Thema 1:
In de psychologie spelen psychologische test een grote rol. In onderzoek worden zij vaak
gebruikt als meetinstrument om de variabelen te meten waarover men een theorie heeft. In
de praktijk worden zulke tests vaak gebruikt voor signalering, screening, diagnostiek, selectie,
enzovoort. En elk proefwerk of tentamen dat je ooit hebt gemaakt is eigenlijk ook een
psychologische test.
Bij het maken van psychologische tests zijn 2 dingen essentieel: 1) er moet een theorie zijn
die beschrijft wat je wil meten, en 2) er moet empirisch onderzoek zijn waarmee de test en
de theorie steeds verder verbeterd worden.
De kwaliteit van een test wordt beoordeeld met het COTAN-beoordelingssysteem.
Thema 2:
Psychologische Tests en Items
In de psychologie wordt bij metingen vaak gebruik gemaakt van tests.
Een test bestaat uit meerdere componenten, genaamd items.
Wanneer een test wordt afgenomen:
Krijgt de persoon een score op elk item.
Deze itemscores worden samengevat in een totaalscore.
Soms worden meerdere verwante tests samen als één geheel aangeboden:
Dit geheel noemt men dan een test.
De afzonderlijke onderdelen noemt men dan subtests.
Unidimensionaliteit van Items
Een belangrijke vraag is: welke items kun je redelijkerwijs combineren in één test?
Vaak wordt daarbij de eis gesteld dat de items binnen een test unidimensioneel of
unifactorieel zijn.
Wat betekent dit?
Grof gezegd: de items meten, op ruis na, hetzelfde construct.
Maar: wat is precies meten, en wat is ruis?
Hiervoor bestaan verschillende statistische modellen. In dit thema richten we ons op het
bekendste en oudste model:
Het lineaire 1-factormodel
,Factoranalyse
Het onderzoeken van lineaire factormodellen wordt gedaan via factoranalyse.
Wat is factoranalyse?
Een statistische techniek die o.a. wordt gebruikt om de unidimensionaliteit van items
te onderzoeken.
Belangrijke kanttekening:
Het correct toepassen van factoranalyse is niet altijd eenvoudig.
Het hangt mede af van de inhoudelijke psychologische theorie achter de items.
Thema 3:
Multidimensionele Tests in de Psychologie
Hoewel we proberen tests unidimensioneel te houden, blijkt dit in de praktijk vaak niet
haalbaar.
Wanneer ontstaat multidimensionaliteit?
1. Vooraf bekend:
Soms beseft de testontwikkelaar vooraf al dat een onderwerp uit meerdere dimensies
bestaat.
Voorbeeld: Het begrip liefde kan worden opgedeeld in:
o Intimiteit
o Passie
o Commitment
(Sternberg, 1986, 1998)
2. Achteraf ontdekt:
Soms blijkt pas na analyse van de data dat het onderwerp niet unidimensioneel is,
omdat een unidimensioneel model niet goed past.
Oplossing: Subtests voor Elke Dimensie
Bij een multidimensionele test kunnen we proberen:
Voor elke dimensie een unidimensionele subtest te maken.
Elke persoon krijgt dan een aparte score per subtest i.p.v. één totaalscore.
Voordelen hiervan:
De volledige breedte van het onderwerp blijft behouden.
Toch blijven we trouw aan het principe van unidimensioneel meten.
, Factoranalyse met Meerdere Factoren
Om dit te realiseren hebben we een factoranalyse met meerdere factoren nodig.
Belangrijke vraag:
Hoeveel factoren zijn er nodig voor een gegeven test?
Uitdaging: Geen Eenduidige Conclusies
Helaas is de uitkomst van een factoranalyse meestal niet eenduidig.
Vaak is het zelfs ambigue.
Wat kun je dan doen?
Meerdere alternatieve factoranalyses uitvoeren.
Deze uitkomsten met elkaar vergelijken.
Waarop moet je letten bij die vergelijking?
1. Goodness-of-fit: Hoe goed past het model bij de data?
2. Theoretische interpreteerbaarheid: Zijn de factoren inhoudelijk logisch?
3. Zuinigheid (parsimony): Houdt de theorie het simpel en begrijpelijk?
Deze drie criteria worden verder toegelicht in de aanbevolen literatuur.
Samenvattend
De juiste keuze vergt een zorgvuldige afweging van fit, interpreteerbaarheid en
zuinigheid.
Die afweging is afhankelijk van de toepassingscontext.
Vaak zijn de uitkomsten ambigu en vereist de analyse ook inzicht en ervaring.
Thema 4:
Betrouwbaarheid na Factoranalyse
In eerdere thema’s is factoranalyse gebruikt bij het construeren van schalen:
Items werden gegroepeerd in schalen.
Slechte items werden geëlimineerd.
Na de factoranalyse volgt een betrouwbaarheidsanalyse per schaal. Hierbij kunnen opnieuw
items worden verwijderd.
Van de definitieve schalen moeten vervolgens de betrouwbaarheden worden bepaald.