HOOFDSTUK 4: SOCIALE PERCEPTIE
Sociale perceptie = een algemene term voor de processen die de basis vormen van hoe we
tot oordelen over anderen komen
1. HET RUWE MATERIAAL VAN DE EERSTE INDRUK
Eerste indrukken worden in enkele seconden tijd gevormd
→ Onderzoek Willis & Todorov (2006): in 1/10 van een seconde
Onderzoekers toonden foto’s van menselijke gezichten gedurende 1/10 van een
seconde, halve seconde of hele seconde
Deelnemers moesten gezichten beoordelen obv een aantal eigenschappen bv agressie
en betrouwbaarheid
Resultaten: zelfde oordelingen als mensen zonder tijdslimiet
Hoewel waarnemers een grote informatie ter beschikking hebben, baseren ze zich meestal op
drie belangrijke informatiebronnen bij het vormen van een eerste indruk: het uiterlijk, het
gedrag en de situatie
1.1 DE WAARNEMER
Sociale perceptie werkt niet zoals een fototoestel, iedereen ziet zijn/haar eigen realiteit
→ eerdere ervaringen hebben een grote impact op hoe men informatie selecteert en
verwerkt
Hieraan refereert het begrip ‘schema’
Schema = een georganiseerde verzameling van kennis over een stimulus of over een
categorie van een stimuli.
→ alle kennis die we hebben over bv; auto’s; politieke partijen, punkers… zit in schema’s
vervat
schema’s van personen zijn verschillend, afhankelijk van hoeveel je over een
specifiek thema weet
bv schema ‘wasmachine’: voor mij is dat miniem (ik weet er niet veel van) maar voor
andere hebben ze er een uitgebreider
schema over omdat ze er meer kennis over hebben
1.2 HET UITERLIJK
Pythagoras keek in de ogen van zijn studenten en dacht zo een blik op de intelligentie van
ze te kunnen verwerken
,Middeleeuwen: uiterlijke kenmerken verbinden met karaktertrekken door de vergelijking
met dieren:
→ de uiterlijke kenmerken doen ons denken aan bepaalde dieren
, Mensen die lijken op rat: verraders
Mensen die haviksneus hebben: dominant
, Wanneer we personen observeren kijken we direct naar primaire kenmerken: geslacht,
huidskleur, leeftijd
→ Ook andere uiterlijke kenmerken zoals lengte, gewicht, huidskleur, haarkleur, etc
Sommige van die kenmerken activeren stereotypische opvattingen:
- Wat mooi is, is goed: in sprookjes worden Assepoester en Sneeuwwitje
voorgesteld als mooi en lief, terwijl de heks en stiefmoeder lelijk en wreed zijn
Het gelaat (morfologie) is wellicht de belangrijkste informatiebron om eerste indrukken
uit te sturen
→ Babyfaces bij volwassenne (ronde ogen, bolle kaken, hoog voorhoofd) : vriendelijk, hartelijk,
zwak en onderdanig
Heeft impact op sociale oordelen!
- Gerechtszaken: mensen met babyfaces minder erge straffen
- Verzorgende beroepen: sollicitanten met een babyface worden ook eerder
gerekruteerd voor een ‘zachte’ functie
Bv begeleider in een kinderdagverblijf
onderzoek: zwitserse kinderen moisten kiezen tussen foto’s van kandidaten uit franse
parlementsverkiezingen
Uit 57 paren moesten ze kiezen welke ze als kapitein zouden willen op hun boot
(hypothetische situatie)
64% koos de feitelijke winnaar van de parlementsverkiezingen
→ Politici worden deels verkozen om hoe ze overkomen
1.3 SITUATIES
Wanneer iemand lacht op straat zal je deze persoon sympathiek vinden, maar wanneer
iemand lacht op een begrafenis zal je wellicht tot heel andere conclusies komen.
