STATISTIEK I
H1
Begrippen:
1
,H1: WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK OP BASIS VAN DE EMPIRISCHE CYCLUS
1.1 DE EMPIRISCHE CYCLUS: GRONDSCHEMA
Statistiek: belangrijk voor wetenschappelijk onderzoek
Hoe werkt wetenschappelijk onderzoek?
→ vertrekken vanuit de empirische cyclus (kennis verwerven)
1. Observatie: waarnemen / verzamelen van empirisch feitenmateriaal (= nieuwe
data)
2. Inductie: hypotheses formuleren obv de observatie
3. Deductie: opstellen van voorspellingen obv hypothese
4. Toetsing: aftoetsen van de voorspelling obv nieuw empirisch feitenmateriaal
5. Evaluatie: resultaat van de toetsing kritisch beoordelen
Cyclus: 5 stappen doorlopen? > opnieuw doorlopen
Toepassing: dagelijks leven
Situatie: student heeft fiets vastgemaakt aan een boom om trein te halen, volgende
dag is hij weg
O: student ziet fiets niet meer staan tegen boom
I: mijn fiets staat niet meer op zijn plaats, wss gestolen
D: als mijn fiets gestolen is, zal ze niet meer aan het stationsplein staan
T: na wat zoeken vind student fiets terug in een fietsenrek
E: fiets is niet gestolen, maar iemand heeft hem verplaatst
1.2 DE EMPIRSICHE CYCLUS: VOORBEELD
onderzoek naar relatie tussen digitaal schermgebruik en mentaal welzijn bij
jongeren
O: starten waar andere onderzoekers gestopt zijn (artikels, etc)
→ er is geen wetenschappelijke consensus (sommige zeggen goed, andere slecht
voor mentaal welzijn)
Heeft schermgebruik nu positieve of negatieve invloed?
I: hypothese = goudlokje-principe
- beperkt schermgebruik is OK
- overmatig schermgebruik is NIET OK
D: voorspelling → grafiek
- mentaal welzijn zal niet dalen bij beperkt schermgebruik
- mentaal welzijn zal wel dalen bij overmatig schermgebruik
T: nieuw empirisch feitenmateriaal verzamelen
→ gegevens van 120 115 scholieren
nieuwe data komt overeen
2
,3
, E: kritische beoordeling
→ goudlokje-principe kunnen we niet verwerpen, maar ook niet bewijzen
geen bewijs gevonden dat het niet waar is maar ook niet bewezen van wel
wijziging in mentaal welzijn eerder beperkt (geen causaal besluit)
vervolgonderzoek nodig (cyclus)
1.3 STATISTIEK BINNEN DE CYCLUS
Statistiek
= de wetenschap van het leren uit data en van het meten, controleren en
communiceren van onzekerheid
→ komt aan bod bij inductie, deductie, toetsen en evaluatie
Vb. mentaal welzijn van scholieren die geen gsm gebruiken vs dagelijks 5u op gsm
- geen gsm gebruiken: 180 scholieren
→ leerling 1 heeft mentaal welzijn score van 42, student 2 van 51, etc
- dagelijks ong 5u: 634 scholieren
→ leerling 1 score van 38, leerling 2 van 45
voor wie is het mentaal welzijn het hoogst?
probleem: datapunten variëren; mentaal welzijn niet voor iedereen gelijk
oplossing: statistische analyse doen
gemiddelde berekenen per groep = 48,6 en 45,9
standaardafwijking (hoe sterk varieert het?) = 9.6 en 6.5
hoe groter het getal, hoe meer het verschilt / varieert
Besluiten:
- groep zonder gebruik heeft een hoger welzijn (gemiddelde)
- binnen een groep varieert het mentaal welzijn maar die variatie is ong gelijk in
beide groepen (standaardafwijking)
statistische geletterdheid
= het vermogen om te redeneren dmv statistiek en data
→ belangrijk voor:
- de gedragswetenschapper
- buitenwereld; sleutelvaardigheid in een wereld waar kennis wordt aangedreven
door data
Statistische kennis is relevant voor:
1. Het formuleren van de onderzoeksvraag die kan beantwoord worden door
middel van data.
