MANAGEMENT ACCOUNTING
DR. CHARLOTTE ANTOONS
HOORCOLLEGE 1
MANAGEMENT ACCOUNTING VERSUS FINANCIAL CCOUNTING
Het nemen van beslissingen over het openen van nieuwe fabrieken en automatisering is
de verantwoordelijkheid van managers. Beslissingen van het management kunnen een
aanzienlijke invloed hebben op de prestaties en de aandelenkoers van het bedrijf!
Management accounting omvat het verzamelen van informatie voor besluitvormings-,
plannings- en controle doeleinden
Kosten toewijzen aan kosten van verkochte goederen (COGS) en voorraden voor
interne en externe rapportagedoeleinden
Verschaffen van relevant informatie om besluitvormingsproces te ondersteunen
Informatie verstrekken voor planning, controle, prestatiemeting en continue
verbetering
FA geeft informatie over wat er in het verleden is gebeurd, terwijl MA informatie geeft
over het verleden en de toekomst. FA is in de eerste plaats bedoeld voor externe
belanghebbende, terwijl MA in de eerste plaats is bedoeld voor intern gebruik door het
management.
KOSTEN IN PRODUCTIEBEDRIJVEN
Productieondernemingen, Het lastig voor bedrijven die zelf hun goederen produceren,
want er is geen duidelijke kostprijs. Ook de ‘work in progress’ goederen moeten een
waarde hebben. Hier gaan we het de volgende vier colleges over hebben.
Dienstverlenende bedrijven hebben in principe geen voorraad gereed product, maar
kunnen we WIP of grondstoffenvoorraden hebben.
Stappen tot de kostprijs:
1. Voorraadgrondstoffen
Conversiekosten worden toegevoegd om materialen om te zetten in producten
2. Voorraad goederen in bewerking
3. Voorraad gereed product
4. Kostprijsverkopen
Voorraadrekening grondstoffen = beginvoorraad + aankoop grondstoffen = grondstoffen
beschikbaar – eindvoorraad = gebruikte voorraad’
Voorraadrekening work-in-progress = beginvoorraad + gebruikte grondstoffen = directe
arbeidskosten + indirecte fabricagekosten - productiekosten – eindvoorraad = kostprijs
van geproduceerde goederen
Voorraadrekening gereed product = beginvoorraad + kostprijs geproduceerde goederen
= kostprijs van goederen voor verkoop – eindvoorraad = kostprijs van verkochte
goederen
, Samen vormen deze de voorraad op de balans.
KOSTENCLASSIFICATIE VOOR EXTERNE RAPPORTAGE
Kostenobject (kostendrager): elke activiteit waarvoor de kosten afzonderlijk worden
gemeten. (bijv. product, fabriek, dienst, afdeling)
Conversiekosten: zijn de som van de directe arbeidskosten en indirecte
fabricagekosten.
Indirecte kosten kunnen niet specifiek en uitsluitend worden geïdentificeerd met een
bepaald kostenobject. Productkosten kunnen op de balans worden geactiveerd,
periodekosten niet. Productkosten worden herleid of toegewezen aan producten,
periodekosten worden direct als kosten geboekt. Periodekosten worden niet opgenomen
in de kostprijs van verkochte goederen.
Voorbeelden (VOLTA Directe kosten Indirecte kosten
MOTORS)
Productiekosten Staal – Arbeidskoten van Fabriekshuur
productiepersoneel –
opslagkosten van
materialen ect
Periodekosten Levering aan klanten R&D kosten
Bij de productie kosten kijk je naar de kosten van alle geproduceerde kosten. Bij
periodekosten bestaan uit de kosten van de voorraad dat is geleverd, dus verkocht.
KOSTENCLASSIFICATIE VOOR INTERNE RAPPORTAGE EN BESLUITVORMING
semi-variabele kosten: bevatten zowel vaste als een variabele component.
HOORCOLLEGE 2
KOSTENTRACERING VERSUS KOSTENALLOCATIE
Directe kosten kunnen specifiek en exclusief worden geïdentificeerd, maar indirecte
kosten (overheadkosten) niet, want de kosten worden gemaakt voor meer dan één
kostendrager.
Tracering van kosten: Directe kosten zijn direct te herleiden naar kostendragers. We
kunnen deze kosten toewijzen.
KOSTENALLOCATIE MET BEHULP VAN EEN ALGEMEEN OVERHEADTARIEF
Indirecte fabricagekosten moeten aan kostendragers worden toegerekend met behulp
van een overheadtarief.
Kostenallocatie (of kostentoerekening):is het proces van het toerekenen van kosten
aan kostenobjecten waarbij gebruik wordt gemaakt van surrogaat in plaats van directe
maatstaven. Surrogaten staan bekend als de allocatiebasis.
