Ontwikkelingspsychologie & cognitieve ontwikkeling
Historisch perspectief Middeleeuwen: kinderen zijn miniatuurvolwassenen, extra bescherming, geen
aparte behandeling
Reformatie: kind werd geboren in zonden en moest geciviliseerd worden.
Verlichting: tabula rasa, ontwikkeling is continu en nurture bepalend
20e eeuw: opkomst kinder- en jeugdpsychiatrie, systematische beschrijving
kinderen.
Ontwikkelingsgebieden Ontwikkelingsfasen: Kennis verpleegkundige:
Ontwikkelingsfasen Prenatale fase = van conceptie tot geboorte - Verschil zien tussen gezond en afwijkend
Kennis verpleegkundige Baby- en peutertijd = geboorte tot 3 jaar - Inlevingsvermogen
Kleutertijd = van 3 tot 6 jaar - Kennis van verschillende leeftijdsfasen
Basisschooltijd = 6 tot 12 jaar - Kennis van afwijkende ontwikkeling om normale ontwikkeling te
Adolescentie = 12 tot 20 jaar herkennen
Invloed van cohort Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen hetzelfde voor personen uit cohort
Niet-normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen voor specifiek persoon zoals
miskraam.
Normatieve invloeden: etniciteit bv. leiden tot conformiteit (vrees voor
afwijkend gedrag)
Visie op/uitgangspunten Uitgangspunten:
van cognitieve Gedrag weerspiegelt denk- en kennisniveau, afhankelijk van leeftijd.
ontwikkelingsmodel van Leren is een interactief proces (leren door schema’s)
Piaget Schema’s worden geleidelijk aangeleerd.
Functie van intelligentie: (1) organiseren van schema’s (2) aanpassen aan
omgeving via assimilatie en accommodatie
Adaptatie Assimilatie: SS = Same Schema
Assimilatie - iets toevoegen aan bestaande schema’s
Accommodatie Accommodatie: CC = Change and Create
Voorbeelden - nieuwe schema’s vormen en gemaakte schema’s veranderen
Stadia cognitieve Senso-motorische fase (0-2 jaar) Concreet-operationele fase (6-12 jaar)
ontwikkelingsmodel Piaget Zintuiglijk waarnemen, motoriek, geen schema’s → creëren schema’s heet Logisch redeneren begin, niet magisch denken, conservatiebegrip en
Begrippen per stadium + objectconstantie (dingen zijn er nog wanneer ze uit beeld zijn) reversibiliteit, besef dat dingen anders kunnen zijn dan het lijkt.
voorbeelden
Pre-operationele fase (2-6 jaar) Formeel-operationele fase (12+ jaar)
Maakt schema van zichzelf waardoor besef van wereld om zich heen ontstaat, Cognitieve schema’s van abstracte begrippen
magisch denken (ziel toekennen aan spullen)
, Sociaal- emotionele ontwikkeling & persoonlijkheidsontwikkeling
Emoties uiten Emoties uiten: Emoties beleven: volgens de Emoties begrijpen: het begint Social referencing: het Theory of Mind: het
Emoties beleven basisemoties zijn bij jonge differentiële emotietheorie van met het imiteren van afgaan op andermans vermogen om een beeld te
Emoties begrijpen baby’s al zichtbaar, maar Caroll Izard weerspiegelen uitdrukkingen van de ouders. emoties in onduidelijke vormen van het perspectief
Social referencing de mate en frequentie emotionele uitingen niet alleen Na 4 maand begrijpen van situaties. Deze complexe van een ander, en daarmee
Theory of Mind (ToM) hangt af van het emotionele ervaringen, maar gezichtsuitdrukkingen en vocale sociale vaardigheid beseffen dat eigen
temperament. helpen ook de emoties zelf te uitingen van ouders. Het tonen manifesteert zich rond 8/9 gedachten, emoties af
reguleren, zodat ze beter leren en interpreteren van emoties maanden. Verklaringen zijn: kunnen wijken van die van
omgaan met emoties. helpt de baby’s bij het ervaren (1) waarnemen van een ander persoon. Ook zijn
én begrijpen van (onduidelijke) gezichtsuitdrukking van de baby’s beter in staat om
sociale situaties. iemand anders roept emotie intentionaliteit en causaliteit
op. (2) baby’s halen te begrijpen. Empathie wordt
informatie uit het mogelijk door ToM. John
observeren van anderen. Flavell.
Temperament Temperament: een in Invloed op persoonlijkheid: Invloed op sociaal gedrag:
Invloed op aanleg gegeven individuele persoonlijkheidsvorming komt temperament heeft betrekking
persoonlijkheid reactiewijze die zich al op tot stand door unieke op het energieniveau, de
Invloed op sociaal jonge leeftijd manifesteert ervaringen. stemming en de gerichtheid van
gedrag en die in de loop der tijd het gedrag.
stabiliteit vertoont.
(NYLS)-bevindingen (NYLS)-bevindingen: Temperamentkenmerken: Kenmerken → Goodness of fit: als een kind
Temperamentkenmerk temperamentstudies (STAIR) temperamenttypen: Moeilijke Langzame starter: regelmatig langzaam op gang komt,
en beschrijven hoe een kind Stemming: vrolijk vs. verdrietig kind: onregelmatig, negatieve leefritme, neutrale terwijl de ouders altijd haast
Temperamentverschill reageert op prikkels uit Toenadering/terugtrekking: stemming, niet of langzame stemming, langzame hebben is er geen “goodness
en-/patronen: omgeving, minder prikkels aanpassing, teruggetrokken, aanpassing, milde intensiteit of fit”: de pasvorm klopt niet.
goodness of fit & waarom. Bevindingen, Aanpassing: nieuwe situatie hoge intensiteit. Het gevolg is dat het kind
temperamenttypen temperament is: in vroege Intensiteit: energieniveau steeds dwarser zal reageren,
tijd aanwezig; verwijst Regelmaat: voorspelbaarheid Makkelijke kind: regelmatig terwijl de ouders steeds
naar individuele leefritme, opgewekte meer geïrriteerd raken.
gedragskenmerken; Temperamentpatronen: het stemming, vlotte aanpassing, Zolang de ouders hun tempo
bepaalde mate van moeilijke kind; het gemakkelijke toenaderend, milde intensiteit niet aanpassen in de richting
erfelijke basis; relatief kind; de langzame starter. → van het kind, zal de
stabiel in tijd; staat los van opvoeding “niet lekker
situatie-specifiek gedrag lopen”. Geen klik.
Risicofactoren en Risicofactoren: het aantal Bij een kind: Bij een ouder: Protectieve/beschermende
beschermende risicofactoren voorspelt de vroeggeboorte/medische psychopathologie/verslaving, factoren: tegenpolen van
factoren m.b.t. ernst van de problematiek. aandoeningen, moeilijk huwelijksproblemen, armoede, risicofactoren, maar dat
probleemgedrag temperament, angstige laag opgeleid. hoeft niet altijd.
gehechtheid.
Historisch perspectief Middeleeuwen: kinderen zijn miniatuurvolwassenen, extra bescherming, geen
aparte behandeling
Reformatie: kind werd geboren in zonden en moest geciviliseerd worden.
Verlichting: tabula rasa, ontwikkeling is continu en nurture bepalend
20e eeuw: opkomst kinder- en jeugdpsychiatrie, systematische beschrijving
kinderen.
Ontwikkelingsgebieden Ontwikkelingsfasen: Kennis verpleegkundige:
Ontwikkelingsfasen Prenatale fase = van conceptie tot geboorte - Verschil zien tussen gezond en afwijkend
Kennis verpleegkundige Baby- en peutertijd = geboorte tot 3 jaar - Inlevingsvermogen
Kleutertijd = van 3 tot 6 jaar - Kennis van verschillende leeftijdsfasen
Basisschooltijd = 6 tot 12 jaar - Kennis van afwijkende ontwikkeling om normale ontwikkeling te
Adolescentie = 12 tot 20 jaar herkennen
Invloed van cohort Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen hetzelfde voor personen uit cohort
Niet-normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen voor specifiek persoon zoals
miskraam.
Normatieve invloeden: etniciteit bv. leiden tot conformiteit (vrees voor
afwijkend gedrag)
Visie op/uitgangspunten Uitgangspunten:
van cognitieve Gedrag weerspiegelt denk- en kennisniveau, afhankelijk van leeftijd.
ontwikkelingsmodel van Leren is een interactief proces (leren door schema’s)
Piaget Schema’s worden geleidelijk aangeleerd.
Functie van intelligentie: (1) organiseren van schema’s (2) aanpassen aan
omgeving via assimilatie en accommodatie
Adaptatie Assimilatie: SS = Same Schema
Assimilatie - iets toevoegen aan bestaande schema’s
Accommodatie Accommodatie: CC = Change and Create
Voorbeelden - nieuwe schema’s vormen en gemaakte schema’s veranderen
Stadia cognitieve Senso-motorische fase (0-2 jaar) Concreet-operationele fase (6-12 jaar)
ontwikkelingsmodel Piaget Zintuiglijk waarnemen, motoriek, geen schema’s → creëren schema’s heet Logisch redeneren begin, niet magisch denken, conservatiebegrip en
Begrippen per stadium + objectconstantie (dingen zijn er nog wanneer ze uit beeld zijn) reversibiliteit, besef dat dingen anders kunnen zijn dan het lijkt.
voorbeelden
Pre-operationele fase (2-6 jaar) Formeel-operationele fase (12+ jaar)
Maakt schema van zichzelf waardoor besef van wereld om zich heen ontstaat, Cognitieve schema’s van abstracte begrippen
magisch denken (ziel toekennen aan spullen)
, Sociaal- emotionele ontwikkeling & persoonlijkheidsontwikkeling
Emoties uiten Emoties uiten: Emoties beleven: volgens de Emoties begrijpen: het begint Social referencing: het Theory of Mind: het
Emoties beleven basisemoties zijn bij jonge differentiële emotietheorie van met het imiteren van afgaan op andermans vermogen om een beeld te
Emoties begrijpen baby’s al zichtbaar, maar Caroll Izard weerspiegelen uitdrukkingen van de ouders. emoties in onduidelijke vormen van het perspectief
Social referencing de mate en frequentie emotionele uitingen niet alleen Na 4 maand begrijpen van situaties. Deze complexe van een ander, en daarmee
Theory of Mind (ToM) hangt af van het emotionele ervaringen, maar gezichtsuitdrukkingen en vocale sociale vaardigheid beseffen dat eigen
temperament. helpen ook de emoties zelf te uitingen van ouders. Het tonen manifesteert zich rond 8/9 gedachten, emoties af
reguleren, zodat ze beter leren en interpreteren van emoties maanden. Verklaringen zijn: kunnen wijken van die van
omgaan met emoties. helpt de baby’s bij het ervaren (1) waarnemen van een ander persoon. Ook zijn
én begrijpen van (onduidelijke) gezichtsuitdrukking van de baby’s beter in staat om
sociale situaties. iemand anders roept emotie intentionaliteit en causaliteit
op. (2) baby’s halen te begrijpen. Empathie wordt
informatie uit het mogelijk door ToM. John
observeren van anderen. Flavell.
Temperament Temperament: een in Invloed op persoonlijkheid: Invloed op sociaal gedrag:
Invloed op aanleg gegeven individuele persoonlijkheidsvorming komt temperament heeft betrekking
persoonlijkheid reactiewijze die zich al op tot stand door unieke op het energieniveau, de
Invloed op sociaal jonge leeftijd manifesteert ervaringen. stemming en de gerichtheid van
gedrag en die in de loop der tijd het gedrag.
stabiliteit vertoont.
(NYLS)-bevindingen (NYLS)-bevindingen: Temperamentkenmerken: Kenmerken → Goodness of fit: als een kind
Temperamentkenmerk temperamentstudies (STAIR) temperamenttypen: Moeilijke Langzame starter: regelmatig langzaam op gang komt,
en beschrijven hoe een kind Stemming: vrolijk vs. verdrietig kind: onregelmatig, negatieve leefritme, neutrale terwijl de ouders altijd haast
Temperamentverschill reageert op prikkels uit Toenadering/terugtrekking: stemming, niet of langzame stemming, langzame hebben is er geen “goodness
en-/patronen: omgeving, minder prikkels aanpassing, teruggetrokken, aanpassing, milde intensiteit of fit”: de pasvorm klopt niet.
goodness of fit & waarom. Bevindingen, Aanpassing: nieuwe situatie hoge intensiteit. Het gevolg is dat het kind
temperamenttypen temperament is: in vroege Intensiteit: energieniveau steeds dwarser zal reageren,
tijd aanwezig; verwijst Regelmaat: voorspelbaarheid Makkelijke kind: regelmatig terwijl de ouders steeds
naar individuele leefritme, opgewekte meer geïrriteerd raken.
gedragskenmerken; Temperamentpatronen: het stemming, vlotte aanpassing, Zolang de ouders hun tempo
bepaalde mate van moeilijke kind; het gemakkelijke toenaderend, milde intensiteit niet aanpassen in de richting
erfelijke basis; relatief kind; de langzame starter. → van het kind, zal de
stabiel in tijd; staat los van opvoeding “niet lekker
situatie-specifiek gedrag lopen”. Geen klik.
Risicofactoren en Risicofactoren: het aantal Bij een kind: Bij een ouder: Protectieve/beschermende
beschermende risicofactoren voorspelt de vroeggeboorte/medische psychopathologie/verslaving, factoren: tegenpolen van
factoren m.b.t. ernst van de problematiek. aandoeningen, moeilijk huwelijksproblemen, armoede, risicofactoren, maar dat
probleemgedrag temperament, angstige laag opgeleid. hoeft niet altijd.
gehechtheid.