Structuuropzet probleem 2 - Kindkenmerken: bv intelligentie, geslacht, copingstijlen, stressbestendigheid, se-
vaardigheden.
Leerdoel: Welke invloed kan psychiatrische problematiek bij de ouders hebben op de ontwikkeling Artikel Silberg et al. (2012)
van het kind en hoe wordt dit verklaard? ASP via genetische/ogevingsfactoren van invloed op hyperactiviteit, despressie en conduct
problemen bij kind.
Rexwinkel et al. H3.4 Hyperactiviteit genetisch.
Intergenerationele overdracht psychpathologie Conduct genetisch en omgeving.
Mechanismen: Depressie omgeving.
- Genetisch (vader+moeder).
transgenerationele equifinaliteit. Artikel O’Donnell et al. (2014)
- Intra-uterien (moeder). Doel: Effecten maternale prenatale angst op emtionele/gedragsproblemen bij kinderen (4-13 jaar)
- Ouder-kindinteractie (vader+moeder). via deveopmental/adaptive programming.
wederzijdse beïnvloeding. Resultaat:
Kwalitatief. Verband tussen prenatale maternale angst en mentale stoornis bij kind, ook bij
Kwantitatief. controleren voor confounders.
- Contextuele factoren (vader+moeder). Geen vermindering problemen over de tijd.
wederzijdse beïnvloeding. ondersteuning developmental/adaptive programming.
Invloed maternale psychpathoplogie < leeftijd. Artikel Van Loon et al. (2014)
Invloed paternale psychopathologie > leeftijd. Direct verband tussen mentale stoornissen ouder en inter- en externaliserende problemen.
mogelijke mediators:
Invloed depressie (interactie kwalitatief als kwantitatief minder). Ouder-kindinteractie:
Invloed sociale fobie. Monitoring bij externaliserende problemen.
Invloed psychose. Ondersteuning.
Familie:
Artikel Goodman et al. (1999) Familie-cohesie.
Ontwikkelingsmodel voor transmissie psychopathologie bij moeders met een depressie. Expressiviteit.
mechanismen: Conflicten bij externaliserende problemen (minder sterk).
- Erfelijkheid (direct/indirect).
- Dysfunctionele neuroregulatiemechanimsen (belemmering emotieregulatie). Leerdoel: Hoe breng je het gezinsfunctioneren in kaart?
- Blootstelling aan negatieve/maladaptieve cognities, gedragingen en affect. Tak et al. (2014) (handboek psychodiagnostiek voor hulpverlening aan kinderen en adolescenten)
5 componenten: Gezinsdiagnostisch interview (ongestructureerd)
Depressie hangt samen met negatieve cognties, gedragingen en affect. inzicht krijgen in 4 aspecten.
Ouder geen goede sociale partner, komt niet tegemoet aan behoeften. diagnostiek ouder functioneren (parent blaming).
Sociale en cognitieve vaardigheden en stijlen bij kind minder goed. informatie over gezinsdynamiek.
Sociaal leren/modeling zorgt voor overnemen cognities, gedragingen en
affecten. 2 hoofthema’s in gezins- en systeemtheorieën: communicatie- en interactiepatronen + opvattingen
Depressogene cognities, gedragingen en affecten + onvoldoende sociale en en belief systems.
cognitieve vaardigheden maken kind kwetsbaar voor depressie.
- Blootstelling aan stressvolle omgeving. Gezinspatronen:
moderatoren (in relatie tussen maternale depressie en uitkomsten bij het kind): - Parentificatie.
- Vaders (beschermend/risico). - Coalitievorming.
- Timing en verloop depressie bij moeder. - Omleiding.
meer impact op jonge leeftijd.
chronische depressie meer negatieve gevolgen. Genogram, invoegen, enscenering, spel- en creatieve technieken.
Diagnosticeren door conversatie.
, 2 soorten vragen: Signs of Safety (diagnostiek en behandeling gelijktijdig), oplossingsgericht.
Lineaire vragen. opstellen veiligheidsplan.
Reflectieve vragen. vaardigheden hulpverlener.
o Circulaire vragen.
o Externaliserende vragen. Artikel Sepers et al. (2012)
Signs of Safety gemeenschappelijk doel (veilige toekomst voor kind en gezin) centraal.
3 benaderingen ouderfunctioneren: Uitgangspunten:
Stijlen. Hereniging.
Gedrag (coërcief gedrag). Gebruik maken van het sociale netwerk van een gezin.
Cognities (beliefs/opvattingen die van invloed zijn op ouderfunctioneren). Samenwerking tussen hulpverleners en ouders.
Fases:
3 kernfuncties ouderfunctioneren: Voorbereiding met gezinsvoogd en gezin.
Regisseren (structuur/disciplinering). Werkrelatie met ouders en netwerk.
Interpreteren. Veiligheidskaart. Verhaal in woord en beeld (woorden en plaatjes).
Respecteren. Veiligheidsplan.
Rollenspel.
Caregiving Interview ouderinterview. Definitieve veiligheidsplan.
Afsluiting en follow-up.
Factoren die ouderfunctioneren beïnvloeden:
- Psychopathologie ouder (gedragsmatige controle en relationele/emotionele Artikel Hiles et al. (2008)
ondersteuning). Words and pictures storyboard voor kinderen zodat zij problemen beter kunnen begrijpen.
Stemmingsstoornissen. Stappen:
Angststoornis. - Uitleggen proces aan ouders en professionals.
Psychotische en persoonlijkheidsstoornissen. - Schets maken en aanpassen.
- Psychopathologie kind. - Overeenstemming.
Emotionele stoornissen. - Presenteren aan de kinderen.
Gedragsstoornissen. logische volgorde, ‘verpakken’ tussen positieve gebeurtenissen.
Contactstoornissen. technieken.
- Partnerrelatie.
- SES. Tak et al. (2014) (handboek psychodiagnostiek voor hulpverlening aan kinderen en adolescenten)
- Werk. Als aanvulling op interviews kunnen ook vragenlijsten en tests worden ingezet om gezins- en
ouderfunctioneren in kaart te brengen (ook als onderdeel ROM).
Diagnostiek van veiligheid in het gezin. overzicht meetinstrumenten gezinsfunctioneren.
, Probleem 2
Leerdoel 1: Welke invloed kan psychiatrische problematiek bij de ouders
hebben op de ontwikkeling van het kind en hoe wordt dit verklaard?
Rexwinkel et al. H3.4
Intergenerationele overdracht
Kinderen van ouders met een psychiatrische stoornis hebben zelf ook een verhoogde kans
om emotionele en gedragsproblemen te ontwikkelen.
hierbij spelen verschillende factoren en mechanismen een rol.
Mechanismen van intergenerationele overdracht van psychopathologie
Genetische overdracht:
bij 2/3 jarigen wordt de schatting gemaakt van 50-75% erfelijkheid van psychopathologie.
Overactief en angstig depressief gedrag blijkt het meest erfelijk (50-70%) en opstandig en
agressief gedrag het minst (30-45%). Regulatieproblemen liggen daartussen in (55%).
het is vooralsnog moeilijk om bij een individu te bepalen in welke mate een
psychiatrische stoornis van een ouder van invloed is op de ontwikkeling van
psychopathologie bij het kind. Dit komt doordat:
Er sprake is van complexe kwantitatieve overerving, d.w.z. dat er meerdere genen op
verschillende manieren bijdragen aan het al dan niet ontstaan van een stoornis (het
is in principe dus niet zo dat 1 gen een bepaalde stoornis veroorzaakt).
De uiting van genetische kwetsbaarheid in psychopathologie ook afhankelijk is van de
omgevingsinvloeden.
erfelijkheid van psychopathologie lijkt niet heel specifiek te zijn, het lijkt meer te gaan om
een algemene kwetsbaarheid waarbij de meeste kinderen een andere stoornis hebben dan
vaardigheden.
Leerdoel: Welke invloed kan psychiatrische problematiek bij de ouders hebben op de ontwikkeling Artikel Silberg et al. (2012)
van het kind en hoe wordt dit verklaard? ASP via genetische/ogevingsfactoren van invloed op hyperactiviteit, despressie en conduct
problemen bij kind.
Rexwinkel et al. H3.4 Hyperactiviteit genetisch.
Intergenerationele overdracht psychpathologie Conduct genetisch en omgeving.
Mechanismen: Depressie omgeving.
- Genetisch (vader+moeder).
transgenerationele equifinaliteit. Artikel O’Donnell et al. (2014)
- Intra-uterien (moeder). Doel: Effecten maternale prenatale angst op emtionele/gedragsproblemen bij kinderen (4-13 jaar)
- Ouder-kindinteractie (vader+moeder). via deveopmental/adaptive programming.
wederzijdse beïnvloeding. Resultaat:
Kwalitatief. Verband tussen prenatale maternale angst en mentale stoornis bij kind, ook bij
Kwantitatief. controleren voor confounders.
- Contextuele factoren (vader+moeder). Geen vermindering problemen over de tijd.
wederzijdse beïnvloeding. ondersteuning developmental/adaptive programming.
Invloed maternale psychpathoplogie < leeftijd. Artikel Van Loon et al. (2014)
Invloed paternale psychopathologie > leeftijd. Direct verband tussen mentale stoornissen ouder en inter- en externaliserende problemen.
mogelijke mediators:
Invloed depressie (interactie kwalitatief als kwantitatief minder). Ouder-kindinteractie:
Invloed sociale fobie. Monitoring bij externaliserende problemen.
Invloed psychose. Ondersteuning.
Familie:
Artikel Goodman et al. (1999) Familie-cohesie.
Ontwikkelingsmodel voor transmissie psychopathologie bij moeders met een depressie. Expressiviteit.
mechanismen: Conflicten bij externaliserende problemen (minder sterk).
- Erfelijkheid (direct/indirect).
- Dysfunctionele neuroregulatiemechanimsen (belemmering emotieregulatie). Leerdoel: Hoe breng je het gezinsfunctioneren in kaart?
- Blootstelling aan negatieve/maladaptieve cognities, gedragingen en affect. Tak et al. (2014) (handboek psychodiagnostiek voor hulpverlening aan kinderen en adolescenten)
5 componenten: Gezinsdiagnostisch interview (ongestructureerd)
Depressie hangt samen met negatieve cognties, gedragingen en affect. inzicht krijgen in 4 aspecten.
Ouder geen goede sociale partner, komt niet tegemoet aan behoeften. diagnostiek ouder functioneren (parent blaming).
Sociale en cognitieve vaardigheden en stijlen bij kind minder goed. informatie over gezinsdynamiek.
Sociaal leren/modeling zorgt voor overnemen cognities, gedragingen en
affecten. 2 hoofthema’s in gezins- en systeemtheorieën: communicatie- en interactiepatronen + opvattingen
Depressogene cognities, gedragingen en affecten + onvoldoende sociale en en belief systems.
cognitieve vaardigheden maken kind kwetsbaar voor depressie.
- Blootstelling aan stressvolle omgeving. Gezinspatronen:
moderatoren (in relatie tussen maternale depressie en uitkomsten bij het kind): - Parentificatie.
- Vaders (beschermend/risico). - Coalitievorming.
- Timing en verloop depressie bij moeder. - Omleiding.
meer impact op jonge leeftijd.
chronische depressie meer negatieve gevolgen. Genogram, invoegen, enscenering, spel- en creatieve technieken.
Diagnosticeren door conversatie.
, 2 soorten vragen: Signs of Safety (diagnostiek en behandeling gelijktijdig), oplossingsgericht.
Lineaire vragen. opstellen veiligheidsplan.
