Herkent alle fases van het verpleegkundig proces waarbij de focus ligt op stap 1 gegevens
verzamelen [4].
Herkent stap 1 van het verpleegkundig proces in een casus [4]
Herkent argumenteren (inductief en deductief redeneren)
Past Gordon (functionele en disfunctionele gezondheidspatronen) en ICF toe bij stap 1 van
het verpleegkundig proces
Klinisch redeneren stap 1: gegevens verzamelen
o Gesprek, observeren en lichamelijk onderzoek;
Verifiëren van gegevens met zorgvrager en naasten;
o Vergelijk subjectieve en objectieve gegevens;
o Verifieren van tegenstrijdige gegevens;
Gegevens ordenen en vastleggen.
Subjectieve gegevens zijn de symptopmen wat de zorgvrager vertelt en alleen door
zorgvrager waargenomen kunnen worden.
Objectieve gegevens zijn de signalen gegevens kunnen door anderen worden
gemeten/geobserveerd.
Redeneervaardigheden en karaktereigenschappen
Analyseren: Enerzijds gaat het om het inzien van o.a. meningen, situaties, gegevens,
gebeurtenissen, procedures. Anderzijds om het doorzien en onderkennen van bestaande of
mogelijke relaties tussen o.a. uitspraken, opinies en ervaringen. Dit kan leiden tot een
conclusie.
Evalueren: Enerzijds gaat het om het bepalen van de geloofwaardigheid van o.a. meningen
en overtuigingen en het vaststellen van de verbanden om tot een conclusie te komen.
Anderzijds gaat het om het reflecteren op procedures en resultaten, deze beoordelen en
hiervoor overtuigende argumenten te leveren.
Concluderen: Voornamelijk het toetsen van hypotheses, overwegen welke informatie
relevant is en de consequenties overzien.
Deductieve vaardigheden: Deductief redeneren omdat het redeneren vanuit een
generalistische aanname naar een specifieke conclusie. Top down
Inductieve vaardigheden: Op basis van een eindig aantal waarnemingen in staat zijn tot een
generalisatie te komen die meer of minder waarschijnlijk is. Bottom up
Hulpmiddelen anamnese: ICF-model en de 11 gezondheidspatronen van Gordon
Het ICF-model omschrijft het functioneren van de mens inclusief de factoren die van invloed
kunnen zijn daarop.
1
, Herkent alle fases van het verpleegkundig proces waarbij de focus ligt op stap 2 (opstellen
van de verpleegkundige diagnose) [4].
Kan relatie en verschil aangeven tussen een medische en verpleegkundige diagnose [4]
Herkent stap 2 van het verpleegkundig proces in een casus [4]
Herkent inductief en deductief redeneren in stap 2 van het verpleegkundig proces [4]
Past stap 1 en 2 van het verpleegkundig proces toe aan de hand van een casus [4]
Stap 2: verpleegkundige diagnose
Belangrijk omdat:
- Afstemming op het individu
- Eenheid in taal
- Bevorderen van de verpleegkundige autonomie
- Hulpmiddel om meetwaarden voor de zorg vast te stellen
Bij het stellen van een verpleegkundige diagnose moet altijd de relatie tussen het probleem,
de oorzaak en de bijbehorende klachten of verschijnselen beschreven worden. Hiervoor
wordt gebruik gemaakt van de PES-structuur:
- Gezondheidsprobleem: een probleem is op te vatten als een gezondheid
gerelateerde toestand of proces. Een beschrijving van het probleem benoemt het
probleem en definieert vervolgens;
- Etiologie, ofwel samenhangende factoren: de oorzaak van het probleem. Het gaat om
de factoren die het probleem mogelijk veroorzaken of in stand houden. Hierbij
dienen alle facetten te worden benoemd die door de verpleegkundige beïnvloed
kunnen worden;
- Signs and symptoms: met de kenmerken wordt een conditie aangegeven. Kenmerken
die voorkomen bij een verpleegkundige diagnose worden bepalende kenmerken
genoemd, te onderscheiden in:
o Objectieve kenmerken: voor de zorgverlener waarneembare
klachten/verschijnselen
o Subjectieve kenmerken: door de patiënt ervaren verschijnselen of klachten.
De PES-structuur wordt alleen gebruikt bij probleem-georiënteerde (feitelijk/actueel)
diagnoses. Bij risicodiagnoses wordt gebruik gemaakt van de PE- of PR-structuur.
Aandachtspunten:
- Bij elke verpleegkunde diagnose hoort een doel;
- De interventies zijn gericht op de etiologie, je moet de E kunnen beïnvloeden;
- Richt je op eenvoudige verpleegkundige problemen.
