12.1 Nederlands buitenlands beleid
Atlantisch, Europees, multilateraal.
Nederlands buitenlandbeleid is van oudsher Atlantisch, Europees, en multilateraal.
Nederland is lid van de EU, NAVO, en VN.
Het internationaal recht is gebaseerd op soevereiniteit van staten. Uitgangspunt van het
internationaal recht is dat staten zelf moeten instemmen met de regels die hen binden.
Internationaal Strafhof:
Doel: Vervolging van personen die verdacht worden van misdaden tegen de menselijkheid,
zoals genocide. (Strafhof is geen onderdeel van de VN). Machtige landen kunnen zich
makkelijker verweren tegen het Strafhof dan minder machtige staten.
Internationaal Gerechtshof:
Doel: Doet gerechtelijke uitspraken over geschillen en conflicten tussen staten.
(Gerechtshof is onderdeel van de VN).
• Staten zijn soeverein, maar toch wordt hun soevereiniteit op drie manieren beperkt:
1) De rechten van de mens: een individu kan zich beroepen op internationaal recht
(Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: UVRM en Europees Verdrag van de
Rechten van de Mens: EVRM, internationaal Strafhof.)
2) Internationale organisaties: zij nemen steeds meer taken over van staten (EU, VN, IMF,
Wereldbank).
3) Het internationaal recht: rechtsgeschillen tussen staten worden o.a. door het
Internationaal Gerechtshof of het Europese Hof van Justitie behandeld.
Met het erkennen van de vorige verdragen/ internationale organisaties en het onderwerpen
aan de uitspraken leveren staten een stulkje van hun eigen soevereiniteit in.
,Bijbehorende eindtermen
Rationalisering= het proces van het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid met
de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken en van het doelgericht inzetten
van middelen om zo efficiënt en effectief mogelijke resultaten te bereiken.
Bureaucratie= protocollen, procedures en regels
De onttovering van de wereld is het proces van rationalisering waarbij praktische
problemen niet meer met geloof, maar met wetenschap worden opgelost.
Voordelen Nadelen
Beheersing processen en natuur Controle, onpersoonlijk
Meten van opbrengsten en kosten Hoge eisen – stress
Paradigma’s over rationalisering
Functionalisme Conflict-paradigma Rationele-actor-
paradigma
(macro & consensus): (macro & conflict): (micro & conflict):
Kenmerk Nadruk op de functies Maatschappelijke Nadruk op (individuele)
die een samenleving tegenstellingen en actoren en hun streven
ontwikkelt om te daaruit voortvloeiende naar nutsmaximalisatie
kunnen voortbestaan conflicten zijn bepalend (voor- en nadelen
voor een alsmaar worden afgewogen)
veranderende
maatschappij.
Rationalisering Kijk naar de voordelen Rationalisering leidt tot Actoren zijn in
van ratonalisering, een maatschapelijke toenemende mate in
zoals groei en welvaart ongelijksheids- staat te streven naar
verhoudingen nutsmaximalisatie
Vervreemding van het
arbeidsproces
Staatsvorming= de institutionalisering van politieke macht tot een staat.
In de late middeleeuwen was er in de West-Europese landen sprake van urbanisatie
(verstedelijking), toename van handel en groei van de stadsbevolking. Dit leidden tot de
verdwijning van feodale samenlevingen en het ontstaan van politieke eenheden die kunnen
worden gezien als premoderne staten.
, Drie processen die hebben geleid tot de moderne staat:
- De personalisering= bevelen en wetten worden niet langer gehoorzaamd omdat een
bepaald persoon dat zegt, maar omdat diegene een bepaalde rol vervult.
- Formalisering= de politieke macht is steeds minder informeel, formele regels bepalen
het openbare leven.
- Integratie= de staat en de samenleving raken steeds meer met elkaar verweven. De
staat is bedoeld voor de bescherming van de samenleving, en de samenleving
betaalt de belasting zodat de staat kan functioneren.
Staten zijn bedacht en gevormd door mensen. Het statensysteem is de regeling van de
onderlinge verhoudingen tussen staten.
We spreken van staat als er sprake is van een interne soevereine macht (interne
soevereiniteit) omdat die:
1. als het hoogste gezag regeert over een groep mensen;
2. binnen een bepaald grondgebied valt;
3. en daarbij het geweldsmonopolie en belastingmonopolie bezit.
Dat de staat een externe soevereine macht is (externe soevereiniteit) betekent dat het
staatsgezag niet ondergeschikt is aan het gezag van andere staten en dus door andere
staten wordt erkend.
Een non-interventiebeginsel= het beginsel dat staten zich niet in de interne politieke zaken
van andere staten mengen. (Europese politiek)
In de 21ste eeuw is vrijwel al het grondgebied opgedeeld in staten. De wereldzeeën vallen
voor het overgrote deel buiten de staatsindeling.
Natie= groep mensen die zich verbonden voelen met elkaar vanwege een gedeelde
geschiedenis, taal en/of cultuur (meer plaatsgebonden)
Natievorming= groepsbewustzijn en gevoel van verbondenheid wordt gekoppeld aan de
wens om een eigen politieke eenheid te vormen (betekend nog niet dat er sprake is van een
natiestaat).
Processen die kunnen bijdragen aan natievorming
- Modernisme: De modernisten beschouwen de natie als uitvinding van het
negentiende-eeuwse nationalisme. Omdat mensen denken dat naties bestaan,
krijgen ze een sociale betekenis: → Invented traditions, ze zijn gemaakt. Naties
kunnen dus veranderen. Eerst staatsvorming, dan natievorming.
Invented traditions= tradities die ooit bedacht zijn om de bindingen met de staat en de
sociale cohesie te versterken
- Essentialisme: De essentialisten zien naties als oude organisch gegroeide
eenheden die kunnen worden teruggevoerd tot de middeleeuwen of verder. Naties