevaarlijke situaties).
Voorbeeld: Je voelt angst wanneer een hongerige beer op je afkomt.
Neurotische anxiety - Id vs. Ego
Deze angst ontstaat bij een conflict tussen het Id en het Ego. De angst komt voort uit de
vrees dat het Ego de controle kan verliezen over een onacceptabel verlangen van het Id.
Voorbeeld: Je maakt je zorgen dat je in het openbaar onacceptabele gedachten of
Verlangens hardop uitspreekt.
Moral anxiety - Ego vs. Superego
Deze angst ontstaat uit conflict tussen het Ego en het Superego. Mensen die zichzelf
straZen, een laag zelfvertrouwen hebben of zich vaak waardeloos en beschaamd
voelen, lijden waarschijnlijk aan moral anxiety door een sterk Superego. Dit Superego
daagt de persoon voortdurend uit om aan hogere normen te voldoen.
Voorbeeld: lemand met een eetstoornis straft zichzelf voor het eten van "verboden"
voedsel.
Sigmund Freud
De geschiedenis ingegaan als grondlegger van de psychoanalyse. Een onderliggende
term in Freuds benadering is psychodynamiek. Dit is het idee dat persoonlijkheid een
set aan processen is die altijd in beweging zijn. Krachten komen op en deze kunnen
worden gestuurd, aangepast of getransformeerd. De psychoanalytische benadering gaat
ervan uit dat iedereen bedreigingen ervaart. Je afweermechanismen zorgen ervoor dat
de dingen die je het meest bedreigen, je niet overmeesteren. Freud geloofde in
motivational determinism, dit houdt in dat gedrag niet per ongeluk is maar wordt
gedreven door onbewuste psychologische motieven.
Topografisch model van de geest:
1. Conscious: gedachten waarvan men zich op dit moment bewust is.
2. Preconscious: gedachten gevoelend en gedrag waarvan men zich op dit moment
niet bewust is, maar die redelijk gemakkelijk op een zelfgekozen moment
opgehaald kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn herinneringen of een
telefoonnummer.
3. Unconcious: een deel van de geest dat niet direct toegankelijk is, het is de
bewaarplaats van gevoelens en ideeën die gekoppeld zijn aan angst, conflicten
en pijn. Als iets eenmaal in het onderbewustzijn zit, kan het niet meer terug naar
het bewustzijn worden gehaald. Het heeft echter nog wel invloed op je gedrag en
denken. Freud dacht dat in het unconcious de basis van persoonlijkheid ligt.
Freud zag het concious en preconcious als
minder belangrijk dan het unconcious, omdat
in het unconcious de belangrijkste operaties
van persoonlijkheid plaatsvinden. Materiaal
(gedachten, gevoelens en verlangens) kan
makkelijk heen en weer verplaats worden
tussen het concious en preconcious. Het kan
ook worden verplaats naar het unconcious,
maar het kan hier niet vrijwillig uit worden
gehaald. Er is namelijk sprake van een one-way
mental gate.
,Aspecten van persoonlijkheid: het structurele model
Id: dit is volgens Freud de originele component van persoonlijkheid dat aanwezig is
vanaf de geboorte. Het is al de geërfde, instinctieven en primitieve van persoonlijkheid.
Het id functioneert volledig in het unconcious en is sterk verbonden aan basis
psychologische processen. Id werkt via het pleasure principle, dit wil zeggen dat alle
behoeften meteen bevredigd moeten worden. Onbevredigde behoeften zorgen voor een
staat van spanning. Het id bevredigt behoeften via het primaire proces: het vormen van
onbewust mentaal beeld van een object en gebeurtenis die de behoefte zou kunnen
bevredigen. Het hebben van zon verbeelding noemde Freud wish-fulfilment. Hieraan
gerelateerd is primair proces denken: het zoeken naar voldoening om aan de instinctieve
behoeftes te voldoen, zonder de externe wereld in overweging te nemen. Dromen en
fantasieën zijn hier voorbeelden van.
De functie van het id is dus om instinctieve verlangens te bevredigen en ontwikkelt zich
tussen de 0-18 maanden. De id is de opslagplaats van psychic energy.
Ego: het reduceren van spanning door primary proces heeft een nadelige kant; het sluit
niet goed aan op de realiteit. Als gevolg hiervan ontstaat een tweede set aan functies:
het ego. Het ego ontwikkelt zich tussen de 18 maanden en 3 jaar. Het ego komt voor uit
het id en gebruikt van zijn energie. Het ego zorgt ervoor dat de impulsen van het id
eZectief worden onderdrukt, rekening houdend met de externe wereld. Het ego is
verbonden met het id en opereert daarom ook in het unconcious. Het ego volgt een
reality principle, wat inhoudt dat het rekening houdt met de wereld en eigen behoeften.
Het zorgt ervoor dat je, voordat je iets onderneemt, eerst het risico afweegt. Het ego
gebruikt het secundair proces: het matchen van een spanning reducerend beeld aan
een echt object. Tot het fysieke object er is, houdt het ego de spanning onder controle.
Het ego wil dat de behoeften van het id voorzien worden, maar op een juist moment. Het
ego is de bron van intellectuele processen en probleemoplossing, omdat het met
behulp van realistische gedachten een actieplan kan vormen en deze mentaal kan
testen. Dit noemt Freud reality testing. Het ego heeft geen moraliteit.
Superego: het aspect van persoonlijkheid dat als laatste ontstaat tussen 3-5 jaar, is het
superego. Het superego is een belichaming van ouderlijke en maatschappelijke
waarden. Om de liefde van de ouder te krijgen, doet het kind wat de ouder juist vindt.
Het proces van het internaliseren van de waarden van de ouder heet introjection, een
sleutelfunctie van het superego is delayed gratification, waarbij impulsen worden
uitgesteld tot een later moment. Het superego misleid het id als het ware door
betrokken te raken bij iets anders. Het superego is onderverdeeld in twee systemen: het
omvat regels en standaarden voor goed gedrag, en omvat regels over welke gedragingen
de ouders afkeuren en straZen. Het superego streeft naar perfectie, en is in alle drie de
levels van bewustzijn. Ook heeft het 3 samenhangende doelen:
1. Het probeert de impulsen van het id die de ouders niet goedkeuren te voorkomen
2. Het probeert het ego te dwingen om moreel te handelen
3. Het probeert de persoon t leiden tot perfectie in gedachten, woorden en daden.
,Het id, ego en superego staan volgend Freud altijd met elkaar in dynamisch conflict. Ego
depletion vindt plaats wanneer mensen hun beschikbare wilskracht voor een taak
gebruiken. Als gevolg hiervan zijn ze niet in staat hetzelfde niveau va zelfbeheersing uit te
oefenen bij daaropvolgende, vaak niet-gerelateerde zaken.
Balans
Het Ego moet de verlangens van het Id, de moraliteit van het Superego en de
beperkingen van de realiteit in overweging nemen. Om aan deze eisen te voldoen, zou
het Ego de spanning onmiddellijk op een acceptabele en realistische manier moeten
verlichten. Dit is vaak niet mogelijk vanwege de conflicten tussen deze krachten. De
term ego strength verwijst naar het vermogen van het Ego om eZectief te zijn ondanks
deze conflicten. Iemand met weinig ego strength wordt verscheurd door concurrerende
druk, terwijl iemand met meer ego strength beter om kan gaan met deze druk, wat leidt
tot minder conflict en meer rationaliteit. Geen aspect van persoonlijkheid is beter dan
de anderen; er moet een balans zijn tussen de onderdelen.
Id: primaire behoeften → Ego: voegt realiteit toe → Superego: voegt moraliteit toe.
Psychic energy
De psychic energy is de bron van motivatie in elke persoon en blijft constant gedurende
het level volgens de wet van behoud van energie. Deze energie motiveert mensen on
actie te ondernemen en wordt opgeslagen in het Id. Persoonlijkheidsveranderingen
worden gezien als een heroriëntatie van psychische energie.
