Psychodiagnostisch werken 2
Hoofdstuk 1: Wat is intelligentie?
1.1.1 Wat is intelligentie?
1. Intelligentie in de naïeve psychologische theorie
• Standpunten met betrekking tot intelligentie
• Intuïtieve mensenkennis
• Wat denkt een leek over intelligentie?
• Taak van de psychologie
2. Wetenschappelijke afbakening van het begrip
• Academische intelligentie
• Intelligentie: wat de test meet
• Wetenschappelijke definities
• Niveaus intelligentie
• Niet één definitie
1. Intelligentie in de naïeve psychologische theorie:
➔ Veel verschillende opvattingen over intelligentie
➔ Intelligentie in de volksmond
Slim Pienter
Snel van
begrip = synoniemen van intelligentie
Onderzoek van Sternberg:
Wat denkt een leek over intelligentie?
• Onderzoek 1988 naar opvattingen ; wat leeft er als het gaat over intelligentie?
• Impliciete theorie over intelligentie
,Een leek = Inschatting van intelligentie bij anderen correleert hoog met resultaten uit
intelligentietesten ( = bij iemand die je goed kent )
Breder beeld van intelligentie dan de wetenschap:
➔ Ook alledaags functioneren in rekening genomen
➔ Common sence idee van intelligentie
1.1.2 Taak van psychologie als wetenschap:
• Vanuit veelheid aan opvattingen: begrip intelligentie afbakenen
• Door middel van onderzoek: definitie formuleren
= Specifieker gaan ; weten wat we gaan meten
= Hoe krijgen we het begrip “intelligentie” nu vast?
➔ Wetenschappelijke opvattingen onderscheiden zich van leken – opvattingen
Vb. Theorieën, hypothesen en verwachtingen over psychologische verschijnselen worden getoetst
2. Wetenschappelijke afbakening van het begrip:
• Intelligentie in onderzoek = afgebakend tot “academische” intelligentie
,Academische intelligentie = het vermogen om academische taken uit te voeren die analytisch
denken, probleemoplossing en abstract redeneren vereisen
Vb. Cognitieve vaardigheden ; wiskundig redeneren
1.1.3 Wat de test meet
Definitie van Boring 1923:
“ Intelligentie is dat wat de test meet “
➔ Definitie is circulair ; we zijn niet heel veel met deze definitie
➔ Gaat er al vanuit dat het allemaal correct is wat we meten
= Definitie is verwarrend
1.1.4 Niveaus van intelligentie: A, B en C
➔ Ontwikkelt door Vernon
Niveau A:
• Aangeboren potentieel ; het zit in de genen
• Ligt vast in de hersenen
• Cultureel onafhankelijk en stabiel = ook al ben je thuis gestimuleerd en ga je veel naar
school , intelligentie blijft hetzelfde
• Niet meetbaar ; een theoretische veronderstelling
Niveau B:
• Interactie tussen genetische aanleg en omgevingsinvloeden / leerervaringen
Mede afhankelijk van:
- Opvoeding
- Leefomstandigheden voor en na geboorte = ( voeding , culturele gewoonten )
- Onderwijs
- Levenservaringen
• Cultuurgebonden en veranderlijk
• In principe meetbaar
= Intelligentieniveau waar iemand functioneert
, Niveau C:
• Wat een intelligentietest meet
• De gemeten intelligentie van een persoon
➔ Meest wetenschappelijke definities van intelligentie zijn op niveau B en C
1.1.5 Niet één definitie, wat nu?
Verschillende moderne definities van intelligentie:
- Nadruk op allerlei onderliggende verstandelijke cognitieve processen en vaardigheden
- Belang van “metacognitie” (het meer of minder gericht sturen van de eigen cognitieve
processen en vermogens)
- “uitvoeringsprocessen” komen in meer dan 40 % van de moderne definities voor en in
slechts 10 % van de oudere definities
- “Abstract redeneren” in helft van de moderne definities
- Vermogen tot probleem oplossen
- Vermogen om te leren en zich aan te passen aan nieuwe taken en nieuwe omstandigheden
komt men regelmatig tegen
Metacognitie = vermogen om na te denken over je eigen denkprocessen
Hoofdstuk 2: Geschiedenis en theorieën rond intelligentie
1.1.1 Geschiedenis van intelligentie
➔ Wetenschappers bestuderen al meer dan 100 jaar fenomeen “intelligentie”
• Veel verschillende soorten onderzoek
• Verschillende theorieën
Hoofdstuk 1: Wat is intelligentie?
