Taak 4 Memory
Leerdoelen
1. Hoe kun je geheugen classificeren en welke hersengebieden zijn erbij betrokken?
Bron: Kalat
2 categorieën van leren:
● Klassieke conditionering
○ Pavlov
○ Het combineren van 2 stimuli, verandert de reactie op beide stimuli (ook los van
elkaar)
○ Eerst wordt de geconditioneerde stimuli (CS) gepresenteerd, daarna de
ongeconditioneerde stimuli (UCS)
■ Dus de hond een belletje laten horen (CS) en daarop volgend vlees
(UCS)
○ Dit leidt automatisch tot een ongeconditioneerde respons (UCR)
■ Het belletje icm het vlees zorgt voor een kwijlreactie (UCR)
○ Na een aantal keer dit regeltje te herhalen ontstaat de geconditioneerde
respons (CR)
■ Na een tijdje kan alleen het belletje zorgen voor een kwijlreactie (CR)
omdat de hond dit linkt aan het vlees
● Instrumentele conditionering/Operante conditionering
○ Een reactie leidt tot een beloning of een straf
○ De beloning zorgt ervoor dat de reactie in de toekomst vaker voor zal komen
○ De straf zorgt ervoor dat de reactie uitgedoofd wordt op termijn
→ Verschil tussen de twee manieren: bij instrumentele conditionering heeft de
reactie direct invloed op de uitkomst (beloning of straf) terwijl bij klassieke
conditionering de stimuli sowieso optreden
Beide vormen zijn nondeclaratief geheugen.
Lashley’s Engram:
● Pavlov probeerde eerst te verklaren wat er gebeurde in de hersenen tijdens een
leerproces
○ Hij zei dat de UCS het centrum van de UCS stimuleerde, waardoor het UCR
gebied gestimuleerd. In het CS centrum gebeurde niks.
○ Na het leerproces zou hetzelfde gebeuren bij de eerste twee stappen, maar dit
zou geïnitieerd worden door stimulatie van de CS.
● Karl Lashley wilde een test opzetten om te bekijken wat er in de hersenen gebeurde als
men nieuwe dingen leert
● Hiervoor zocht hij naar een engram (= fysieke representatie van wat iemand geleerd
heeft)
○ Bijv. een connectie tussen 2 hersengebieden & de hoeveelheid cerebrale cortex
● Al de corticale gebieden bleken even belangrijk te zijn voor het geheugen
○ Hij beschreef 2 principes over het zenuwstelsel
, ■ Equipotentially: alle delen van de cortex dragen evenveel bij aan
complexe gedragingen zoals leren. Ieder deel kan het andere vervangen
■ Mass action: de cortex werkt als geheel, meer cortex is beter.
Moderne zoektocht naar het engram:
● Thompson en collega’s vonden dat als leren bijvoorbeeld in gebied D optreed, zal er ook
activiteit waar te nemen zijn in A ™ C. In de gebieden E en F niet. Stel dat juist die
gebieden geblokkeerd worden, dan maakt dat niets uit voor het leren, alleen voor het
uitvoeren.
● Zij vonden een nucleus in de kleine hersenen die essentieel zou zijn voor leren: Lateral
Interpositus Nucleus
● Daarna vonden andere onderzoekers activiteit in de rode nucleus
Types geheugen
● Korte en lange termijn geheugen
○ Korte termijn: iets onthouden wat net is gebeurt
○ Lange termijn: iets onthouden van wat langer geleden gebeurd is
○ Ze verschillen in capaciteit
■ Vaste hoeveelheid informatie mogelijk om op te slaan in lange termijn
geheugen
○ Korte termijn geheugen vereist oefening, lange termijn niet
○ Als je iets uit je korte termijn geheugen vergeet ben je het kwijt, bij het lange
termijn geheugen is een hint vaak genoeg om er weer op te komen
○ Hebb denkt dat het mogelijk is om dmv het versterken van connecties tussen
neuronen, korte termijn geheugen naar lange termijn geheugen te vormen
● Veranderende inzichten over consolidatie:
○ Gevoel zorgt voor meer afgifte van cortisol en adrenaline —> invloed op
hippocampus en amygdala.
○ Het kan zijn dat je bepaalde dingen langer herinnerd dan echt op korte termijn,
maar dan maar tot een bepaald moment dus niet echt op lange termijn
■ Bijv. waar je auto staat, tot je hem weer gaat halen
○ Flashbulb memories
■ Kleine herinnering maar wel van grote emotionele waarde —> onthoudt je
snel
■ Synaptic tag-and-capture: Je hersenen markeren een zwak nieuw
geheugen voor latere stabilisatie als een soortgelijke, belangrijkere
gebeurtenis er snel op volgt
● Werkgeheugen
○ De manier waarop we informatie opslaan terwijl we ermee werken
○ Delayed response task: werkgeheugen test waarbij ze reageren op iets wat je
op korte termijn gezien of gehoord hebt.
