Chapter 1: History, theory and research strategies
Exploring Lifespan Development
Berk, L. (2014)
1. A scientific, applied and interdisciplinary field
§ wetenschappelijk
§ toegepast: onderzoek naar ontwikkeling gestimuleerd door nood aan oplossingen voor alledaagse
problemen (hoe best onderwijzen, opvoeden, helpen bij emotionele problemen, ...)
§ interdisciplinair: psychologie, sociologie, antropologie, biologie, neuroscience, ...
2. Basic issues betreffende ontwikkeling
§ Theorieën = geordende, geïntegreerde verzamelingen van statements die gedrag beschrijven,
verklaren en voorspellen
ð helpen ons ontwikkeling te begrijpen + zo dingen te verbeteren
§ Continuous/discontinuous
® continuous: kinderen hebben dezelfde manier van denken
als volw (enkel verbetering van skills) ~ gradueel
® discontinuous: kinderen hebben andere manier van
denken dan volw (ontwikkeling vindt plaats in stages
met kwalitatieve veranderingen in denken, voelen,
gedrag) ~ plotse veranderingen
§ One course of verschillende
® one course: iedereen volgt zelfde volgorde van ontwikkeling (~ stage theorists)
® verschillende courses: iedereen heeft unieke ontwikkeling (afh van eigen context)
® mutually influential relations: individuen en hun context beïnvloeden elkaar
® culturele diversiteit in ontwikkeling
§ Invloed van nature/nurture
® theoretici ♡ stabiliteit: benadrukken impact van erfelijkheid
® theoretici ♡ plasticiteit: benadrukken verandering door invloed van ervaringen
3. The lifespan perspective: a balanced point of view
§ Ontwikkeling = levenslang: geen enkele periode per se meer invloed dan een andere
§ Ontwikkeling = multidimensionaal en multidirectioneel:
® multidimensionaal: levensloop beïnvloed door mix van biol/psychol/social forces
® multidirectioneel: groei vs achteruitgang in alle levensfasen mogelijk
§ Ontwikkeling = plastisch: op alle leeftijden (maar wel over alg gradueel minder plastisch bij ouder
worden, owv dalende capaciteiten en kansen voor verandering = logisch)
§ Ontwikkeling = beïnvloed door ≠ interagerende factoren (bio/hist/soc/cult)
® leeftijd: vb wandelen rond 1j, menopause rond 55j, rijbewijs rond 18j
® geschiedenis: epidemieën, oorlog, technologische vooruitgang (≠ tussen cohorten)
® non-normatieve invloeden: ernstige ziekte, traumatische ervaring, ...
§ Resilience/veerkracht = mogelijkheid om zich aan te passen bij bedreigde ontwikkeling
® beschermende factoren tegen damaging and stressfull life events:
1. persoonlijkheidskenmerken:
o hoge intelligentie of talent (vb muziek/sport)
=> belonende ervaringen buiten huis => werkt compenserend tegen stressvolle thuis
o temperament: easygoing, sociable, optimistic = special capacity to adapt to change
2. warme relatie met minstens één ouder: hangt ook samen met persoonlijkheidskenm.
1