2. Het ontwerpen van de studie en het verzamelen van de data.
3. Het verkennen van de verzamelde data via beschrijvende analyses.
4
H1
Begrippen:
1
,H1: WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK OP BASIS VAN DE EMPIRISCHE CYCLUS
1.1 DE EMPIRISCHE CYCLUS: GRONDSCHEMA
Statistiek: belangrijk voor wetenschappelijk onderzoek
Hoe werkt wetenschappelijk onderzoek?
→ vertrekken vanuit de empirische cyclus (kennis verwerven)
1. Observatie: waarnemen / verzamelen van empirisch feitenmateriaal (= nieuwe
data)
2. Inductie: hypotheses formuleren obv de observatie
3. Deductie: opstellen van voorspellingen obv hypothese
4. Toetsing: aftoetsen van de voorspelling obv nieuw empirisch feitenmateriaal
5. Evaluatie: resultaat van de toetsing kritisch beoordelen
Cyclus: 5 stappen doorlopen? > opnieuw doorlopen
Toepassing: dagelijks leven
Situatie: student heeft fiets vastgemaakt aan een boom om trein te halen, volgende
dag is hij weg
O: student ziet fiets niet meer staan tegen boom
I: mijn fiets staat niet meer op zijn plaats, wss gestolen
D: als mijn fiets gestolen is, zal ze niet meer aan het stationsplein staan
T: na wat zoeken vind student fiets terug in een fietsenrek
E: fiets is niet gestolen, maar iemand heeft hem verplaatst
1.2 DE EMPIRSICHE CYCLUS: VOORBEELD
onderzoek naar relatie tussen digitaal schermgebruik en mentaal welzijn bij
jongeren
O: starten waar andere onderzoekers gestopt zijn (artikels, etc)
→ er is geen wetenschappelijke consensus (sommige zeggen goed, andere slecht
voor mentaal welzijn)
Heeft schermgebruik nu positieve of negatieve invloed?
I: hypothese = goudlokje-principe
- beperkt schermgebruik is OK
- overmatig schermgebruik is NIET OK
D: voorspelling → grafiek
- mentaal welzijn zal niet dalen bij beperkt schermgebruik
- mentaal welzijn zal wel dalen bij overmatig schermgebruik
T: nieuw empirisch feitenmateriaal verzamelen
→ gegevens van 120 115 scholieren
nieuwe data komt overeen
2
,3
, E: kritische beoordeling
→ goudlokje-principe kunnen we niet verwerpen, maar ook niet bewijzen
geen bewijs gevonden dat het niet waar is maar ook niet bewezen van wel
wijziging in mentaal welzijn eerder beperkt (geen causaal besluit)
vervolgonderzoek nodig (cyclus)
1.3 STATISTIEK BINNEN DE CYCLUS
Statistiek
= de wetenschap van het leren uit data en van het meten, controleren en
communiceren van onzekerheid
→ komt aan bod bij inductie, deductie, toetsen en evaluatie
Vb. mentaal welzijn van scholieren die geen gsm gebruiken vs dagelijks 5u op gsm
- geen gsm gebruiken: 180 scholieren
→ leerling 1 heeft mentaal welzijn score van 42, student 2 van 51, etc
- dagelijks ong 5u: 634 scholieren
→ leerling 1 score van 38, leerling 2 van 45
voor wie is het mentaal welzijn het hoogst?
probleem: datapunten variëren; mentaal welzijn niet voor iedereen gelijk
oplossing: statistische analyse doen
gemiddelde berekenen per groep = 48,6 en 45,9
standaardafwijking (hoe sterk varieert het?) = 9.6 en 6.5
hoe groter het getal, hoe meer het verschilt / varieert
Besluiten:
- groep zonder gebruik heeft een hoger welzijn (gemiddelde)
- binnen een groep varieert het mentaal welzijn maar die variatie is ong gelijk in
beide groepen (standaardafwijking)
statistische geletterdheid
= het vermogen om te redeneren dmv statistiek en data
→ belangrijk voor:
- de gedragswetenschapper
- buitenwereld; sleutelvaardigheid in een wereld waar kennis wordt aangedreven
door data
Statistische kennis is relevant voor:
1. Het formuleren van de onderzoeksvraag die kan beantwoord worden door
middel van data.
2. Het ontwerpen van de studie en het verzamelen van de data.
3. Het verkennen van de verzamelde data via beschrijvende analyses.
4