1.1.1 Wat is intelligentie?
1. Intelligentie in de naïeve psychologische theorie
• Standpunten met betrekking tot intelligentie
• Intuïtieve mensenkennis
• Wat denkt een leek over intelligentie?
• Taak van de psychologie
2. Wetenschappelijke afbakening van het begrip
• Academische intelligentie
• Intelligentie: wat de test meet
• Wetenschappelijke definities
• Niveaus intelligentie
• Niet één definitie
1. Intelligentie in de naïeve psychologische theorie:
➔ Veel verschillende opvattingen over intelligentie
➔ Intelligentie in de volksmond
Slim Pienter
Snel van
begrip = synoniemen van intelligentie
Onderzoek van Sternberg:
Wat denkt een leek over intelligentie?
• Onderzoek 1988 naar opvattingen ; wat leeft er als het gaat over intelligentie?
• Impliciete theorie over intelligentie
,Een leek = Inschatting van intelligentie bij anderen correleert hoog met resultaten uit
intelligentietesten ( = bij iemand die je goed kent )
Breder beeld van intelligentie dan de wetenschap:
➔ Ook alledaags functioneren in rekening genomen
➔ Common sence idee van intelligentie
1.1.2 Taak van psychologie als wetenschap:
• Vanuit veelheid aan opvattingen: begrip intelligentie afbakenen
• Door middel van onderzoek: definitie formuleren
= Specifieker gaan ; weten wat we gaan meten
= Hoe krijgen we het begrip “intelligentie” nu vast?
➔ Wetenschappelijke opvattingen onderscheiden zich van leken – opvattingen
Vb. Theorieën, hypothesen en verwachtingen over psychologische verschijnselen worden getoetst
2. Wetenschappelijke afbakening van het begrip:
• Intelligentie in onderzoek = afgebakend tot “academische” intelligentie
,Academische intelligentie = het vermogen om academische taken uit te voeren die analytisch
denken, probleemoplossing en abstract redeneren vereisen
Vb. Cognitieve vaardigheden ; wiskundig redeneren
1.1.3 Wat de test meet
Definitie van Boring 1923:
“ Intelligentie is dat wat de test meet “
➔ Definitie is circulair ; we zijn niet heel veel met deze definitie
➔ Gaat er al vanuit dat het allemaal correct is wat we meten
= Definitie is verwarrend
1.1.4 Niveaus van intelligentie: A, B en C
➔ Ontwikkelt door Vernon
Niveau A:
• Aangeboren potentieel ; het zit in de genen
• Ligt vast in de hersenen
• Cultureel onafhankelijk en stabiel = ook al ben je thuis gestimuleerd en ga je veel naar
school , intelligentie blijft hetzelfde
• Niet meetbaar ; een theoretische veronderstelling
Niveau B:
• Interactie tussen genetische aanleg en omgevingsinvloeden / leerervaringen
Mede afhankelijk van:
- Opvoeding
- Leefomstandigheden voor en na geboorte = ( voeding , culturele gewoonten )
- Onderwijs
- Levenservaringen
• Cultuurgebonden en veranderlijk
• In principe meetbaar
= Intelligentieniveau waar iemand functioneert
, Niveau C:
• Wat een intelligentietest meet
• De gemeten intelligentie van een persoon
➔ Meest wetenschappelijke definities van intelligentie zijn op niveau B en C
1.1.5 Niet één definitie, wat nu?
Verschillende moderne definities van intelligentie:
- Nadruk op allerlei onderliggende verstandelijke cognitieve processen en vaardigheden
- Belang van “metacognitie” (het meer of minder gericht sturen van de eigen cognitieve
processen en vermogens)
- “uitvoeringsprocessen” komen in meer dan 40 % van de moderne definities voor en in
slechts 10 % van de oudere definities
- “Abstract redeneren” in helft van de moderne definities
- Vermogen tot probleem oplossen
- Vermogen om te leren en zich aan te passen aan nieuwe taken en nieuwe omstandigheden
komt men regelmatig tegen
Metacognitie = vermogen om na te denken over je eigen denkprocessen
Hoofdstuk 2: Geschiedenis en theorieën rond intelligentie
1.1.1 Geschiedenis van intelligentie
➔ Wetenschappers bestuderen al meer dan 100 jaar fenomeen “intelligentie”
• Veel verschillende soorten onderzoek
• Verschillende theorieën