Asjraf Yaakoubi
Deel 2: Handels- en Marktpraktijken
1. De richtlijn oneerlijke handelspraktijken
Let op: Europese gemiddelde consument = EU C
1.1. Doel Richtlijn
Doel is “om bij te dragen aan de goede werking van de interne markt en om een hoog
niveau van consumentenbescherming tot stand te brengen door de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake oneerlijke handelspraktijken die
de economische belangen van de consumenten schaden, te harmoniseren” (art.1)
Info: in een perfecte markt wordt er verkocht tegen de evenwichtsprijs. Dus de
consument heeft eig de macht om het zo te zeggen. En de evenwichtsprijs is de laagste
prijs dat een C wil betalen vr een bepaald goed en de producenten doen dat omdat ze hier
nog vergoeding kunnen hebben.
Dus dit is systeem met VRIJE VRAAG. En dus consument heeft sterke positie, maar
daarvoor moet die consument voldoende info hebben dus die info moet ransprant zijn in
een martk om perfecte mededinging te hebben. Dat betekent dus dat een C in dat
systeem een RATIONELE consument moet zijn. Want als hij informatie krijgt en de
volledige info krijgt dan zal hij efficiente keuzes maken en dat draagt bij aan hogere
welvaart dat is de invisible hand.
Dat verklaatrt wrm we de C opvatten als rationele consument die dus besluiten neemt op
de markt obv prijs/kwaliteitsratios van goederen bv. Maar we weten dat die rationele
consument eig een juridische fictie is. Want als je iets aankoopt is dat niet altijd rationeel,
er is vaak irrationele component in. MAAR wetgever gaat ervanuit dat de consument
rationele keuzes maakt en hierop is het systeem opgebouwd.
Rationele cons betekent dus dat die consument geinformeerd moet worden, want men
gaat ervanuit dat als de C met volle kennis keuzes kan maken dan neemt hij efficiente
keuzes.
En als je de richtlijn oneerlijke handelspraktijken erbij neemt dan zie je in overweging 18
staan dat HvJ de EU gemiddelde consument als maatstaf heeft ontwikkeld. En deze
consument is de redelijk geinformeerde omzichtige en oplettende consument. Dus daruit
blijkt dat de EU gem consument een RATIONELE CONSUMENT IS
Dus als we spreken van cons bescherming wordt deze EU gem consument beschermd
Dat betekent dat als je beantwoord aan die conusment def dat je beschermd bent, maar
als je daar niet aan beantwoord dan geniet je GEEN bescherming.
1
,Asjraf Yaakoubi
Dus we moeten geinformeerd worden. Hoe gebeurt dat? Dit kan eerst en vooral via
RECLAME want via reclame wordt info gekanaliseerd. De 2e pijler waardoor C
geinformeerd kan worden is ettiketering van producten waar de EU wetgever verplicht
om bepaalde info in te zetten vbv ingredientenlijst.
EN deze info allemaal die moet je als homo economicus internaliseren je moet er iets mee
doen dus en je gebruikt het om keuzes te maken.
DOE JE DAT NIET? Dus ni kijken nr de informatie dan is dat prima maar dan word je ook
NIET beschermd zegt EU Wetgever! JE moet dus wel wat doen met die informatie.
VOORBEELD:
Arrest dat betrekking had op DUITSE consument. Je had duidtse proudcent
van Mars die iets nieuws op de markt. Maar men zei +10% gratis. Dus die
mars wordt met 10% gratis op de markt gebracht. Rechters zieden dat het
misleidende reclame is want de duitse consument gaat ervanuit dfat dat
gedeelte GRATIS wordt meegegeven want er was zo ongv 60% van die
verpakking int geel waar op stond gratis. Dit kwam voor HvJ. Hof zei dat de
EU C leest en kan zien dat dat ni zo is, die EU C kan het verschil zien tss dat
geel gedeelte ne gratis gedeelte.
Dit verklaart impact van zo’n maatstaf. De EU C had maar moeten LEZEN
wat er info staat en die had maar moeten begrijpen wat er stond.
