Deel 1: INLEIDING
Juridische realiteit = hoe casussen worden opgelost
Gangbare doctrine = geformuleerde rechtsregels die geacht worden te bestaan
= relatief
Casus
• Wie lijdt schade
• Wie kan de benadeelde aanspreken?
o Per persoon alle gronden overlopen
• foutAH niet vergeten
A. situering aansprakelijkheid
= Niet-contractuele verbintenis tot schadeloosstelling
• BCTA
• Andere schadevergoedingsmechanismen
1. begrip aansprakelijkheid
= een verbintenis art. 5.1 BW (geen bron van verbintenissen)
Is er AH? è verbintenis tot schadeloosstelling
Bron AH = rechtsregel + bepaalde feitengehelen
AH wordt vastgesteld door rechter (geeft uitvoerbare titel)
2. rechtsfeiten
Constitutieve bestanddelen (volgens gangbare doctrine)
• Schade
• Causaliteit
• TALF
= zit in het rechtsfeit waaruit AH ontstaat
= bestaansvoorwaarden AH
3. contractueel vs extracontractueel
1
,Contractuele AH: wanprestatie verbintenis 1? è secundaire verbintenis tot
schadeloosstelling
Buitencontractuele AH: verbintenis tot schadeloosstelling = primaire verbintenis tot
reparatie van schade die NIET het gevolg is van niet-nakoming van een contractuele
verbintenis
• Subjectieve AH = foutaansprakelijkheid
Door rood licht rijden
• Objectieve AH = schade door ander rechtsfeit dan eigen fout
Kind breekt ruit
4. functie van aansprakelijkheidsrecht
4.1 te verwerpen functies
Teleologische interpretatie: wetgever heeft niet 1 bedoeling, dus functies te
verwerpen afhankelijk van de visie die je hanteert.
• Vergoeden/preventie van schade
Als doel is schade vermijden, dan zou schade een voldoende vereiste
zijn voor AH (maar vereist TALF)
• Repressie van onwenselijk gedrag
Waarom dan enkel optreden in geval van schade?
Strafrechtelijke AH Burgerrechtelijke AH
Doel = repressie Doel = toewijzen schadelast
Straf maakt niet ongedaan Schadeloosstelling = remedie
Intentie dader doet ertoe Gebeurtenis + gevolgen van belang
(subjectieve) beoordeling Objectieve beoordeling
4.2 law & economics
= recht dient een economisch doel
AH = incentive (onaangenaam gevoel) betalen
è AHR heeft een invloed op het ontstaan van schade
a. efficiëntie: internalisatie van de externe kosten
Aansprakelijk voor negatieve effecten op anderen = belasten van gedrag dat
anderen schade toebrengt
2
, A THEORY OF NEGLIGENCE: wanneer zijn gedrag de taart kleiner maakt, is
die persoon A (Posner)
CHEAPEST COST AVOIDER = AH leggen bij degene voor wie schade
vermijden het goedkoopste is
b. efficiëntie: strategisch gedrag
Pigou ziet niet dat causaliteit wederkerig is (Coase)
Als A handelt, is er schade voor B
Maar als A niet handelt heeft A zelf schade
c. speltheoretische analyses
THEORY OF MIND = we kunnen ons in de plaats van een ander stellen en
ons gedrag daaraan aanpassen
Voetganger beeldt zich in dat die automobilist is
B. alternatieve schadevergoedingsmechanismen
1. aansprakelijkheidsrecht vs schadevergoedingsrecht
AHR SVR
Ontstaan AH + inhoud Recht op schadeloosstelling?
- OBLIGATIO Meerdere takken
= of schade en in welke mate - AHR
- CONTRIBUTIO - Schadefondsen
= evt. verdeling - Sociale zekerheidsrecht
- ...
2. behoefte aan alternatieve systemen
4 redenen:
• Limitatieve lijst TALF’s
• Ineffectiviteit van het AHR
Doel behalen met minst mogelijke inspanning
• Inefficiëntie van het AHregime
Traag, hoge individuele & collectieve kosten
• Schadespreiding: bij sommige alternatieven ruimer
3
, 3. verzekering (1)
= kanscontract
Verzekeraar levert prestatie indien afgesproken onzekere gebeurtenis zich voordoet
Verzekerde = onderhevig aan het risico (≠ niet per se = de verzekeringnemer)
Onderlinge verzekering: Verzekeringnemers = verzekeraars
Onderworpen aan hetzelfde risico, indien 1 iemand pech, dan dragen ze samen de
kost mutualiteit
3.1 forfaitaire verzekering
= sommenverzekering
= van tevoren vastgelegde forfaitaire prestatie
≠ afhankelijk van de geleden schade levensverzekering
3.2 schadeverzekering
= indemnitaire verzekering
= vergoeding van (geheel of deel) schade
MORAL HAZARD!
• Verzekering van eigen schade
o Verzekerd risico = schade geleden door begunstigde
o Vereist (enkel) schade
Autoverzekering
• Aansprakelijkheidsverzekering
o Verzekerd risico = AH verzekerde tov benadeelde
o Uitkering = (verzekerde fractie) verbintenis tot schadeloosstelling
o Vereist schade + AH
Familiale verzekering
4. sociale zekerheid (2)
Overlevingspensioen, ziekte & invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten,...