○ Cortex slaat werkgeheugen op tijdens zo’n delay
■ Incidentele uitbarstingen van gamma-oscillaties (45 tot 100 Hz) treden op
in cellen die op een stimulus reageerden, maar de uitbarstingen wisselen
Leerdoelen
1. Hoe kun je geheugen classificeren en welke hersengebieden zijn erbij betrokken?
Bron: Kalat
2 categorieën van leren:
● Klassieke conditionering
○ Pavlov
○ Het combineren van 2 stimuli, verandert de reactie op beide stimuli (ook los van
elkaar)
○ Eerst wordt de geconditioneerde stimuli (CS) gepresenteerd, daarna de
ongeconditioneerde stimuli (UCS)
■ Dus de hond een belletje laten horen (CS) en daarop volgend vlees
(UCS)
○ Dit leidt automatisch tot een ongeconditioneerde respons (UCR)
■ Het belletje icm het vlees zorgt voor een kwijlreactie (UCR)
○ Na een aantal keer dit regeltje te herhalen ontstaat de geconditioneerde
respons (CR)
■ Na een tijdje kan alleen het belletje zorgen voor een kwijlreactie (CR)
omdat de hond dit linkt aan het vlees
● Instrumentele conditionering/Operante conditionering
○ Een reactie leidt tot een beloning of een straf
○ De beloning zorgt ervoor dat de reactie in de toekomst vaker voor zal komen
○ De straf zorgt ervoor dat de reactie uitgedoofd wordt op termijn
→ Verschil tussen de twee manieren: bij instrumentele conditionering heeft de
reactie direct invloed op de uitkomst (beloning of straf) terwijl bij klassieke
conditionering de stimuli sowieso optreden
Beide vormen zijn nondeclaratief geheugen.
Lashley’s Engram:
● Pavlov probeerde eerst te verklaren wat er gebeurde in de hersenen tijdens een
leerproces
○ Hij zei dat de UCS het centrum van de UCS stimuleerde, waardoor het UCR
gebied gestimuleerd. In het CS centrum gebeurde niks.
○ Na het leerproces zou hetzelfde gebeuren bij de eerste twee stappen, maar dit
zou geïnitieerd worden door stimulatie van de CS.
● Karl Lashley wilde een test opzetten om te bekijken wat er in de hersenen gebeurde als
men nieuwe dingen leert
● Hiervoor zocht hij naar een engram (= fysieke representatie van wat iemand geleerd
heeft)
○ Bijv. een connectie tussen 2 hersengebieden & de hoeveelheid cerebrale cortex
● Al de corticale gebieden bleken even belangrijk te zijn voor het geheugen
○ Hij beschreef 2 principes over het zenuwstelsel
, ■ Equipotentially: alle delen van de cortex dragen evenveel bij aan
complexe gedragingen zoals leren. Ieder deel kan het andere vervangen
■ Mass action: de cortex werkt als geheel, meer cortex is beter.
Moderne zoektocht naar het engram:
● Thompson en collega’s vonden dat als leren bijvoorbeeld in gebied D optreed, zal er ook
activiteit waar te nemen zijn in A ™ C. In de gebieden E en F niet. Stel dat juist die
gebieden geblokkeerd worden, dan maakt dat niets uit voor het leren, alleen voor het
uitvoeren.
● Zij vonden een nucleus in de kleine hersenen die essentieel zou zijn voor leren: Lateral
Interpositus Nucleus
● Daarna vonden andere onderzoekers activiteit in de rode nucleus
Types geheugen
● Korte en lange termijn geheugen
○ Korte termijn: iets onthouden wat net is gebeurt
○ Lange termijn: iets onthouden van wat langer geleden gebeurd is
○ Ze verschillen in capaciteit
■ Vaste hoeveelheid informatie mogelijk om op te slaan in lange termijn
geheugen
○ Korte termijn geheugen vereist oefening, lange termijn niet
○ Als je iets uit je korte termijn geheugen vergeet ben je het kwijt, bij het lange
termijn geheugen is een hint vaak genoeg om er weer op te komen
○ Hebb denkt dat het mogelijk is om dmv het versterken van connecties tussen
neuronen, korte termijn geheugen naar lange termijn geheugen te vormen
● Veranderende inzichten over consolidatie:
○ Gevoel zorgt voor meer afgifte van cortisol en adrenaline —> invloed op
hippocampus en amygdala.
○ Het kan zijn dat je bepaalde dingen langer herinnerd dan echt op korte termijn,
maar dan maar tot een bepaald moment dus niet echt op lange termijn
■ Bijv. waar je auto staat, tot je hem weer gaat halen
○ Flashbulb memories
■ Kleine herinnering maar wel van grote emotionele waarde —> onthoudt je
snel
■ Synaptic tag-and-capture: Je hersenen markeren een zwak nieuw
geheugen voor latere stabilisatie als een soortgelijke, belangrijkere
gebeurtenis er snel op volgt
● Werkgeheugen
○ De manier waarop we informatie opslaan terwijl we ermee werken
○ Delayed response task: werkgeheugen test waarbij ze reageren op iets wat je
op korte termijn gezien of gehoord hebt.
○ Cortex slaat werkgeheugen op tijdens zo’n delay
■ Incidentele uitbarstingen van gamma-oscillaties (45 tot 100 Hz) treden op
in cellen die op een stimulus reageerden, maar de uitbarstingen wisselen