Reflectieve vragen. vaardigheden hulpverlener.
o Circulaire vragen.
o Externaliserende vragen. Artikel Sepers et al. (2012)
Signs of Safety gemeenschappelijk doel (veilige toekomst voor kind en gezin) centraal.
3 benaderingen ouderfunctioneren: Uitgangspunten:
Stijlen. Hereniging.
Gedrag (coërcief gedrag). Gebruik maken van het sociale netwerk van een gezin.
Cognities (beliefs/opvattingen die van invloed zijn op ouderfunctioneren). Samenwerking tussen hulpverleners en ouders.
Fases:
3 kernfuncties ouderfunctioneren: Voorbereiding met gezinsvoogd en gezin.
Regisseren (structuur/disciplinering). Werkrelatie met ouders en netwerk.
Interpreteren. Veiligheidskaart. Verhaal in woord en beeld (woorden en plaatjes).
Respecteren. Veiligheidsplan.
Rollenspel.
Caregiving Interview ouderinterview. Definitieve veiligheidsplan.
Afsluiting en follow-up.
Factoren die ouderfunctioneren beïnvloeden:
- Psychopathologie ouder (gedragsmatige controle en relationele/emotionele Artikel Hiles et al. (2008)
ondersteuning). Words and pictures storyboard voor kinderen zodat zij problemen beter kunnen begrijpen.
Stemmingsstoornissen. Stappen:
Angststoornis. - Uitleggen proces aan ouders en professionals.
Psychotische en persoonlijkheidsstoornissen. - Schets maken en aanpassen.
- Psychopathologie kind. - Overeenstemming.
Emotionele stoornissen. - Presenteren aan de kinderen.
Gedragsstoornissen. logische volgorde, ‘verpakken’ tussen positieve gebeurtenissen.
Contactstoornissen. technieken.
- Partnerrelatie.
- SES. Tak et al. (2014) (handboek psychodiagnostiek voor hulpverlening aan kinderen en adolescenten)
- Werk. Als aanvulling op interviews kunnen ook vragenlijsten en tests worden ingezet om gezins- en
ouderfunctioneren in kaart te brengen (ook als onderdeel ROM).
Diagnostiek van veiligheid in het gezin. overzicht meetinstrumenten gezinsfunctioneren.
, Probleem 2
Leerdoel 1: Welke invloed kan psychiatrische problematiek bij de ouders
hebben op de ontwikkeling van het kind en hoe wordt dit verklaard?
Rexwinkel et al. H3.4
Intergenerationele overdracht
Kinderen van ouders met een psychiatrische stoornis hebben zelf ook een verhoogde kans
om emotionele en gedragsproblemen te ontwikkelen.
hierbij spelen verschillende factoren en mechanismen een rol.
Mechanismen van intergenerationele overdracht van psychopathologie
Genetische overdracht:
bij 2/3 jarigen wordt de schatting gemaakt van 50-75% erfelijkheid van psychopathologie.
Overactief en angstig depressief gedrag blijkt het meest erfelijk (50-70%) en opstandig en
agressief gedrag het minst (30-45%). Regulatieproblemen liggen daartussen in (55%).
het is vooralsnog moeilijk om bij een individu te bepalen in welke mate een
psychiatrische stoornis van een ouder van invloed is op de ontwikkeling van
psychopathologie bij het kind. Dit komt doordat:
Er sprake is van complexe kwantitatieve overerving, d.w.z. dat er meerdere genen op
verschillende manieren bijdragen aan het al dan niet ontstaan van een stoornis (het
is in principe dus niet zo dat 1 gen een bepaalde stoornis veroorzaakt).
De uiting van genetische kwetsbaarheid in psychopathologie ook afhankelijk is van de
omgevingsinvloeden.
erfelijkheid van psychopathologie lijkt niet heel specifiek te zijn, het lijkt meer te gaan om
een algemene kwetsbaarheid waarbij de meeste kinderen een andere stoornis hebben dan