≠ afhankelijk van de AH
≠ sociale verzekering want:
- Verplichte deelname/bijdrage
4
Juridische realiteit = hoe casussen worden opgelost
Gangbare doctrine = geformuleerde rechtsregels die geacht worden te bestaan
= relatief
Casus
• Wie lijdt schade
• Wie kan de benadeelde aanspreken?
o Per persoon alle gronden overlopen
• foutAH niet vergeten
A. situering aansprakelijkheid
= Niet-contractuele verbintenis tot schadeloosstelling
• BCTA
• Andere schadevergoedingsmechanismen
1. begrip aansprakelijkheid
= een verbintenis art. 5.1 BW (geen bron van verbintenissen)
Is er AH? è verbintenis tot schadeloosstelling
Bron AH = rechtsregel + bepaalde feitengehelen
AH wordt vastgesteld door rechter (geeft uitvoerbare titel)
2. rechtsfeiten
Constitutieve bestanddelen (volgens gangbare doctrine)
• Schade
• Causaliteit
• TALF
= zit in het rechtsfeit waaruit AH ontstaat
= bestaansvoorwaarden AH
3. contractueel vs extracontractueel
1
,Contractuele AH: wanprestatie verbintenis 1? è secundaire verbintenis tot
schadeloosstelling
Buitencontractuele AH: verbintenis tot schadeloosstelling = primaire verbintenis tot
reparatie van schade die NIET het gevolg is van niet-nakoming van een contractuele
verbintenis
• Subjectieve AH = foutaansprakelijkheid
Door rood licht rijden
• Objectieve AH = schade door ander rechtsfeit dan eigen fout
Kind breekt ruit
4. functie van aansprakelijkheidsrecht
4.1 te verwerpen functies
Teleologische interpretatie: wetgever heeft niet 1 bedoeling, dus functies te
verwerpen afhankelijk van de visie die je hanteert.
• Vergoeden/preventie van schade
Als doel is schade vermijden, dan zou schade een voldoende vereiste
zijn voor AH (maar vereist TALF)
• Repressie van onwenselijk gedrag
Waarom dan enkel optreden in geval van schade?
Strafrechtelijke AH Burgerrechtelijke AH
Doel = repressie Doel = toewijzen schadelast
Straf maakt niet ongedaan Schadeloosstelling = remedie
Intentie dader doet ertoe Gebeurtenis + gevolgen van belang
(subjectieve) beoordeling Objectieve beoordeling
4.2 law & economics
= recht dient een economisch doel
AH = incentive (onaangenaam gevoel) betalen
è AHR heeft een invloed op het ontstaan van schade
a. efficiëntie: internalisatie van de externe kosten
Aansprakelijk voor negatieve effecten op anderen = belasten van gedrag dat
anderen schade toebrengt
2
, A THEORY OF NEGLIGENCE: wanneer zijn gedrag de taart kleiner maakt, is
die persoon A (Posner)
CHEAPEST COST AVOIDER = AH leggen bij degene voor wie schade
vermijden het goedkoopste is
b. efficiëntie: strategisch gedrag
Pigou ziet niet dat causaliteit wederkerig is (Coase)
Als A handelt, is er schade voor B
Maar als A niet handelt heeft A zelf schade
c. speltheoretische analyses
THEORY OF MIND = we kunnen ons in de plaats van een ander stellen en
ons gedrag daaraan aanpassen
Voetganger beeldt zich in dat die automobilist is
B. alternatieve schadevergoedingsmechanismen
1. aansprakelijkheidsrecht vs schadevergoedingsrecht
AHR SVR
Ontstaan AH + inhoud Recht op schadeloosstelling?
- OBLIGATIO Meerdere takken
= of schade en in welke mate - AHR
- CONTRIBUTIO - Schadefondsen
= evt. verdeling - Sociale zekerheidsrecht
- ...
2. behoefte aan alternatieve systemen
4 redenen:
• Limitatieve lijst TALF’s
• Ineffectiviteit van het AHR
Doel behalen met minst mogelijke inspanning
• Inefficiëntie van het AHregime
Traag, hoge individuele & collectieve kosten
• Schadespreiding: bij sommige alternatieven ruimer
3
, 3. verzekering (1)
= kanscontract
Verzekeraar levert prestatie indien afgesproken onzekere gebeurtenis zich voordoet
Verzekerde = onderhevig aan het risico (≠ niet per se = de verzekeringnemer)
Onderlinge verzekering: Verzekeringnemers = verzekeraars
Onderworpen aan hetzelfde risico, indien 1 iemand pech, dan dragen ze samen de
kost mutualiteit
3.1 forfaitaire verzekering
= sommenverzekering
= van tevoren vastgelegde forfaitaire prestatie
≠ afhankelijk van de geleden schade levensverzekering
3.2 schadeverzekering
= indemnitaire verzekering
= vergoeding van (geheel of deel) schade
MORAL HAZARD!
• Verzekering van eigen schade
o Verzekerd risico = schade geleden door begunstigde
o Vereist (enkel) schade
Autoverzekering
• Aansprakelijkheidsverzekering
o Verzekerd risico = AH verzekerde tov benadeelde
o Uitkering = (verzekerde fractie) verbintenis tot schadeloosstelling
o Vereist schade + AH
Familiale verzekering
4. sociale zekerheid (2)
Overlevingspensioen, ziekte & invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten,...
≠ afhankelijk van de AH
≠ sociale verzekering want:
- Verplichte deelname/bijdrage
4