2
verzamelen [4].
Herkent stap 1 van het verpleegkundig proces in een casus [4]
Herkent argumenteren (inductief en deductief redeneren)
Past Gordon (functionele en disfunctionele gezondheidspatronen) en ICF toe bij stap 1 van
het verpleegkundig proces
Klinisch redeneren stap 1: gegevens verzamelen
o Gesprek, observeren en lichamelijk onderzoek;
Verifiëren van gegevens met zorgvrager en naasten;
o Vergelijk subjectieve en objectieve gegevens;
o Verifieren van tegenstrijdige gegevens;
Gegevens ordenen en vastleggen.
Subjectieve gegevens zijn de symptopmen wat de zorgvrager vertelt en alleen door
zorgvrager waargenomen kunnen worden.
Objectieve gegevens zijn de signalen gegevens kunnen door anderen worden
gemeten/geobserveerd.
Redeneervaardigheden en karaktereigenschappen
Analyseren: Enerzijds gaat het om het inzien van o.a. meningen, situaties, gegevens,
gebeurtenissen, procedures. Anderzijds om het doorzien en onderkennen van bestaande of
mogelijke relaties tussen o.a. uitspraken, opinies en ervaringen. Dit kan leiden tot een
conclusie.
Evalueren: Enerzijds gaat het om het bepalen van de geloofwaardigheid van o.a. meningen
en overtuigingen en het vaststellen van de verbanden om tot een conclusie te komen.
Anderzijds gaat het om het reflecteren op procedures en resultaten, deze beoordelen en
hiervoor overtuigende argumenten te leveren.
Concluderen: Voornamelijk het toetsen van hypotheses, overwegen welke informatie
relevant is en de consequenties overzien.
Deductieve vaardigheden: Deductief redeneren omdat het redeneren vanuit een
generalistische aanname naar een specifieke conclusie. Top down
Inductieve vaardigheden: Op basis van een eindig aantal waarnemingen in staat zijn tot een
generalisatie te komen die meer of minder waarschijnlijk is. Bottom up
Hulpmiddelen anamnese: ICF-model en de 11 gezondheidspatronen van Gordon
Het ICF-model omschrijft het functioneren van de mens inclusief de factoren die van invloed
kunnen zijn daarop.
1
, Herkent alle fases van het verpleegkundig proces waarbij de focus ligt op stap 2 (opstellen
van de verpleegkundige diagnose) [4].
Kan relatie en verschil aangeven tussen een medische en verpleegkundige diagnose [4]
Herkent stap 2 van het verpleegkundig proces in een casus [4]
Herkent inductief en deductief redeneren in stap 2 van het verpleegkundig proces [4]
Past stap 1 en 2 van het verpleegkundig proces toe aan de hand van een casus [4]
Stap 2: verpleegkundige diagnose
Belangrijk omdat:
- Afstemming op het individu
- Eenheid in taal
- Bevorderen van de verpleegkundige autonomie
- Hulpmiddel om meetwaarden voor de zorg vast te stellen
Bij het stellen van een verpleegkundige diagnose moet altijd de relatie tussen het probleem,
de oorzaak en de bijbehorende klachten of verschijnselen beschreven worden. Hiervoor
wordt gebruik gemaakt van de PES-structuur:
- Gezondheidsprobleem: een probleem is op te vatten als een gezondheid
gerelateerde toestand of proces. Een beschrijving van het probleem benoemt het
probleem en definieert vervolgens;
- Etiologie, ofwel samenhangende factoren: de oorzaak van het probleem. Het gaat om
de factoren die het probleem mogelijk veroorzaken of in stand houden. Hierbij
dienen alle facetten te worden benoemd die door de verpleegkundige beïnvloed
kunnen worden;
- Signs and symptoms: met de kenmerken wordt een conditie aangegeven. Kenmerken
die voorkomen bij een verpleegkundige diagnose worden bepalende kenmerken
genoemd, te onderscheiden in:
o Objectieve kenmerken: voor de zorgverlener waarneembare
klachten/verschijnselen
o Subjectieve kenmerken: door de patiënt ervaren verschijnselen of klachten.
De PES-structuur wordt alleen gebruikt bij probleem-georiënteerde (feitelijk/actueel)
diagnoses. Bij risicodiagnoses wordt gebruik gemaakt van de PE- of PR-structuur.
Aandachtspunten:
- Bij elke verpleegkunde diagnose hoort een doel;
- De interventies zijn gericht op de etiologie, je moet de E kunnen beïnvloeden;
- Richt je op eenvoudige verpleegkundige problemen.
2