1.2. Toepassingsgebied Richtlijn
Toepassingsgebied: “Deze richtlijn is van toepassing op oneerlijke handelspraktijken van
ondernemingen jegens consumenten, zoals omschreven in artikel 5, vóór, gedurende en
na een commerciële transactie met betrekking tot een product” (art. 3, lid 1).
Het gaat dus over B2C die eig hele cyclus van contract omsluit.
PRECONTRACTUEEL, tijdens sluiten en NA uitvoering ovk. Dus heel breed.
CONSUMENT in deze richtlijn: is een NP die buiten beroeps of
bedrijfsactiviteit handelt. Er staat niet UITSLIUTEND voor niet
beroepsmatige doeleinden dus GEMENGDE ovk kunnen hier ook onder
vallen.
Handelaar (= onderneming zie BKK MOBIL): NP of RP die betrekking hebben
op handels en beroepsactiviteit handelingen stelt. En ook degene die in
naam of voor rek van andere onderneming optreedt. Dit staat niet in def
onderneming normaal, maar dat boeit niet want je gaat sws duurzaam
optreden dus sws conform I.8. 39°.
2
,Asjraf Yaakoubi
Er wordt gesproken van een product dat wordt gedefinieerd in de richtlijn in art. 2, c) als
een goed of dienst, met inbegrip van een onroerend goed, rechten en verplichtingen.
In boek VI, art. I.8, 47; product: goederen, diensten, onroerende goederen, digitale
diensten, digitale inhoud, rechten en verplichtingen.
In feite maakt het niet zo’n verschil uit, maar men heeft dit zo in Boek VI willen doen.
Art 4: interne marktclausule. Geen extra beperkingen over sat geharmoniseerd is.
STRUCTUUR RICHTLIJN:
- ART 5: grote algemene norm. Dit verbiedt oneerlijke handelspraktijken. Oneerlijk is
handelspraktijk: “wanneer zij a) in strijd is met de vereisten van professionele
toewijding, en b) het economische gedrag van de gemiddelde consument die zij bereikt
of op wie zij gericht is of, indien zij op een bepaalde groep consumenten gericht is, het
economisch gedrag van het gemiddelde lid van deze groep, met betrekking tot het
product wezenlijk verstoort of kan verstoren” (art.5, lid 2)
DUS toetsen aan EU C.
Prof toewijding? Art 2 h) = Normale niveau van bijzondere vakkundigheid en
zorgvuldigheid dat redelijkerwijze van handelaar w verwacht of het alg beginsel van de
goede trouw. Dus we hebben in ons WER hier ook def van dat is I.8 25° WER. In WER is
aspect goede trouw niet maar het speelt WEL!!
Lid 4 van art 5 zegt: MEER IN BIJZONDER handelingen die misleidend zijn en die agressief
zijn. Dit is de KLEINE algemene norm.
EN daarnaast is bijlage 1 lid 5 art 5. En dat is handelingen die ALTIJD oneerlijk zijn.
- Misleidende handelspraktijken: art 6. Opgedeeld in misleidende acties en art 7
misleidende omissies.
MISLEIDENDE HANDELINGEN: praktijk die onjuiste info geeft of die juiste info geeft en
die de EU C tav volgende elementen misleid en hem ertoe brengt of kan toe brengen
een besluit te nemen dat hij bij afwezigheid van die misleiding nooit had genomen.
DUS gaat over BESLUIT over een transactie.
Misleidende OMISSIES: WEGLATEN van essentiële info die gem cons nodig heeft vr
besluit te nemen. Het gaat hier ook weer over transactie die EU C neemt die hij anders
niet had genomen als die info er wel was.
- AGRESSIEVE HANDELSPRAKTIJKEN art 8: praktijken van onderneming die dwang of
ongepaste beïnvloeding doet waardoor EU C weer in besluitvorming wordt beperkt of
kan beperken en waardoor je weer besluit neemt over transactie die je normaal niet zou
nemen.
3
, Asjraf Yaakoubi
- BIJLAGE bij de richtlijn: praktijken die ALTIJD verboden zijn!! DUS HIER MOET JE NIET
TOETSEN AAN DE EU C!!! ZIJN GWN ALTIJD VERBODEN, is onweerlegbaar vermoeden!
