100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

College aantekeningen Algemene immunologie

Rating
-
Sold
-
Pages
45
Uploaded on
25-08-2025
Written in
2022/2023

Aantekeningen van tijdens de les van X. Bosuyt - woorden dat hij heeft gezegd overgenomen.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
August 25, 2025
Number of pages
45
Written in
2022/2023
Type
Class notes
Professor(s)
Bosuyt xavier
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 1 – Introduction to the immune system

- We hebben een aangeboren en adaptief immuunsysteem
- Verworven systeem: heeft tijd nodig om actief te zijn – in termen van ‘dagen’
- B- en T-lymfocyten
- B cellen herkennen verschillende soorten AG; polysachariden, nucleïnezuren, lipiden
- T cellen herkennen (voornamelijk) peptiden
- Actieve en passieve immuniteit
o Passief 🡪 bv pasgeborenen
o Actief 🡪 bv infectie of vaccinatie

Figuur 01 05

- Eigenschappen adaptieve immuun respons
- Specificiteit
- Diversiteit
o Veel verschillende AG
- Memory
- Klonale expansie
- Specialisatie
- Hemostase
o Reageren op nieuwe tegengekomen AG
- Niet reageren op eigen lichaam

Figuur 01 06

- Klonale expansie

Figuur 01 07

- Immunologisch geheugen
- Bij een 2e blootstelling aan eenzelfde AG gaat immuun respons veel sneller optreden, door de
geheugencellen die gevormd zijn tijdens de 1 ste blootstelling

Figuur 01 08

- B lymfocyten
o Humorale immuniteit
o Maken AL aan tegen het AG dat gebonden is op B lymfocyt
- T lymfocyten
o Cellulaire immuniteit
o Maken geen AL aan
- APC – antigeen presenterende cel
o Dendritische cellen 🡪 AG presenteren aan T lymfocyten
o Macrofagen 🡪 kunnen fagocyteren en bacteriën afbreken
o Folliculaire dendritische cellen 🡪 AG aan B lymfocyten presenteren
- Effector cellen
o Is in staat een bepaald effect uit te oefenen, bv afdoden van cellen
o Cytotoxische T-lymfocyten
o Macrofagen: bacteriën afbreken
o Granulocyten: microben afdoden


1

,Figuur 01 09

- Functies AL
o Neutralisering
o Agglutinatie en precipitatie
o Activering v/h complementsysteem
o Aantrekking van fagocyten
o Bevordering van fagocyten
o Stimulering van de ontstekingsreactie
- T-lymf zijn CD 3 positief
- B-lymf zijn CD 19 positief
- CD 8 = cytoxische T cellen
- CD 4 = T helper cellen
o Gaan andere cellen helpen
o Kunnen B cellen helpen om antistoffen aan te maken
o Macrofagen helpen om microben af te doden
o CD 4 cellen helpen door de secretie van cytokines
- Regulatoire T-cellen
o Die T cel zal een regulerende rol uitvoeren
o Zal activiteit remmen van de immuunrespons zodat overreactie voorkomen wordt
o CD3, 4 en 25
- In bloed: 5 – 20% van lymfocyten zijn B-lymfocyten, 35-60% CD4 en de rest CD8 (40%
ongeveer)

Figuur 01 10

- De cellen zijn naive tot ze in contact komen met het AG

Figuur 01 11

- Proliferatie = deling
- Differentiatie = de cel gaat zich verder uitrijpen
- T cellen gaan ook differentiëren, dit wil zeggen dat ze cytokines gaan aanmaken, die dan
andere cellen kunnen gaan activeren

Samenvattende slide:

- CD merkers: CD 19, 4, 10, 8 , 25
- Stel: je hebt een infectie thv arm. Een APC zal die bacterie opnemen 🡪 die APC zal eigenlijk
via lymfevaten gaan naar dichts bijzijnde lymfeknoop 🡪 daar gaat immuunreactie in gang
worden gezet

Figuur 01 12

Figuur 01 13

- Naive lymfocyten circuleren cte, die gaan van lymfeknoop tot lymfeknoop. Als ze geactiveerd
zijn gaan ze naar de plaats van de infectie

