Casus 4: consultatiebureaus of consternatiebureaus?
1. Wat zijn consultatiebureaus en wat doen ze?
Een CB richt zich op kinderen en jeugdigen van 0 – 18 jaar. De JGZ heeft als doel het
bevorderen, beschermen en bewaken van de gezondheid en de ontwikkeling van jeugdigen.
De taak van het consultatiebureau is gezondheidsproblemen, symptonen en klachten
vroegtijdig te signaleren en te voorkomen dat een stoornis of aandoening optreedt.
Vroegtijdig = sprake van beginnende lijdensdruk of stagnerende ontwikkeling, nog geen
sprake van classificeerbare diagnose.
Primaire preventie: gezondheidsvoorlichting en opvoeding, om het ontstaan
gezondheidsproblemen, aandoeningen of stoornissen te voorkomen.
Secundaire preventie: ziektes voorkomen, voreg ontdekken van aandoening/stoornis vroeg
behandelen om progressie te voorkomen (hielprik geven)
Tertiaire preventie: maatregelen nemen zodat ziekte niet opnieuw zal toetreden (aanpassen
levensstijl), reduceren gevolgen reeds gediagnostiseerde aandoening.
Op een CB werkt een team van jeugdartsen, verpleegkundigen en assistenten, soms
ondersteund door diëtisten en logopedisten. De zorg van een kind begint direct na de
geboorte. Het team in de regio neemt contact op met de ouders. Een jeugdverpleegkundige
bezoekt het kind vervolgens thuis, geeft voorlichting aan de ouders, neemt bloed af voor
onderzoek op aangeboren aandoeningen, verricht veelal ook de neonatale gehoorscreening
en maakt vervolgafspraken. De verdere zorg ontvangen de ouders tijdens bezoeken aan een
CB of CJG bij hen in de buurt.
4e tot 7e dag: 1 contact
2e week t/m 6 maanden: 6 contacten
7 t/m 12 maanden: 3 contacten
JGZ contact momenten:
Minstens 15 contactmomenten bij een gezonde baby
Op school 3 individuele contacten bij 5-18-jarigen
90% van de ouders maakt gebruik van de JGZ
2. Wat is growing into deficit? (consultatiebureau)
Het ontstaan van een ontwikkelingsstoornis of gezondheidsprobleem veroorzaakt door de
omgevingsfactoren. Het Kind groeit dan langzaam naar zijn tekort aan gezondheid toe. En
dat noem je growing into deficit. Dat kan vervolgens leiden tot een overduidelijke ziekte
waar curatieve interventie voor nodig is.
Fase waarin nog geen symptomen waarneembaar zijn. Maar wel ongunstige
interactieprocessen aan de gang zijn, wanneer deze aanhouden kunnen er symptomen
ontstaan, die kunnen ontwikkelen tot een diagnose.
, CB signaleert en verwijst door.
3. Wat is een groeicurve en waarop is deze gebaseerd? In hoeverre zijn groeicurven te
vertrouwen?
Een groeicurve helpt het volgen van de groei en het bepalen of er sprake is van een
afwijkende groei ten opzichte van leeftijdsgenoten. Dit biedt de mogelijkheid tot tijdig
ingrijpen.
De middelste lijn (nullijn) is het gemiddelde, andere lijnen (boven curve +2,5, +2, +1, onder
curve -1, -2. -2.5, -3) noemt men de groeicurven. Door de meetresultaten te verbinden creëer
je een persoonlijke groeicurve. De meeste kinderen vallen tussen de +2 SD en de -2 SD. SD
= standaarddeviatie: hoe groot is de normale spreiding rond het gemiddelde.
De p-waarden op de horizontale-as laten het percentage
kinderen zien dat zich op de desbetreffende groeilijn
bevindt. P16 16 procent van de kinderen zelfde lengte &
leeftijd.
Standaarddeviatie score (SDS): standaarddeviatie
vaststellen met behulp van het groeidiagram. De score zegt
iets over de lengte ten opzichte van het gemiddelde.
Formule SDS = (lengte – gemiddelde lengte) : standaard
deviatie voor leeftijd en geslacht
Afbuigende lengtegroei: daling in lengte -SDS van 1 of
meer
Kleine lichaamslengte: lengte beneden -2 SDS
Zeer kleine lichaamslengte: lengte beneden -2,5 SDS
Target height (TH): benadering van de geschatte
eindlengte op basis van genetisch potentiaal
De recente groeidiagrammen (2010) laten de gemiddelde
groei en spreiding daarvan in de populatie zien.
Het groeidiagram voor zuigelingen geeft grafisch de
groei van gewicht, lengte en hoofdomvang weer.
1. Wat zijn consultatiebureaus en wat doen ze?
Een CB richt zich op kinderen en jeugdigen van 0 – 18 jaar. De JGZ heeft als doel het
bevorderen, beschermen en bewaken van de gezondheid en de ontwikkeling van jeugdigen.
De taak van het consultatiebureau is gezondheidsproblemen, symptonen en klachten
vroegtijdig te signaleren en te voorkomen dat een stoornis of aandoening optreedt.
Vroegtijdig = sprake van beginnende lijdensdruk of stagnerende ontwikkeling, nog geen
sprake van classificeerbare diagnose.
Primaire preventie: gezondheidsvoorlichting en opvoeding, om het ontstaan
gezondheidsproblemen, aandoeningen of stoornissen te voorkomen.
Secundaire preventie: ziektes voorkomen, voreg ontdekken van aandoening/stoornis vroeg
behandelen om progressie te voorkomen (hielprik geven)
Tertiaire preventie: maatregelen nemen zodat ziekte niet opnieuw zal toetreden (aanpassen
levensstijl), reduceren gevolgen reeds gediagnostiseerde aandoening.
Op een CB werkt een team van jeugdartsen, verpleegkundigen en assistenten, soms
ondersteund door diëtisten en logopedisten. De zorg van een kind begint direct na de
geboorte. Het team in de regio neemt contact op met de ouders. Een jeugdverpleegkundige
bezoekt het kind vervolgens thuis, geeft voorlichting aan de ouders, neemt bloed af voor
onderzoek op aangeboren aandoeningen, verricht veelal ook de neonatale gehoorscreening
en maakt vervolgafspraken. De verdere zorg ontvangen de ouders tijdens bezoeken aan een
CB of CJG bij hen in de buurt.
4e tot 7e dag: 1 contact
2e week t/m 6 maanden: 6 contacten
7 t/m 12 maanden: 3 contacten
JGZ contact momenten:
Minstens 15 contactmomenten bij een gezonde baby
Op school 3 individuele contacten bij 5-18-jarigen
90% van de ouders maakt gebruik van de JGZ
2. Wat is growing into deficit? (consultatiebureau)
Het ontstaan van een ontwikkelingsstoornis of gezondheidsprobleem veroorzaakt door de
omgevingsfactoren. Het Kind groeit dan langzaam naar zijn tekort aan gezondheid toe. En
dat noem je growing into deficit. Dat kan vervolgens leiden tot een overduidelijke ziekte
waar curatieve interventie voor nodig is.
Fase waarin nog geen symptomen waarneembaar zijn. Maar wel ongunstige
interactieprocessen aan de gang zijn, wanneer deze aanhouden kunnen er symptomen
ontstaan, die kunnen ontwikkelen tot een diagnose.
, CB signaleert en verwijst door.
3. Wat is een groeicurve en waarop is deze gebaseerd? In hoeverre zijn groeicurven te
vertrouwen?
Een groeicurve helpt het volgen van de groei en het bepalen of er sprake is van een
afwijkende groei ten opzichte van leeftijdsgenoten. Dit biedt de mogelijkheid tot tijdig
ingrijpen.
De middelste lijn (nullijn) is het gemiddelde, andere lijnen (boven curve +2,5, +2, +1, onder
curve -1, -2. -2.5, -3) noemt men de groeicurven. Door de meetresultaten te verbinden creëer
je een persoonlijke groeicurve. De meeste kinderen vallen tussen de +2 SD en de -2 SD. SD
= standaarddeviatie: hoe groot is de normale spreiding rond het gemiddelde.
De p-waarden op de horizontale-as laten het percentage
kinderen zien dat zich op de desbetreffende groeilijn
bevindt. P16 16 procent van de kinderen zelfde lengte &
leeftijd.
Standaarddeviatie score (SDS): standaarddeviatie
vaststellen met behulp van het groeidiagram. De score zegt
iets over de lengte ten opzichte van het gemiddelde.
Formule SDS = (lengte – gemiddelde lengte) : standaard
deviatie voor leeftijd en geslacht
Afbuigende lengtegroei: daling in lengte -SDS van 1 of
meer
Kleine lichaamslengte: lengte beneden -2 SDS
Zeer kleine lichaamslengte: lengte beneden -2,5 SDS
Target height (TH): benadering van de geschatte
eindlengte op basis van genetisch potentiaal
De recente groeidiagrammen (2010) laten de gemiddelde
groei en spreiding daarvan in de populatie zien.
Het groeidiagram voor zuigelingen geeft grafisch de
groei van gewicht, lengte en hoofdomvang weer.