Samenvatting: Bloedafname (casuïstiek)
Hoofdstuk 1: Algemene informatie bij bloedafname
Bloedafname
→ DOEL: 1. Diagnose stellen (rekening houdend met standaarden)
2. Opvolgen v/e therapie
VB: - toedienen van medicatie
- genezingsproces
- onder- of overdosering
3. Therapie
VB: - L-PRF of L’PRF
→ PROBLEMEN: - zeer hoge frequentie v afname
VB: ~ spoedopname: 53% v/d populatie heeft bloedafname
- gevaar voor omwisselen v stalen
GEVOLG: ~ foutieve interpretatie
~ vertraagde diagnostiek & behandeling
~ nieuwe staalafname → extra last, werk
- veiligheid v/d bloedafnamenemer
VB: ~ risico op ziekteoverdracht (bloodborn)
→ FREQUENTEN FOUTEN: - weinig systematisch onderzoek
-> 3,6 detecteerbare omwisselingen/10 000
-> foutdetectie van 0,11%
-> administratieve fouten: ~ overschrijffouten tot 39%
- vervallen tubes: 9%
-> FIFO is belangrijk!
- slecht geïdentificeerde tubes: 22%
- geen conforme vulling: 17%
- ontbrekende tubes: 17%
- bevuilde tubes: 31%
- stollingsfouten: 68%
→ TAAK MONDHYGIËNIST: - vnl. actief in pre-analytische fase
-> voorschrift/ gegevens/ afname/ transport
-> arts/VPK/MH/transport
-> 85% v/d fouten zijn hier te vinden => menselijke fouten
- 20% v/d tijd een diagnostisch proces
BELANGRIJK: - preventief werken: ~ afnamefase
~ administratie
→ BELANGRIJKE ELEMENTEN: 1. Aanvraagformulier
→ vereisten?
2. Correcte bloedafname
→ mondhygiënist altijd L-PRF
3. Kennis v complicaties bij bloedafname
→ gebruik bloedverdunners: langer nadrukken
→ diabetici: slechtere aders
4. Goede afnametechniek
→ vermijd angstige pt door voldoende te informeren
5. Vervoer naar het labo
→ belangrijk: ~ schokken vermijden
~ koel bewaren
6. Afwerking in het labo
7. Interpretatie v/d waarden
1
, • Belang van identificatie v/e patiënt
Correct testresultaat begint met correcte pre-analytische fase
→ PRE-ANALYTISCHE FASE: - correcte staalafname
- in juiste testtubes
- op het juiste moment
- bij juiste patiënt
→ WAT BEVRAGEN: - voornaam & achternaam door patiënt zelf laten zeggen!!!
- geboortrdatum
WAAROM: - je kan 2 personen met zelfde naam op 1 dag hebben
- hoe ouder de patiënt, hoe sneller hij/zij ‘ja’ zegt
• Stappenplan: Bloedafname
1. Identificatie v/d patiënt
→ KENMERK: - actief bevragen: ~ voornaam
~ achternaam
~ geboortedatum
2. Controle fysieke toestand
→ WAAR PRIKKEN: - niet: ~ aan verlamde kant
-> reden: geen spierkracht die pompfunctie v bloed onderhoud
+ samenstelling bloed verandert
~ aan kant waar klieren weggenomen zijn (vb. borstamputatie)
~ in littekens
~ in blauwe plekken
- wel: ~ gezond stukje huid
~ niet-dominante arm (ALS je keuze hebt)
3. Patiënt geruststellen & positioneren
4. Voorbereiding materiaal
5. Keuze prikplaats
6. Plaatsen v/d knelband
→ KENMERK: - knelband max. 1 min aanleggen
-> indien langer: grotere kans op hemolyse
7. Ontsmetting
8. Handschoenen
9. Aanprikken
10. Tubes afnemen in juiste volgorde
11. Knelband losmaken TIJDENS het vullen v/d laatste tube
12. Laatste tube verwijderen VOOR verwijderen v/d naaldhouder
13. Naald & naaldhouder verwijderen
14. Kompres & nadrukken gestrekte arm
15. Nakijken op complicaties bij patiënt
16. Stalen zwenken
17. Administratieve afwerking
Hoofdstuk 2: Aanvraag van een bloedafname
B-handelingen = technisch verpleegkundige prestaties
→ OPDELING: - B1-handelingen = prestaties waar GEEN voorschrift voor nodig is v/d arts
- B2-handelingen = prestaties waarvoor een medisch voorschrift nodig is
VB: ~ bloedafname
2
Hoofdstuk 1: Algemene informatie bij bloedafname
Bloedafname
→ DOEL: 1. Diagnose stellen (rekening houdend met standaarden)
2. Opvolgen v/e therapie
VB: - toedienen van medicatie
- genezingsproces
- onder- of overdosering
3. Therapie
VB: - L-PRF of L’PRF
→ PROBLEMEN: - zeer hoge frequentie v afname
VB: ~ spoedopname: 53% v/d populatie heeft bloedafname
- gevaar voor omwisselen v stalen
GEVOLG: ~ foutieve interpretatie
~ vertraagde diagnostiek & behandeling
~ nieuwe staalafname → extra last, werk
- veiligheid v/d bloedafnamenemer
VB: ~ risico op ziekteoverdracht (bloodborn)
→ FREQUENTEN FOUTEN: - weinig systematisch onderzoek
-> 3,6 detecteerbare omwisselingen/10 000
-> foutdetectie van 0,11%
-> administratieve fouten: ~ overschrijffouten tot 39%
- vervallen tubes: 9%
-> FIFO is belangrijk!
- slecht geïdentificeerde tubes: 22%
- geen conforme vulling: 17%
- ontbrekende tubes: 17%
- bevuilde tubes: 31%
- stollingsfouten: 68%
→ TAAK MONDHYGIËNIST: - vnl. actief in pre-analytische fase
-> voorschrift/ gegevens/ afname/ transport
-> arts/VPK/MH/transport
-> 85% v/d fouten zijn hier te vinden => menselijke fouten
- 20% v/d tijd een diagnostisch proces
BELANGRIJK: - preventief werken: ~ afnamefase
~ administratie
→ BELANGRIJKE ELEMENTEN: 1. Aanvraagformulier
→ vereisten?
2. Correcte bloedafname
→ mondhygiënist altijd L-PRF
3. Kennis v complicaties bij bloedafname
→ gebruik bloedverdunners: langer nadrukken
→ diabetici: slechtere aders
4. Goede afnametechniek
→ vermijd angstige pt door voldoende te informeren
5. Vervoer naar het labo
→ belangrijk: ~ schokken vermijden
~ koel bewaren
6. Afwerking in het labo
7. Interpretatie v/d waarden
1
, • Belang van identificatie v/e patiënt
Correct testresultaat begint met correcte pre-analytische fase
→ PRE-ANALYTISCHE FASE: - correcte staalafname
- in juiste testtubes
- op het juiste moment
- bij juiste patiënt
→ WAT BEVRAGEN: - voornaam & achternaam door patiënt zelf laten zeggen!!!
- geboortrdatum
WAAROM: - je kan 2 personen met zelfde naam op 1 dag hebben
- hoe ouder de patiënt, hoe sneller hij/zij ‘ja’ zegt
• Stappenplan: Bloedafname
1. Identificatie v/d patiënt
→ KENMERK: - actief bevragen: ~ voornaam
~ achternaam
~ geboortedatum
2. Controle fysieke toestand
→ WAAR PRIKKEN: - niet: ~ aan verlamde kant
-> reden: geen spierkracht die pompfunctie v bloed onderhoud
+ samenstelling bloed verandert
~ aan kant waar klieren weggenomen zijn (vb. borstamputatie)
~ in littekens
~ in blauwe plekken
- wel: ~ gezond stukje huid
~ niet-dominante arm (ALS je keuze hebt)
3. Patiënt geruststellen & positioneren
4. Voorbereiding materiaal
5. Keuze prikplaats
6. Plaatsen v/d knelband
→ KENMERK: - knelband max. 1 min aanleggen
-> indien langer: grotere kans op hemolyse
7. Ontsmetting
8. Handschoenen
9. Aanprikken
10. Tubes afnemen in juiste volgorde
11. Knelband losmaken TIJDENS het vullen v/d laatste tube
12. Laatste tube verwijderen VOOR verwijderen v/d naaldhouder
13. Naald & naaldhouder verwijderen
14. Kompres & nadrukken gestrekte arm
15. Nakijken op complicaties bij patiënt
16. Stalen zwenken
17. Administratieve afwerking
Hoofdstuk 2: Aanvraag van een bloedafname
B-handelingen = technisch verpleegkundige prestaties
→ OPDELING: - B1-handelingen = prestaties waar GEEN voorschrift voor nodig is v/d arts
- B2-handelingen = prestaties waarvoor een medisch voorschrift nodig is
VB: ~ bloedafname
2