Scheikunde HAVO 5
Hoofdstuk 7
§1
Kenmerken van zuren:
Anorganische en organische varianten
Smaakt zuur
Geleidt elektrische stroom
pH lager dan 7
Kenmerkend deeltje: H+
Macroniveau = een beschrijving van eigenschappen die waarneembaar zijn met het blote oog
Microniveau = een beschrijving van eigenschappen die niet waarneembaar zijn voor ons blote oog,
echt in atoomgrootte dus
Kenmerken van basen:
Bevat meestal een negatief ion
Het kan een moleculaire stof zijn
Geleidt elektrische stroom
Voelen zeepachtig aan
pH hoger dan 7
Kenmerkend deeltje: OH-
Een zuurgraad wordt aangegeven door middel van een pH. De pH kan op verschillende manier
gemeten worden, waaronder door een universeel indicatorpapiertje of een pH-meter
(nauwkeuriger). Een universeel indicator papiertje bevat een mengsel van meerdere indicatoren.
Indicator = stoffen die van kleur veranderen zodra de zuurgraad veranderd
§2
Tussen zuren oplossingen is een duidelijk verschil, namelijk sterke zuren en zwakke zuren. Een sterk
zuur ioniseert altijd voor de volledige 100% en heeft een aflopende reactie, een zwakzuur ioniseert
daarentegen maar gedeeltelijk en heeft een evenwichtsreactie. Als hiermee moet worden gerekend
wordt dit procent genoemd.
Sterk zuur:
H2SO4 --> 2H+ + SO42-
Zwak zuur:
HF ⇔ H H+ + F-
Een sterk zuur wordt gesplitst geschreven en een zwak zuur aan elkaar. Zuren kunnen per molecuul
één of meerder H+ - ionen afstaan. Bij een oplossing van zuren kunnen er meer dan één
waterstofionen worden afgegeven, dit alleen bij zwavelzuur. Bij zuur-base reacties kan dit bij
allemaal.
§3
, Het rekenen aan zure oplossingen kan met verschillende formules:
pH = -log[H+]
[H+] = 10-pH
Let erop om altijd een reactievergelijking te maken met de juiste coëfficiënten. Ook van pH naar
hoeveel gram van zwavelzuur: eerst van pH naar de concentratie. Je hebt dan de concentratie
waterstofionen. Vervolgens door de reactievergelijking met de coëfficiënten terug naar zwavelzuur
rekenen.
§4
Basen zijn negatieve ionen die de eigenschap hebben om een waterstofion te binden. Bij basen
wordt er ook een onderscheid gemaakt tussen sterke basen en zwakke basen. Sterkte basen worden
volledig omgezet en zwakke basen weer gedeeltelijk.
Sterke base:
K2O --> 2K+ + 2OH-
Zwakke base:
NH3 + H2O ⇔ H NH4+ + OH-
Alle deeltjes onder het hydroxide-ion zijn sterke basen.
§5
Ook bij basische oplossingen kan er gerekend worden met oplossingen, hiervoor zijn verschillende
formules:
pOH = -log [OH-]
OH- = 10-pOH
pH + pOH = 14
§6
Zuren en basen zijn elkaars tegenpolen. Zuren willen waterstofionen afstaan, terwijl basen graag
waterstofionen willen opnemen.
Bij een zuur-basereactie vindt een overdracht van waterstofionen plaats. Zuur-basereacties vinden
gewoonlijk plaats in een oplossing, alhoewel het in gas en vaste fase ook mogelijk is.
Om een zuurbase-reactie op te stellen heb je een stappenplan:
1. Inventariseren
2. Kijken welk deeltje als zuur en welke als base reageert
3. Kijk of er een reactie plaats kan vinden: zuur staat dan boven base
4. Het maken van de reactie m.b.v. Binas tabel 49
Zuurbase-reacties worden ook in de praktijk gebruikt bij onder andere maagzuur wegnemen en
kalkaanslag verwijderen.
§7
Stikstofoxiden en ammoniak (veehouderij) worden op de bodem omgezet in salpeterzuur. Door
middel van kalk kan dit nog deels worden geneutraliseerd.