Overheadtarief = indirecte fabricagekosten (jaar) / Jaarlijkse activiteit in allocatiebasis
OORZAAK-EN-GEVOLG VERSUS WILLEKEURIGE TOEREKENING
DR. CHARLOTTE ANTOONS
HOORCOLLEGE 1
MANAGEMENT ACCOUNTING VERSUS FINANCIAL CCOUNTING
Het nemen van beslissingen over het openen van nieuwe fabrieken en automatisering is
de verantwoordelijkheid van managers. Beslissingen van het management kunnen een
aanzienlijke invloed hebben op de prestaties en de aandelenkoers van het bedrijf!
Management accounting omvat het verzamelen van informatie voor besluitvormings-,
plannings- en controle doeleinden
Kosten toewijzen aan kosten van verkochte goederen (COGS) en voorraden voor
interne en externe rapportagedoeleinden
Verschaffen van relevant informatie om besluitvormingsproces te ondersteunen
Informatie verstrekken voor planning, controle, prestatiemeting en continue
verbetering
FA geeft informatie over wat er in het verleden is gebeurd, terwijl MA informatie geeft
over het verleden en de toekomst. FA is in de eerste plaats bedoeld voor externe
belanghebbende, terwijl MA in de eerste plaats is bedoeld voor intern gebruik door het
management.
KOSTEN IN PRODUCTIEBEDRIJVEN
Productieondernemingen, Het lastig voor bedrijven die zelf hun goederen produceren,
want er is geen duidelijke kostprijs. Ook de ‘work in progress’ goederen moeten een
waarde hebben. Hier gaan we het de volgende vier colleges over hebben.
Dienstverlenende bedrijven hebben in principe geen voorraad gereed product, maar
kunnen we WIP of grondstoffenvoorraden hebben.
Stappen tot de kostprijs:
1. Voorraadgrondstoffen
Conversiekosten worden toegevoegd om materialen om te zetten in producten
2. Voorraad goederen in bewerking
3. Voorraad gereed product
4. Kostprijsverkopen
Voorraadrekening grondstoffen = beginvoorraad + aankoop grondstoffen = grondstoffen
beschikbaar – eindvoorraad = gebruikte voorraad’
Voorraadrekening work-in-progress = beginvoorraad + gebruikte grondstoffen = directe
arbeidskosten + indirecte fabricagekosten - productiekosten – eindvoorraad = kostprijs
van geproduceerde goederen
Voorraadrekening gereed product = beginvoorraad + kostprijs geproduceerde goederen
= kostprijs van goederen voor verkoop – eindvoorraad = kostprijs van verkochte
goederen
, Samen vormen deze de voorraad op de balans.
KOSTENCLASSIFICATIE VOOR EXTERNE RAPPORTAGE
Kostenobject (kostendrager): elke activiteit waarvoor de kosten afzonderlijk worden
gemeten. (bijv. product, fabriek, dienst, afdeling)
Conversiekosten: zijn de som van de directe arbeidskosten en indirecte
fabricagekosten.
Indirecte kosten kunnen niet specifiek en uitsluitend worden geïdentificeerd met een
bepaald kostenobject. Productkosten kunnen op de balans worden geactiveerd,
periodekosten niet. Productkosten worden herleid of toegewezen aan producten,
periodekosten worden direct als kosten geboekt. Periodekosten worden niet opgenomen
in de kostprijs van verkochte goederen.
Voorbeelden (VOLTA Directe kosten Indirecte kosten
MOTORS)
Productiekosten Staal – Arbeidskoten van Fabriekshuur
productiepersoneel –
opslagkosten van
materialen ect
Periodekosten Levering aan klanten R&D kosten
Bij de productie kosten kijk je naar de kosten van alle geproduceerde kosten. Bij
periodekosten bestaan uit de kosten van de voorraad dat is geleverd, dus verkocht.
KOSTENCLASSIFICATIE VOOR INTERNE RAPPORTAGE EN BESLUITVORMING
semi-variabele kosten: bevatten zowel vaste als een variabele component.
HOORCOLLEGE 2
KOSTENTRACERING VERSUS KOSTENALLOCATIE
Directe kosten kunnen specifiek en exclusief worden geïdentificeerd, maar indirecte
kosten (overheadkosten) niet, want de kosten worden gemaakt voor meer dan één
kostendrager.
Tracering van kosten: Directe kosten zijn direct te herleiden naar kostendragers. We
kunnen deze kosten toewijzen.
KOSTENALLOCATIE MET BEHULP VAN EEN ALGEMEEN OVERHEADTARIEF
Indirecte fabricagekosten moeten aan kostendragers worden toegerekend met behulp
van een overheadtarief.
Kostenallocatie (of kostentoerekening):is het proces van het toerekenen van kosten
aan kostenobjecten waarbij gebruik wordt gemaakt van surrogaat in plaats van directe
maatstaven. Surrogaten staan bekend als de allocatiebasis.
Overheadtarief = indirecte fabricagekosten (jaar) / Jaarlijkse activiteit in allocatiebasis
OORZAAK-EN-GEVOLG VERSUS WILLEKEURIGE TOEREKENING