→ sociale situatie = een belangrijke factor voor de interpretatie van gedrag
Script = een vooropgezette opvatting over hoe een reeks gebeurtenissen zich zal voordoen
in een specifieke situatie
→ de ongeschreven verwachtingen die we hebben in een bepaalde situatie
een schema voor gedrag
bv in een restaurant eten we eerst onze maaltijd voordat we de rekening vragen
Scripts hebben op 2 manieren een impact op de sociale perceptie:
Sociale perceptie = een algemene term voor de processen die de basis vormen van hoe we
tot oordelen over anderen komen
1. HET RUWE MATERIAAL VAN DE EERSTE INDRUK
Eerste indrukken worden in enkele seconden tijd gevormd
→ Onderzoek Willis & Todorov (2006): in 1/10 van een seconde
Onderzoekers toonden foto’s van menselijke gezichten gedurende 1/10 van een
seconde, halve seconde of hele seconde
Deelnemers moesten gezichten beoordelen obv een aantal eigenschappen bv agressie
en betrouwbaarheid
Resultaten: zelfde oordelingen als mensen zonder tijdslimiet
Hoewel waarnemers een grote informatie ter beschikking hebben, baseren ze zich meestal op
drie belangrijke informatiebronnen bij het vormen van een eerste indruk: het uiterlijk, het
gedrag en de situatie
1.1 DE WAARNEMER
Sociale perceptie werkt niet zoals een fototoestel, iedereen ziet zijn/haar eigen realiteit
→ eerdere ervaringen hebben een grote impact op hoe men informatie selecteert en
verwerkt
Hieraan refereert het begrip ‘schema’
Schema = een georganiseerde verzameling van kennis over een stimulus of over een
categorie van een stimuli.
→ alle kennis die we hebben over bv; auto’s; politieke partijen, punkers… zit in schema’s
vervat
schema’s van personen zijn verschillend, afhankelijk van hoeveel je over een
specifiek thema weet
bv schema ‘wasmachine’: voor mij is dat miniem (ik weet er niet veel van) maar voor
andere hebben ze er een uitgebreider
schema over omdat ze er meer kennis over hebben
1.2 HET UITERLIJK
Pythagoras keek in de ogen van zijn studenten en dacht zo een blik op de intelligentie van
ze te kunnen verwerken
,Middeleeuwen: uiterlijke kenmerken verbinden met karaktertrekken door de vergelijking
met dieren:
→ de uiterlijke kenmerken doen ons denken aan bepaalde dieren
, Mensen die lijken op rat: verraders
Mensen die haviksneus hebben: dominant
, Wanneer we personen observeren kijken we direct naar primaire kenmerken: geslacht,
huidskleur, leeftijd
→ Ook andere uiterlijke kenmerken zoals lengte, gewicht, huidskleur, haarkleur, etc
Sommige van die kenmerken activeren stereotypische opvattingen:
- Wat mooi is, is goed: in sprookjes worden Assepoester en Sneeuwwitje
voorgesteld als mooi en lief, terwijl de heks en stiefmoeder lelijk en wreed zijn
Het gelaat (morfologie) is wellicht de belangrijkste informatiebron om eerste indrukken
uit te sturen
→ Babyfaces bij volwassenne (ronde ogen, bolle kaken, hoog voorhoofd) : vriendelijk, hartelijk,
zwak en onderdanig
Heeft impact op sociale oordelen!
- Gerechtszaken: mensen met babyfaces minder erge straffen
- Verzorgende beroepen: sollicitanten met een babyface worden ook eerder
gerekruteerd voor een ‘zachte’ functie
Bv begeleider in een kinderdagverblijf
onderzoek: zwitserse kinderen moisten kiezen tussen foto’s van kandidaten uit franse
parlementsverkiezingen
Uit 57 paren moesten ze kiezen welke ze als kapitein zouden willen op hun boot
(hypothetische situatie)
64% koos de feitelijke winnaar van de parlementsverkiezingen
→ Politici worden deels verkozen om hoe ze overkomen
1.3 SITUATIES
Wanneer iemand lacht op straat zal je deze persoon sympathiek vinden, maar wanneer
iemand lacht op een begrafenis zal je wellicht tot heel andere conclusies komen.
→ sociale situatie = een belangrijke factor voor de interpretatie van gedrag
Script = een vooropgezette opvatting over hoe een reeks gebeurtenissen zich zal voordoen
in een specifieke situatie
→ de ongeschreven verwachtingen die we hebben in een bepaalde situatie
een schema voor gedrag
bv in een restaurant eten we eerst onze maaltijd voordat we de rekening vragen
Scripts hebben op 2 manieren een impact op de sociale perceptie: