100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting sociale en cross-culturele psychologie (RUG)

Rating
-
Sold
-
Pages
34
Uploaded on
09-08-2025
Written in
2023/2024

Een samenvatting van het vak sociale en cross-culturele psychologie, inclusief belangrijke aantekeningen van de colleges.

Institution
Course

Content preview

Sociale psychologie

College 1

Sociale psychologie= manier waarop gedachten, gevoelens en gedrag
wordt beïnvloed door (ingebeelde) aanwezigheid van anderen

Bystander effect; rol sociale invloed (wat doen anderen?) + diffusie van
§verantwoordelijkheid + perceptie situatie + sociale normen + relatie
slachtoffer

Theoretische perspectieven

- Behaviorisme; sociaal gedrag beïnvloed door mate straf en beloning
- Cognitief; sociale cognitie
- Neuroscience; neuro- en chemische basis
- Evolutionair; functionaliteit sociaal gedrag/ aanpassen en overleven
- Persoonlijkheid en individuele verschillen
- Groepsprocessen/ collectief

Wetenschap, want: (1) empirisch verkregen data, (2) transparante/
betrouwbare/ valide methoden en (3) ethische regels

Onderzoeksmethoden

- Experiment (lab, veld, quasi)> causaliteit
- Vragenlijsten > samenhang meten
- Kwalitatief (interview) > nieuwe inzichten
- Veldstudies (systematische observaties)

Geschiedenis

1860 Volkerpsychologie: ‘collective mind’

1896 LeBon: ‘group mind’ overschaduwt het rationele individu

1960 Asch en Sherif; indivudueel gedrag in context intergroepsrelaties

Start in Europa, en tijdens/na WOII naar VS

1960 Europese sociale psychologie onafhankelijk

 Focus Europa op intergroepsrelaties en groepen
 Focus VS op interpersoonlijk gedrag

1966 EAESP (European association of experimental social psychology)

Tegenwoordig; globaler/ diverser (niet allen WEIRD)

Cultuur

= verschillende aspecten van onze samenleving (tradities) en gedrag
(gewoonten)

, - Patronen sociaal gedrag
- Onze gewoonten en tradities
- Sociale normen en regels (impliciet en expliciet)
- Organisatie samenleving

Boek; “Culture as a group of individuals who acquire shared ideas, beliefs,
technology, habits or practices through learning form others.”

Waar komt cultuur vandaan?

Ecologische context (klimaat, landschap) > instellingen (landbouw,
mijnbouw) > maatschappelijke praktijken (familiestructuren) >
socialisatieprocessen (opvoeding, scholing) > psychologische uitkomsten
(normen en waarden)

- Sociale psychologie= sociaal gedrag van mensen (gemiddelde
mens)
- Cross-culturele psychologie= verschillen/ gelijkenissen tussen
culturen
- Culturele psychologie= invloed van cultuur op psychologie

College 2

Sociale cognitie; cognitieve processen/ structuren die invloed hebben op
en beïnvloed worden door ons sociale gedrag + hoe we sociale informatie
verwerken

Geschiedenis

1960 cognitieve revolutie: behaviorisme keek enkel naar objectief/
observeerbaar gedrag, cognitieve psychologie keek naar de verklaring van
het gedrag

- Focus eerst; attitudes, attributies en cognitieve dissonantie
- Focus later; sociale cognitie

Computer metafoor; coderen (schema’s) en opslaan/ophalen (geheugen)

Maar, mensen hebben emoties en beperkt geheugen

Jaren ’80 mens als ‘cognitive miser’; mens denkt alleen als het echt nodig
is en gebruikt cognitieve shortcuts/ heuristieken (snel maar
onbetrouwbaar)

Jaren ’90 mens als gemotiveerd tacticus; mens heeft diverse strategieën
en maakt keuze op basis van persoonlijke doelen, motieven en motivaties

Indrukken vormen: (a) persoonspercepties; uiterlijke kenmerken (snel en
onbewust), (b) non-verbaal gedrag; lichaamstaal en (c) attributies;
verklaringen daden en uitspraken

,Configureel model; eerste indruk gebaseerd op centrale kenmerken (koud/
warm) en perifere kenmerken zijn kenmerken die als belangrijk worden
ervaren afhankelijk van doelen

Gestalt; indruk persoon als gehaal o.b.v. delen informatie

Impliciete theorieën= ideeën over kenmerken die samengaan

 Halo-effect= aanname dat aantrekkelijke mensen ook andere goede
eigenschappen hebben (aantrekkelijk, dan socialer > self fullfilling
prophecy)

Stereotypen= breed gedeelde en vereenvoudigde evaluatief beeld van
een sociale groep en haar leden

1. Schema’s

= cognitieve structuren die kennis weergeven over een concept of type
stimulus, inclusief kenmerken ervan en de relaties ertussen

- Script; bepaald gedrag situatie
- Persoonschema; kenmerk persoon
- Rolschema; typische gedrag rol
- Zelfschema; kennis zelf/ identiteit
- Groepschema; stereotypen
 Organiseren wereld, gedeelde sociale kennis (begrijpen en
voorspellen)



2. Sociale categorisatie

= neiging om objecten en mensen te categoriseren in groepen op basis
van gemeenschappelijke kenmerken

- Accentuatie principe= onderschatten verschillen binnen groepen en
overschatten verschillen tussen groepen

Categorisatie bevordert vereenvoudiging (overzichtelijk, voorspelbaar,
controleerbaar), maar kan ook leiden tot een vertekening van de
werkelijkheid (stereotypen)

Associatief netwerk= het activeren van 1 concept maakt verwante
concepten toegankelijker (automatisch proces en leren associaties van
anderen)



3. Heuristieken

= eenvoudige besluitregels

, - Representativiteitsheuristiek= kans overschatten, omdat
beschrijving past bij bepaalde categorie

“Tobias is een echte nerd, wat studeert hij?” > informatica

- Beschikbaarheidsheuristiek= aan de hand van voorbeelden die je te
binnen schieten beoordeel je hoe vaak iets voorkomt

“Mijn opa rookte 2 pakjes op een dag en is 96 jaar geworden, dus roken is
niet slecht voor je”

- Verankerings heuristiek= neiging om een getal of waarde als
uitganspunt te nemen (verankeren) waarop we vervolgens bijsturen

“Doneren van €10, dan voelt €1 te weinig vergeleken met €5”

Sociale encodering

= vertalen van stimuli

1. Saillanter/ opvallend= kenmerk voorwerp of persoon waardoor het
opvalt ten opzichte van andere stimuli en de aandacht trekt >
nieuw, anders of extreem
2. Levendigheid= intrinsieke eigenschap stimulus waardoor deze
aandacht trekt en opvalt > emotioneel, concreet, roept duidelijk
beeld op en voelt dichtbij
3. Toegankelijk= gemak waarmee we categorieën of schama’s die we
in ons hoofd hebben, kunnen oproepen
- Priming= toegankelijkheid van bepaalde stimulus manipuleren

Attributie

= zoeken naar oorzaak/ verklaring andermans en eigen gedrag

Heider’s attributietheorie; mensen zijn naïeve psychologen en verklaren
‘waarom’ van gedrag

- Intern/ persoonlijk (voorspellende waarde)
- Extern/ omgeving (geen voorspellende waarde)

“Hoe bepalen wij de oorzaak van gedrag?”

1. Corresponderence inferentietheorie

Veronderstelling dat intenties af te leiden zijn uit gevolgen

Intentie > gedrag > gevolgen

Gevolgen corresponderen met intenties wanneer gedrag (1) vrij gekozen,
(2) niet sociaal wenselijk en (3) weinig mogelijke redenen heeft/ non-
common effect (weinig redenen; keuze Clooney > Sprouse. Veel redenen;
keuze Clooney > zwerver)

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
August 9, 2025
Number of pages
34
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

$12.37
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
daniqueritsema12042004

Get to know the seller

Seller avatar
daniqueritsema12042004 Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
-
samenvattingen vakken psychologie

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions