1. De termen "informatica", "informatiesystemen" en "ICT" kunnen duiden
• Informatica: De studie van methoden en technieken om informatiesystemen te
ontwikkelen, op te zetten en te gebruiken. Het richt zich op zowel technische als
theoretische aspecten van data- en informatiesystemen.
• Informatiesystemen: Gesystematiseerde en geautomatiseerde systemen voor
het verzamelen, opslaan, verwerken, en communiceren van gegevens. Dit omvat
een combinatie van mensen, gegevens, hardware, software en
(tele)communicatie.
• ICT (Informatie- en Communicatietechnologie): Een overkoepelende term
voor technologieën en systemen die zowel informatieverwerking als
communicatie faciliteren. ICT omvat zowel informatietechnologie (IT) als
communicatietechnologie.
2. Informatiesystemen zien als een samenspel van mensen, gegevens, hardware,
software en (tele)communicatie
• Informatiesystemen zijn opgebouwd uit vijf componenten:
o Mensen: Gebruikers en beheerders die interactie hebben met het
systeem.
o Gegevens: Ruwe input die wordt verzameld en verwerkt tot informatie en
kennis.
o Hardware: Apparatuur zoals servers, opslagmedia, sensoren en
randapparatuur.
o Software: Programma's en applicaties die data verwerken en
functionaliteit bieden.
o (Tele)communicatie: Netwerken en protocollen voor
gegevensuitwisseling binnen en tussen systemen.
3. Het strategisch belang van ICT voor organisaties onderkennen
ICT speelt een cruciale rol in het behalen van strategische doelen en
concurrentievoordelen:
• Automatisering: Vermindert kosten en verhoogt snelheid en accuraatheid in
processen.
• Ondersteuning van strategie: ICT helpt strategische doelstellingen vast te
leggen en te vertalen naar meetbare acties.
, • Concurrentievoordeel: Door unieke functies, kostenreductie en betere
klantrelaties kunnen organisaties zich onderscheiden.
• Innovatie en nieuwe businessmodellen: ICT maakt disruptieve modellen
mogelijk, zoals cloud computing en e-commerce.
• Economische impact: ICT ondersteunt waardeketens, verbetert operationele
efficiëntie en creëert nieuwe diensten en markten.
• (O E C I A )
Kernpunten over informatiesystemen
• Definitie: Informatiesystemen combineren technologie en processen om
gegevens om te zetten in bruikbare informatie en kennis.
• Gegevens, informatie en kennis:
o Gegevens: Ruwe input (bijvoorbeeld "het is 14 uur").
o Informatie: Betekenisvolle verwerking van gegevens (bijvoorbeeld "het is
bewolkt").
o Kennis: Dieper inzicht dat beslissingen ondersteunt.
• Digitalisering: Informatiesystemen maken gebruik van digitale technologieën
om processen te automatiseren en informatie te delen tussen organisaties.
Beantwoording van de leerdoelstellingen
1. Inzien dat diverse soorten gegevens hun eigen binaire voorstellingswijze hebben
• Binaire representatie:
o Gegevens worden in computersystemen opgeslagen als binaire cijfers
(bits), met waarden 0 of 1. Dit weerspiegelt de schakelingstoestanden
van elektronica (aan of uit).
o Gehele getallen, kommagetallen, tekst, beeld, geluid en video hebben elk
hun eigen specifieke methoden om binaire informatie te coderen.
o Voorbeelden van representaties:
▪ Gehele getallen gebruiken het binaire talstelsel.
▪ Kommagetallen kunnen worden weergegeven met technieken
zoals vaste- of drijvende-kommanotatie (bijv. IEEE 754).
, ▪ Alfanumerieke gegevens gebruiken standaarden zoals ASCII of
Unicode.
▪ Beeld- en geluidsgegevens worden weergegeven via pixels (met
kleurendiepte) of audiogolven (met sampling en bitdiepte).
2. Het verschil onderkennen tussen de verschillende voorstellingswijzen en
bewerkingen op numerieke data
• Booleaanse logica:
o Werkt met waar/onwaar-waarden (1 of 0) en gebruikt logische operatoren
zoals AND, OR, NOT en XOR voor conditionele berekeningen.
• Gehele getallen:
o Kunnen worden weergegeven in verschillende notaties (binaire,
decimale, hexadecimale) en ondergaan bewerkingen zoals optellen,
aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
o Negatieve getallen worden vaak opgeslagen met de 2’s complement-
notatie om efficiëntie in berekeningen te waarborgen.
• Kommagetallen:
o Worden gerepresenteerd met vaste- of drijvende-kommanotatie, waarbij
drijvende-kommanotatie grotere precisie en een breder bereik biedt.
• Beperkingen en overwegingen:
o Integer overflow: Bij overschrijding van de woordlengte van een processor
(bijv. 8-bit, 16-bit).
o Precisieverlies bij drijvende-kommanotatie, afhankelijk van de
beschikbare bits.
3. Diverse multimedia-gegevensformaten (incl. compressietechnieken) kunnen
positioneren
• Multimedia-gegevensformaten:
o Beeld: Gecodeerd als raster (bitmap) of vectoren.
▪ Bitmap-formaat: Pixels met specifieke kleurwaarden en resolutie.
▪ Vector-formaat: Gebaseerd op geometrische figuren, efficiënter
qua opslag en schaalbaarheid.
o Geluid: Gecodeerd via sampling en bitdiepte.
▪ Sampling rate (bijv. 44.1 kHz) bepaalt de frequentie van
monstername.
▪ Bitdiepte (16-bit, 24-bit) bepaalt de nauwkeurigheid van de
amplitude.
o Video: Een reeks frames met specifieke resolutie en framerate (bijv. 30
fps).