Basisinstincten
De basisbronnen van psychic energie zijn de sterke innerlijke krachten die alle energie in
het psychische systeem leveren, bekend als instincten:
- Life instinct: Self-preservation + sexual instincts (beide geïnspireerd door
Darwin's evolutietheorie) = life instinct; Freud noemde dit Libido. Libido verwijst
niet alleen naar seksuele verlangens, maar ook naar andere
behoeftenbevredigende en levensverlengende driften. Freud schreef veel over
libido in zijn vroege carrière.
- Death instinct: Thanatos werd beschouwd als het doodsinstinct, maar Freud
gebruikte Thanatos in brede zin om te verwijzen naar elke drang om te vernielen,
beschadigen of agressief te reageren op anderen of jezelf. Freud schreef veel over
Thanatos in zijn latere carrière toen zijn eigen dood naderde.
Freud zag aanvankelijk de levens- en doodsinsincten als tegenstrijdig, maar later
beschouwde hij ze als verweven. Bijvoorbeeld, eten is zowel een levensinstinct
(bevredigt honger en verlengt leven) als een uiting van het doodsinstinct (scheuren,
kauwen, bijten). Ook seksuele gewelddaden worden gezien als een combinatie van
erotische (levensinstinct) en agressieve (doodsinstinct) driften.
Omdat iedereen een vaste hoeveelheid psychic energy bezit, kan de energie die wordt
besteed aan een bepaald type gedrag niet worden gebruikt voor andere gedragingen.
, Iemand die het doodsinstinct op een sociaal acceptabele manier benut (bijvoorbeeld in
competitieve sporten) heeft minder energie beschikbaar voor destructieve manifestaties
van dit instinct. Pyschic energy kan op verschillende manieren gestuurd en omgeleid
vanwege de beperkte hoeveelheid iemand bezit.
Catharsis
Catharsis verwijst naar de vrijlating van emotionele spanning die ontstaat wanneer
opgebouwde energie zo groot wordt dat deze niet langer kan worden ingehouden. Het
idee is vooral bestudeerd in relatie tot agressie. Er zijn twee voorspellingen:
- Betrokken zijn bij agressief gedrag zou de spanning verminderen, omdat de
agressieve drang niet langer wordt onderdrukt;
- Omdat de daad de energie heeft uitgeput, zou de persoon minder geneigd zijn tot
toekomstige agressie. Er is echter weinig bewijs voor deze theorie.
Types anxiety
Er zijn drie soorten anxiety (angst): objectieve, neurotische en morele anxiety. Het Ego
heeft de taak om met deze types anxietiy om te gaan en zich te verdedigen tegen de
bijbehorende dreigingen om de angst te verminderen. Het Ego doet dit door gebruik te
maken van afweermechanismen: dit zijn mechanismen die helpen on de anxiety te
beheersen. Hoewel innerlijke conflicten vaak anxiety veroorzaken, kunnen mensen zich
soms succesvol verdedigen tegen deze conflicten zonder de anxiety bewust te voelen
(bijvoorbeeld bij conversion reaction: het conflict wordt uitgedrukt in fysieke
symptomen, wat helpt om anxiety te vermijden).
Objectieve anxiety - Ego
Deze angst ontstaat door een externe factor in plaats van een intern conflict. Het betreft
angst als reactie op een feitelijke externe dreiging (gevaarlijke situaties).
Voorbeeld: Je voelt angst wanneer een hongerige beer op je afkomt.
Neurotische anxiety - Id vs. Ego
Deze angst ontstaat bij een conflict tussen het Id en het Ego. De angst komt voort uit de
vrees dat het Ego de controle kan verliezen over een onacceptabel verlangen van het Id.
Voorbeeld: Je maakt je zorgen dat je in het openbaar onacceptabele gedachten of
Verlangens hardop uitspreekt.
Moral anxiety - Ego vs. Superego
Deze angst ontstaat uit conflict tussen het Ego en het Superego. Mensen die zichzelf
straZen, een laag zelfvertrouwen hebben of zich vaak waardeloos en beschaamd
voelen, lijden waarschijnlijk aan moral anxiety door een sterk Superego. Dit Superego
daagt de persoon voortdurend uit om aan hogere normen te voldoen.
Voorbeeld: lemand met een eetstoornis straft zichzelf voor het eten van "verboden"
voedsel.