Figuur 01 14

- Schets van een lymfeknoop: zie ook extra blad
- HEV: waar de lymfocyten de bloedbaan verlaten en de lymfeknoop betreden

2

, - Medulla: medullaire sinussen
- Meer langs buitenkant: B lymfocyten

Figuur 01 15

- Secundaire lymfoïd orgaan
o Waar naïeve lymfocyten in contact komen met hun AG
- Primaire lymfoide organen
o Waar naïeve cellen worden gevormd
▪ Thymus & beenmerg
- De milt
o Waar we immuunreactie ontwikkelen tegen AS aanwezig in het bloed
o Plaats weten waar je vooral T- en B-lymfocyten kunt vinden
o Marginale zone: zone tussen de witte pulpa en de rode pulpa
▪ Rode pulpa: buiten

▪ Witte pulpa: waar er veel lymfocyten aanwezig zijn

Figuur 01 16

- In darmen plaatsen waar immuuncellen aanwezig zijn
o Platen van Peyer
o Hier immuunreacties plaatsvinden
o Vooral IgA AS aanmaken
o Mucus belangrijk bij aangeboren immuunsysteem (trilharen ook belangrijk!)
- M-cel
o Bevordert transport van AG vanuit lumen richting de onderliggende weefsels
- Cellen in lamina propria (bv dendritische cellen / macrofagen) zorgen voor transport naar de
platen van Peyer

Figuur 01 17

- Thv de huid komen we in contact met vreemde zaken, immuunsysteem is dus ook hier actief
- Commensalen bacteriën: ook hier heb je goede bacteriën (fysieke barrière vormen)
o We gaan dit niet aanvallen door de regulatoire T cellen
o Die regulatoire T cellen gaan thv darmen en huid zeer belangrijk zijn 🡪 die zorgen
ervoor dat we niet op alles gaan reageren
- Onder keratinocyten hebben we lymfevaten die kunnen draineren naar lymfeknoop
- We hebben er ook T lymfocyten, dendritische cellen …

Figuur 01 18

Figuur 01 19

- Efferente lymfevaten komen samen in een groot lymfevat
- Ductus thoracicus 🡪 mondt uit in het BV-stelsel

Extra slide

- Naive cellen moeten circuleren en die hebben een receptor
o B-cellen: CRCR 5: zorgt voor migreren naar follikels in de lymfeknoop


3

, o T-cellen: CCR7: zorgt voor binden aan HEV en migratie naar T cel zone in de
lymfeknoop

Hoofdstuk 2: aangeboren immuniteit

Figuur 02 01

Aangeboren immuniteit Adaptieve / verworven
immuniteit

Specificiteit Reageert tegen klasse van Kan reageren op iets dat
pathogenen – niet 1 specifiek is
individueel. Ze reageren tegen
PAMPs (pathogen associated
molecular patterns)

Receptor Pattern recognition receptors AG – AL interactie

Aantal types receptoren Veel 2 (TCR en Ig)

Distributie receptoren Nonclonal: zelfde receptoren Clonal: specifiek
op alle cellen

Reageren tegen eigen lichaam? Nee Nee

Reageren tegen … Microbiële agentia Tegen een niet-microbieel
agentia (kan ook daar tegen
reageren)



Figuur 02 02: receptoren van het aangeboren immuunsysteem

- TLR
o Toll like receptor
o Aan oppervlak v/d cel, maar ook binnenin de cel
o Opp cel: worden geactiveerd door bv lipiden van bacteriën
o Binnenin: worden geactiveerd door nucleïnezuren (DNA of RNA) van virussen of
bacteriën
- C type lectine receptor
o Lectine = iets dat bindt aan suikers
o Receptor die bindt aan suikers / polysachariden van microbiële agentia
- NLR
o Nod like receptor
o In cytosol v/d cel
o Interageert met lipiden
- RLR
o RIG like receptor
o Herkennen viraal RNA
- CDS
o Cytosol DNA sensor
o Herkennen microbieel DNA


4
$6.15
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
richaguldentops

Get to know the seller

Seller avatar
richaguldentops Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions