INLEIDING
Ventilatie = aanvoeren van lucht naar de longen (geen uitwisseling van gassen!)
Hoeveelheid lucht dat zich verplaatst per tijdseenheid van twee factoren afhankelijk:
- Aanwezige drukverschil
• Verplaatsing van hoge druk naar lage druk
• Dus lucht verplaatsing op basis van drukverschillen
- Hoe hoger de weerstand, hoe trager de luchtstroom
Hoe wordt drukverschil gegenereerd?
- Door de ademhaling:
• Inspiratie
n Intercostaalspieren trekken ribben naar voren
n Diafragma contraheert à zakt richting buikholte
n Door deze twee dingen zal de thorax holte vergoten à groter volume = lagere druk,
dus druk zal hierbij dalen
ð Lucht stroomt naar binnen want druk in longen lager dan de atmosferische druk
(lucht verplaatsing van hoge druk naar lage druk)
• Expiratie
n Intercostaalspieren relaxeren à ribben terug op
normale plaat, naar binnen
n Diafragma relaxeert à gaat terug naar boven
n Door deze twee dingen zal thorax kleiner
worden à kleiner volume = hogere druk
ð Lucht stroomt van binnen naar buiten, want
druk in thorax hoger dan atmosferische druk
à Atmosferische druk = 760 mmHg
- Bij inspiratie druk in longen < 760 mmHg
- Bij expiratie druk in longen > 760mmHg
- Bij niet ademen druk in longen = 760mmHg
Enkele bergippen:
- Alveolaire druk à aanwezige druk thv de alveolen, aan binnenkant longen
- Intrapleurale druk à druk thv de pleurale holte aan buitenkant longen
- Transpulmonaire durk à drukverschil tussen alveolaire druk en intrapleurale druk
ð Is een maat voor de elastischiteit van de longen, geeft zo aan hoe vlot ze kunnen
uitzetten
Worden vaak uitgedrukt tov de atmosferische druk (760mmHg)
- Alveolaire druk (varieert ifv de AH)
• Geen beweging à alveolaire druk = atm druk (dit is net voor inspiratie, tussen inspiratie
en expiratie en op einde van de expiratie)
• Bij inspiratie à alveolaire druk DAALT
1
, n Er wordt lucht aangezogen tot op het moment dat alveolaire druk en atm druk gelijk
zijn
• Expiratie à alveolaire druk STIJGT
n Ook tot op het moment dat alveolaire druk terug gelijk is aan atm druk zal lucht naar
buiten worden gestuurd
!INTRAPLEURALE DRUK ZAL ALTIJD NEGATIEVER ZIJN DAN DE ALVEOLAIRE DRUK!
Omdat longen altijd iets opengehouden worden in de borstholte (gaan nooit volledig
collaberen) à er blijft een residueel volume achter => zorgt dat longen open blijven
- Intrapleurale druk
• Inspiratie (volume stijgt, druk daalt) à intrapleurale
druk DAALT
• Expiratie à intrapleurale druk STIJGT
• Intrapleurale druk zal altijd negatief blijven
ð Enige moment waarop intrapleurale druk positief
kan worden is bij hoesten
ð Zal extreem negatief worden op moment braken
Wat bij pneumothorax?
- Een gaatje in de pleurale holte à sterk negatieve druk die daar normaal aanwezig is, is er
niet meer à de atm druk zal hoger zijn dan de pleurale druk waardoor lucht aangezogen
wordt en zo zal long niet kunnen uitzetten
- Dakzij het mediastinum zal de ander long hierdoor niet aangetast zijn
- Hoe onstaat dit? Door bv een ribfractuur die een gaatje prikt in de pleura
- Ventiel pneumothorax à hierbij is er nog een huidflap aanwezig
• lucht wordt aangezogen bij inspiartie maar bij expiratie zal de lucht niet naar buiten
kunnen door die huidflap die dan dicht geduwd wordt
• dit zal ook een probleem veroorzaken bij de andere long à doordat er altijd maar lucht
bijkomt en geen meer naar buiten kan, duwt die de andere long aan de kant
• = levensbedreigende situatie
MECHANISME VAN DE INSPIRATIE
- Borstkas zet uit
• Door de externe intercostaal spieren
ð Trekken de ribben naar voor
• Diafragma contraheert en beweegt naar beneden
=> volume thorax neemt toe
- Doordat volume stijgt zal de druk afnemen (wet van boyle)
- Intrapleurale druk en alveolaire druk gaan dalen tot onder de atm druk
ð Lucht zal worden aangezogen (beweging van hoge druk naar lage) tot op het
moment dat de alveolaire druk = atm druk à op dat moment valt drukverschil weg
en zal er geen luchtstroom meer zijn
- INSPIRATIE IS ALTIJD ACTIEF (want spiercontractie nodig)
2
, MECHANISME VAN DE EXPIARTIE
- AH-spieren ontspannen
• Ribben bewegen terug naar binnen
- Diafragma ontspant en beweegt naar boven
- => volume thorax neemt af
- Longen en borstkas bewegen terug naar hun originele positie
- Doordat volume daalt, stijgt de druk
- Intrapleurale druk en alveolaire druk stijgen tot boven de atm druk
ð Lucht zal naar buiten bewegen tot op moment dat alveolaire druk = atm druk
- Is bij de meeste diersoorten PASSIEF (omdat de AH-spieren gaan ontspannen)à in rust
- op moment inspanning:
• AH – frequentie stijgt, diepere ademhaling à druk verschillen zullen groter worden door
het krachtiger samentrekken
• Expiratie zal op dat moment actief worden! à omdat interne intercostaalspieren actief
gaan samentrekken om actief de thorax te verkleinen, ook zullen de buikspieren
aangesproken worden à dit zorgt voor het sneller naar boven bewegen van het
diafragma
• AH kan pas omhoog zijn als de beweging van het inkrimpen en uitzetten van de thorax
sneller gaat
Paard = uitzondering
- Expiratie zal in rust ook deels actief zijn!
ð Er is nog altijd de passieve component
ð Maar op einde van expiratie gaan buikspieren altijd samentrekken
- Inspiartie zal deels passief verlopen!
ð Door de samentrekking van de buikspieren wordt er een potentiële energie
aangewend
ð Deze zorgt voor de passieve component van de inspiratie vooraleer de externe
intercostaal spieren actief samentrekken
Bij inspanning zal de AH afgesteld worden op het loopritme en dat in een 1 op 1 relatie
- Bv bij hond
• Op moment kromming rug = volume thorax wordt
kleiner = hogere druk dan atm druk =
ondersteunend aan expiratie
• Bij uitsrekken = thorax wordt terug groter =
ondersteunt de inspiratie
AFWIJKINGEN VENTILATIE
- Fysiologisch => costo-abdominale ADH (zowel buik als borst betrokken bij ademhaling
- Pathologisch is wanneer:
• Enkel abdominale ADH
ð Op moment van problemen met ribben
ð Je wilt ze dan niet gebruiken want dat doet pijn
ð Bv.ribfractuur
3