Hoofdstuk 7
§1
Kenmerken van zuren:
Anorganische en organische varianten
Smaakt zuur
Geleidt elektrische stroom
pH lager dan 7
Kenmerkend deeltje: H+
Macroniveau = een beschrijving van eigenschappen die waarneembaar zijn met het blote oog
Microniveau = een beschrijving van eigenschappen die niet waarneembaar zijn voor ons blote oog,
echt in atoomgrootte dus
Kenmerken van basen:
Bevat meestal een negatief ion
Het kan een moleculaire stof zijn
Geleidt elektrische stroom
Voelen zeepachtig aan
pH hoger dan 7
Kenmerkend deeltje: OH-
Een zuurgraad wordt aangegeven door middel van een pH. De pH kan op verschillende manier
gemeten worden, waaronder door een universeel indicatorpapiertje of een pH-meter
(nauwkeuriger). Een universeel indicator papiertje bevat een mengsel van meerdere indicatoren.
Indicator = stoffen die van kleur veranderen zodra de zuurgraad veranderd
§2
Tussen zuren oplossingen is een duidelijk verschil, namelijk sterke zuren en zwakke zuren. Een sterk
zuur ioniseert altijd voor de volledige 100% en heeft een aflopende reactie, een zwakzuur ioniseert
daarentegen maar gedeeltelijk en heeft een evenwichtsreactie. Als hiermee moet worden gerekend
wordt dit procent genoemd.
Sterk zuur:
H2SO4 --> 2H+ + SO42-
Zwak zuur:
HF ⇔ H H+ + F-
Een sterk zuur wordt gesplitst geschreven en een zwak zuur aan elkaar. Zuren kunnen per molecuul
één of meerder H+ - ionen afstaan. Bij een oplossing van zuren kunnen er meer dan één
waterstofionen worden afgegeven, dit alleen bij zwavelzuur. Bij zuur-base reacties kan dit bij
allemaal.
§3
, Het rekenen aan zure oplossingen kan met verschillende formules:
pH = -log[H+]
[H+] = 10-pH
Let erop om altijd een reactievergelijking te maken met de juiste coëfficiënten. Ook van pH naar
hoeveel gram van zwavelzuur: eerst van pH naar de concentratie. Je hebt dan de concentratie
waterstofionen. Vervolgens door de reactievergelijking met de coëfficiënten terug naar zwavelzuur
rekenen.
§4
Basen zijn negatieve ionen die de eigenschap hebben om een waterstofion te binden. Bij basen
wordt er ook een onderscheid gemaakt tussen sterke basen en zwakke basen. Sterkte basen worden
volledig omgezet en zwakke basen weer gedeeltelijk.
Sterke base:
K2O --> 2K+ + 2OH-
Zwakke base:
NH3 + H2O ⇔ H NH4+ + OH-
Alle deeltjes onder het hydroxide-ion zijn sterke basen.
§5
Ook bij basische oplossingen kan er gerekend worden met oplossingen, hiervoor zijn verschillende
formules:
pOH = -log [OH-]
OH- = 10-pOH
pH + pOH = 14
§6
Zuren en basen zijn elkaars tegenpolen. Zuren willen waterstofionen afstaan, terwijl basen graag
waterstofionen willen opnemen.
Bij een zuur-basereactie vindt een overdracht van waterstofionen plaats. Zuur-basereacties vinden
gewoonlijk plaats in een oplossing, alhoewel het in gas en vaste fase ook mogelijk is.
Om een zuurbase-reactie op te stellen heb je een stappenplan:
1. Inventariseren
2. Kijken welk deeltje als zuur en welke als base reageert
3. Kijk of er een reactie plaats kan vinden: zuur staat dan boven base
4. Het maken van de reactie m.b.v. Binas tabel 49
Zuurbase-reacties worden ook in de praktijk gebruikt bij onder andere maagzuur wegnemen en
kalkaanslag verwijderen.
§7
Stikstofoxiden en ammoniak (veehouderij) worden op de bodem omgezet in salpeterzuur. Door
middel van kalk kan dit nog deels worden geneutraliseerd.