OOR
Componenten
- Buitenoor – auris externa
- Middenoor – auris media
- Binneroor – auris interna
Functie:
- Waarneming van geluid
- Evenwicht
Buitenoor (tekening 1)
- Oorschelp:
o Bevat een kraakbeenplaat à elastisch kraakbeen
§ Elastinevezels
o Blijft hele leven groeien (net zoals lens)
o Kraakbeen is bekleed met huid
§ Hypodermis is zo goed als afwezig
§ Dermis
• Veel bloedvaatjes à arterio-ventriculaire anastomosen
• Ook neurovasculaire glomera
• Functie: thermoregulatie (warmte afgeven)
• Bloedvaatjes kunnen doorheen het kraakbeen lopen
o Lopen in kanaaltjes afgelijnd door perichondrium want
kraakbeen = avasculair
§ Epidermis
• Meerlagig verhoornd plavei epitheel van dunne type
• Buitenkant meer haartjes en meer verhoornd
- Uitwendige gehoorgang – maetus acusticus externus
o Kraakbenig deel à is eigenlijk de oorschelp die toe plooit (niet volledig)
§ Gaat over van elastisch naar hyalien kraakbeen à vormt een niet volledig
gesloten ring
§ Dit komt tegen de schedelbeenderen aan en gaat over in het beenderig
gedeelte
§ Epidermis is nog altijd een meerlagig licht verhoornd plavei epitheel
§ Er zijn wel nog niet haargebonden talg-en zweetklieren
o Benig deel
§ Plotse overgang van kraakbeenderig gedeelte
§ Perichondrium gaat plots over in het periost
§ Pigmentatie neemt
§ Niet-haar gebonden talg en zweetklieren => cerumen kliertjes
• Dit secreet vermengt zich met afgeschilferde cellen van epidermis
tot vorming oorsmeer à voor aspecifieke afweer
§ Mondt uit in het cavum tympanicum (trommelholte) dit is onderdeel van
het middenoor
• Op overgang heb je het trommelvlies (membrana tympani)
- Membrana tympani = trommelvlies (tekening 2)
o Grens tussen uitwendige gehoorgang en middenoor
1
, o Op uitmonding van buitenste gehoorgang in het cavum tympani is er een verdikking
van het periost met daarin stukjes kraakbeen en bindweefsel = anulus
fibrocartilagineus
o Vanuit de anulus vertrekken collageen vezels die de doorgang volledig overspannen
§ Holle kant à naar uitwendige gehoorgang
§ Bolle kant à naar cavum toe
o Deze collageen vezels zijn niet overal gelijk ogespannen
§ Meest opgespannen deel = pars tensa (dorsaal)
§ Gedeelte met minder spanning = pars flacida (ventraal
o Oorspronkelijke dermis zet zich verder aan de buitenkant van het trommelvlies
§ Geen kliertjes meer
§ Met daarop het meerlagig licht verhoornd plavei epitheel
o Aan binnenkant
§ Bekleding van cavum tympanicum
§ Laagje met losmazig bindweefsel met daarop epitheel van mesodermale
oorsprong = str.mucosum
Middenoor (tekening 3)
Cavum tympanicum
- Grote ruimte in het temporaal been (pars petrosa en pars tympanica)
- Aan achterzijde drie openingen
o Foramen ovale – foramen vestibuli
§ Afgesloten door zoolplaat van stapes
o Rond venster – foramen rotundum
§ Is ook afgesloten door een bindweefselvliesje afkomstig van het periost
o Uitmonding van Buis van Eustachius
§ Deze is niet afgesloten
§ Druk in uitwendige gehoorgang en CT moet gelijk zijn à BVE zorgt ervoor dat
als er een drukverschil is dit wordt rechtgetrokken
- Bekelding van cavum tympanicum
o Losmazig bindweefsellaagje aansluitend op het periost
o Met daarop 1 lagig plavei epitheel afkomstig van mesodermale oorsprong
- In buis van Eustachius veranderd epitheel
o Wordt een respiratoir epitheel!
o Zal thv uitmondig cavum tympani zal het nog een 1lagig cilindrsich epitheel zijn
o Gaat dan over in het 1lagig plavei epitheel
- Ruimte opgevuld met de gehoorbeentjes
o Hamer – malleus
o Aambeeld – incus
o Stijgbeugel – stapes
ð Tussen deze beentjes zijn er diarthrodiale gewrichten aanwezig, zo kunnen ze bewgen
tov elkaar
ð Al deze structuren zijn bekleed met een str.mucosum!
o Periost – laagje bindweefsel – epitheel laagje
Hamer -malleus
- Hamersteel
o Deze zit tegen het str.proprium aan van het trommelvlies
2
Componenten
- Buitenoor – auris externa
- Middenoor – auris media
- Binneroor – auris interna
Functie:
- Waarneming van geluid
- Evenwicht
Buitenoor (tekening 1)
- Oorschelp:
o Bevat een kraakbeenplaat à elastisch kraakbeen
§ Elastinevezels
o Blijft hele leven groeien (net zoals lens)
o Kraakbeen is bekleed met huid
§ Hypodermis is zo goed als afwezig
§ Dermis
• Veel bloedvaatjes à arterio-ventriculaire anastomosen
• Ook neurovasculaire glomera
• Functie: thermoregulatie (warmte afgeven)
• Bloedvaatjes kunnen doorheen het kraakbeen lopen
o Lopen in kanaaltjes afgelijnd door perichondrium want
kraakbeen = avasculair
§ Epidermis
• Meerlagig verhoornd plavei epitheel van dunne type
• Buitenkant meer haartjes en meer verhoornd
- Uitwendige gehoorgang – maetus acusticus externus
o Kraakbenig deel à is eigenlijk de oorschelp die toe plooit (niet volledig)
§ Gaat over van elastisch naar hyalien kraakbeen à vormt een niet volledig
gesloten ring
§ Dit komt tegen de schedelbeenderen aan en gaat over in het beenderig
gedeelte
§ Epidermis is nog altijd een meerlagig licht verhoornd plavei epitheel
§ Er zijn wel nog niet haargebonden talg-en zweetklieren
o Benig deel
§ Plotse overgang van kraakbeenderig gedeelte
§ Perichondrium gaat plots over in het periost
§ Pigmentatie neemt
§ Niet-haar gebonden talg en zweetklieren => cerumen kliertjes
• Dit secreet vermengt zich met afgeschilferde cellen van epidermis
tot vorming oorsmeer à voor aspecifieke afweer
§ Mondt uit in het cavum tympanicum (trommelholte) dit is onderdeel van
het middenoor
• Op overgang heb je het trommelvlies (membrana tympani)
- Membrana tympani = trommelvlies (tekening 2)
o Grens tussen uitwendige gehoorgang en middenoor
1
, o Op uitmonding van buitenste gehoorgang in het cavum tympani is er een verdikking
van het periost met daarin stukjes kraakbeen en bindweefsel = anulus
fibrocartilagineus
o Vanuit de anulus vertrekken collageen vezels die de doorgang volledig overspannen
§ Holle kant à naar uitwendige gehoorgang
§ Bolle kant à naar cavum toe
o Deze collageen vezels zijn niet overal gelijk ogespannen
§ Meest opgespannen deel = pars tensa (dorsaal)
§ Gedeelte met minder spanning = pars flacida (ventraal
o Oorspronkelijke dermis zet zich verder aan de buitenkant van het trommelvlies
§ Geen kliertjes meer
§ Met daarop het meerlagig licht verhoornd plavei epitheel
o Aan binnenkant
§ Bekleding van cavum tympanicum
§ Laagje met losmazig bindweefsel met daarop epitheel van mesodermale
oorsprong = str.mucosum
Middenoor (tekening 3)
Cavum tympanicum
- Grote ruimte in het temporaal been (pars petrosa en pars tympanica)
- Aan achterzijde drie openingen
o Foramen ovale – foramen vestibuli
§ Afgesloten door zoolplaat van stapes
o Rond venster – foramen rotundum
§ Is ook afgesloten door een bindweefselvliesje afkomstig van het periost
o Uitmonding van Buis van Eustachius
§ Deze is niet afgesloten
§ Druk in uitwendige gehoorgang en CT moet gelijk zijn à BVE zorgt ervoor dat
als er een drukverschil is dit wordt rechtgetrokken
- Bekelding van cavum tympanicum
o Losmazig bindweefsellaagje aansluitend op het periost
o Met daarop 1 lagig plavei epitheel afkomstig van mesodermale oorsprong
- In buis van Eustachius veranderd epitheel
o Wordt een respiratoir epitheel!
o Zal thv uitmondig cavum tympani zal het nog een 1lagig cilindrsich epitheel zijn
o Gaat dan over in het 1lagig plavei epitheel
- Ruimte opgevuld met de gehoorbeentjes
o Hamer – malleus
o Aambeeld – incus
o Stijgbeugel – stapes
ð Tussen deze beentjes zijn er diarthrodiale gewrichten aanwezig, zo kunnen ze bewgen
tov elkaar
ð Al deze structuren zijn bekleed met een str.mucosum!
o Periost – laagje bindweefsel – epitheel laagje
Hamer -malleus
- Hamersteel
o Deze zit tegen het str.proprium aan van het trommelvlies
2