En daarin staan aantal misleidende en aantal agressieve.
Als je nu structuur ziet van deze richtlijn met grote alg norm en kleine alg norm en dan
de bijlage.
Dus hoe ga je te werk? Eerst kijken of je onder de bijlage valt. Want als je daaronder valt
moet je niks meer bewijzen. Terwijl bij de andere moet je nog aantonen dat de EU C
negatief wordt geraakt. DAT is systeem van de richtlijn.
EN daarna kijk je dus nr kleine alg norm en dan grote alg norm als dat niet lukt maar bij
grote alg norm ook kijken nr professionele toewijding.
Die richtlijn is omgezet in WER en is vanaf 92 tot 103 in Boek VI WER.
92 WER: toepassingsgebied. B2C voor, gedurende en na verkoop producten.
93 WER: Een handelspraktijk is oneerlijk wnr ze in strijd is met …
94 WER: welke handelspraktijken oneerlijk zijn.
97 WER: misleidende handelspraktijken.
99 WER: Misleidende omissie. IN §4 zie je regel over uitnodiging tot
aankoop. Komt later aan bod.
100 WER: onder alle omstandigheden verboden misleidende praktijken. Er
zijn er 27.
101 WER: definitie agressieve handelspraktijken.
102 WER: omstandigheden waarmee je rekening moet houden voor
agressieve markt
103 WER: onder alle omstandigheden agressieve praktijken die verboden
zijn dat zijn er 8.
MAAR let op: de richtlijn heeft bijzonder ruim toepassingsgebied.
Dat betekent dat bijna alle bepalingen van Boek VI die B2C impact hebben dat die onder
de richtlijn vallen en dus we moeten die bepalingen met conformiteit toepassen op die
richtlijn.
En dus die richtlijn heeft breed toepassingsgebied. EN heeft impact op bijna alle
praktijken die in Boek VI. Bv precontractuele informatie staat in VI.2 maar valt ook
onder deze richtlijn!
4
Deel 2: Handels- en Marktpraktijken
1. De richtlijn oneerlijke handelspraktijken
Let op: Europese gemiddelde consument = EU C
1.1. Doel Richtlijn
Doel is “om bij te dragen aan de goede werking van de interne markt en om een hoog
niveau van consumentenbescherming tot stand te brengen door de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake oneerlijke handelspraktijken die
de economische belangen van de consumenten schaden, te harmoniseren” (art.1)
Info: in een perfecte markt wordt er verkocht tegen de evenwichtsprijs. Dus de
consument heeft eig de macht om het zo te zeggen. En de evenwichtsprijs is de laagste
prijs dat een C wil betalen vr een bepaald goed en de producenten doen dat omdat ze hier
nog vergoeding kunnen hebben.
Dus dit is systeem met VRIJE VRAAG. En dus consument heeft sterke positie, maar
daarvoor moet die consument voldoende info hebben dus die info moet ransprant zijn in
een martk om perfecte mededinging te hebben. Dat betekent dus dat een C in dat
systeem een RATIONELE consument moet zijn. Want als hij informatie krijgt en de
volledige info krijgt dan zal hij efficiente keuzes maken en dat draagt bij aan hogere
welvaart dat is de invisible hand.
Dat verklaatrt wrm we de C opvatten als rationele consument die dus besluiten neemt op
de markt obv prijs/kwaliteitsratios van goederen bv. Maar we weten dat die rationele
consument eig een juridische fictie is. Want als je iets aankoopt is dat niet altijd rationeel,
er is vaak irrationele component in. MAAR wetgever gaat ervanuit dat de consument
rationele keuzes maakt en hierop is het systeem opgebouwd.
Rationele cons betekent dus dat die consument geinformeerd moet worden, want men
gaat ervanuit dat als de C met volle kennis keuzes kan maken dan neemt hij efficiente
keuzes.
En als je de richtlijn oneerlijke handelspraktijken erbij neemt dan zie je in overweging 18
staan dat HvJ de EU gemiddelde consument als maatstaf heeft ontwikkeld. En deze
consument is de redelijk geinformeerde omzichtige en oplettende consument. Dus daruit
blijkt dat de EU gem consument een RATIONELE CONSUMENT IS
Dus als we spreken van cons bescherming wordt deze EU gem consument beschermd
Dat betekent dat als je beantwoord aan die conusment def dat je beschermd bent, maar
als je daar niet aan beantwoord dan geniet je GEEN bescherming.
1
,Asjraf Yaakoubi
Dus we moeten geinformeerd worden. Hoe gebeurt dat? Dit kan eerst en vooral via
RECLAME want via reclame wordt info gekanaliseerd. De 2e pijler waardoor C
geinformeerd kan worden is ettiketering van producten waar de EU wetgever verplicht
om bepaalde info in te zetten vbv ingredientenlijst.
EN deze info allemaal die moet je als homo economicus internaliseren je moet er iets mee
doen dus en je gebruikt het om keuzes te maken.
DOE JE DAT NIET? Dus ni kijken nr de informatie dan is dat prima maar dan word je ook
NIET beschermd zegt EU Wetgever! JE moet dus wel wat doen met die informatie.
VOORBEELD:
Arrest dat betrekking had op DUITSE consument. Je had duidtse proudcent
van Mars die iets nieuws op de markt. Maar men zei +10% gratis. Dus die
mars wordt met 10% gratis op de markt gebracht. Rechters zieden dat het
misleidende reclame is want de duitse consument gaat ervanuit dfat dat
gedeelte GRATIS wordt meegegeven want er was zo ongv 60% van die
verpakking int geel waar op stond gratis. Dit kwam voor HvJ. Hof zei dat de
EU C leest en kan zien dat dat ni zo is, die EU C kan het verschil zien tss dat
geel gedeelte ne gratis gedeelte.
Dit verklaart impact van zo’n maatstaf. De EU C had maar moeten LEZEN
wat er info staat en die had maar moeten begrijpen wat er stond.
1.2. Toepassingsgebied Richtlijn
Toepassingsgebied: “Deze richtlijn is van toepassing op oneerlijke handelspraktijken van
ondernemingen jegens consumenten, zoals omschreven in artikel 5, vóór, gedurende en
na een commerciële transactie met betrekking tot een product” (art. 3, lid 1).
Het gaat dus over B2C die eig hele cyclus van contract omsluit.
PRECONTRACTUEEL, tijdens sluiten en NA uitvoering ovk. Dus heel breed.
CONSUMENT in deze richtlijn: is een NP die buiten beroeps of
bedrijfsactiviteit handelt. Er staat niet UITSLIUTEND voor niet
beroepsmatige doeleinden dus GEMENGDE ovk kunnen hier ook onder
vallen.
Handelaar (= onderneming zie BKK MOBIL): NP of RP die betrekking hebben
op handels en beroepsactiviteit handelingen stelt. En ook degene die in
naam of voor rek van andere onderneming optreedt. Dit staat niet in def
onderneming normaal, maar dat boeit niet want je gaat sws duurzaam
optreden dus sws conform I.8. 39°.
2
,Asjraf Yaakoubi
Er wordt gesproken van een product dat wordt gedefinieerd in de richtlijn in art. 2, c) als
een goed of dienst, met inbegrip van een onroerend goed, rechten en verplichtingen.
In boek VI, art. I.8, 47; product: goederen, diensten, onroerende goederen, digitale
diensten, digitale inhoud, rechten en verplichtingen.
In feite maakt het niet zo’n verschil uit, maar men heeft dit zo in Boek VI willen doen.
Art 4: interne marktclausule. Geen extra beperkingen over sat geharmoniseerd is.
STRUCTUUR RICHTLIJN:
- ART 5: grote algemene norm. Dit verbiedt oneerlijke handelspraktijken. Oneerlijk is
handelspraktijk: “wanneer zij a) in strijd is met de vereisten van professionele
toewijding, en b) het economische gedrag van de gemiddelde consument die zij bereikt
of op wie zij gericht is of, indien zij op een bepaalde groep consumenten gericht is, het
economisch gedrag van het gemiddelde lid van deze groep, met betrekking tot het
product wezenlijk verstoort of kan verstoren” (art.5, lid 2)
DUS toetsen aan EU C.
Prof toewijding? Art 2 h) = Normale niveau van bijzondere vakkundigheid en
zorgvuldigheid dat redelijkerwijze van handelaar w verwacht of het alg beginsel van de
goede trouw. Dus we hebben in ons WER hier ook def van dat is I.8 25° WER. In WER is
aspect goede trouw niet maar het speelt WEL!!
Lid 4 van art 5 zegt: MEER IN BIJZONDER handelingen die misleidend zijn en die agressief
zijn. Dit is de KLEINE algemene norm.
EN daarnaast is bijlage 1 lid 5 art 5. En dat is handelingen die ALTIJD oneerlijk zijn.
- Misleidende handelspraktijken: art 6. Opgedeeld in misleidende acties en art 7
misleidende omissies.
MISLEIDENDE HANDELINGEN: praktijk die onjuiste info geeft of die juiste info geeft en
die de EU C tav volgende elementen misleid en hem ertoe brengt of kan toe brengen
een besluit te nemen dat hij bij afwezigheid van die misleiding nooit had genomen.
DUS gaat over BESLUIT over een transactie.
Misleidende OMISSIES: WEGLATEN van essentiële info die gem cons nodig heeft vr
besluit te nemen. Het gaat hier ook weer over transactie die EU C neemt die hij anders
niet had genomen als die info er wel was.
- AGRESSIEVE HANDELSPRAKTIJKEN art 8: praktijken van onderneming die dwang of
ongepaste beïnvloeding doet waardoor EU C weer in besluitvorming wordt beperkt of
kan beperken en waardoor je weer besluit neemt over transactie die je normaal niet zou
nemen.
3
, Asjraf Yaakoubi
- BIJLAGE bij de richtlijn: praktijken die ALTIJD verboden zijn!! DUS HIER MOET JE NIET
TOETSEN AAN DE EU C!!! ZIJN GWN ALTIJD VERBODEN, is onweerlegbaar vermoeden!
En daarin staan aantal misleidende en aantal agressieve.
Als je nu structuur ziet van deze richtlijn met grote alg norm en kleine alg norm en dan
de bijlage.
Dus hoe ga je te werk? Eerst kijken of je onder de bijlage valt. Want als je daaronder valt
moet je niks meer bewijzen. Terwijl bij de andere moet je nog aantonen dat de EU C
negatief wordt geraakt. DAT is systeem van de richtlijn.
EN daarna kijk je dus nr kleine alg norm en dan grote alg norm als dat niet lukt maar bij
grote alg norm ook kijken nr professionele toewijding.
Die richtlijn is omgezet in WER en is vanaf 92 tot 103 in Boek VI WER.
92 WER: toepassingsgebied. B2C voor, gedurende en na verkoop producten.
93 WER: Een handelspraktijk is oneerlijk wnr ze in strijd is met …
94 WER: welke handelspraktijken oneerlijk zijn.
97 WER: misleidende handelspraktijken.
99 WER: Misleidende omissie. IN §4 zie je regel over uitnodiging tot
aankoop. Komt later aan bod.
100 WER: onder alle omstandigheden verboden misleidende praktijken. Er
zijn er 27.
101 WER: definitie agressieve handelspraktijken.
102 WER: omstandigheden waarmee je rekening moet houden voor
agressieve markt
103 WER: onder alle omstandigheden agressieve praktijken die verboden
zijn dat zijn er 8.
MAAR let op: de richtlijn heeft bijzonder ruim toepassingsgebied.
Dat betekent dat bijna alle bepalingen van Boek VI die B2C impact hebben dat die onder
de richtlijn vallen en dus we moeten die bepalingen met conformiteit toepassen op die
richtlijn.
En dus die richtlijn heeft breed toepassingsgebied. EN heeft impact op bijna alle
praktijken die in Boek VI. Bv precontractuele informatie staat in VI.2 maar valt ook
onder deze richtlijn!
4