100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Overzicht stoornissen KLOP

Rating
-
Sold
-
Pages
9
Uploaded on
01-09-2025
Written in
2024/2025

Dit is een document met een overzicht van alle stoornissen die geleerd moeten worden voor het vak KLOP. Het bevat de hoofdkenmerken, prevalentie, onset, verloop, sekseverschillen en de comorbiditeit.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 1, 2025
Number of pages
9
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Overzicht stoornissen
- Hoofdkenmerken
- Prevalentie (jongens/meisjes)
- Onset (begin)
- Verloop
- Sekseverschillen
- Comorbiditeit



Hoofdstuk 5
Reactive Attachment Disorder (RAD):

• Hoofdkenmerken: Beperkt hechtingsgedrag, moeite met het zoeken van steun,
verminderde sociale en emotionele wederkerigheid, minder positieve emoties,
verhoogde negatieve emoties en slechte emotieregulatie. RAD wordt vaak
gediagnosticeerd bij kinderen met zeer negatieve vroege ervaringen.

• Prevalentie: Zeldzaam, komt vooral voor bij kinderen die ernstige mishandeling of
verwaarlozing hebben meegemaakt.

• Onset: Ontstaat meestal op jonge leeftijd bij kinderen die een tekort aan consistente en
responsieve zorg hebben ervaren.

• Verloop: Betere verzorgingsomgevingen kunnen leiden tot verbeteringen, eerst in de
fysieke ontwikkeling, dan in cognitie en als laatste op het sociale vlak.

• Sekseverschillen: Geen specifieke sekseverschillen benoemd.

• Comorbiditeit: Vaak problemen op fysiologische, emotionele, gedrags- en cognitieve
domeinen, waaronder slechte emotieregulatie en mogelijk latere psychopathologie.



Disinhibited Social Engagement Disorder (DSED)

• Hoofdkenmerken: Tekort aan behoedzaamheid, ongepaste benaderingen naar
vreemdelingen, en gebrek aan fysieke en sociale grenzen. Kinderen met DSED gedragen
zich vaak te open en sociaal ongeremd tegenover onbekenden.

• Prevalentie: Komt vaker voor dan RAD en kan worden aangetroffen bij kinderen met
verschillende hechtingsstijlen.

• Onset: Ontstaat meestal in de vroege kindertijd bij kinderen die langdurige tekorten in
zorg en hechtingservaringen hebben gehad.

• Verloop: Betere zorgomgevingen kunnen de uitkomsten verbeteren, maar sociale
gedragsproblemen kunnen langer aanhouden dan bij RAD.

• Sekseverschillen: Geen duidelijke verschillen benoemd tussen jongens en meisjes.

, • Comorbiditeit: Gerelateerd aan problemen met emotieregulatie en executieve functies.
Kinderen met een ongeorganiseerde hechtingsstijl hebben een groter risico op het
ontwikkelen van DSED



Hoofdstuk 11
Seperaton anxiety disorder:

• Hoofdkenmerken: Significante stress bij separatie van huis of hechtingsfiguren,
leeftijdsongepast. Symptomen kunnen bestaan uit hoofdpijn, buikpijn, nachtmerries,
panieksymptomen en hogere levels van angstsensitiviteit.
• Prevalentie: Geschat tussen 2% en 4%.
• Co-morbiditeit: Vaak aanwezig.
• Onset: Meestal rond de vroege kindertijd (4-6 jaar).
Kan optreden na een stressvolle gebeurtenis, zoals een verhuizing of scheiding van een
ouder.
• Verloop: Kan spontaan verbeteren, vooral als het mild is. Bij ernstige gevallen kan het
aanhouden tot de adolescentie en overgaan in andere angststoornissen (zoals sociale
angst of paniekstoornis). Vaak beïnvloed door opvoeding en levensgebeurtenissen.

Specific phobia:

• Hoofdkenmerken: Excessieve en overdreven angst voor bepaalde objecten of situaties.
Dit leidt tot intense angstreacties en vermijdingsgedrag.
• Soorten: Dieren, situaties, verwondingen of bloed, en natuurlijke fenomenen.
• Comorbiditeit: Specifieke fobieën kunnen bijdragen aan het risico op andere
angstsymptomen.
• Onset: vaak in de kindertijd (gemiddeld tussen 7-11 jaar).
Kan ontstaan door directe conditionering (traumatische ervaring), modelleren (angst van
anderen overnemen), of negatieve informatie.
• Verloop: Begint vaak in de kindertijd en kan chronisch blijven als het onbehandeld blijft.
Vermijding kan de angst versterken. Met blootstellingstherapie kan de fobie goed
behandeld worden

Social anxiety disorder:

• Hoofdkenmerken: Angst en vermijding in sociale situaties en/of situaties waar negatieve
evaluaties voorkomen.
• Prevalentie: Tussen de 1% en 6%, vaker bij meisjes dan bij jongens.
• Co-morbiditeit: Kan samengaan met selectief mutisme en vaak met gegeneraliseerde
angststoornis.
• Onset: Meestal rond de adolescentie (gemiddeld 10-13 jaar).
Ontstaat vaak door negatieve sociale ervaringen of een combinatie van temperament en
omgevingsfactoren.
• Verloop: Begint meestal in de adolescentie en heeft een chronisch beloop zonder
behandeling. Kan zich verergeren als sociale situaties actief vermeden worden. Kan
leiden tot sociale isolatie en depressie.
$6.29
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
averschoor

Get to know the seller

Seller avatar
averschoor Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
2 year
Number of followers
3
Documents
5
Last sold
10 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions